In het atelier van Pieter Van Eenoge

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Pieter Van Eenoge in Brugge.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Alvar Aalto

'Mijn vrouw en ik drinken 's morgens graag een paar koffies samen, waardoor ik soms pas om tien uur aan mijn tekentafel geraak. Spotify helpt me door de rest van de dag. Ik herontdek nu, in een nostalgische bui, de muziek van de jaren 90. Mijn drumstel uit die tijd ligt helaas op zolder. Belangrijker hobby’s zijn nu mijn huis renoveren en meubeltjes restaureren. Onlangs vond ik online vier stoelen en een tafeltje van de Finse ontwerper Alvar Aalto, voor geen geld. Er hing klimop op, maar ik kon ze mooi herstellen en zette ze in mijn atelier. Andere esthetische spullen staan beneden, waar mijn gezin er ook plezier aan beleeft.'

Expressionisten

'Ik ben een groot liefhebber van design en architectuur, ook omdat ze een leidraad vormen in mijn werk. Met een modernistische tafel of lamp kan ik mijn illustraties aankleden. Laatst ging ik in Parijs weer twee huizen van Le Corbusier bezoeken, en ook het speelse, groteske werk van de Vlaamse en Duitse expressionisten inspireert mij. Als ik in mijn zoektocht vast kom te zitten, blader ik door mijn fantastische boek met pentekeningen van George Grosz. Dat verlaagt de drempel en moedigt me aan nooit te saaie illustraties te maken. Er moet ook altijd een grafische knipoog in zitten – ik ben iemand die graag grapjes maakt.'

Zwembroek

'Mijn stijl zou ik omschrijven als introvert expressionisme omdat ik niet het uitbundige type ben. Mijn vrouw is de sociaalste van ons twee. Op een dag moest ik het even overnemen in haar cadeauwinkel, bij ons op de benedenverdieping. Het werd een van pijnlijkste momenten van mijn leven. Ik kon niet overweg met het betalingssysteem, dus daar stonden de klant en ik dan, elkaar ongemakkelijk aan te staren.'(lacht) 'Dan liever solitair in mijn toren. In mijn atelier boven in huis stroomt zoveel zonlicht binnen dat het er in de zomer soms om te bakken is en ik in mijn zwembroek zit te werken. Maar dat lukt ook.'

“Ik ben een groot liefhebber van design en architectuur, ook omdat ze een leidraad vormen in mijn werk. Met een modernistische tafel of lamp kan ik mijn illustraties aankleden.”

Tsjak tsjak tsjak

'Ik teken bijna constant tegen de klok omdat 95 procent van mijn opdrachten voor kranten en magazines zijn. Vaak belt de art director me op de middag en moet ik vier, vijf uur later een illustratie af hebben. In mijn schetsboekjes – oude schoolschriften en notebooks die mijn vrouw over heeft – teken ik ruwweg mijn ideeën uit, ik scan ze in en mail ze naar de klant. Met een beetje geluk is die direct akkoord en kan ik gaan uitwerken. De tijdsdruk geeft veel stress, maar ik zeg niet snel 'nee' tegen opdrachten. Als zelfstandige heb ik ze nodig, plus ik vind het tof om snel tot resultaten te komen – tsjak tsjak tsjak.'

Communicatie

'Klantvriendelijkheid vind ik evident. Ik pas met plezier ontwerpen aan als dat de inhoud beter communiceert. Daar draait een goede illustratie uiteindelijk om. Ik wil niet blasé klinken, maar ik denk dat het een van mijn sterktes is dat ik moeilijke thema’s zoals erfenissen – ik werk al acht jaar voor De Tijd – kan vertalen naar een interessant beeld. Ik hoop natuurlijk dat kijkers, nadat ze de boodschap hebben begrepen, ook genieten van mijn esthetiek en technische uitvoering. Vorig jaar, op een tentoonstelling met vrij werk van mij, zag ik dat de meesten vallen voor kleuren. Geef ze frisse, warme tinten en ze zijn verkocht.'

Keuzestress

'Net als mijn ouders ben ik een geboren piekeraar. Ik kan wakker liggen van de opvoeding van mijn twee zonen – hoe breng ik hen veel bij en laat ik ze tegelijk genoeg los? – maar ook van het werk. Hoe vind ik bijvoorbeeld de enige juiste kleurencombinatie? Dan zit ik verf te mengen en krijg ik last van keuzestress. Ik kan me wel laten inspireren door de Dictionary of Colour Combinations, een Japans kleurenbijbeltje dat ik onlangs gekocht heb, maar de omzetting naar papier blijkt niet altijd te werken. Tekenen is zo fragiel dat ik er soms schele hoofdpijn van krijg, maar de keren dat het wél lukt, ben ik ronduit euforisch.'

“Klantvriendelijkheid vind ik evident. Ik pas met plezier ontwerpen aan als dat de inhoud beter communiceert. Daar draait een goede illustratie uiteindelijk om.”

Tussen meetkunde en Matisse

'Twintig jaar geleden begon het allemaal met plakken en stelen. Goed kijken naar hoe meer ervaren illustratoren het deden. Tot ik besefte dat het gemakkelijker was om zelf iets te verzinnen en ik tot mijn vreugde een eigen signatuur ontwikkelde. Ik denk dat die het midden houdt tussen eenvoud en complexiteit, en dat is een weerspiegeling van mijn smaak. Ik hou van de eenvoud van meetkunde of het zwarte vierkant van Malevitsj, maar ik kijk met even grote ogen naar de complexere werken van Matisse, nog een lievelingsschilder van mij. In mijn werk probeer ik een kruisbestuiving tussen die twee uitersten te bereiken.'

Heilige Drievuldigheid

'Toen ik voor het eerst mocht tekenen voor The New Yorker, vijf jaar geleden, wilde ik per se bewijzen dat ik het kon, maar al mijn versies mislukten. Pas de avond voor de deadline besefte ik waar het scheef zat en wat ik zeker níet moest doen. Ik begon helemaal opnieuw, werkte tot één uur 's nachts door, maar het lukte: ik bereikte mijn Heilige Drievuldigheid van thema, compositie en kleur. De allereerste keer dat me dat lukte, was ik nog een kind. Ik zag op tv een bodybuilder met zwarte krulletjes en tekende die na. Mijn grootvader zei dat hij er sprekend op leek, en die ervaring zette zich diep vast in mijn geheugen.'

Mooie fouten

'Aan een klassiek pianist vraag je toch niet waarom hij niet op een synthesizer speelt? Wel, daarom moet je mij niet vragen waarom ik werk met acrylverf en niet met de computer. Met alle respect voor wie die dat wel doet, maar ik zie graag de hand van de maker. Schilderen levert ook mooiere fouten op. Heb ik niet de tint die ik wilde, dan zet ik er een nieuwe over en krijg ik plots meer nuances in het beeld. Wel jammer dat onlangs Cansons perfecte aquarelpapier uit productie werd gehaald. Gelukkig biedt Arches een waardig alternatief. Het papier zuigt de verf niet op, waardoor mijn tekening er voor het leven op blijft liggen.'

“Aan een klassiek pianist vraag je toch niet waarom hij niet op een synthesizer speelt? Wel, daarom moet je mij niet vragen waarom ik werk met acrylverf en niet met de computer. Met alle respect voor wie die dat wel doet, maar ik zie graag de hand van de maker. Schilderen levert ook mooiere fouten op.”

De zin van zelfkritiek

'Ik ben niet goed in mezelf schouderklopjes geven. Is het mijn West-Vlaamse aard? Ik weet het niet, maar ik vind het al bijna te onbescheiden om mijn werk op sociale media zetten. Er hangen in mijn atelier nu wel enkele tekeningen op die ik geslaagd vind, in de hoop dat ze me stimuleren. Het zijn de uitzonderingen, want 90 procent van de tijd haalt wat ik gemaakt heb mijn eigen lat niet. Ergens is dat natuurlijk goed. Zelfkritisch zijn, me niet beperken tot altijd hetzelfde palet, genoeg vrij werk maken – het zorgt ervoor dat ik niet bergaf ga. De dag dat ik me wentel in tevredenheid, gebeurt er niets nieuws meer.'



Deel dit artikel: