Voorlezen in de klas: weg met de drempels

In een ideale wereld is het iedere week Voorleesweek in de klas. De meeste leerkrachten ontdekken snel dat voorlezen belangrijk én plezierig is. Maar het is niet altijd evident om tijd vrij te maken voor voorlezen tijdens drukke lesdagen. En waarom nog energie steken in voorlezen als kinderen zelf al kunnen lezen? Plus: hoe begin je eraan? Deze tips helpen je alvast op weg.  

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Eerste hulp bij voorleesvrees

Voorlezen is gaan zitten, een boek pakken, en – simpel - beginnen voorlezen. Dat lijkt heel eenvoudig, maar het is toch ook wel een beetje eng. Niet elke leerkracht voelt zich even zeker als voorlezer. Voor wie koudwatervrees voelt, kunnen deze vijf simpele tips helpen.

1. Kies een passend boek

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

De keuze aan voorleesverhalen is groot: prentenboeken, verhalenbundels, poëzie, jeugdromans … En vergeet natuurlijk de klassiekers niet. Je kan een boek kiezen dat aansluit bij een thema dat je behandelt: je vindt makkelijk boeken rond verschillende onderwerpen: een prentenboek over de herfst, een historische roman over het Romeinse Rijk … Laat je eventueel helpen door een boekhandelaar of bibliotheekmedewerker. Een boek kan bovendien het begin zijn van een klasgesprek of een creatieve opdracht. Het kan kinderen daarnaast prikkelen om zelf te beginnen lezen. Gebruik dus gerust eens een voorleesfragmentje als ‘teaser’.

2. Lees zelf voor of laat het door anderen doen

Als leerkracht ben je de beste voorleesambassadeur. Als jij enthousiast voorleest, dan nemen je leerlingen dat enthousiasme over. Maar ook andere stemmen zijn leuk: nodig eens collega’s, ouders of bekende voorlezers uit op school. Leerlingen kunnen elkaar ook af en toe eens voorlezen. Bereid zo’n voorleesmomenten samen voor, kies samen titels uit en experimenteer met een aantal voorleestechnieken. Dat geeft vertrouwen.

3. Creëer een goede voorleessfeer

Zorg voor aangename leesplekken op school. Een rustige, gezellige omgeving is ideaal voor een geslaagd voorleesmoment. Met eenvoudige ingrepen kan je in de klas, in de schoolbib of zelfs gewoon in de gang makkelijk een knusse leeshoek maken. Dat hoeft zeker niet duur te zijn. Of kies eens een ongewone plek die aansluit bij het onderwerp van een boek. Trek bijvoorbeeld het park in met een boek over bomen. Haal ook boeken in de klas en stal ze mooi uit. Een omgeving met veel boeken doet (voor)lezen.

4. Vergeet de oudere leerlingen niet

Voorleesplezier is voor jong en oud. Het lijkt logisch om vooral aan jonge kinderen voor te lezen. Maar ook wie zelf al kan lezen, wil best nog voorgelezen worden. Zeker voor kinderen die moeite hebben met (zelf) lezen, is luisteren naar verhalen ontspannend. Wanneer ze voorgelezen worden, kunnen ze ook boeken aan met een meer uitdagende woordenschat en verhaallijn. Je kan immers altijd een extra woordje uitleg geven. Stop dus zeker niet met voorlezen van zodra kinderen in het eerste leerjaar zitten.

5. Hoe vaker, hoe beter

Maak van voorlezen in de klas een vast ritueel. Hoe vaker je het doet, hoe meer leesplezier je doorgeeft. Begin of eindig de les, de dag of de week met een stukje voorlezen. Boeken kan je aan elke les koppelen, en passen perfect bij projecten en themadagen. Tijdens de Week tegen Pesten kan je bijvoorbeeld zeker een goed verhaal bovenhalen. Beperk voorlezen dus niet enkel tot de Voorleesweek.

Ook in het secundair?

“Voorlezen kan ook voor jongeren een rustmoment zijn tijdens een drukke lesdag: ze kunnen even achteroverleunen en genieten van een verhaal”

Het wordt keer op keer gezegd: voorlezen kan voor jong en oud. Maar hoe doe je dat in de praktijk, voorlezen aan oudere kinderen en jongeren? Willen (pre-)pubers nog wel rustig naar een verhaal luisteren in de klas? Een tip: probeer het gewoon. Voorlezen kan ook voor hen een rustmoment zijn tijdens een drukke lesdag: ze kunnen even achteroverleunen en genieten van een verhaal. Begin of eindig de les bijvoorbeeld met een gedicht, een column of een spannend kortverhaal. Illustreer een geschiedenisles met een stukje historische fictie. En aarzel vooral niet om – waar en wanneer dan ook – een fragment voor te lezen uit een boek waar je op dat moment zelf enthousiast over bent. Of zet eens goed luisterboek op (waarom niet tijdens de les plastische opvoeding?). Niets wekt bovendien zoveel enthousiasme als een auteur uitnodigen die voorleest uit zijn of haar eigen werk. Bij het Vlaams Fonds voor de Letteren kan je daarvoor ondersteuning vragen. 

De leerlingen kunnen natuurlijk ook zélf voorlezen. Er zijn tal van mooie projecten waarbij leerlingen uit het secundair gaan voorlezen in een lokaal kinderdagverblijf, woonzorgcentrum of op de kleuterschool. Zo geven zij op hun beurt voorleesplezier door.

Een vaste traditie

Als je eenmaal over deze voorleesdrempels raakt, gaat het eigenlijk vanzelf. Dan raap je de boeken en fragmenten zo op, dan is er snel een paar minuten (of een kwartier) gevonden, dan gaan boeken en verhalen de leerstof als vanzelf verpersoonlijken. Dan is voorlezen geen klus die er nog bij komt, maar iets dat de dagen rust en kleur geeft.


Deel dit artikel: