Tien tips voor een voorleesomgeving in de kinderopvang

Voorlezen is de kiem voor leesplezier bij baby’s en peuters en is de basis voor een leven lang graag en goed lezen. Werken aan vroege geletterdheid begint van bij de geboorte. Naast de ouders, is er dus ook een belangrijke rol weggelegd voor de kinderbegeleiders. Hoe zorg je voor een voorleesvriendelijke omgeving in je kinderopvang?

© Iedereen Leest

Voor wie het nut en plezier van voorlezen heeft ontdekt, lijkt het evident om er een vaste gewoonte van te maken. En wat je toch al vaak doet, kan je het net zo goed structureel verankeren in de werking van je kinderdagverblijf. Iedereen Leest verzamelt tien concrete tips om voorlezen in de kinderopvang in te bedden, en van de kinderopvang een voorleesparadijs te maken.

1. Zorg voor een mooie, gevarieerde boekencollectie

Voorlezen begint natuurlijk met een mooie boekencollectie. Maar hoe stel je die best samen?  Iedere voorleesfase vraagt een ander type boekjes en een andere manier van voorlezen. Erg jonge baby’s kijken graag naar vormen en zwart-wit contrasten of spelen graag met knisperboekjes. Baby’s van een paar maanden leren een boek ontdekken en kunnen het boekje stilaan zelf vasthouden. Jonge peuters reageren graag op afbeeldingen van dingen die ze herkennen uit het dagelijks leven, pas vanaf 1,5 jaar begint de inhoud van het boek echt een rol te spelen. Aanwijs- of zoekboeken zijn op deze leeftijd erg populair. Vanaf 2 jaar is het pas echt tijd om stilaan een verhaaltje voor te lezen met herkenbare situaties en duidelijke prenten die het verhaal extra uitleggen voor de peuters.

Zorg voor een gevarieerde basiscollectie, voor elke leeftijd. Voor boekentips kan je terecht op een aantal websites:

Probeer ervoor te zorgen dat de diversiteit van de samenleving in al haar aspecten herkenbaar is in de gekozen boekjes en waak erover dat niet steeds dezelfde rolpatronen terugkomen. Een divers aanbod is een troef.

2. Creëer een aantrekkelijke leesplek in elke groep

Het werkt stimulerend als boeken deel uitmaken van de directe leefomgeving van jonge kinderen. Stal boeken zichtbaar uit en voorzie ook een aantal boekjes waar kinderen zelf bij kunnen om in te bladeren en om een boek te ontdekken. Het is ook goed dat ouders boeken kunnen zien in de kinderopvang. Zo worden ook zij direct en indirect gestimuleerd om (voorlees)boeken in huis te halen.

3. Maak van voorlezen een vaste (dagelijkse) routine

Een stimulerende leesomgeving gaat gepaard met routines. Voorzie vaste momenten waarop er voorgelezen wordt. Kinderen houden van gewoontes en bereiden zich zo na een tijdje ook voor op het luisteren, wanneer ze weten dat het vaste voorleesmoment er aankomt. Ook een vaste voorleesplek draagt bij aan de routine en zorgt voor een rustige omgeving met weinig andere afleiding. Je kan ook met collega’s afspreken dat steeds dezelfde collega op hetzelfde moment het voorlezen voor zijn of haar rekening neemt. Speel ook in op kansen om voor te lezen los van de vaste routines. Zeker bij baby’s kan je heel wat momenten aangrijpen om samen een paar minuten in een boekje te kijken en erbij te vertellen of zingen.

4. Betrek voorlezen ook bij andere activiteiten

Naast de vaste voorleesmomenten, is het ook erg aantrekkelijk om op bepaalde activiteiten of gebeurtenissen in te spelen met boekjes en voorleesmomenten. Zo kan een uitstap naar de kinderboerderij gevolgd worden door een voorleesmoment over dieren zodat kinderen in het boekje herkennen welke dieren ze die middag hebben gezien. Het is een meerwaarde om boekjes te betrekken bij kleine dagdagelijkse gebeurtenissen. Bij elk moment past wel een verhaaltje, een liedje of rijmpje. Je kan ook inspelen op themadagen en –weken. Zo organiseert Iedereen Leest elk jaar een Voorleesweek. Grijp dit soort gelegenheden aan om extra aandacht aan voorlezen te besteden.

5. Lees individueel voor of in kleine groepjes

Voorlezen aan erg jonge kinderen gebeurt het best individueel of in zo klein mogelijke groepen om de aandacht van het kindje niet te verliezen. Kleine baby’s neem je best op schoot zodat ze met het boekje bezig kunnen zijn. Je kan hen het boekje ook tonen vanuit de wipper of terwijl ze op de speelmat liggen. Aan peuters kan je voorlezen in kleine groepjes. Wanneer peuters bijna 2,5 jaar zijn, is het fijn om een kamishibai of boekenstandaard te gebruiken bij het voorlezen aan groepjes. 

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

6. Besteed aandacht aan meertaligheid en diversiteit

Meertaligheid en diversiteit hebben niet enkel hun plek in het boekenaanbod, maar ook tijdens het voorlezen zelf. Meertalige kinderen hebben veel baat bij momenten waarbij ze individueel aandacht krijgen bij het voorlezen. Het is goed dat ze door een kinderbegeleidster in het Nederlands voorgelezen worden, maar het is een absolute meerwaarde om meertalige begeleiders of ouders in te zetten om voor te lezen uit anderstalige boeken. De thuistaal staat de ontwikkeling van het Nederlands niet in de weg, integendeel.

7. Probeer ook ouders te betrekken

Maak het voor ouders zichtbaar dat boeken en voorlezen een plaats hebben in de kinderopvang. Dat stimuleert hen om ook thuis voor te lezen. Het is leuk om ouders ook uit te nodigen om eens te komen voorlezen in de opvang. Dat wordt vaak positief onthaald, zeker door meertalige ouders, die zo de ruimte krijgen om ook eens in een andere taal te vertellen of te zingen.

8. Verhoog de deskundigheid bij kinderbegeleiders

Leesplezier wordt aangewakkerd door deskundige kinderbegeleiders die een interactieve voorleeshouding weten aan te nemen en zich tijdens het voorlezen kunnen aanpassen aan ieder kind, rekening houdend met de verschillende voorleesfases. Speciaal voor medewerkers van kinderdagverblijven, organiseert Iedereen Leest een vorming ‘Interactief voorlezen voor met baby’s en peuters’.

© Iedereen Leest

9. Duid een leesambassadeur aan in je kinderdagverblijf

Duid iemand aan die verantwoordelijk is voor de omkadering van het voorlezen. De leesambassadeur is verantwoordelijk voor het selecteren van de boekjes en het bewaken van de routines. Kortom, hij of zij waakt erover dat de kinderopvang een prikkelende en aantrekkelijke voorleesomgeving is en blijft.

10. Werk samen met de bibliotheek

De bib is een ideale partner om je te helpen om van de kinderopvang een gezellige leesplek te maken. Bib-medewerkers kunnen je adviseren in de keuze van de boekjes, maar heel wat bibliotheken staan open voor een specifieke samenwerking met kinderopvanginitiatieven waarbij de bib de uitleentermijn verlengt of bijvoorbeeld om de zes weken een voorraad kinderboekjes voorziet voor de kinderopvang. Dankzij zo’n wisselcollectie kunnen kinderen altijd nieuwe boekjes ontdekken.
Er werken vaak ook heel wat voorleesvrijwilligers in de bibliotheek, die vast graag eens uitwijken naar de kinderopvang om voor te lezen voor een erg jong publiek.   

Meer weten over de Boekstart-vorming? 


Deel dit artikel:

Contact
Coördinator vorming | Onderwijs
Mis niets van Iedereen Leest