In het atelier van Isabelle Vandenabeele

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Isabelle Vandenabeele in Brugge.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Al tekenend door het leven

‘Soms koop ik een groot boeket bloemen, zet die in mijn atelier en teken hoe ze moment na moment openbloeien. Zulke dagen, waarin ik werk zonder plan, zijn voor mij speeltijd. Je ziet dat ook in mijn schetsboeken: daarin werk ik soms een idee uit, dan schilder ik weer mijn dochter of teken ik uit het hoofd. Het gaat alle kanten uit, maar altijd is er het plezier van het tekenen. Dat is de basis: ontladen, ventileren, voeding vinden. Aan mijn studenten in Sint-Lucas Gent geef ik graag mee: ga tekenend door het leven. Kijk, registreer en zoek daarin je eigenzinnigheid. Het voedt je blik én je verbeelding.’

Autonoom

‘Bij elk project is er een moment dat ik de grenzen zie die ik wil afbakenen, bijvoorbeeld de drie kleuren waartoe ik me ga beperken. Die uitdaging heb ik nodig om tot een eigen schriftuur te komen. Ik zoek dan wel het uiterste van die grenzen op, want een tekening moet schuren, vind ik. Een beeld dat eenzijdig een onderwerp toont, is me te oppervlakkig. Vaak is het onderwerp ook maar een aanleiding. Waar het voor mij echt om draait, is licht en schaduw, spanning, het grafische, het kleurenpalet. Het eindresultaat moet autonoom zijn en dus los van de context of het verhaal overeind blijven.’

Sneeuwwitje

‘Het licht in mijn atelier is zo mooi dat we hier binnenkort onze living gaan maken en ik verhuis naar de ruimte met zicht op de tuin. Vroeger moest ik mijn werkplek delen met mijn ex-partner, maar nu zal ik eindelijk de muren kunnen vullen met mijn eigen work in progress. Dat duwt me vooruit. In dit tijdelijke atelier hangt nauwelijks iets op, ook niet van de grote Sneeuwwitje-bewerking waar ik al enkele jaren aan werk. Net omdat ik het te weinig zag, viel het al twee keer stil. Ik ben tevreden over de beelden die ik al heb, maar het is de eerste keer in 20 jaar dat de hele zoektocht zo chaotisch verloopt.’

“Aan mijn studenten geef ik graag mee: ga tekenend door het leven. Kijk, registreer en zoek daarin je eigenzinnigheid. Het voedt je blik én je verbeelding.”

Godfried Bomans

‘Een ander werkpunt is meer opkomen voor mezelf. Om te kunnen tekenen, heb ik absolute rust in mijn hoofd nodig, maar met vier opgroeiende kinderen en een intense lesopdracht slaag ik er vaak niet in genoeg ateliertijd af te bakenen. Ik geraak nochtans ondervoed als ik niets kan uitproberen of geen informatie bijeen kan lezen. Op mijn kast hangt niet toevallig een mooie foto van Godfried Bomans – die met grote sérieux absurde verhalen kon vertellen – en onlangs was ik zeer onder de indruk op een tentoonstelling van Paul Cox. Standvastig had hij elke dag een landschapje geschilderd met enorm veel durf en speelsheid.’ 

Foncer

‘Ik voelde vrij snel, eigenlijk al bij mijn eerste boek, de zekerheid dat ik dit aankan. Hopelijk klinkt dat niet arrogant, maar als tekenaar moet je je boven je angsten zetten zodat je durft te gaan spelen in alle hoeken. Als ik een dringende opdracht krijg, bijvoorbeeld voor een magazine, vloek ik soms eerst: “Tegen volgende week vijf beelden?!”, maar direct erna denk ik: “De max! Foncer!”. Mijn huishouden wordt dan een puinhoop, maar achteraf ben ik zo content dat ik weer iets anders bereikte dan in mijn boeken. Die accordeonbeweging is cool: af en toe alles opentrekken om daarna weer rustig terug te plooien.’

Geen trompetten

‘Stilte is zo’n luxe. Ze vergroot je focus. Daarom ben ik blij dat het hier in mijn tuin zo muisstil kan zijn. Maar ik geniet er evengoed van een plaat op te leggen. Mijn smaak gaat van Dvořák en Ravel tot Keith Jarrett. Ook een podcast kan mij voeden terwijl ik aan het tekenen ben. Zolang het maar geen trompetten zijn, daar word ik zot van. (lacht) Tijdens het tekenen hoor ik soms niet meer wat er op de achtergrond speelt. Ik heb dan al mijn concentratie nodig om mijn ideeën vorm te geven en zit in de krochten van mijn eigen verbeelding. Tijdens het drukken mag de muziek al eens luider staan.’

“Ik voelde vrij snel, eigenlijk al bij mijn eerste boek, de zekerheid dat ik dit aankan. Hopelijk klinkt dat niet arrogant, maar als tekenaar moet je je boven je angsten zetten zodat je durft te gaan spelen in alle hoeken.”

Boekbinden

‘Mijn tweedehandse drukpers blijkt een zeer goede investering. Ik bereik er een beter register mee dan met mijn vorige exemplaar. Ik werk meestal met Japans papier, daarmee kun je drie lagen drukken zonder dat het papier de inkt afstoot. Soms nuanceer ik de beelden dan verder in Photoshop. Dat ik blijf vertrekken van grafiek is omdat ik vind dat de schriftuur daarvan mijn werk versterkt én omdat ik dan zelf oplages kan drukken. Twee jaar geleden volgde ik daarom ook een cursus boekbinden. Bij gebrek aan tijd blijft het voorlopig bij een plan, maar ooit komt het ervan: mijn boeken van begin tot eind afwerken.’

Volledig breken

‘Tegelijk wil ik me bevrijden van lino- en houtsnedes, al was het maar omdat iedereen ervan uitgaat dat dat mijn taal is. Terwijl ik even graag en vaak werk met plakkaatverf, Chinese inkt of krijt. Bij elk project wil ik volledig breken met de vorige aanpak zodat ik een gans nieuwe wereld kan creëren. Die vertrekt vanuit mezelf, maar mag niet té persoonlijk worden, anders is het niet interessant voor de buitenwereld. Ik lig op zich niet wakker van mijn publiek, want hoe kan ik ooit zo’n brede groep mensen behagen? Ik wil gewoon dat een beeld goed voelt voor mij en hoop dat het daardoor ook anderen raakt.’

Stofzuigen

‘Ik heb altijd een zekere lat gelegd: een tekening van mij mag niet koud zijn en moet mij veel voeling geven met de hoofdpersoon. Dan pas krijgt het beeld de emotionele lading die ik zo belangrijk vind. Als echt alles op zijn plaats valt, beloon ik mezelf graag met een lunch, even niets doen en genieten. Maar véél vaker blijft het zoeken en moet ik na een hele week ploeteren alles weggooien. Jezelf dwingen aan je tafel te blijven zitten, de brug van je probleem over te steken, is vaak nuttig, maar niet altijd. Soms kan ik beter gaan stofzuigen of strijken, domme dagdagelijkse taken die wél direct iets opleveren.’

“Ik lig op zich niet wakker van mijn publiek, want hoe kan ik ooit zo’n brede groep mensen behagen? Ik wil gewoon dat een beeld goed voelt voor mij en hoop dat het daardoor ook anderen raakt.”

Durf te vragen

‘Behalve boeken en vazen verzamel ik weinig. Karton, ja, om te versnijden tot figuren. Die vormen een geestige aanvulling, op tentoonstellingen bijvoorbeeld. Het is pas op zo’n moment dat ik mijn werk toon: als ik zelf tevreden ben. Tijdens het maakproces ben ik te beschaamd om ermee naar buiten te komen, zelfs al weet ik dat ongelooflijke collega’s zoals Goele Dewanckel die ene verhelderende opmerking zouden kunnen maken. Het is de kunst van het lesgeven: zeggen waar het op staat en tegelijk opties tot een uitweg aanreiken. Op het vlak van raad vragen heb ik dus nog veel te leren. Maar da’s goed, dan ben ik nog even zoet.’



Deel dit artikel: