Peiling brengt voorleesgedrag van Vlamingen in kaart

71% van de ouders met kinderen jonger dan dertien jaar blijkt voor te lezen. Moeders lezen iets vaker voor, al zit het aantal voorleespapa’s in de lift. Dat voorlezen een fijn moment is, blijkt de grootste reden om voor te lezen. Al deze resultaten komen uit een nieuwe voorleespeiling die Iedereen Leest liet uitvoeren naar aanleiding van Voorleesweek.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Indiville, collectief voor onderzoek en advies over maatschappij, politiek en media, voerde in opdracht van Iedereen Leest een peiling uit in oktober. Meer dan 1.000 volwassen Vlamingen vulden een online enquête in. Die responsgroep is representatief op vlak van geslacht, leeftijd en werkstatuut. Iets meer hoger opgeleiden vulden de bevraging in. Ongeveer een op drie respondenten heeft nog kinderen jonger dan achttien jaar, maar ook grootouders en ouders met volwassen kinderen namen deel aan de peiling. De resultaten schetsen een actueel beeld over het voorleesgedrag van Vlamingen, maar voor verklaringen is verder onderzoek noodzakelijk.

Voorlezen

“Maar liefst 9 op 10 Vlamingen leest voor aan kinderen tussen 2 en 5 jaar, 71% leest voor aan kinderen jonger dan 2 jaar en 58% aan kinderen tussen 6 en 12 jaar. Bij kinderen tussen 13 en 18 jaar slinkt dat naar 6%.”

De cijfers over voorlezen zijn overwegend positief: voorlezen lijkt wel degelijk ingeburgerd te zijn bij veel ouders. Een kwart van de bevraagden heeft inwonende kinderen jonger dan achttien jaar. Wat opvalt, is dat er vooral wordt voorgelezen aan kinderen tussen twee en vijf jaar door maar liefst negen op de tien Vlamingen. 71% leest voor aan kinderen jonger dan twee. Ook dat is een mooi cijfer: het geeft aan dat de boodschap rond vroeg beginnen met voorlezen zeker weerklank krijgt.

'Wordt er in je gezin regelmatig voorgelezen?' - Bron: voorleespeiling Iedereen Leest

Eens kinderen zelf leren lezen, nemen de voorleesmomenten af: 58% van de bevraagde ouders leest voor aan hun kinderen tussen zes en twaalf jaar. Eens kinderen ouder zijn dan dertien jaar, slinkt dat naar 6%. Iets minder dan de helft van ouders met minderjarige kinderen leest niet voor aan hun kroost – al valt dit deels te verklaren doordat hun kinderen ouder zijn dan dertien jaar. 86% van die helft zegt vroeger wel te hebben voorgelezen aan hun kinderen. Kijken we ten slotte enkel naar gezinnen met kinderen jonger dan dertien jaar, leest 71% van de bevraagde ouders voor.

Hoe vaak lezen ouders dan voor? Aan kinderen tussen twee en vijf jaar wordt het vaakst voorgelezen: 57% van de ouders leest dagelijks voor, 27% minstens een keer per week. Bij baby’s en peuters komen die getallen op 39% (dagelijks) en 28% (minstens een keer per week) te liggen. Opnieuw zien we een afname in de voorleesfrequentie bij kinderen tussen zes en twaalf jaar (28% dagelijks, 18% minstens een keer per week).

Wie leest er voor, en wie neemt het initiatief?

Ook interessant om weten, is wie er voorleest aan de kinderen. Moeders lezen iets vaker op regelmatige basis voor (53% van de ondervraagde moeders) dan vaders (34%). Bij ouders met kinderen jonger dan twaalf jaar verkleint die kloof: 43% van de vaders leest hen regelmatig voor tegenover 56% van de moeders. Het aantal voorleespapa’s groeit dus gestaag. Bij 16% van de regelmatig voorlezende gezinnen neemt een oudere broer of zus wel eens de taak van voorlezer op zich. Kortgeschoolde volwassenen blijken iets minder voor te lezen, maar deze correlatie is heel laag – wellicht valt dit te verklaren door het aandeel grootouders zonder diploma hoger onderwijs. Grootouders zijn trouwens ook fervente voorlezers: 68% van de grootouders in deze peiling leest voor aan hun kleinkind(eren).

'Wie kiest het boek dat wordt voorgelezen?' - Bron: voorleespeiling Iedereen Leest

Fijn ook om weten is dat bij 81% van de gezinnen waar regelmatig wordt voorgelezen, het kind of de kinderen zelf vragen om voorgelezen te worden. Bij diezelfde gezinnen geeft meer dan de helft (55%) aan dat het kind zelf doorgaans kiest welk boek of verhaal er wordt voorgelezen. Bij haast een op drie is het een combinatie van het kind of de voorlezer die een boek kiest. Bij 8% selecteert de voorlezer meestal een boek of verhaal, 5% zegt dan weer dat de voorlezer altijd samen met het kind (of de kinderen) beslist welk verhaal er wordt voorgelezen.
 

Wanneer wordt er voorgelezen, en waarom?

‘Een verhaaltje voor het slapengaan’ blijkt nog steeds erg populair: 64% van de respondenten die voorlezen, zegt het vaakst voor te lezen voor het slapengaan. Bijna een op drie geeft aan dat er geen vast moment is, bij 14% is dat vooral op vakantie. 7% leest voor na school, en 2% leest ook ’s ochtends voor. Een vast moment inbouwen om voor te lezen, helpt om er een gewoonte van te maken.

'Wat zijn voor jou de belangrijkste redenen om voor te lezen?' - Bron: voorleespeiling Iedereen Leest

Een van de belangrijkste vragen uit de peiling is misschien wel waarom ouders voorlezen aan hun kinderen? Hieronder vind je de voornaamste redenen bij gezinnen waar vaak wordt voorgelezen, respondenten konden meerdere antwoorden selecteren.

Het fijne, verbindende aspect van voorlezen blijkt dus voor veel mensen de voornaamste reden om voor te lezen. Pas op de derde plaats zien we een eerder rationele reden, namelijk de taal- en leesontwikkeling van kinderen stimuleren.

Respondenten die aangaven niet (meer) voor te lezen aan hun kind of kinderen, somden volgende voornaamste redenen op:

  • Het kind is / de kinderen zijn daar te oud voor geworden (68%);
  • Kinderen vragen er niet zelf naar (30%);
  • Kinderen lezen liever zelf (24%);
  • Geen tijd om voor te lezen (10%).
“Voorlezen is wel degelijk een vast ritueel bij veel van de ondervraagde gezinnen. Het fijne, verbindende aspect van voorlezen blijkt voor veel mensen de voornaamste reden om voor te lezen.”

Voorlezen is dus wel degelijk een vast ritueel bij veel van de ondervraagde gezinnen. Nemen die gezinnen met kinderen jonger dan achttien jaar ook deel aan voorleesactiviteiten in de bib, boekhandel of elders? Ouders blijken vooral naar voorleesactiviteiten te gaan als de kinderen tussen twee en vijf jaar zijn (31% van de ouders met minderjarige kinderen).
Iets minder dan 1 op 4 neemt hun baby of peuter mee naar voorleesactiviteiten.

Grootouders, nonkels, tantes of vrienden

Iets meer dan een kwart van de bevraagden in deze peiling zijn grootouders. Bij deze grootouders leest 20% voor aan kleinkinderen jonger dan twee jaar, 44% aan kleinkinderen tussen twee en vijf jaar, en 33% aan kleinkinderen tussen zes en twaalf jaar. Slechts 1% van de grootouders leest voor aan hun kleinkinderen tussen dertien en achttien jaar. Een op drie leest niet voor aan hun kleinkinderen, bij de helft hiervan werd er vroeger wel voorgelezen aan de kleinkinderen.

Aan respondenten zonder kinderen (38%) werd gevraagd of zij wel eens voorlezen aan kinderen van familie of vrienden: haast een op drie antwoordt ja. Vooral wie vroeger zelf werd voorgelezen (40%), blijkt de voorleespassie als volwassene door te geven.

'Waar haal je de boeken of verhalen die je voorleest?' - Bron: voorleespeiling Iedereen Leest

Voorleesboeken

De helft van de voorlezende respondenten (53%) koopt zijn of haar voorleesvoer in de boekhandel. Een kleine helft (45%) haalt ze op in de bibliotheek. Een op drie leent of krijgt voorleesboeken van vrienden of familie. 20% van de voorlezers koopt online hun voorleesboeken. En nog een interessant weetje: 16% van de voorlezers verzint zelf verhalen. Ben je zelf op zoek naar leuke voorleesboeken, neem dan ook eens een kijkje op de site van Voorleesweek en Boekenzoeker.
 

Eigen leesgedrag

Er werd ook gepeild naar het eigen leesgedrag van de respondenten. Iets minder dan de helft nam de voorbije maand een fictie (46%) of non-fictie (43%) boek ter hand, ongeveer een op vier las het voorbije jaar geen fictie of non-fictie. Strips of beeldverhalen werden de voorbije maand door ongeveer een kwart Vlamingen gelezen, een op tien las de voorbije maand dan weer een dichtbundel of poëzie. Dezelfde cijfers keren terug bij het gebruik van audioboeken (12%) en van podcasts over boeken (10%).

'Hoe graag lees je zelf boeken voor je plezier?' - Bron: voorleespeiling Iedereen Leest

Een op drie van de respondenten geeft aan heel graag te lezen (een score van ten minste 9 op 10), 30% leest graag (een score van 7 of 8 op 10) en 26% loopt iets minder warm voor lezen (een score minder dan 7 op 10). Vrouwen lezen liever dan mannen, en het leesplezier stijgt ook lichtjes naarmate men ouder wordt. Ook wie een diploma hoger onderwijs op zak heeft, lijkt iets liever te lezen. 29% geeft aan dagelijks voor het plezier of als ontspanning te lezen en een op vier doet dat minstens een keer per week. 70% verkiest voor het papieren boek, 11% leest voornamelijk digitaal en 9% combineert papieren en digitale boeken.

Een op drie respondenten haalt zijn leestips ofwel in de bibliotheek, ofwel in de boekhandel, ofwel via sociale media. De helft laat zich inspireren door recensies in kranten of magazines. De grootste leestips komen echter van familie, vrienden of kennissen (60%). 47% leent regelmatig boeken uit in de bib, 35% geeft aan dit nooit te doen.
54% koopt frequent zijn leesvoer in een boekhandel, 17% doet dit nooit.

Lezers maak je samen

Deze resultaten over het voorleesgedrag geven een positief signaal: veel ouders, grootouders en zelfs volwassenen zonder kinderen lezen voor. Slechts één op drie ouders geeft echter aan dat ze ook door de school of het kinderdagverblijf worden aangemoedigd om voor te lezen. Daar is zeker nog groeimarge. Tijdens deze Voorleesweek focust Iedereen Leest daarom extra op ouderbetrokkenheid. Als ouders een actieve leesopvoeding voeren, is de kans vijf keer zo groot dat hun kind uitgroeit tot een lezer. Het netwerk rond de ouders (zoals bibs, scholen en kinderdagverblijven) kan hen hierbij op verschillende manieren ondersteunen. Met de slogan ‘Lezers maak je samen’, roept Iedereen Leest hen dan ook op om dit te doen.

Bekijk de belangrijkste bevindingen van de voorleespeiling in volgend filmpje:



Deel dit artikel:

Contact
Kennismedewerker onderzoek, impact en beleid