In het atelier van Karst-Janneke Rogaar

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij illustrator Karst-Janneke Rogaar in Amsterdam.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Boem!

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Als ik aan andere illustratoren denk, ben ik altijd jaloers. Die hebben vast zo’n heerlijk atelier vol leuke potjes verf en spulletjes, denk ik dan. In die fantasie leef ik zelf niet, want afgezien van het mooie ladenkastje dat mijn vader ooit maakte en een rijtje met mijn boeken – als ik die niet in de buurt heb, vind ik dat heel onhandig – heb ik alleen een bureau, wat potloden en stiften, en een computer. Vieze handen krijgen vind ik wel lekker, maar ik werk veel sneller met de ecolinevellen die ik heb ingescand. Zo kan ik meteen – boem! – zien of een kleur en sfeer me verrassen. Ik heb niet zoveel geduld, geloof ik.’ (glimlacht)

“Vieze handen krijgen vind ik wel lekker, maar ik werk veel sneller met de ecolinevellen die ik heb ingescand. Zo kan ik meteen – boem! – zien of een kleur en sfeer me verrassen.”

Huiskamer delen

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Meestal wordt het een enorme bende op mijn tafel. Dan liggen daar mijn begintekeningen – die maak ik altijd op papier – en moet ineens mijn scanner erop, waardoor alle kabels en vellen in de war raken. Gelukkig heb ik mijn eigen hoek in deze studio. Die voelt als een huiskamer dankzij de vele planten en vooral dankzij de drie collega’s met wie ik hem deel. Marjan en ik kennen elkaar al sinds de Rietveld Academie en ik vind het heel gezellig om samen te lunchen. Dat doen we meestal al om twaalf uur, want ik ben hier vaak al van kwart over acht omdat ik ’s ochtends met mijn jongste van dertien mee naar de stad fiets.’

Verslaafd aan tennissen

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Tijdens corona bleek ik prima in mijn eentje te kunnen werken, behalve als ik me wat minder fijn voelde; dan was op mezelf teruggeworpen zijn best pittig. Na een tijd leek de wereld ook heel ver weg, en dus ben ik terug op de fiets gestapt om elke dag de 14 kilometer af te leggen tussen Watergang, waar ik met mijn man en drie kinderen woon, en deze studio. Voor ik vertrek, ga ik soms al hardlopen of naar de tennisles – ik ben totaal verslaafd geraakt aan dat waanzinnige spelletje. Zonder de endorfines en lichtheid die sport bij me losmaakt, word ik sowieso miserabel, wat voor leuk werk ik ook heb.’

“Tijdens corona leek de wereld heel ver weg. Toen ben ik terug op de fiets gestapt om elke dag de 14 kilometer af te leggen tussen Watergang, waar ik met mijn man en drie kinderen woon, en deze studio.”

Slap van het lachen

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Heel vaak komt mijn tekenen pas echt op dreef als ik zo wraaa! iets op papier krijg. Niet dat ik een kwaaiige figuur ben, ik vind het gewoon lekker om me te verplaatsen in een hevige emotie, of dat nu een soort wildheid, verdriet of verliefdheid is. Net als een acteur doe ik alsof ik die echt voel. Meestal kost me dat niet veel moeite, net zomin als me herinneren hoe het voelde om als twaalfjarige slap te liggen van het lachen. Dan voel ik in mijn ledematen hoe dat gaat en kan ik dat omzetten in beeld. Natuurlijk tweak ik het beeld nog een beetje zodat het aantrekkelijk is voor de lezer, maar het mag nooit star of braaf worden.’

Vier uur zoeken

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Mijn grootste valkuil is denken: zie je wel, ik kan het niet. Met de jaren worden de periodes waarin ik dat vrees wel korter, maar beginnen blijft een opgave, zeker bij een groot project. Ik geef mezelf dus altijd tijd, zodat ik nog even kan uitstellen. Het helpt ook dat ik weet dat ik om een verrassend concept te vinden, ook bijvoorbeeld voor losse opdrachten, gewoon vier uur moet zoeken. Het klinkt gek, maar ik heb gemiddeld die tijd nodig om verder te komen dan tekeningen die anderen weliswaar prachtig vinden, maar mij niet nieuwsgierig en zelfs chagrijnig maken. Pas na vier uur kom ik op onbekend terrein en wordt het interessant.’

“Beginnen blijft een opgave, zeker bij een groot project. Ik geef mezelf dus altijd tijd, zodat ik nog even kan uitstellen.”

Geen kindersausje

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Onlangs liet ik in een eerstelezersboek over wolven schetslijntjes staan omdat ik er beweging en rauwheid in wilde, terwijl ik nu een verhaal over een hazelworm illustreer met stift omdat ik daarmee iets vetter en robuuster bekom. Kijk, in heel veel kinderboeken zit over alles een lief, schattig sausje, maar ik vind al die poezeligheid onzin. Ik wil kinderen niet sparen omdat het kinderen zijn. Uiteraard zadel ik ze niet op met angst, maar een donker bos wordt pas echt gevaarlijk als je dat ook in de lijnvoering of tinten voelt. Vroeger leefde ik ook het meest toe naar de spannende bladzijden. Durfde ik wel te kijken? – zoiets.’

Spotkleuren

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik poets niet weg dat ik ergens aan heb zitten werken. Dat nodigt kinderen uit om zelf te gaan tekenen én geeft het beeld een eigen status, los van de werkelijkheid. Bij mij moet een illustratie niet op iets echts lijken, maar me naar een andere, grafische plek brengen. Daarom werk ik zo graag met twee spotkleuren, dus niet in CMYK-druk waarbij een combinatie van stipjes een kleur vormt, maar met, zeg maar, een pot rood en een pot blauw die de drukker zo op het papier gooit. Ik vroeg net een subsidie aan om een tijdje te kunnen uitzoeken hoe werken met dríe spotkleuren nieuwe verhalen oplevert.’

Pärt of Purcell

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘De beste ontspanning voor mij is in de tuin met mijn handen in de aarde wroeten. Ik kan me ook verliezen in zingen, maar als ik gestrest ben, haal ik mijn hoogste sopraan-noten niet. Met ons koor repeteren we elke dinsdagavond: Poulenc, Purcell, Bach, Elgar... Klassieke muziek is ook het enige wat in mijn AirPods mag als ik aan het werk ben; niet-verhalende stukken zoals die van Arvo Pärt zijn het best. Mijn dirigent leidt trouwens ook het Haarlemse koor van Simon van der Geest, met wie ik al vijftien jaar samenwerk. Dat is ook écht samen: hij schrijft de tekst, maar laat de visuele uitwerking of toevoegingen aan mij – heel fijn.’

Pauw op de maan

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik zie ook direct beelden bij Evelien De Vliegers teksten, die dezelfde niet-wollige stijl en humor als Simon heeft. Zelf maak ik graag grapjes, dus het leukst vind ik tekenen voor kinderen vanaf zeven jaar omdat die al veel in de gaten hebben. Dan kan ik bedenken waar zij om moeten lachen en hoe ze zich daarin serieus genomen voelen. Als ik mijn eigen verhalen schrijf, geniet ik er het meest van om mijn karakters zodanig te ontwikkelen dat ik ze als een poppenspeler kan hanteren. Of zoals ik bij Au! een pauw en astronaut schetste en dan moest verzinnen waarom die vogel op de maan is geland. Heerlijke hoofdbrekerij!’

“Zelf maak ik graag grapjes, dus het leukst vind ik tekenen voor kinderen vanaf zeven jaar omdat die al veel in de gaten hebben. Dan kan ik bedenken waar zij om moeten lachen en hoe ze zich daarin serieus genomen voelen.”

Moet het niet grootser?

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Met name op de fiets kan ik extreme beslissingen nemen. Dan pas stap ik uit de flow en merk ik bijvoorbeeld dat mijn beelden me wel charmeren, maar het boek pas echt pit krijgt als ik een totaal andere stijl durf te integreren. Vroeger zou ik gedacht hebben: het is heus wel goed zoals het is, maar nu gun ik mezelf én lezers het maximale plezier. Ik twijfel ook niet meer of ik in een wereld waarin zoveel heftige dingen gebeuren, niet beter grotere gebaren moet maken dan blije boekjes uitbrengen. Tijdens corona viel iedereen terug op lezen en voorlezen, dus boeken zijn wel degelijk wat het leven te gek maakt. Onder andere.’ (lacht)



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest