De leeswereld van Dirk Terryn

‘Lezen is denken met andermans hoofd, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Dirk Terryn, medeoprichter Het Lezerscollectief.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver en Iedereen Leest
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Dirk Terryn heeft zich keurig voorbereid op het gesprek. Zijn Leeswereld overpeinzend kwam hij tot de vaststelling dat één boek al vroeg aan zijn ribben bleef plakken en mee heeft bepaald waar lezen voor staat: De tolbrug van Aidan Chambers. Daarin onttrekt de jonge Jany zich even aan de wereld, weg van alle druk en verstikking van de adolescentie, en gaat als tolheffer aan een brug zitten. Waar Tess de afzondering doorbreekt en ook Adam het leven van Jany abrupt openbreekt. 

“Het plot van dit 'De tolbrug' zit zo vernuftig in elkaar dat je door de ogen van hoofdpersonage Jany op jezelf wordt teruggeworpen.”

In een sterk uitgewerkt verhaal ga je mee in het sociaal panorama van de personages,’ zegt Dirk, zit je in gedachten mee in het decor. Soms kruip je in of onder de huid van de karakters, voel je je een verwant of een vriend. Het plot van dit Young Adult-verhaal zit zo vernuftig in elkaar dat je door de ogen van Jany op jezelf wordt teruggeworpen. Zo sterk zelfs dat je het verhaal opnieuw zou moeten lezen, meer vanuit je eigen kracht, dan vanuit de aantrekkingspolen van anderen. Het is echt een literair verkenningsverhaal: het vult niet in hoe je dat moet doen, maar laat je de potentie van verandering voelen.

Script

Dirk Terryn was anderhalf decennium leerkracht Nederlands op een middelbare school, vooraleer hij zich helemaal overgaf aan zijn liefde voor literatuur. Hij is medeoprichter van Het Lezerscollectief, een netwerk van leesbegeleiders in Vlaanderen die onder meer in gevangenissen en psychiatrische instellingen, maar evengoed in zorginstellingen en bij mensen in armoede, bijeenkomsten organiseren om samen (kort)verhalen en gedichten te lezen.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

De tolbrug heeft me mee geïnspireerd om het vertrouwde lesgeven, wat ik heel graag deed, los te laten, zegt hij. Zoveel jaren later maakte een lezing van Jane Davis, bekend om haar Shared Reading-techniek, me duidelijk dat je een leesbeleving ook kan delen met anderen. Dat mondde dus uit in Het Lezerscollectief, waar Dirk met veel liefde over spreekt. Het hardop voorlezen brengt een verhaal naar buiten. We lopen op een soort podium rond, bouwen samen aan een decor of vertellen hoe ons stukje van de scène eruitziet. Dat proces is magisch. Bij mensen met dementie zien we nog duidelijker dat een literaire tekst ook iets aanreikt: een soort script waarin je je gedragen mag voelen en dat tegelijkertijd mag uitdagen. Het is eveneens een verhaal van verkenning: wat is dat eigenlijk, in het leven staan? Wat wil ik met dit leven doen?

“Na een lezing van Jane Davis, bekend om haar Shared Reading-techniek, werd me duidelijk dat je een leesbeleving ook kan delen met anderen.”

Lanoye

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Ik lees in hoofdzaak fictie, op zoek naar taal voor dingen die ik nog niet in taal heb kunnen vatten. Evengoed zoek ik nieuwe ervaringen, een verkenning van het eigen bewustzijn. Er is een onmogelijkheid om in dit beperkte leven alles te ervaren, maar boeken kunnen de honger stillen. Ik ben daar geweest, na het lezen. Een boek over een bepaalde cultuur kan je meer bijleren dan een reis van drie weken. Omgekeerd herken je in boeken ook ervaringen uit het eigen leven. Of duidt het boek je op de verschillen. Sprakeloos van Tom Lanoye is een schitterend verhaal natuurlijk. Ik herkende er mijn moeder ook in, die weliswaar nooit in een beenhouwerij werkte en nooit toneel speelde, maar in haar dementie voel je de hunker naar geborgenheid. In het controleverlies van alzheimer komt de warmte naar voor, de liefde, het vertrouwen. Dat lees je tussen de regels in Sprakeloos.

“Er is een onmogelijkheid om in dit beperkte leven alles te ervaren, maar boeken kunnen de honger stillen. Een boek over een bepaalde cultuur kan je meer bijleren dan een reis van drie weken. Omgekeerd herken je in boeken ook ervaringen uit het eigen leven. Of duidt het boek je op de verschillen.”

Bloot zijn

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Ik ben opgegroeid in Borgerhout, in een gezin waar best veel gelezen werd. Claus, Streuvels, Elsschot. De jeugdliteratuur heb ik enigszins gemist, dat aanbod was beperkt, dus las ik Prutske van Stijn Streuvels. Er werd thuis vooral veel verteld. Mijn grootvader -een onderwijzer- was heel talig, speelde ook toneel en vertelde verhalen uit de oorlog. Hij was gek op Willem Elsschot. Ooit schreef ik voor hem het gedicht Het huwelijk met een zilveren stift op een zwart vel, om al schrijvend te beseffen dat dat gedicht helemaal niet gaat over de mooie kant van een huwelijk. (lacht) Ook mijn moeder gaf les, vader was ingenieur. Ik herinner me de noodzaak van het lezen, het belang voor je ontwikkeling. Dat was vroeger heel nadrukkelijk aanwezig. Nu niet meer. “Waar is je boek”, wie zegt dat nog?’

Ik had als leerkracht nooit moeite om jongeren te enthousiasmeren om poëzie te lezen. Ik nam gewoon een doos vol dichtbundels uit mijn eigen boekenkast mee naar school. Wie humor zocht, gaf ik Hugo Matthysen, een ander hield meer van Herman de Coninck of Kees Spiering en zelfs Vers 6 van Paul van Ostaijen -Ik wil bloot zijn en beginnen- nam ik mee. Er is wat volksverheffing nodig. Vooruit met dat lezen! Zijn de leerlingen nog te klein, vertel dan verhalen. Ik heb vier kinderen. Twee daarvan heb ik geadopteerd. Hun biologische vader -een oude schoolvriend van mij- is gestorven toen de oudste negentien maanden was. Heel vaak vroeg zij om verhalen te vertellen over haar eerste vader. Dat heb ik gedaan, samen met mijn vrouw. Zelf vond ik troost in poëzie, in het prachtige gedicht Het is een magere troost van Tom Lanoye: 

Het is een magere troost

dat alles moet verdwijnen

 

en ik je hoe dan ook op een keer

toch zou moeten missen, bijvoorbeeld

 

door de dood. Ik hou van je, al

kunnen we waarschijnlijk niet meer

worden wat we vroeger waren of dachten

te zijn. Geen verhalen over afkeer,

 

over waanzin of grote trouw: ik

verlang naar toen terwijl

ik ouder word. Ik denk

nog veel aan jou.

Annelies

“Het blijft prachtig om zien hoe sterk literatuur kan zijn. Zoals voor Ida, een vriendin van mijn moeder in het woonzorgcentrum. Ida is 97 jaar, heeft nooit gelezen en neemt nu deel aan de leesmomenten.”

Veel van wat ik nu lees is met Het Lezerscollectief in het achterhoofd. Wat me hoegenaamd niet belet om te genieten van in dit geval vooral kortverhalen en gedichten. Raymond Carver, Lydia Davis, Stefan Zweig en recent nog een prachtige bundel van Lucia Berlin: het blijft prachtig om zien hoe sterk literatuur kan zijn. Zoals voor Ida, een vriendin van mijn moeder in het woonzorgcentrum. Ida is 97 jaar, heeft nooit gelezen en neemt nu deel aan de leesmomenten. Wat begint bij het sociale, het samenkomen, eindigt in een andere wereld.’

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Het is overigens verbazend hoeveel je kan vertellen over een kortverhaal. Dat genre is vooral populair in de Angelsaksische wereldmaar er komen steeds meer vertalingen op de markt en laten we vooral Annelies Verbeke niet vergeten, die zich bekwaamd heeft in dat genre. De verhalen helpen ons om de wereld te verbreden, de wereld te openen voor de (mee)lezers.  We lezen geen kortverhalen over armoede bij mensen die in armoede leven, lezen geen gedichten over kanker in het ziekenhuis, want dan vernauw je de wereld. Als lezer kom je evengoed toch op het thema uit, maar dan heb je er zelf voor gekozen. Onlangs besloot een dame met kanker na het lezen van een gedicht om opnieuw contact op te nemen met haar dochter, met wie ze een moeilijke relatie heeft. Dat is fantastisch. Dat is ook dit gedicht van Judith Herzberg uit Beemdgras.’  Dirk verwerkte het in een brief aan zijn vader:
 


Mijn vader had een lang uur zitten zwijgen bij mijn bed.

Toen hij zijn hoed had opgezet

zei ik, nou, dit gesprek

is makkelijk te resumeren.

Nee, zei hij, nee toch niet,

je moet het maar eens proberen. 


REEKS: Leeswereld

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereldeen interviewreeks van Matthias M.R. Declercq over de rol van lezen, over schoonheid, over taal.

Mis niets van Iedereen Leest