De vijf van Jef Aerts

‘I read a book one day and my whole life was changed’, zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven.  Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: auteur Jef Aerts.

door Katrien Steyaert
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Het scheelde geen haar of Jef Aerts had niet in zijn leeskaarten laten kijken. ‘Als ik de personages en gedachten van iemand anders toelaat in mijn hoofd en die raken iets wezenlijks van mij aan, dan vind ik dat bijna te intiem om over te praten. Maar goed, aan deze vijf boeken heb ik zoveel gehad, als mens én als schrijver, dat ik ze jullie niet wil onthouden.’

1. 'Ogen van tijgers' – Tonke Dragt

‘Er is zoveel grofheid in de wereld geslopen, vind ik, dat er soms nauwelijks ruimte overblijft voor fijngevoeligheid en verbinding. Het is nochtans zo waardevol om gelijkgezinden te vinden en samen een tegenkracht te vormen. Daarom sprak Ogen van tijgers me als tiener zo aan. In dat gelaagde verhaal is Jock, een planeetonderzoeker en kunstschilder, door zijn telepathie verbonden met de gedachten van anderen. Het geeft hem toegang tot een netwerk dat een eigen leven leidt in een voor de rest erg gecontroleerde stad.

Ik schilderde destijds zelf veel en vroeg me net als deze prachtige gedachteroman af of creativiteit voortkomt uit jezelf, dan wel uit je verbinding met een groter geheel. Vandaag laat ik de daad van het schrijven het liefst gewoon gebeuren, om dan te zien dat ik iets verwoord heb waartoe ik rationeel wellicht niet was gekomen. Tonke Dragt zei al dat kunst een zoektocht is naar wie je bent.

Ogen van tijgers, haar lievelingsboek, is bewust maatschappijkritisch. Het is frappant dat veel van wat het in 1982 beschreef intussen is bewaarheid: de overgestructureerde samenleving, de totale inperking van de natuur. Op Dragts kille planeet blijven amper postzegelstukjes groen over, katten zijn het wildste wat je er nog kunt vinden. Dat raakte me diep toen ik dit boek voor het eerst las in de lagere school. Ik was het soort jongetje dat het liefst met dieren bezig was. Miste ik iets tussen de mensen? Misschien. In elk geval herkende ik me helemaal in Ogen van tijgers. Ik wil de recente heruitgave zeker aanraden aan mijn kinderen.’


2. 'Mijn naam is Nina' - David Almond

‘Mijn oudste dochter, die nu dertien is, was al even enthousiast over de uitzonderlijke Nina als ik. We kenden dit personage al uit Almonds succesroman De schaduw van Skellig uit 1998, maar in 2010 kreeg ze haar eigen verhaal. Daarin is ze van school gestuurd vanwege een te eigenzinnig opstel. Ze is het soort zoekend, boeiend kind dat opzijgeschoven wordt door een maatschappij die nochtans roept dat je altijd jezelf moet zijn. Veel jongeren die daarmee worstelen kunnen herkenning en houvast vinden in dit boek, denk ik.

Ook ik, als volwassene, voelde me verwant met Nina, die het liefst in haar boom kruipt om vogels te kijken. Soms legt ze hen zinnen in de bek, soms komt ze filosofisch uit de hoek, soms is ze no-nonsense. Ook haar verhaal is een allesbehalve gestructureerde verzameling gedichten, bedenksels en dromen, afgedrukt in een al even afwisselende typografie. Die durf vind ik bevrijdend. Alles om Nina ten volle te laten leven. Almond is sowieso een belangrijke auteur voor mij omdat hij met zijn vanzelfsprekende magisch-realisme glans geeft aan het alledaagse.

Mijn naam is Nina stopte hij vol uitnodigingen, bijvoorbeeld om kinderen te laten schrijven los van opstellen. Laat hen de opwinding voelen, zegt hij, van onvermoede verhalen zien ontstaan. Laat hen volop twijfelen, want dat is belangrijk. Dat geloof helpt mij als schrijver. Ik maak duizend versies van één tekst, zit oeverloos te overwegen, vraag me af wat anderen ervan zullen denken, maar dankzij Nina en David weet ik dat precies uit die twijfel de mooiste boeken worden geboren.’

“Ik maak duizend versies van één tekst, zit oeverloos te overwegen, vraag me af wat anderen ervan zullen denken, maar dankzij Nina en David Almond weet ik dat precies uit die twijfel de mooiste boeken worden geboren.”

3. 'What the Robin Knows' – Jon Young

‘Ik neem minstens zoveel weetjes- als leesboeken ter hand, de voorbije tijd vooral over het gedrag van honden, want binnenkort komt er bij ons een Schotse herder wonen. Ik vind het spannend wat dat zal doen met het bestaande evenwicht in onze verwilderde tuin, waar bosduiven en steenuiltjes nestelen. Om de impact van de hond te begrijpen, zal ik zeer aandachtig moeten luisteren naar wat de vogels communiceren. Uit hun roepjes en liedjes kan ik afleiden of ze rustig zijn, dan wel alarm slaan. Iedereen kan dat leren, hoor, zeker met de hulp van het prikkelende boek What the Robin Knows.

Young, een antropoloog, verbindt in dit heerlijk heldere boek de moderne biologie met de van generatie op generatie doorgegeven kennis van oude volkeren, bijvoorbeeld om rivieren te vinden of sporen te volgen. Dat klinkt ingewikkeld, maar dit werk heeft net een heel simpel uitgangspunt. Het vraagt je gewoon van in je tuin of op je balkon goed te luisteren naar het roodborstje of de koolmees. Stilaan begin je patronen te ontdekken en kun je bijvoorbeeld uit hun alarm afleiden dat er een kat in de buurt is.

Vogels zijn overal en kunnen op grote afstanden communiceren, ook met andere dieren. In het bos waarschuwen ze reeën dat er wandelaars aankomen, terwijl het te vroege nestelen van de winterkoning veel zegt over de klimaatverandering. De natuur geeft continu dat soort belangrijke informatie, maar die missen we als we de taal van de vogels niet spreken. Young bewijst hoe snel we dat kunnen leren en ons weer meer deel kunnen voelen van de wereld rondom ons.’


4. 'Regels van de zomer' – Shaun Tan

‘Het liefst schrijf ik in mijn woonwagen in het weiland. Met ramen langs alle kanten lijkt het wel een vogelkijkhut. Soms, als er tijd is, zit ik er ook stiekem te lezen. Ik doorblader geregeld de boeken die ik met me meedraag, zoals Regels van de zomer van Shaun Tan, voor mij een van de grootste illustratoren van deze tijd. Soms droom ik ervan om zelf te tekenen voor een publicatie, maar dan twijfel ik weer als ik het waanzinnig hoge niveau van Tan zie. De grote spreads in dit boek zijn bijna schilderijen. Ze tonen wat er gebeurt als de kleine broer uit het verhaal de door zijn grote broer opgestelde regels niet volgt. De beelden ogen soms heel speels, maar soms ook zo rauw dat ze erg lang bleven hangen bij mij.

Het boek geeft je werk als lezer. Je probeert de machtsverhouding tussen de jongetjes te doorgronden en te begrijpen of de scènes zich misschien voor een stuk in hun fantasie afspelen. Net dat apprecieer ik aan goede kinderboeken, of goede boeken tout court: dat ze tonen dat de fantasie een plek is om de realiteit leefbaar of behapbaar te maken.

Regels van de zomer is eens zo bijzonder omdat het dat soort fascinerende zaken aanraakt in amper zestien regels. Het herinnert mij telkens weer aan de kracht van het beeld. Dat beeld hoeft niet per se visueel te zijn. Ook in woorden kun je een hele wereld oproepen zonder die teveel uit te leggen. Het is het allermoeilijkste om te doen, zeker voor een kinderboekenschrijver wiens tekst nog begrijpelijk moet zijn voor jonge lezers, maar als het lukt, kom je tot de kern.’

“Net dat apprecieer ik aan goede kinderboeken, of goede boeken tout court: dat ze tonen dat de fantasie een plek is om de realiteit leefbaar of behapbaar te maken.”

5. 'Ward Comblez (He do the life in different voices)' – Josse De Pauw

© Jonas Lampens

‘Soms raak ik verstrikt in mijn eigen verhalen en dan helpt het als ik denk aan Josse De Pauw. Hij is een van Vlaanderens meest integere, geloofwaardige toneelspelers en verstaat als geen ander de kunst om enkel te zeggen wat je te zeggen hebt. Die directheid van vertellen vond ik voor het eerst in Ward Comblez, zijn toneeltekst uit 1989 waarover ik als student Theaterwetenschappen mijn eindwerk maakte. Het is eigenlijk een reisverhaal waarin een man vertelt over zijn bezoeken aan Algerije, Curaçao en Kreta en heel zintuiglijk beschrijft hoe het voelde om daar bijvoorbeeld in een storm in een boom te hangen. Waarna hij springt naar een dialoog met een geliefde die er niet meer is. Het zijn gesprekjes met een minimum aan woorden, waarover ik vandaag nog vaak nadenk.

De Pauw weet al die losse fragmenten samen te houden omdat hij het ambacht van het vertellen zo goed beheerst. In die zin heeft hij me beïnvloed. Ook ik vind het belangrijk dat een tekst hardop gezegd overeind blijft en puur kan worden gecommuniceerd naar een publiek. Ik lees elk jaar voor aan duizenden kinderen en wil elk van hen meekrijgen in mijn verhaal. Dat lukt me niet met complexe zinnen, maar wel met heldere bewoordingen. Die moeten bovendien authentiek zijn. Ook dat leerde ik van De Pauw. Ik merk het nog elke dag als ik schrijf: als ik heel dicht bij mezelf blijf, kan ik zoveel fantasie toevoegen als ik wil, het blijft kloppen. Alleen met die echtheid kan ik lezers raken, en dat is toch waar ik op hoop.’

“Ik lees elk jaar voor aan duizenden kinderen en wil elk van hen meekrijgen in mijn verhaal. Dat lukt me niet met complexe zinnen, maar wel met heldere bewoordingen.”


Deel dit artikel: