In het atelier van Tim Van den Abeele

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij illustrator Tim Van den Abeele in Ledeberg.

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

Vuile voetbaltruitjes

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Mijn vrienden, huis, uitgeverij: als iets goed zit, verander ik het niet snel. Daarom werk ik ook al sinds mijn opleiding in het KASK met dezelfde drukinkten in intense kleuren. Ze zijn op oliebasis, waardoor het vuil werken is. Ik heb dus een ruimte nodig waar ik ongestoord kan kliederen en het niet erg is als ik maar om de maand grondig opruim – al is dat ook te wijten aan mijn luiheid op dat vlak… Om geen vegen op mijn schone truien meer te riskeren, draag ik oude kleren of voetbaltruitjes die een grens van vuilheid of marginaliteit bereikt hebben en waarmee ik van mijn vriendin niet meer naar buiten mag.’ (lacht)

Oma’s sofa

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Pas sinds ik met Sara samenwoon, heb ik een apart atelier. Tot een jaar geleden deelde ik dit huis met vrienden en werkte ik op mijn slaapkamer, net zoals vroeger thuis. Het voordeel was dat als ik wakker werd, ik vanuit mijn bed kon nadenken over de tekeningen die ik aan de muren had gehangen. Liggen doet iets met je manier van kijken, er ontstaat een inspirerende afstand of zoiets. In mijn nieuwe werkkamer staat gelukkig een oude zetel van mijn oma waarin ik aan het einde van de dag nog een halfuurtje kan liggen kijken en nadenken. Nu hangen er sleutelbeelden voor mijn vijfde boek, De brief, geschreven door Paul Verrept.’

Controle lossen

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Monotypes zijn zalig onvoorspelbaar. Het is een druktechniek waarbij ik een plastic plaat met inkt inrol, daarop een vel papier leg en dan op de achterkant ervan teken. Ik weet nooit exact wat het resultaat zal zijn en net die spanning, dat spel-element is essentieel voor mij. Anders zou ik waarschijnlijk zelfs stoppen met illustreren. Ik maak ook nooit storyboards. Mijn beelden groeien organisch en bij elk nieuw boek laat ik bewust mijn vorige manier van drukken los. De studenten aan wie ik Illustratie geef, vinden het vaak moeilijk om de controle op te geven, maar ik vind dat dan de mooiste toevalligheden ontstaan.’

Ik weet nooit exact wat het resultaat zal zijn van mijn monotypes en net dat spel is essentieel voor mij. Anders zou ik waarschijnlijk stoppen met illustreren.

Wachten met Carll

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Natuurlijk heb ik bij elk boek wel een crisiske. Dan loop ik lastig omdat ik mijn nieuwe werkwijze en dus mijn ankerpunt nog niet gevonden heb. Onlangs kwam de klik toen ik een student carbonpapier zag gebruiken, een materiaal waarmee ik daarna zelf volop ging experimenteren. Het papier bleek zich op een vré wijze manier aan witte inkt te hechten en ik was vertrokken. Het rare is dat ik in de rest van mijn leven supergestructureerd en gecontroleerd ben: ik neem weinig risico’s en ben op het werk altijd een halfuur te vroeg. Gelukkig lijdt mijn collega Carll (Cneut, red.) aan dezelfde afwijking. Kunnen we samen wachten.’

Emoties zijn de essentie

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Vroeger wilde ik het liefste voetballer worden, maar daarvoor ontbrak het talent. Ik was ook niet de beste tekenaar van de klas, merkte ik in mijn Freinetschool en het kunsthumaniora. Pas in het KASK begon ik te geloven dat illustrator worden een optie was, dankzij positieve feedback van onder andere Marita Vermeulen, nu mijn uitgeefster. Carll pushte me om niet alleen beelden te maken, maar ook verhalen te vertellen, om niet altijd in zwart-wit, maar ook in kleuren te drukken. Die zijn nodig om emoties over te brengen, en dat is toch de essentie van boeken maken. Een tekst moet mij alleszins echt raken om hem te willen illustreren.’

Carll Cneut pushte me om niet altijd in zwart-wit, maar ook in kleuren te drukken. Die zijn nodig om emoties over te brengen, en dat is toch de essentie van boeken maken.

Mama

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik lach graag, dus een humoristische tekst zou zeker welkom zijn, zij het met genoeg diepgang. Die hadden de schrijvers met wie ik al mocht samenwerken allemaal. In Het geheim van Sinterklaas van Bart Van Nuffelen herkende ik het gemis van een opa en gebruikte ik foto’s van mijn eigen opa als basis. Ook Siska Goeminnes tekst voor Het hart van het meisje raakte me hard. Toen ik twaalf was, ongeveer even oud als het meisje, zijn mijn ouders gescheiden. Hoewel ik er al bij al niet te veel van afzag, ken ik de afwezigheid van een vader – ik zag de mijne maar één weekend om de twee weken – en de aanwezigheid van een mama als ijkpunt.’

Mentale ruimte

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Het mooiste moment van mijn carrière was eigenlijk toen ik de eerste beelden aan Siska toonde. Ik was zenuwachtig, maar ze bleek verrast over hoezeer ik op de juiste emotionele lijn zat. Mijn werk tonen is nochtans niet mijn favoriete bezigheid. Idealiter laten auteurs en uitgevers me zelfs zo veel mogelijk met rust.’ (lacht) ‘Het heeft hiermee te maken: ik voel nogal vanzelfsprekend aan wanneer een beeld goed zit, maar dat vraagt tijd. En mentale ruimte. Ik heb het niet graag dat iemand mijn atelier of werkproces binnenvalt, zelfs Sara niet. Pas als ik iets af heb, babbel ik graag erover met haar of met vrienden.’

Anselm Kiefer

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Onlangs bezochten we in Wenen alle musea, van mumok tot Albertina. Daar voelde ik de diepste connectie met het werk van Anselm Kiefer, dat ik op zich al kende, maar waarin ik me nu nog meer verdiepte. Vaak kijk ik niet naar andere makers, uit schrik dat ik dan mezelf niet kan blijven. Studenten moedig ik aan om daarin hun eigen evenwicht te vinden. Ik heb een lesopdracht van zeventig procent en dat biedt sociaal tegengewicht voor de solitaire ateliertijd, die ik begrens. Ik wil mijn petekindjes af en toe van school kunnen halen, twee à drie keer per week zaal- en minivoetballen en gaan feesten met vrienden.’

Vaak kijk ik niet naar andere makers, uit schrik dat ik dan mezelf niet kan blijven. Studenten moedig ik aan om daarin hun eigen evenwicht te vinden.

The End of the F***ing World

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Op de achtergrond speelt er altijd een podcast of een tv-programma zoals Friends waarop ik me niet per se moet concentreren. Naar films kijk ik aandachtiger omdat ik een goede scenografie of interessant gezicht wil onthouden. Door de jaren heen heb ik een enorme databank met stills en andere, bij elkaar gesurfte beelden aangelegd, waarin ik blader bij de start van een boek. Zo inspireerden de wijde, grote achtergronden in de serie The End of the F***ing World me, maar ik combineerde ze natuurlijk met eigen personages. Net omdat ik mezelf minder een tekenaar dan een beeldenmaker vind, bieden die persoonlijke collages houvast.’

 

Lievelingsplaten

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Mijn mama vond – terecht – dat ik niet in de ongezonde dampen van terpentijn of white spirit mocht slapen. Daardoor kweekte ik de gewoonte om nooit mijn platen af te kuisen. Al sinds mijn allereerste boek, elf jaar geleden, laat ik de inkt erop liggen waardoor er reliëfs ontstaan. Precies die zijn de bron van het karakteristieke van mijn werk. Voor Het hart van het meisje hergebruikte ik papieren waarmee ik de eerste, vettige inktlagen had weggenomen – ik gooi niets weg, ik ben nogal een verzamelaar… Ondertussen heb ik zelfs lievelingsplaten en kan ik alleen maar hopen dat ik nog heel lang ermee kan blijven werken.’

Al sinds mijn allereerste boek, elf jaar geleden, laat ik de inkt op de platen liggen waardoor er reliëfs ontstaan. Die zijn de bron van mijn karakteristieke werk.


Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest