In het atelier van Trui Chielens

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Trui Chielens in Poperinge.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Warme wereld

‘Ik kan vechten voor zachtheid. De teksten die ik tot nu toe illustreerde, sneden vaak zware onderwerpen aan en daar heb ik geen moeite mee, maar voor de kinderen die het lezen wil ik er dan wel een warme wereld naast zetten. Als een auteur dat anders ziet, durf ik ervoor strijden. Ik ben zelf nostalgisch en vertoef graag in zo’n dromerig Tiny-universum. Het is een van de redenen waarom ik in 2015 van Gent terug naar mijn geboortestad Poperinge verhuisde. Ik vind het leven hier rustiger en mooier. Zonder de afleiding van de stad kan ik ook gemakkelijker in mijn bubbel kruipen en me focussen.’

Niet voor echt

‘Ik heb graag het idee dat het niet voor echt is. Dan heb ik bijvoorbeeld al een beeld in mijn hoofd, maar zeg ik tegen mezelf dat ik dat gewoon uitwerk bij wijze van vingeroefening. Ik zie het ook bij mijn leerlingen in de academie: als ze voelen dat het voor echt is, blokkeren ze, alsof de magie verdwijnt. Thuis heb ik dat proberen te vermijden door in bijna elke ruimte een tafel te zetten waaraan ik kan zitten schetsen of inkleuren. Zo rondreizend in huis kan ik het gevoel van verplichting zo lang mogelijk negeren. Ik heb ook geen vast werkritme. Ik ben tegelijk nooit en constant bezig, en dat voelt goed.’

Niet dubbelop

‘Teksten met een hoek af heb ik het liefst, want dan is er ruimte om mijn wereld erbovenop te leggen. Woord en beeld mogen voor mij nooit dubbelop zijn, anders kan het boek de lezers niet verrijken. Ik hoop altijd dat mijn beelden open genoeg blijven om hun fantasie te prikkelen en hen tot hun eigen interpretatie te laten komen. Mijn werkwijze is elke keer anders. Nu eens poseerde er een meisje als model voor mijn hoofdpersonage, dan weer viel ik terug op een storyboard. Het maakt mijn aanpak soms wat onoverzichtelijk, maar ik blijf mezelf wel verrassen en dat is uiteindelijk mijn drive.’

“Teksten met een hoek af heb ik het liefst, want dan is er ruimte om mijn wereld erbovenop te leggen. Woord en beeld mogen voor mij nooit dubbelop zijn, anders kan het boek de lezers niet verrijken.”

Posca

‘Ik heb mijn schetsboek altijd mee voor als ik een inval krijg. Onlangs op reis in Marokko maakte ik tijdens een verloren uur een tekening die de doorbraak betekende voor een boek waarin ik al een tijdje mijn weg niet vond. Dankzij mijn Posca-verfstiften kan ik zonder water of gedoe eender waar schilderen. Dat is weer mijn hang naar vrijheid, zeker? Die ervaar ik ook in de teken-app Procreate, waar ik me graag uitleef met de brushes en layers, en waar ik altijd een stap terug kan zetten dankzij de undo-knop. Dat gaf me in mijn beginjaren een enorm gevoel van geruststelling, dat ik nu kan doortrekken als ik analoog werk. Ik weet: niets kan definitief mislukken.’

Teamwerk

‘Ik krijg graag een eerste reactie op mijn werk van Thomas, mijn vriend die zelf beeldend kunstenaar is. Ik wil natuurlijk niet teveel beïnvloed worden, maar ik toets mijn beelden wel af bij enkele gericht gekozen mensen. Zo overleg ik vaak met Marita (Vermeulen, uitgeefster bij De Eenhoorn, red.). Dan kom ik aanzetten met weer veel te veel tekeningen – ik maak altijd een stapel om zeker te zijn dat er dan minstens een paar goeie tussen zitten – en kiezen we samen. Ik vertrouw ook enorm op de kunst van vormgevers, die voor een homogeen geheel zorgen en een boek altijd naar een hoger niveau tillen. Het eindresultaat is teamwerk, dat hetgeen enkel in mijn hoofd gebeurt overstijgt.’

Gerda

‘Eens ik een boek af is, word ik mega-onzeker over wat het publiek ervan gaat vinden, maar tijdens het illustreren voel ik veel vertrouwen. Het blijft natuurlijk wroeten, zeker nu ik probeer mijn eerste, eigen boek uit te werken, maar ergens weet ik dat het goed komt. Die overtuiging heb ik te danken aan Gerda Dendooven, mijn mentor op Sint-Lucas. Doordat ik pas in het middelbaar was beginnen tekenen, had ik een achterstand die me in het derde jaar compleet deed blokkeren. Tot Gerda me een doorbraak gaf met een positieve beoordeling en het advies om gewoon te blijven oefenen. Dit is een vak dat je in de vingers moet hebben.’

“Eens ik een boek af is, word ik mega-onzeker over wat het publiek ervan gaat vinden, maar tijdens het illustreren voel ik veel vertrouwen.”

Hockney

‘Ik vond pas mijn plaatsje in een artistieke stamboom toen ik David Hockneys sterke, grafische werk leerde kennen. Het was opnieuw Gerda die me wees op zijn vroege tekeningen en operadecors. Ik heb nu nog altijd maar één boek van hem, maar zijn beelden zitten zo in mijn hoofd dat ik ze direct voor me zie. Als ik een visueel probleem heb, denk ik dikwijls: “Wat zou Hockney doen?” Een andere optie is gaan wandelen. Dat doe ik veel. Dan loop ik alleen op die mooie Rodeberg en denk ik op den duur aan niets meer. Soms komt er ruimte voor een nieuw idee, soms niet, maar genieten doe ik sowieso.’ 

Huizenjagers

‘Ik kan slecht voor mezelf zorgen. Als ik in een goeie werk-flow zit, vergeet ik zelfs te eten, zeker als Thomas niet thuis is om mij eraan te herinneren. Ik vind het tof als hij hier rondloopt of piano speelt; ik zit niet graag alleen te werken. Vroeger ging ik ook al met mijn papier en verf in de salonzetel zitten zodat ik het sociale van ons grote gezin niet moest missen. Ik kon me altijd heel makkelijk afsluiten om te tekenen. Vandaag zet ik op de laptop in mijn atelier tv-programma’s als Huizenjagers op, te dwaas om mijn concentratie aan te verliezen, maar genoeg om me het gevoel te geven dat ik in de wereld zit.’

Bewondering

‘Verandering van focus geeft me adem en energie. Daarom kruip ik graag af en toe uit de eenzaamheid van het atelier – waar ik boeken, kaartjes en affiches illustreer – om in de wereld of op een podium te gaan staan. Ik geef les in de academie en zing al jaren in muziekgroepen. Als ik zelf publiek ben, laad ik mijn batterijen nog het meest op door naar beeldend theater te gaan kijken. Wat mijn broer Kobe en zijn generatie jonge makers op de planken brengen, vind ik erg inspirerend. Als ik zie hoeveel zij met weinig middelen kunnen vertellen, bijvoorbeeld door slimme scenografische keuzes te maken, ben ik altijd vol bewondering.’

“Vrolijkheid vind ik belangrijk. Op Sint-Lucas voelde ik soms de verplichting om te wroeten naar het duistere in mezelf, maar ik snapte dat niet.”

Bal op zaterdag

‘Vrolijkheid vind ik belangrijk. Op Sint-Lucas voelde ik soms de verplichting om te wroeten naar het duistere in mezelf, maar ik snapte dat niet. Ik ontdekte stilaan wel mijn melancholische kant, en raakte daarom geboeid door de sfeer van het circus, maar ik ben toch vooral iemand van lichtjes, grappige prulletjes – mijn atelier staat er vol mee – en feestjes. Ik vier elk jaar uitgebreid mijn verjaardag en op zaterdag is ’t bij ons dikwijls bal. Dan hangen we met vrienden tot laat op café, bij wijze van beloning na een week flink werken. De zondag kruip ik dan gemakkelijk in de zetel met mijn iPad en hup, daar ben ik bijna ongemerkt weer vertrokken …’



Deel dit artikel: