Hoe werken met non-fictie in de klas?

Het merendeel van wat we lezen in ons dagelijks en schrijven is non-fictie. Ook kinderen en jongeren krijgen vaak informatieve teksten onder ogen. Ze bouwen er kennis mee op, breiden hun woorden-schat uit en verfijnen hun leesvaardigheid. Non-fictie verdient dus zeker een plaats in het onderwijs. Tijdens de les werken rond een non-fictie boek, kan trouwens een opstap zijn naar fictieve verhalen.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Non-fictie is een genre van teksten die gebaseerd zijn op informatie en de werkelijkheid. Dit staat tegenover verzonnen verhalen, ofwel fictie. Krantenartikels, tweets, teksten op Wikipedia, een recensie over de nieuwste Star Wars film, een website van je gemeente, een blog met vegetarische recepten of een informatief boek over ons brein: het zijn maar enkele voorbeelden van non-fictie.

Belang van leesvaardigheid

Dat we zoveel informatieve teksten lezen, staat in contrast met het feit dat veel mensen nog steeds moeite hebben met lezen. OESO-onderzoek concludeerde dat één op zeven volwassen Vlamingen laaggeletterd is. Laaggeletterden hebben het moeilijk met informatie opzoeken en interpreteren. Ook bij kinderen en jongeren dalen de prestaties voor begrijpend lezen. Argumenten uit informatieve teksten halen, achtergrondkennis aanspreken, verbanden leggen tussen zinnen: dat zijn allemaal geen evidente vaardigheden, maar ze zijn wel nodig bij het verwerken van non-fictie.

“Non-fictie kan een toeleiding zijn naar andere verhalende genres.”

Kinderen moeten op school niet alleen leren omgaan met informatieve teksten omdat ze er dagelijks mee in aanraking komen. Informatie helpt hen ook om kennis op te bouwen, de werkelijkheid te begrijpen, onze woordenschat uit te breiden en begrijpend te lezen. Non-fictie kan bovendien een toeleiding zijn naar andere verhalende genres.

Hieronder staan enkele algemene tips beschreven om in de klas te werken met non-fictie boeken, maar ook krantenartikelen, blogs of andere informatieve teksten komen hiervoor in aanmerking. Een goed gekozen non-fictie boek moedigt leerlingen net iets sneller aan om meer te lezen en te ontdekken.

Op zoek naar een non-fictie boek

De laatste jaren is het aanbod non-fictie boeken alleen maar gegroeid. Het is over het algemeen een populair genre. Er zijn tegenwoordig zoveel verschillende soorten non-fictie, over alle mogelijke onderwerpen, in alle mogelijke vormen en maten van doe-boeken tot weetjesboeken en alles daartussen. Maar hoe haal je er nu de kwalitatieve boeken uit?

Wanneer je in het aanbod begint te graven, kan je rekening houden met de zes A's:

  • Autoriteit: dit gaat over de deskundigheid van de auteur. Expertise kan een auteur opdoen door samen te werken met een deskundige en/of door veel bronnen te raadplegen. Die vind je achteraan in het boek en geven een goed idee van de betrouwbaarheid van de inhoud. Vraag leerlingen wie het boek geschreven heeft. Vind je informatie over hem/haar en over zijn/haar expertise? Welke bronnen worden vermeld?
  • Accuraatheid: bij non-fictie boeken komt het erop aan om zo correct mogelijk te zijn. Wat er staat, moet juist zijn. Je kan een autoriteit zijn op het vlak van klimaatverandering, maar er toch vaag of slordig over schrijven.
  • Aantrekkelijkheid: ook in boeken zoeken leerlingen naar visuele prikkels. Een aantrekkelijke voorstelling van informatie maakt dat hun interesse gewekt zal worden. Op welke manier helpt een bepaalde pagina in een boek de leerling om het onderwerp te begrijpen? Misschien staan er woorden cursief of vet gedrukt. Krijg je informatie enkel via de tekst of ook via beeld?
  • Aangepast aan het publiek: goede non-fictie boeken zijn geschreven op het geschikte niveau. De schrijver slaagt erin om complexe onderwerpen en concepten verstaanbaar en bespreekbaar te maken voor het doelpubliek.
  • Aangenaam lezen: het is van groot belang dat ook de tekst goed geschreven is. De auteur brengt de informatie over op een boeiende, georganiseerde manier. Hij schrijft verhalend, moedigt vragen en discussie aan en houdt rekening met de basiskennis van zijn publiek.
  • Actueel: bij het kiezen van een non-fictie boek let je best op twee dingen. Enerzijds wil je een boek dat recent genoeg is of in elk geval nog steeds betrouwbaar genoeg. Technologie bijvoorbeeld, verandert zodanig snel, dat je echt wel een recente uitgave wil gebruiken. Anderzijds is het belangrijk om te kiezen voor een actueel thema dat leeft bij leerlingen.
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

De specifieke kenmerken van non-fictie

Een voordeel van non-fictie boeken is dat je ze niet per se volledig van voor naar achter moet lezen. Je bladert door het boek en leest het hoofdstuk dat jou op dat moment aanspreekt. Omdat ze vaak zijn opgedeeld in kortere hoofdstukken, kan je er als leerkracht makkelijk één uitkiezen om voor te lezen of één of meerdere om te gebruiken tijdens een werkvorm. Voor je leerlingen in het boek laat beginnen, is het belangrijk dat ze een aantal specifieke onderdelen of tekstfuncties van non-fictie boeken kunnen interpreteren:

  • Titel: bij een non-fictieve tekst vertelt de titel vaak heel direct waarover het gaat.
  • Ondertitels: die helpen de lezer hun weg te vinden in de tekst, een idee te krijgen van de structuur en snel te weten waarover het gaat.
  • Inhoudstafel: de inhoudstafel presenteert vooraan de verschillende onderdelen die behandeld worden in het boek en gidst je naar de juiste pagina.
  • Index: een alfabetische lijst met allerlei onderwerpen, kernwoorden en begrippen die je kan tegenkomen in het boek. De index helpt je om meteen die informatie te vinden die je zoekt met behulp van het juiste paginanummer.
  • Kantlijnartikel: een stukje tekst dat uitweidt over een detail, meestal in een apart kadertje aan de zijkant of onderkant van de pagina.
  • Woordenlijst: soms heeft een informatief boek achteraan nog een verklarende woordenlijst, voor wanneer je snel wil weten wat iets betekent.
  • Onder- of bijschrift: korte tekstjes onder foto’s, grafieken en landkaarten bevatten belangrijke informatie en/of een mini samenvatting van de bijhorende tekst.
  • Foto's, tekeningen, tabellen of grafieken: zorg ervoor dat je leerlingen aanmoedigt om hieraan voldoende aandacht te besteden, net zoals je dat zou doen bij een prentenboek of graphic novel.

Gebruik geen al te lange tekst of geen volledig boek om de tekstfuncties te introduceren bij leerlingen. Dan duurt het te lang. Je kan hen in kleine groepjes of klassikaal door een tekst laten gaan:

  • Geef iedereen in het groepje of in de klas dezelfde tekst, liefst met veel tekstfuncties.
  • Kies iemand die het eerste tekstonderdeel zoekt en benoemt.
  • Dezelfde persoon leest nu dit onderdeeltje voor (dus enkel de titel of het bijschrift).
  • Discussieer klassikaal of in groep welke vragen en voorspellingen deze tekstfunctie oproept en hoe dit samenhangt met het algemene onderwerp van het boek/verhaal/de tekst.
  • Een andere leerling wordt gekozen om de volgende tekstfunctie te zoeken, te benoemen en te lezen. Herhaal de andere stappen tot je door de volledige tekst bent ‘gewandeld’.
  • Laat leerlingen achteraf bespreken hoe deze wandeling door de tekst hun begrip erover heeft beïnvloed. Ging het lezen vlotter? Wisten ze sneller waar ze welke info zouden vinden? 

Werkvormen bij non-fictie

Als het de eerste keer is dat je met non-fictie aan de slag gaat, besteed dan op voorhand specifiek aandacht aan de verschillende tekstonderdelen. Nadien kan je leerlingen ook actiever laten werken met die tekstfuncties. Voor de Jeugdboekenmaand 2018, die in het teken stond van wetenschap en techniek, werkte Iedereen Leest werkvormen uit om met non-fictie aan de slag te gaan in de klas. Naast werkvormen bevat de handleiding ook boekentips en verdere bronnen en inspiratie.

Voor Jeugdboekenmaand 2017, dat in teken stond van gender en identiteit, ontwikkelde Iedereen Leest een educatieve handleiding 'Werken met boeken in de klas'. Naar aanleiding van de Jeugdboekenmaand 2019 is een handleiding die inspeelt op het thema vriendschap. De werkvormen in die handleiding focussen op hoe je empathie bij leerlingen kan stimuleren met behulp van boeken.

Bronnen


Deel dit artikel: