Hoe bevorder je intrinsieke leesmotivatie?

Leesmotivatie is een cruciale hefboom om van kinderen en jongeren levenslange lezers te maken. Een intrinsieke motivatie ligt aan de basis van een positieve leesspiraal: wie lezen leuk vindt, wil opnieuw en meer lezen. Zo word je beter in lezen, met opnieuw meer leesplezier tot gevolg. Drie psychologische basisbehoeften bevorderen de intrinsieke leesmotivatie.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Leesplezier en leesmotivatie hebben een sterk effect op het leesgedrag van een kind en jongere worden vaak met elkaar gelijkgesteld. Leesplezier is echter een van de vele drijfveren voor kinderen en jongeren om vaker te lezen. Leesmotivatie is een complexer begrip dat cruciaal is voor een effectieve leesbevordering.

Extrinsiek of intrinsiek

Als kinderen lezen om een bepaald doel te behalen – zoals goede punten op school, of omdat het verplicht is – worden zij extrinsiek gemotiveerd om te lezen. Extrinsieke leesmotivatie zet weinig zoden aan de dijk. Soms leidt ‘moeten lezen’ zelfs tot averechtse effecten of een negatieve leesspiraal: hoe minder plezier kinderen beleven aan lezen, hoe lager hun leesmotivatie en -frequentie. Dat verhoogt dan weer de kans op een minder goede leesvaardigheid, wat op zijn beurt het leesplezier en de intrinsieke leesmotivatie nog verder doet slinken.

“Wie autonoom gemotiveerd is, en dus leest uit interesse of voor plezier, zal nauwer betrokken zijn bij het leesproces en een betere begrijpende leesvaardigheid ontwikkelen.”

Het is dus beter om in te zetten op de intrinsieke of autonome leesmotivatie van kinderen en jongeren. Wie autonoom gemotiveerd is, en dus leest uit interesse of voor plezier, zal nauwer betrokken zijn bij het leesproces en een betere begrijpende leesvaardigheid ontwikkelen: ze zullen meer moeite doen om in de tekst te kruipen. In tegenstelling tot extrinsieke motivatie, vindt iemand bij intrinsieke motivatie de leesactiviteit op zich interessant of leuk. Dat resulteert gaandeweg in een positieve leesspiraal.

ABC

Hoe stimuleer je als leesbevorderaar die intrinsieke, autonome leesmotivatie? Alvast niet door kinderen meer ‘leeskilometers’ te laten afleggen: hen meer laten lezen heeft geen enkele invloed op hun engagement of leesbegrip. Bovendien kan dit voor sommige kinderen als een verplichting worden gezien (extrinsieke motivatie) wat leidt tot een negatieve leesspiraal. Een handige kapstok om aan motivatie te werken is het ABC met drie psychologische basisbehoeften van de zelfdeterminatietheorie:

© Michiel Devijver | Iedereen Leest
  1. Autonomie: als kinderen zelf mogen kiezen wat ze lezen of laten voorlezen, hebben ze een groter gevoel van autonomie. Ook eigen inbreng bij hun leesproces (woorden opzoeken die ze niet begrijpen, zelf kiezen wanneer ze lezen …) en inspraak bij lees- en literatuurlessen (door bijvoorbeeld te praten met andere leeftijdsgenoten over boeken) verhogen deze autonomie.
  2. VerBondenheid: de band tussen de volwassene en het kind kan versterkt worden door samen te lezen of voor te lezen, of door samen een boek uit te kiezen. Ook als kinderen onderling praten over boeken verhoogt hun gevoel van verbondenheid.
  3. Competentie: wat je goed kan, vind je al snel leuk(er). – kinderen hebben best vertrouwen in hun eigen kunnen als ze een boek of tekst lezen. Via succeservaringen kan de volwassene dit vertrouwen vergroten. Hierbij is de keuze van een passend boek erg belangrijk, zowel bij kinderen die zelf lezen als bij kinderen die voorgelezen worden.

Deze drie basisbehoeften zijn niet enkel van toepassing op kinderen en jongeren. Ook volwassenen – ouders en professionals uit de onderwijs, bibliotheek- of zorgsector – hebben nood aan het gevoel van autonomie, verbondenheid en competentie op vlak van lezen en hun rol als leesbevorderaar. Wie meer wetenschappelijke achtergrondinformatie over deze concepten wil lezen, kan meer lezen in een interview met prof. Maarten Vansteenkiste (UGent) die de
zelfdeterminatietheorie van Ryan & Deci uit 2000 toelicht.

In de praktijk

In de kinderopvang, bibliotheek, op school of thuis kunnen volwassenen de intrinsieke leesmotivatie bij kinderen en jongeren aanwakkeren. Hieronder staan enkele praktijktips beschreven die aansluiten op de drie behoeften uit de ABC-kapstok:

  • Door fragmenten uit een boek voor te lezen verhoog je de verbondenheid tussen kinderen en het verhaal. Lees je bijvoorbeeld een fragment voor waar het net spannend is, stop dan op het hoogtepunt. Wie nieuwsgierig is naar het verdere verloop, zal misschien zelf verder willen lezen of al uitkijken naar het volgende voorleesmoment. Je hoeft dus zeker niet te stoppen met voorlezen eens kinderen zelf kunnen lezen.
  • Op school krijgen leerlingen af en toe leesopdrachten als taak, waarbij eerder de extrinsieke leesmotivatie van kinderen wordt aangesproken. Door aanvullend momenten in te plannen waarop er vrij gelezen wordt – kinderen kiezen zelf wat ze lezen, er is geen opdracht aan verbonden – stimuleer je hun autonomie.
  • Laat kinderen zelf kiezen welke boeken ze willen lezen of laten voorlezen, dat verhoogt hun autonomie. Het is belangrijk dat boeken aansluiten op de interesses en voorkeuren van kinderen en jongeren. Afgebakende leeslijsten met titels die niet aanspreken, versnellen de negatieve leesspiraal. Boekenzoeker is een handig instrument om kinderen en jongeren te leren kiezen.
  • Praat over boeken met kinderen en jongeren, en laat hen er onderling ook over praten. Stel jezelf als volwassene niet op als degene die weet hoe het zit, maar geef ruimte aan de leesbeleving en –ervaring van het kind of de jongere. Dit concept, dat al jaren geadviseerd wordt door de Britse ‘leesbevorderaargoeroe’ Aidan Chambers, ligt ook aan de basis van de Kinder- en Jeugdjury.
  • Toon het voorbeeld en lees zelf, want zien lezen, doet lezen. Als volwassene sta je model voor kinderen. Vertel over wat je leest en toon je favoriete boeken. Praat dus ook over je eigen leeservaringen – ook als je een boek niet graag las – met kinderen en jongeren.
  • Maak boeken zichtbaar aanwezig op school, thuis, in de kinderopvang. Laat boeken rondslingeren of stel ze frontaal op met de cover naar voor. Deze kleine ingreep kan er al voor zorgen dat kinderen en jongeren sneller naar een boek grijpen, al is het maar om er even in te bladeren en een stukje uit te lezen. Zo werk je aan een kwalitatieve leesomgeving.

Bronnen


Deel dit artikel:

Contact
Kennismedewerker onderzoek, impact en beleid