Pakkende plaatjes: de strip als volwaardig leesbevorderaar

Strips kampen vaak met harde vooroordelen: te kinderlijk, het zijn maar prentjes, minderwaardig leesmateriaal, taalarm, niet leesbevorderend … Toch kent de strip als medium een lange traditie in Vlaanderen en daarbuiten. Strips worden massaal gelezen door kinderen én volwassenen, en hebben wel degelijk veel in hun mars om lezen te bevorderen.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Niet in één (teken)hokje

Halfweg de 19de eeuw zag de strip haar levenslicht in de vorm van in kranten gepubliceerde spotprenten. Later evolueerde ze tot korte beeldstroken en groeide ze uit tot langere verhalen in albumvorm. Strips lieten zich nooit makkelijk definiëren. Zo zijn strips enerzijds een voorbeeld van een beeldende kunstvorm met hun talrijke illustraties. Anderzijds bevatten ze ook een uitgeschreven verhaallijn met tekst, waardoor ze tot literatuur worden gerekend. Sommige strips zijn dan ook een samenwerking tussen een scenarist die de verhaallijn verzorgt en een tekenaar als beeldend kunstenaar.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Naast deze spreidstand behelst ‘de strip’ als medium nog verschillende versies. De comics uit de Verenigde Staten kenmerkten zich als een doorlopende serie van vervolgverhalen die met een vaste regelmaat verschenen. Helden als Superman en Batman verschijnen in dergelijke comics eind jaren 30 van de vorige eeuw ten tonele. Tijdens de tweede helft van de 20ste eeuw laat een Japanse variant onder de noemer manga zich gelden. De typische tekenstijl van manga waait dankzij geanimeerde televisieprogramma’s begin jaren 2000 al snel over naar Europa en Amerika.

Bovenstaande broertjes van de strip vallen nog steeds onder de noemer ‘stripverhaal’. Daarnaast bestaat er ook de striproman, in het Engels beter bekend als de graphic novel. Dit neefje kenmerkt zich door complexere verhaallijnen en richt zich al sneller tot volwassenen. Al blijft het balanceren op een slappe koord: zo bekoort de stripreeks De Kiekeboes veel volwassenen en kan je De aankomst van Shaun Tan als graphic novel evenzeer samen lezen met kinderen.

Van de spotprent die in één tekenhokje paste, liet de strip zich als medium uittekenen in verschillende vormen en stijlen.

Chocolade, frieten, bier en strips

Hergé, Willy Vandersteen, André Franquin, Marc Sleen, Jef Nys, Merho, Peyo, Morris, Dupa … De lijst met geestelijke vaders van Belgische stripfiguren is lang. Zonder hen geen Kuifje, Suske of Wiske, Rode Ridder, Guust Flater, Robbedoes of Kwabbernoot, Nero, Jommeke, Kiekeboe, de Smurfen, Lucky Luke of Dommel. Velen van hen kan je terugvinden op de Striproute in Brussel. Naast chocolade, frieten en bier mag België de strip tot een waardig exportproduct rekenen. De vermelde opsomming doet vermoeden dat de gerenommeerde Belgische stripwereld een mannenbastion is. In 2016 ijverden enkele politici en tekenaars om meer vrouwelijke striptekenaars op te nemen in het Brusselse stripparcours, met creaties van onder meer Judith Vanistendael, Eva Mouton en Ilah.

Van vele Belgische stripreeksen werden intussen ook spin-offs gecreëerd zoals Amoras, Fanny K, Jomme of Urbanus en F.C. De Kampioenen, wiens oorsprong niet bij het stripmedium ligt. Wie verder wil duiken in de rijke Belgische stripcultuur, kan terecht bij het Stripmuseum in Brussel waar talloze stripfiguren tot leven komen in permanente en tijdelijke tentoonstellingen. Of neem deel aan het driedaagse Stripfeest dat in 2020 aan haar elfde editie toe is. Twee keer per jaar verschijnt ook de Stripgids, met talloze interviews, recensies en voorpublicaties.

Vlamingen verslinden strips

“Heel wat mensen in dit land, en zeker jongeren, lezen strips – als graadmeter kan bijvoorbeeld gelden dat strips al jaren de top 10-lijstjes van de meest verkochte boeken aanvoeren.”

Het onderzoek naar Koop-, leen- en leesgedrag in Vlaanderen (2011) stelde vast dat – binnen de categorie fictie – strips op een derde plaats staan van wat de Vlaming leest (29%), na literatuur (59%) en spannende boeken (53%). Verder blijkt dat mannen iets vaker naar strips grijpen. De voorbije jaren schommelde het aandeel van strips binnen de gehele boekenverkoop in Vlaanderen rond de 6 à 7%, zo blijkt uit cijfers van koepelorganisatie Boek.be. “Heel wat mensen in dit land, en zeker jongeren, lezen strips – als graadmeter kan bijvoorbeeld gelden dat strips al jaren de top 10-lijstjes van de meest verkochte boeken aanvoeren,” zo getuigt Roel Daenen van erfgoedorganisatie FARO – en tevens hoofdredacteur van Stripgids – in een artikel over strips als Belgisch erfgoed.

Ook in de openbare bibliotheken worden strips vaak ontleend door jongeren. Zo berekende de Vlaamse Overheid via de BIOS-gegevens dat elke strip in alle bibliotheekcollecties in 2015 gemiddeld 5,25 keer werd uitgeleend. Bij volwassen ligt dit gemiddelde iets lager, namelijk 2,14 keer. Jeugdcollecties – voor jonge mensen tot vijftien jaar – in bibliotheken bevatten in verhouding meer strips (bijna 15% van het aanbod) dan de collectie voor volwassenen (iets meer dan 5%).

Strips zijn dus een gevestigde waarde: het aanbod is groot en divers, en ze maken deel uit van onze leescultuur. Sceptici menen echter dat strips – waaronder ook graphic novels – niet erg literair of taalrijk zouden zijn, laat staan leesbevorderend. Ze worden soms verguisd als stimuli voor leesluiheid. Dergelijke opvattingen doen afbreuk aan de specifieke waarde van strips.

Beeldgeletterdheid

In het atelier van striptekenaar Pieter De Poortere © Michiel Devijver | Iedereen Leest

Strips onderscheiden zich met andere literaire werken door beelden en illustraties met tekst als basis te nemen voor het verhaal dat ze vertellen. In een maatschappij waar visuele beelden een steeds prominentere rol spelen – probeer maar eens sociale media voor te stellen zonder visuals – is het zinvol om via strips aan beeldgeletterdheid te werken. Strips zorgen ervoor dat kinderen en jongeren bewust in aanraking komen met beelden. Als lezer geef je een bepaalde betekenis aan een beeld. Met andere woorden: je leest een beeld, net zoals bij prentenboeken – nog zo’n genre of medium waar Vlaanderen in uitblinkt. Mediawijs stelde een dossier samen rond beeldgeletterdheid, met allerlei voorbeelden om kinderen kritisch te leren kijken naar beelden.

Strips bevatten een zekere gelaagdheid in hun beelden en verhaal. Wie in sneltempo een strip of graphic novel leest, zal wellicht enkele (literaire) interpretaties missen of over details heen kijken die strategisch in beeld worden gebracht door de tekenaar. Denk maar aan de dierensymboliek in Art Spiegelmans Maus of aan de rijk geïllustreerde wafelenbak op het einde van elk Nero-stripalbum. Stripreeksen kunnen ook inhoudelijke verbanden leggen tussen hun albums en werken met terugkerende beelden of strippersonages die eerder in de marge verschijnen, zoals de dame met een rode trui die in haast alle Kiekeboe-albums voorkomt maar geen sprekende rol heeft.

Meervoudige geletterdheid

Dale Jacobs, professor aan University of Windsor, gaat zelfs een stap verder en noemt strips ‘multimodale teksten’: wie een strip leest, schakelt een complex mentaal proces in waarbij de lezer visuele, spatiale en tekstuele componenten inschakelt om het verhaal te begrijpen. Strips vereisen dan ook een erg actief leesproces en mogen hierdoor niet zomaar als ‘een tussenstapje’ gezien worden naar literatuur. Strips zijn een volwaardig en op zich staand medium die een meervoudige geletterdheid stimuleren bij de lezer. “Graphic novels assist with teaching literary appreciation and they are a fun and eye-catching way to lead a youngster down the path to lifelong reading,” stelt Mary Jane Heany, onderzoekster aan Walden University Minneapolis.

“Strips vereisen een erg actief leesproces en mogen hierdoor niet zomaar als ‘een tussenstapje’ gezien worden naar literatuur. Ze zijn een volwaardig en op zich staand medium die een meervoudige geletterdheid stimuleren bij de lezer. ”

Net zoals bij fictionele romans verdienen strips dus een aandachtige lezing. Want ook strips kunnen leiden tot allerlei positieve effecten van lezen. Kinderen kunnen hierbij de helpende hand van de volwassene gebruiken. Jan Cumps en Kurt Morissens tonen in hun boek Laat ze strips lezen! hoe leerkrachten en bibmedewerkers de jongere lezer kunnen begeleiden in hun striplectuur. Interactie creëren door te praten over de illustraties en het verhaal leidt tot een beter begrip.

Toegankelijk en laagdrempelig

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Het visuele formaat van strips is aantrekkelijk en toegankelijk voor lezers van alle leeftijden, en ook voor lezers die iets minder sterk zijn in hun leesvaardigheid. Vanuit het beeldende aspect worden ze toegeleid naar het verhaal en lezen ze kortere tekstfragmenten. Waar boeken met langere tekstfragmenten deze lezers net zouden kunnen afschrikken en een negatieve leesattitude stimuleren, kunnen strips net het middel zijn om de intrinsieke leesmotivatie bij kinderen en jongeren te bevorderen, zeker bij de overgang naar het secundair onderwijs waar vaak een ‘leesdip’ ontstaat. En zoals eerder al werd aangegeven, ontstaat er een complex proces tijdens het lezen van strips, waarbij de lezer ook tekstuele informatie codeert. Dat helpt de jonge lezer om stapsgewijs ook complexere teksten en verhaallijnen te begrijpen.

Daarnaast zijn strips overal terug te vinden: niet enkel in de bibliotheek, op school of in de klas, in de boekhandel of de dagbladwinkel, maar ook in de wachtkamer van een dokterspraktijk, bij jeugdverenigingen en jongerenorganisaties … Strips en graphic novels zijn in deze mate een erg toegankelijk en laagdrempelig medium dat nog niet ten volle benut wordt binnen leesbevordering.

Uitgebreid kwalitatief en thematisch aanbod

Een voorwaarde om strips als middel tot leesmotivatie en leesvaardigheid in te zetten is, net zoals bij kinder- en jeugdboeken, een kwalitatief aanbod met rijke taal en beeld. Door zelf in het stripaanbod te duiken, merk je al snel bepaalde verschillen op tussen stripreeksen of graphic novels. Wie door de bomen het bos niet meer ziet, kan een gecureerde suggestielijst met vernieuwende strips en graphic novels vinden op Boekenzoeker. Tijdens Jeugdboekenmaand voorziet initiatiefnemer Iedereen Leest telkens een thematische suggestielijst waarin sinds enkele jaren ook bewust strips worden opgenomen.

Sommige romans zijn intussen ook als strip of graphic novel verschenen. Bij deze ‘verstripping’ kan het verhaal in stripvorm misschien een groter publiek aanspreken, of kan er in de klas een vergelijking tussen de strip en het boek tot stand komen. Enkele voorbeelden van ‘verstripte’ romans of theaterstukken zijn Het dwaallicht (Willem Elsshot en Dick Matena), Dracula (Bram Stoker en Russel Punter), Hamlet en  De Tragedie van Koning Lear (William Shakespeare, Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henksen) of Turks fruit (Jan Wolkers en Dick Matena).

“Strips dragen bij tot cultuureducatie, maar kunnen ook in niet-taalvakken op school een middel zijn om een thema in te leiden. Ze schuwen ook de iets moeilijkere thema’s uit onze samenleving niet.”

Net zoals bij fictie of verhalende non-fictie, leggen strips soms mooie verbanden naar thema’s  zoals (kunst)geschiedenis, sport, muziek, aardrijkskunde, wetenschappen … Strips dragen op die manier bij tot cultuureducatie, maar kunnen ook in niet-taalvakken op school een middel zijn om een thema in te leiden. Ten slotte schuwen strips en graphic novels de iets moeilijkere thema’s uit onze samenleving niet: over autisme, pesten, de holocaust, wereldoorlogen, migratie, ziektes … Ook hier kunnen strips helpen om deze thema’s uit de leefwereld van kinderen en jongeren aan te kaarten. Roel Daenen, de eerder geciteerde redacteur van Stripgids, verwoordt het in HUMO als volgt: “Welke strips dragen bij tot een beter geestelijk welbevinden? In vorige nummers [van de Stripgids, red.] hebben we het ook al gehad over strips en #metoo, geld, pornografie enzovoort. Om maar te zeggen: er zit meer in strips dan algemeen wordt aangenomen.”


Deel dit artikel:

Contact
Boekenzoeker | Kennismedewerker jeugdliteratuur