In het atelier van Emma Thyssen

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er - normaal gezien - foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Emma Thyssen in Antwerpen.

door Katrien Steyaert | illustraties: Emma Thyssen
© Emma Thyssen

Noot: door de coronamaatregelen mocht huisfotograaf Michiel Devijver niet op bezoek. Daarom maakte Emma Thyssen zelf illustraties bij het interview. De foto's van haar atelier, die nadien genomen werden, vind je onderaan!

Vitrine

‘Ik zat lang in een ivoren toren. Ik woonde samen met Dries (Otten, meubelontwerper, red.) en Flof, ons geadopteerd konijn, in een fantastische loft, maar ik had daar geen zicht op wat er op straat bewoog. Sinds we vorige zomer verhuisden, zit mijn atelier in de open gaanderij boven onze showroom. Van daaruit zie ik hoe passerende kinderen in onze vitrine naar mijn boeken staan te kijken. ‘Schaap, die ken ik!’, hoor ik dan – zalig. Ook schoon was het toen onze dierenarts me een foto stuurde van zijn dochter die de invulbladen van Voor mijn liefste opa inkleurde voor haar zieke opa. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen…’

Mopjes (met mate)

‘Het klinkt onnozel, maar het voelt alsof veel van mijn personages echt bestaan. Kabouter Korsakov, Schaap, Nelson: ik maak er reeksen over en kruip daarvoor heel hard onder hun vel. Het is altijd fijn ze terug te zien in een volgend verhaal, maar ik zou ook niet kunnen zonder nieuwe creaties. Bij de keuze voor een manuscript geven onvoorspelbaarheid en humor de doorslag, net zoals bij de keuze voor mijn lief en vrienden trouwens. Het zit ook in mijn karakter. Ik moet soms opletten dat ik een vergadering niet verstoor door té veel mopjes te maken, maar in tekeningen van mij kunnen niet genoeg grappige knipogen zitten.’

Klankbord

‘Schetsen tonen doe ik nooit. Ik maak ze wel – met een fijn potlood, waarna ik ze kopieer in zwarte stift en inscan om digitaal in te kleuren – maar ze aan iemand laten zien zou zijn alsof ik mijn bolognaisesaus laat proeven nog voor er iets van kruiden in zit. Veel collega’s posten nieuwe personages op Instagram, maar ik hou die liever geheim tot bij de lancering van het boek. Dries is natuurlijk wel een klankbord. Na een werkdag nemen we vaak onze ontwerpen door bij een aperitief. Omgekeerd is mijn dag pas goed begonnen als ik samen met Dries twee koffies heb gedronken op onze koer.’

“'Mijn schetsen aan iemand laten zien zou zijn alsof ik mijn bolognaisesaus laat proeven nog voor er iets van kruiden in zit.'”

Boterhammen aan het bureau

‘Ik ben zo’n zenuwachtig type dat ik niet naar het toilet stap, maar loop. Ook als ik lunch – meestal pas tegen drie uur omdat ik het in mijn focus vergat – kan ik dat niet rustig met een krantje erbij. Mijn boterhammen gaan mee naar mijn bureau, zodat ik daar zo rap mogelijk kan uitwerken wat ik in mijn hoofd heb en kan zien of dat marcheert. Het is nieuwsgierigheid, geen onzekerheid. De enige fase waarin ik soms struggle, is de opstart van een boek omdat ik dan alles nog moet ontwikkelen. Maar eens ik mijn sfeer en personages heb, komen de letters tot leven. Dat geeft zo’n euforie – daarvoor doet elke tekenaar het toch?’

70 cactussen

‘Een tekening moet een beetje vechten, vind ik, er moet spanning in de bladspiegel zitten. Als ik twijfel of dat wel zo is, spiegel ik het beeld in Illustrator, en als daaruit blijkt dat het niet in zijn haak zit, gaat het er sowieso uit. Ik weeg niet meer eindeloos af zoals vroeger, toen ik 70 cactussen tekende voor ik de juiste kon kiezen. Met de ervaring kwam ook meer durf om met de vuist op tafel te slaan. Een uitgever is superbelangrijk, maar ik zal die nooit zomaar volgen. Misschien ben ik daardoor niet de gemakkelijkste, maar als ik bijvoorbeeld sta op een specifiek soort rood, dan eis ik daarin mijn vrijheid op.’

Spetters

‘Ik bouw graag een band op met uitgevers en auteurs omdat je dan niet meer op kousenvoeten met elkaar moet omgaan en ik daardoor als illustrator dieper kan gaan. Voor Laika Kosmoheld hadden Kim Crabeels en ik op voorhand heel open besproken dat ik met minimale middelen de ruimte en planeten wilde afbeelden. Uiteindelijk ging ik met een tandenborstel en een rasp gelijk een kleuter verfspetters maken. Zowel Kim als ik bleken die heel bruikbaar te vinden als sterren. Toen ik dan later hoorde dat kinderen dat ook vinden en dat Laika Kosmoheld soms hun lievelingsboek is, was dat voor mij het grootst mogelijke compliment.’

“De enige fase waarin ik soms struggle, is de opstart van een boek omdat ik dan alles nog moet ontwikkelen. Maar eens ik mijn sfeer en personages heb, komen de letters tot leven. Dat geeft zo’n euforie – daarvoor doet elke tekenaar het toch?”

De puzzel leggen

Deadlines gaan me goed af. Onlangs kreeg ik op dinsdag de opdracht om een bordspel te illustreren en op vrijdag moest het naar de drukker. Dankzij mijn vrije leven, zonder kinderen, kan ik voor zo’n zotte deadline gaan. En de voldoening als ik die dan haal – waw. Nog leuker dan het tekenen zelf vind ik daarbij het leggen van de puzzel van inhoud en vorm. Dat ik nu overleef als 100 procent zelfstandige is omdat ik naast het illustreren ook de lay-out van opdrachten voor mijn rekening kan nemen. Bij mijn boeken bepaal ik sowieso altijd zelf het samenspel van beeld, tekst en lettertype. Dat vormt voor mij één geheel.’

Artline

‘Als ik in de winkel bezwijk voor kleurpotloden of aquarellekes is dat voor vrij werk. Voor wat naar de drukker moet, wijk ik niet af van mijn vaste methode: ik trek mijn klare lijn altijd met mijn Artline- of penseelstiftje, altijd op dezelfde soort papier, het gladste dat er bestaat, waardoor ik haperingen of spatjes vermijd. Maar hoezeer papier ook mijn habitat is, soms is het plezant om ervan weg te wandelen, om eens groter dan het boekformaat te werken of op textiel te drukken. Toen ik kindercollecties voor JBC ontwierp, smokkelde ik daar wel weer verhalen in, alsof ik wou zeggen: alles begint toch in de boekenwereld.’

Toekan

‘Hopelijk klinkt het niet egocentrisch, maar ik vind het belangrijk om in mijn atelier bordkartonnen versies van mijn personages en vertalingen van mijn boeken te zien staan. Als ik ze passeer, weet ik weer waarvoor ik gas geef. Ook de andere objectjes rond mij geven mij goesting en vrolijkheid: een plezante toekanlamp, kaartjes van vrienden, het boek Moek gaat op wereldreis van Marc Boutavant, dat zo goed is dat het me blijft motiveren. Op de achtergrond speelt altijd Radio 1, zodat ik dagelijks kan meedoen aan de muziekquiz De klankcarrousel. In al die jaren kon ik al twee keer het juiste antwoord raden.’ (lacht)

“Ik bouw graag een band op met uitgevers en auteurs omdat je dan niet meer op kousenvoeten met elkaar moet omgaan en ik daardoor als illustrator dieper kan gaan. ”

Koersen en oesters

‘Als ik vastzit, bijt ik door de bittere pil omdat ervan weglopen me alleen maar slechtgezinder maakt. Dat altijd productief willen zijn, komt waarschijnlijk voort uit een katholiek schuldgevoel, maar het vraagt teveel energie om tegen je eigen karakter te vechten, vind ik. Ik ben trouwens even goed in mezelf belonen. Met Dries ga ik graag rondtoeren op de koersfiets en daarna genieten van wijn of een oester. We bezoeken ook bijna elk weekend een tentoonstelling en maken daar graag een uitstap met vrienden van. Dan word ik zowel artistiek als sociaal gevoed. Op dat soort cadeaus aan mezelf zal ik nooit gierig worden.’



Deel dit artikel: