Getipt: handboek voor krachtig leesonderwijs

Met het handboek Van leerlingen lezers maken (LannooCampus) willen auteurs Jona Hebbrecht en Iris Vansteelandt scholen op weg zetten naar krachtig leesonderwijs. Daarin worden inzichten uit zowel onderzoek als praktijk meegenomen. Met enkele pijlers rond krachtig leesonderwijs schetsen de auteurs een fundament voor een positieve leesspiraal bij kinderen en jongeren.

© Kris Demey en Peter Willems
Veel boeken, websites en blogs brengen informatie over lezen en leesbevordering. Medewerkers van Iedereen Leest tippen in de reeks ‘Getipt’ interessante vakliteratuur en online referenties. Een reeks vol food for thought. Dit boek kan je ook raadplegen in de vakbibliotheek van Iedereen Leest.
 

Hoe realiseer je een effectieve leesdidactiek met oog voor alle leerlingen?
Op welke manier organiseer je een leesbeleid op school?
Met wie kun je samenwerken om een motiverende leesomgeving te creëren?

Het zijn vragen die niet enkel op de achterflap staan van Van leerlingen lezers maken: Handboek voor krachtig leesonderwijs, maar ook veel scholen bezighouden. De meest recente PIRLS-resultaten liegen er immers niet om, de leesmotivatie en het leesbegrip van Vlaamse kinderen moeten omhoog. Auteurs Jona Hebbrecht (Odisee Hogeschool) en Iris Vansteelandt (AP Hogeschool en Universiteit Gent) willen met hun handboek een onderbouwd kader met talloze tips en praktijkvoorbeelden aanreiken voor leerkrachten.

Geen wondermiddel

“Lezen is een intensief en complex proces dat heel vroeg start en voor veel leerlingen veel tijd vergt.”

De auteurs onderstrepen al meteen dat hun boek geen wondermiddel is om alle leerlingen in een vingerknip goed en graag te leren lezen. ‘Lezen is een intensief en complex proces dat heel vroeg start en voor veel leerlingen veel tijd vergt.’ Het boek richt zich dan ook tot professionals uit zowel kleuter-, lager als secundair onderwijs. Om kinderen en jongeren te leiden en ondersteunen in dit complexe proces van lezen, is een breed leesnetwerk nodig. Niet alleen leerkrachten en directieleden, maar ook ouders en organisaties zoals de bibliotheek en Iedereen Leest kunnen hierin ondersteunen. ‘Lezers maak je samen,’ klinkt het meermaals.

Pijlers voor krachtig leesonderwijs

De gedachte aan een breed leesnetwerk houden de auteurs vast in hun kader voor krachtig leesonderwijs. Dit kader schept meer duidelijkheid in het complexe proces van lezen, maar ook in hoe een school hiervan werk kan maken.

(De tekst gaat verder onder de figuur.)

De leesdriehoek | © Kris Demey en Peter Willems

In de ‘leesdriehoek’ (zie figuur hierboven), waar de lezer centraal staat, komt de wisselwerking tussen leesvaardigheid (techniek en begrip), leesmotivatie en leesgedrag naar voren. Deze begrippen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: ‘leerlingen die beter lezen, lezen vaker liever en vice versa.’ Als kinderen goed zijn in lezen en gemotiveerd zijn om te lezen, is de kans groter dat ze ook vaker lezen en steeds sterker worden in lezen. Zo kunnen ze in een positieve leesspiraal terechtkomen en groeien als lezer.

Hoe kan krachtig leesonderwijs een sterk fundament leggen voor deze positieve leesspiraal? Hebbrecht en Vansteelandt beschrijven hiervoor een samenspel van verschillende pijlers (zie figuur hieronder). Een leesbeleid dat gedragen is door het hele schoolteam, dient als motor voor krachtig leesonderwijs. Binnen zo’n leesbeleid kan een school doelgericht inzetten op leesomgeving, leesdidactiek en leesmonitoring. Voor al deze verschillende pijlers kan de school telkens nauw samenwerken met partners uit het reeds aangehaalde brede leesnetwerk.

De pijlers voor krachtig leesonderwijs | © Kris Demey en Peter Willems

Van leesscan naar leesplan

Met deze inzichten op zak, schetsen de auteurs vervolgens hoe een school aan de slag kan gaan met een leesbeleidsproces. Opnieuw wordt er een doordacht model gepresenteerd met verschillende stappen:

  • Werk binnen een school met een leesteam dat het leesonderwijs voor de school uitstippelt en opvolgt. Het team is best divers samengesteld en informeert andere collega’s regelmatig over evoluties.
  • Breng het huidige leesonderwijs op school in kaart. Via de Leesscan kan een schoolteam nagaan op welke pijlers de school sterk scoort en waar er nog uitdagingen liggen. Zo’n reflectie helpt scholen om beter zicht te krijgen op wat urgent is.
  • Zorg voor een gedeelde visie op leesonderwijs. De hele school moet immers achter het belang van lezen staan. Ook leerlingen en hun ouders kunnen hierin een belangrijke stem hebben. Een uitgeschreven visie helpt om zicht te krijgen op waarom een school inzet op krachtig leesonderwijs.
  • Vanuit een gedragen visie komt de school tot een leesplan. Daarin staan zowel algemene als concrete doelen met acties. Op die manier kan het schoolteam gericht werken aan een of meerdere pijlers en bepalen hoe de acties gerealiseerd worden.
  • Een leesplan mag geen dode letter zijn, maar vergt opvolging en bijsturing. Wat werkte er goed, en wat minder goed? Werken aan leesonderwijs leidt zowel tot succeservaringen als tot leermomenten voor het schoolteam.

In de praktijk

Na de pijlers voor krachtig leesonderwijs en de stappen in een leesbeleidsproces – die als duidelijke houvast dienen – duiken Hebbrecht en Vansteelandt dieper in de praktijk van het leesonderwijs. Binnen de pijler leesomgeving verduidelijken ze hoe een school aan de slag kan gaan met toegankelijke leesmaterialen of hoe ze begeleid vrij lezen best aanpakt. Bij leesdidactiek worden wetenschappelijke principes voor leesonderwijs toegelicht zoals het belang van een betekenisvolle context, leesinstructie, transparante leesdoelen en kwaliteitsvolle interactie. Het hoofdstuk over de pijler leesmonitoring verduidelijkt dan weer hoe scholen doelgericht informatie kunnen inwinnen over de leesvaardigheid, leesmotivatie en leesgedrag van leerlingen.

Het laatste deel zoomt dieper in op het motto waarmee het boek opende: Lezers maak je samen. Hebbrecht en Vansteelandt lijsten verschillende voorbeelden op over hoe een school haar leesnetwerk kan betrekken bij het leesbeleid, hoe er samen een motiverende leesomgeving kan ontstaan, hoe partners de leesdidactiek mee kunnen ondersteunen – denk aan (groot)ouders die als voorleesbuddy langskomen op school – en hoe je o.a. ouders kan betrekken bij leesmonitoring.

De Wegwijzer

De voorbije jaren verschenen na de alarmbellen van PIRLS en PISA veel gidsen, handboeken of wegwijzers. Toch is Van leerlingen lezers maken niet zomaar een stem in het debat rond leesonderwijs. De auteurs bouwen immers verder op reeds bestaande inzichten die breed gedeeld worden – zoals de didactische sleutels voor effectief leesonderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad, maar ook verschillende (internationale) onderzoeken. Dergelijke inzichten worden bevattelijk in een duidelijk kader gegoten dat scholen een houvast biedt om te werken aan krachtig leesonderwijs.

Dit boek heeft aandacht voor het groeiproces dat de lezer meemaakt. Op die manier ontstaat er meer bewustwording over de rol van de helpende volwassene in een doorgaande leeslijn.

Daarnaast hebben de auteurs aandacht voor het groeiproces dat de lezer meemaakt. Op die manier ontstaat er meer bewustwording over de rol van de helpende volwassene in een doorgaande leeslijn. Van leerlingen lezers maken bevat ten slotte een inspirerende vertaalslag naar de praktijk – voor zowel kleuter-, lager als secundair onderwijs – met enkele tussenstops bij de fictieve school De Wegwijzer. Kortom, een boek dat haar grote ambities weet waar te maken.
 

Auteur Iris Vansteelandt was te gast in de podcast van Boektopia. Herbeluister het interview. Op de website van LannooCampus vind je nog bijhorende kijkwijzers.



Deel dit artikel:

Contact
Medewerker beleid en onderzoek
Mis niets van Iedereen Leest