De vijf van Wally De Doncker

'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: auteur Wally De Doncker.

door Katrien Steyaert
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Door op café te gaan, maar vooral door te lezen, leerde Wally De Doncker iets van de mens begrijpen. 'Sinds ik als kind het dorpsbibliotheekje leeglas, ben ik verslaafd gebleven aan boeken. Ze leren mij de gedachten van anderen kennen.'

1. ‘Villa des Roses’ – Willem Elsschot

'Ik heb van bijna niets spijt, ook niet van slecht leesvoer. Na het secundair, waarin we onder andere auteurs als Ernest Claes en Filip De Pillecijn lazen, voelde ik me wel misleid door hoe zij de pikzwarte oorlogsbladzijden van de Vlaamse Beweging vergoelijkten, maar nu ben ik blij dat ik dankzij alle soorten boeken een literaire fond kreeg. De titel die ik sinds mijn adolescentie het meest herlezen heb, is Villa des Roses. Daarin zet Elsschot een Parijs pension anno 1913 zo sfeervol neer dat ik er als het ware ben. Ik leer er alle personages en hun diepste drijfveren kennen, wat intens inspeelt op de zoektocht naar de gronden van mensen die ik zelf altijd heb gevoerd.

Toen ik als kind met mijn ouders mee op café ging, zag ik eigenaardige gedragingen en dronkenschap van stamgasten. Het leerde me veel over de liefde die in veel mensen zit, maar die ze soms niet kunnen uiten. Misschien kweekte ik nog meer begrip door te lezen, want dat opende pas echt mijn wereld en maakte van mij een empathisch mens. Elsschot kent die mens zeer goed. In zijn biografieën ontdekte ik dat hij zelf burgerlijk was, maar zijn innerlijke wereld was zo rijk. Ook fantastisch hoe hij in Villa des Roses durfde te schrijven over abortus of tegen de kerk, in die tijd…  Hoofdpersonage Grünewald – die weet dat hij niet verliefd mag worden op de dienstmeid, maar het toch doet en haar zelfs bezwangert – verwijst naar zichzelf. Elsschot had meerdere relaties én verbleef ooit in een Parijs' pension. Ik lees het liefst over wat een auteur zelf meemaakte. Ik kan ook alleen maar zo schrijven: om een gevoel realistisch weer te geven, moet ik het doorleefd hebben.'


2. ‘Spoetnikliefde’ – Haruki Murakami

'Ik heb in mijn leven goede liefdes gehad, dus ik kon dat doorgeven in mijn boeken, ook in die voor kinderen. Zelf lees ik graag verhalen met romantiek, op voorwaarde dat ze niet klef zijn en ingebed zijn in de echte wereld. Van alle Murakami’s die ik gelezen heb sinds mijn oudste dochter ze me aanraadde, is Spoetnikliefde me daarom het meest bijgebleven, denk ik. Het belicht twee onbeantwoorde liefdes, maar de schrijver koos niet voor een slecht einde. Die lichtheid hoeft voor mij niet per se, hoor, het leven is wat het is en donkerte komt altijd ergens vandaan. Daarnaar speuren is wat mij interesseert en wat Murakami meesterlijk doet. Stapje voor stapje onthult hij zijn verhaal, wat een mooie uiting is van zijn cultuur, waarin niet alles meteen of duidelijk aangegeven wordt. Daarom heb ik altijd zo van Japanse auteurs gehouden: ze laten zich drijven door het verlangen. Murakami bouwt bijvoorbeeld veel erotische spanning op en komt vervolgens niet tot de daad. Soms wel, maar zelfs dan vind ik zijn weg ernaartoe prikkelender.

Ik heb het verlangen zelf in mij, net als Murakami’s zin voor surrealisme. Ook in Spoetnikliefde bereikt hij een vervreemdend effect door een droomwereld te scheppen. Met dat magisch-realisme krijgt hij wellicht niet iedereen mee, maar mij zeker wel. Mijn verbondenheid met zijn verhalen vergroot nog dankzij de muziek. Murakami runde ooit een bar en benoemt in zijn romans vaak platen die hij daar draaide. Ik zoek die dan op en beluister ze terwijl ik lees. Bij Spoetnikliefde gaf de oude jazz daarin me het gevoel dat ik de personages én de schrijver nog beter leerde kennen.'

“Ik ben absoluut geen snellezer, want ik hou ervan een boek opzij te leggen en passages te overdenken. Sommige mensen doen dat niet graag omdat ze bang zijn van hun eigen gedachten, maar ik ga daar diep in. Dat is niet veranderd sinds mijn kindertijd: door te lezen, wil ik mezelf én de mens beter leren kennen.”

3. ‘Misschien wisten zij alles’ – Toon Tellegen

'Ik kan me verhalen altijd zeer beeldend voorstellen, net als de kinderen van wie ik twintig jaar geleden leraar leesbevordering was. In het vijfde en zesde leerjaar trakteerde ik ze elke week op een verhaal uit Misschien wisten zij alles. Op den duur wilden ze altijd meer horen, maar in het begin waren ze onwennig. Een olifant die even groot is als een mier, hoe moesten ze zich dat in godsnaam voorstellen? Maar eens ze in die wereld wilden meegaan, openden zich fantastische mogelijkheden – net zoals bij Murakami. Ik herinner me nog goed hoe ze genoten van het verhaal over de olifant die voor de regen schuilt in het huis van de slak en er gezellig koffie drinkt. De manier waarop Tellegen dat absurde aan het filosofische koppelde, veranderde mij als schrijver. Het moedigde me aan af en toe iets vreemd in mijn teksten te smokkelen. Het filosofische zit sowieso in mij. Doordenken op verhalen als die van Tellegen zonder per se antwoorden te willen vinden, is iets waar ik sterk van hou. Kinderen ook, heb ik gemerkt. Ze worden daarin vaak zwaar onderschat. Tijdens een lezing over mijn boek Ik mis me vroeg ik de kinderen of het kon wat ik schreef: dat muren iemand missen. Eén meisje zei: 'Zeker wel. Vorig jaar is mijn broertje verongelukt en we voelen hem nog elke dag in elke muur van ons huis.' Dat sneed, maar ik was tegelijk blij dat ze haar verdriet had kunnen uiten, misschien voor het eerst.

Ik heb als voorzitter van IBBY (het wereldwijde leesbevorderingsnetwerk, red.) altijd het recht op boeken voor elk kind bepleit, net omdat ze hun emoties erin herkennen en tegelijk begrip voor anderen leren opbrengen.'


4. 'De aankomst' - Shaun Tan

'Ik ben zeer bezorgd over de bedenkelijke praat en hersenspoelende leugens die de ronde doen op sociale media, maar ook in kinderboeken. Jaren geleden waarschuwde ik al tegen titels waarin trumpisme gesmokkeld was. We kunnen dat counteren door kinderen toegang te geven tot diverse bibliotheken. Laat ze bijvoorbeeld De aankomst lezen, waarin Shaun Tan prachtig het effect van migratie verbeeldt, de dreiging van een onbekende wereld, het verdriet van onrechtvaardigheid.

Het is het verhaal van mijn grootvader, die in 1919 uit het arme West-Vlaanderen emigreerde naar Illinois. Ik heb dat traject over gedaan, via Ellis Island tot aan de fabriek waar hij werkte. Tan baseerde zich ook op documenten uit Ellis Island én hij ondervond aan de lijve wat het is om te migreren, in zijn geval van Maleisië naar Australië. Ook voor België, waar een derde van de inwoners van vreemde origine is, is het een belangrijk thema dat jeugdauteurs vaker zouden moeten aansnijden. Met IBBY probeerden we op Lampedusa migranten goed te onthalen door ze silent books zoals die van Tan te geven. Zulke boeken zonder woorden laten lezers toe hun eigen verhaal in hun eigen taal te maken. Tan is sowieso een van de allerbeste illustratoren. Toen hij in 2011 de ALMA won, kreeg ik de kans hem te ontmoeten. Toen ik zei dat ik in De aankomst Jeroen Bosch zag, bevestigde hij dat die hem inspireert. Zowel bij Bosch als Tan moet je in hun bevreemdende taferelen op zoek naar betekenis. De maker houdt niet van heldere boeken en daar volg ik hem in. Je moet lezers aan het denken zetten. Al halen ze uit mijn werk maar één zin waarbij ze stilstaan, dan is mijn doel bereikt.'

“Ik ben zeer bezorgd over de bedenkelijke praat en hersenspoelende leugens die de ronde doen op sociale media, maar ook in kinderboeken. We kunnen dat counteren door kinderen toegang te geven tot diverse bibliotheken. ”

5. 'Mythos' - Stephen Fry

'Om IBBY's silent books vanuit Lampedusa naar de rest van de wereld te krijgen, moest ik soms ingaan tegen mensen met aanzien, maar ik ben van kindsaf eigenlijk wel een beetje een rebel. Daarom voel ik me zo aangesproken door Mythos, waarin Stephen Fry toont hoe de Grieken hun goden niet bewonderden als belichaming van het volmaakte, maar ze zien als mensen met kleine kantjes. Zeus en Hera die vreselijk ruziemaken – zoveel diepmenselijkheid vind ik fantastisch. Fry sleept mij ook mee omdat hij verwijst naar het nu – hij durft Trump aanhalen als zijn personage een dictatoriale god is – en naar de etymologie – hij leerde me hoe de muzes voortleven in onze woorden 'muziek' en 'amusement'. Mijn nieuwe liefde, die in Athene woont, is verbaasd over hoeveel Nederlandse woorden geënt zijn op haar Grieks. Als ik haar uit Mythos vertel, vindt ze dat een boeiende opfrissing van wat ze in de lagere school leerde. Ikzelf ben niet klassiek geschoold, dus ik kende de mythes alleen oppervlakkig. Daardoor was ik in Griekenland een analfabeet, maar Fry heeft dat opgelost. Toen mijn vriendin en ik onlangs Delphi bezochten, kon ik me dankzij Mythos direct een beeld vormen van het historische orakel daar.

Ik lees nu Fry’s Troje. Dat is moeilijker dus ik vorder nog trager dan anders. Ik ben absoluut geen snellezer, want ik hou ervan een boek opzij te leggen en passages te overdenken. Sommige mensen doen dat niet graag omdat ze bang zijn van hun eigen gedachten, maar ik ga daar diep in. Dat is niet veranderd sinds mijn kindertijd: door te lezen, wil ik mezelf én de mens beter leren kennen.'



Deel dit artikel: