In het atelier van Sassafras De Bruyn

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Sassafras De Bruyn in Sint-Amandsberg. 

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Honden in een bootje

Prutskes bij elkaar. Dat is waarschijnlijk de beste omschrijving voor het samenraapsel dat ik graag rond me heb als ik werk: een poppetje dat ik al heb zo lang ik mij kan herinneren, schelpen die ik ooit plastificeerde, een postkaart met daarop vier honden in een bootje. Dat soort hilarische, bizarre dingen helpen me om in een geïnspireerde stemming te komen. Ik neem ze dus zeker mee als we binnenkort verhuizen. Ik zal dit droomatelier op zolder missen, maar ook in het huis dat mijn vriend en ik gekocht hebben zal ik een aparte kamer hebben. ’s Avonds de deur kunnen dichttrekken is belangrijk als je thuis werkt.’

Een heel klein beetje oorlog

Het romantische beeld van tekenaars, waarbij de inspiratie gewoon komt aanwaaien, klopt natuurlijk niet. Het is een zoektocht en die vergt best veel. Bijna dagelijks ga ik van heerlijke hoogtes naar dramatische laagtes en terug. Het is soms echt een beetje oorlog, maar gelukkig ben ik nogal goed in mezelf streng toespreken: ‘Sas, je blijft rustig voortdoen’. Ik weet ondertussen dat dagen zonder duidelijk resultaat niet totaal verspild zijn. Ze helpen om erna sneller tot iets te komen. Mislukkingen toelaten en denken ‘Wat kan ik hiermee?’ zorgt er trouwens voor dat ik nieuwe dingen ontdek en me niet ga settelen. De dag dat ik dat wel doe, stopt het.’

Onder water

‘Op een goede dag valt de tijd stil. Het is alsof ik mijn hoofd onder water steek en in een andere wereld mag verdwijnen. Ik heb dat het meest als ik aan boeken werk, dus dat vind ik de leukste projecten. Als kind leefde ik al heel graag in verhalen en maakte ik samen met mijn broer en drie zussen hele grote tekeningen. Vandaag kruip ik nog graag weg in de situaties en personages die ik zelf creëer, maar dat doe ik niet omdat de wereld daarbuiten me ongelukkig maakt. De werkelijkheid triggert mij net. Vaak kijk ik naar iets en ga ik dat in mijn hoofd meteen uitvergroten of aanvullen.’

“Het romantische beeld van tekenaars, waarbij de inspiratie gewoon komt aanwaaien, klopt natuurlijk niet. Het is een zoektocht en die vergt best veel. ”

Japanse thee

‘Ik ben standvastig. Elke dag sta ik op, douch en ontbijt ik en zorg ik dat ik rond negen uur naar boven ga met thee. Sloten drink ik, het liefst losse, Japanse thee uit mijn zelfde blauwgroene beker. Als psychologische houvast misschien? Ik zet maar één beker per keer zodat ik telkens een nieuwe moet gaan maken. Daarna keer ik met een frisse blik terug naar mijn werk. Ik houd mijn tekeningen ook vaak voor de spiegel omdat me dan sneller onevenwichtigheden of te lege hoeken opvallen. Of ik zet ze wat verder weg op een kast of neem er foto’s van om te zien wat er nog in ontbreekt.’

Perfectionist

Ik werk heel organisch, ook in de keuze van mijn materiaal. Ik gebruik wat mij op het moment zelf het meest geschikt lijkt. Acrylverf heb ik wel altijd bij de hand, waarschijnlijk omdat die goed dekt en dus perfect is om mijn mislukte pogingen te overschilderen. Ik herbegin zelden op een nieuw blad, waardoor mijn tekeningen letterlijk een geschiedenis krijgen. Het zijn vaak de moeilijkst tot stand gekomen beelden waarover ik uiteindelijk het contentst ben, al ben ik nooit helemaal tevreden. Dat perfectionisme heb ik van mijn vader, een instrumentenbouwer. Het zorgt ervoor dat ik veel pieker, te veel misschien, maar ook dat ik mezelf blijf verder drijven.’

Bruegel en Bosch

Als ik echt vastzit, ga ik eventjes wandelen, cello spelen of op mijn hometrainer fietsen. Door lichamelijk bezig te zijn kun je soms losmaken wat er geestelijk vastzit. Een andere optie is kijken naar meesters als Bruegel en Bosch. Zij blijven me inspireren vanwege hun kleuren, hun licht en schaduw, hun houdingen. Ik googel ook graag op zoek naar bizarre, oude foto’s. Norse gezichten met veel zwartpartijen of bevreemdende achtergronden brengen me op verhalen. Ook van mijn eigen illustraties wil ik dat ze meerduidig en intrigerend zijn. Ze moeten vragen oproepen en gaan leven in het hoofd van de kijker.’

“Ik houd mijn tekeningen ook vaak voor de spiegel omdat me dan sneller onevenwichtigheden of te lege hoeken opvallen. Of ik zet ze wat verder weg op een kast of neem er foto’s van om te zien wat er nog in ontbreekt.”

Collageberg

Dat alles op mijn werkblad een vaste plaats heeft, geeft me een soort vertrouwen, vooral bij grote, overweldigende opdrachten zoals een prentenboek. Ik probeer dan rustig te blijven door te vertrekken van een basissfeer en op basis daarvan kleine spreads te schetsen. Vanuit dat globale verloop zie ik geleidelijk alles scherp worden. Het is zoals ik vroeger eerst mijn inhoudstafels blokte, anders was ik verloren. Wat ook helpt tegen de paniek van het witte blad is mijn collageberg. Die ligt altijd rechts van mij en bestaat uit snippers, ongebruikte tekeningen en vergeelde papieren. Die bieden me al meteen een beetje verhaal, ik moet niet meer alles zelf bedenken.’

Overdrive

Als ik een opdracht krijg, klinkt het in mijn hoofd: ‘Start!’. Mijn gedachten beginnen op volle toeren te draaien en ik kan het niet uitstellen om meteen ideeën neer te schrijven. Zeker na een gesprek met een auteur of uitgever over een nieuw boek ga ik gemakkelijk in overdrive door de adrenaline. Soms verloopt het ook moeizamer, hoor. Dan moet ik veel informatie opzoeken en tientallen schetsen maken voor ik kan beginnen. Maar hoe het ook loopt, de broedfase is altijd intensief. Het wordt vaak onderschat, alsof we gewoon moeten gaan zitten en snel even alles op papier zetten.’

Gedurfd

‘Vrij werk kan me letterlijk bevrijden. Bij wijze van pauze begin ik soms te tekenen zonder grenzen of verwachtingen. De verrassende resultaten herinneren me eraan dat ik ook bij opdrachten wat gedurfder mag zijn. Er is dan niet altijd tijd of ruimte om zot te doen, maar daardoor missen de beelden soms schwung. Jammer genoeg vind ik in normale werkweken weinig momenten om te experimenteren. Op reis lukt het wel. Dan neem ik mijn schetsboek mee en leg ik daarin herinneringen vast. Het is minder waarheidsgetrouw dan foto’s nemen, maar door het tactiele van een tekening en de mopjes of tekstballonnetjes die ik toevoeg, kan ik het moment achteraf beter herbeleven.’

“Vrij werk kan me letterlijk bevrijden. Bij wijze van pauze begin ik soms te tekenen zonder grenzen of verwachtingen. De verrassende resultaten herinneren me eraan dat ik ook bij opdrachten wat gedurfder mag zijn.”

Iedereen beroemd

Het waren vaak zware, persoonlijke verhalen waarbij ik tekeningen maakte in Iedereen beroemd (het Eén-programma, red.). Ik probeerde er altijd schoonheid in te brengen omdat die, op welke manier dan ook, kracht kan geven. De heftige reacties die ik vaak kreeg, deden me beseffen hoeveel ik als illustrator bij het publiek kan losmaken. Dat heb je minder als je een boek maakt. Ik moet wel opletten dat ik niet te veel van dit soort hartverscheurende opdrachten blijf aannemen. Ik ben vereerd dat ik ze mag doen, maar ik streef naar een evenwicht. Ik wil weemoed afwisselen met lichtheid, zwaarte met tederheid. Die nuances wil ik ook in mijn tekeningen allemaal aanraken.’



Deel dit artikel: