In het atelier van Sabien Clement

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. 
Deze keer: op bezoek bij Sabien Clement in Gent.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Labath

‘Ik kan overal tekenen, maar vroeger vluchtte ik daarin. Ik kon niet alleen thuis werken. Daarom kocht ik dit huis samen met Pieter (Gaudesaboos, red.) zodat we het atelier konden delen. Toen hij vijf jaar geleden verhuisde, probeerde ik het toch eens in mijn eentje. Ik ben blij dat het me lukte om mijn eigen structuur te creëren. Meestal begin ik met naar Labath te fietsen, mijn vast koffiehuisje waar ik dan een cappuccino bestel. De mensen daar zijn mijn maatjes, en de warmte die ze uitstralen, maakt dat ik zin krijg om aan het werk te gaan. Ik stop pas rond 19u30, want ik wil lang genoeg in mijn concentratiebubbel blijven.’

Zelfzorg

‘Zacht zijn voor mezelf. Dat is het allerbelangrijkste. Ik kreeg een typisch West-Vlaamse opvoeding – 'Altijd deuredoen', 'Denk maar niet dat je zo goed bent' maar voor mij werkt die strengheid niet. Ik weet sinds kort dat ik hypersensitief ben, dus ik raak snel onder de indruk en dat zuigt energie. Ik probeer dus niet te hard te zijn voor mezelf en bijvoorbeeld niet te eisen dat ik vroeg begin. ’s Morgens kan ik toch geen emotionele prent uit mijn lijf schudden. Ook als ik een illustrator’s block ervaar, laat ik het werk gewoon eventjes liggen en forceer ik niets. Pas als ik goed in mijn vel zit, kan ik ook iets goeds maken.’

Bijous

‘Aan mijn zondagavond mag niemand raken. Dan ga ik modeltekenen. Ik doe het al zestien jaar en ik vind het nog altijd de max. De modellen zijn allemaal bijous, schone mensen die veel emotie in hun houding leggen. Om de drie minuten veranderen ze die pose, dus we schetsen heel snel. Achteraf gaan we eentje drinken, maar we bekijken elkaars tekeningen niet. Dat doe ik de maandagmorgen, alleen in mijn atelier. De allerbeste hou ik bij, want ik ga die ooit nog gebruiken. Dat ik de laatste tijd zo veel uit het hoofd teken, is dankzij dat modeltekenen. Mijn lijn is soepeler geworden, mijn vertrouwen groter.’

“Ik probeer niet te hard te zijn voor mezelf en bijvoorbeeld niet te eisen dat ik vroeg begin. ’s Morgens kan ik toch geen emotionele prent uit mijn lijf schudden. Ook als ik een illustrator’s block ervaar, laat ik het werk gewoon eventjes liggen en forceer ik niets. Pas als ik goed in mijn vel zit, kan ik ook iets goeds maken.”

Wandelende takken

‘Het huis is te leeg zonder mijn kat. Deze heet Lolita – als je haar tegen mannen bezig ziet, begrijp je waarom. Ze leeft in de living boven. Als ik te lang in mijn atelier beneden zit, denk ik soms: Ochère dat beestje, en verhuis ik naar boven om daar te werken. Waarop Lolita zich terugtrekt in de slaapkamer (lacht). In mijn atelier heb ik ook vijf wandelende takken. Ik heb op zich niets met die grappige beestjes, maar het hoofdpersonage in mijn volgende boek wel. Effectief wandelende takken in de buurt hebben helpt me om in haar huid te kruipen. Ik kom er trouwens wat mee tegen. Ze zijn al meermaals ontsnapt.’

De Gouden Pluim

‘Ik ben een materialenmadam. Ik weet heel goed wat je van welke papiersoort of verftint kunt verwachten. Dat komt door de ontelbare testjes die ik voor elk boek doe en doordat ik naar tekenwinkels blijf gaan. In de Schleiper of De Gouden Pluim zou ik me te pletter kunnen kopen. Laatst viel ik voor een hele mooie vulpen waarin je de inkt ziet lopen. Mijn materialen zijn niet alleen belangrijk om het verhaal juist te vertellen, ze helpen me ook om dat vreselijke witte blad te vullen. Want de start van elke opdracht blijf ik lastig vinden. Het is elke keer weer dat gevoel van: Verdoeme, ik heb nog helemaal niets.’

Beginnen in de bib

‘In het begin moet het broebelen in mijn hoofd. Op zoek naar informatie over mijn onderwerp ga ik graag naar de bibliotheek. Toen ik laatst een boek over eekhoorns illustreerde, bekeek ik daar net zo lang foto’s van en bleef ik ze schetsen totdat ze in mijn hand kropen. De echte uitwerking doe ik meestal pas onder druk van de deadline. Ik heb die dus nodig, maar ik krijg er ook veel stress van. Sinds tweeënhalf jaar is die stress grotendeels weggeëbd. Ik ben dan ook begonnen aan een langgekoesterde droom: een graphic novel maken. Om me er helemaal aan te kunnen wijden, weiger ik zoveel mogelijk andere opdrachten.’

“In het begin moet het broebelen in mijn hoofd. Op zoek naar informatie over mijn onderwerp ga ik graag naar de bibliotheek. Toen ik laatst een boek over eekhoorns illustreerde, bekeek ik daar net zo lang foto’s van en bleef ik ze schetsen totdat ze in mijn hand kropen.”

Graphic novel

‘Eigenlijk is er zoiets als voor en na mijn graphic novel. Sinds ik er, samen met Mieke Versyp, aan begonnen ben, ben ik zoveel rustiger. Mijn aandacht is gerichter. Dit is echt mijn eigen ding. Het wordt een heel persoonlijk boek, over de verhouding tussen model en tekenaar, over emoties en die als een spons opzuigen. Het is nog erg zoeken, maar dit is een genre waarin ik heel diep kan gaan. Stiekem denk ik zelfs al aan mijn tweede graphic novel. Ik lees er ook veel. Voor het werk van Judith Vanistendael en Brecht Evens heb ik enorm veel respect. In mijn living hangt een grote tekening uit Brechts laatste, Het amusement.’

Passie

‘Twee muren in mijn atelier hangen vol knipsels, die ik er in een vlaag van passie op kleef omdat ik ze zo prachtig vind. Pak ze weg en ik zou heel droevig worden. Hetzelfde geldt voor mijn boeken. Die van Eadweard Muybridge, met zijn bewegingsfoto’s, doorblader ik als ik bijvoorbeeld wil zien hoe iemand precies een trap afdaalt. Maar ik had er ook veel aan toen ik een tijd geleden in een turbulente relatie zat. Ik kon toen nauwelijks van nul tekenen, maar bij Eadweard’s foto’s kon ik altijd iets fantaseren. Uiteindelijk kwam ik tot 300 schetsen, waar Maud Vanhauwaert nu bij gedicht heeft over de vier seizoenen van de liefde.’

Poëzie

‘Ik heb het altijd belangrijk gevonden om mijn ziel én symboliek in mijn prenten te leggen. Een lijn is bij mij meestal meer dan een lijn. Als ik tijdens het tekenen merk dat wat ik maak inderdaad extra verhalen oproept in mijn hoofd, dan weet ik dat het goed zit. Vanwege die gelaagdheid heb ik ook een voorkeur voor poëzie. Die schept altijd een zotte wereld, die ik misschien niet helemaal kan plaatsen, maar waarbij ik wel mijn eigen wereld mag creëren. Het is volgens mij ook het genre waarin ik het meest kans heb om te bereiken wat ik het liefste wil: mijn publiek raken.’

“Ik heb het altijd belangrijk gevonden om mijn ziel én symboliek in mijn prenten te leggen. Een lijn is bij mij meestal meer dan een lijn. Als ik tijdens het tekenen merk dat wat ik maak inderdaad extra verhalen oproept in mijn hoofd, dan weet ik dat het goed zit. Vanwege die gelaagdheid heb ik ook een voorkeur voor poëzie.”

Hoelahoepen

'Ook heel belangrijk: mijn hoelahoep. Als mijn concentratie verslapt of gelijk wanneer ik er zin in heb, ga ik er in mijn tuintje eventjes alles uit draaien. Het is niet alleen een work-out, want ik hang gewichten aan mijn hoelahoep, het is ook mijn vorm van mindfulness, een truc om mijn radertje plat te leggen. Ik vond het als kind al de max. Ik tekende toen ook al veel. Op mijn twaalfde mocht ik van de leerkracht de prenten tekenen bij een boek dat we met de klas maakten. Ik kwam thuis en zei tegen mijn mama: 'Ik word illustrator.' Dat ik die kinderdroom heb kunnen waarmaken, vind ik nog altijd fantastisch.’


 



Deel dit artikel: