In het atelier van Paul Verrept

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Paul Verrept in Antwerpen.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Park en tram

'Er staan in mijn atelier zes tafels en sinds kort een rolwagentje waarin ik mijn tekengerief organiseer. Die tafels zijn niet groot of duur, ze geven me gewoon de kans om dikwijls te verhuizen. Ik werk versnipperd en onrustig, dat is mijn natuur, en dan kan het helpen om zelfs maar twee meter verder te gaan zitten. Om dezelfde reden, denk ik, heb ik de nervositeit van de stad nodig. Van op mijn zevende verdieping kijk ik uit op een parkje, zie ik auto’s rijden of een tram de bocht nemen. Dat drukke uitzicht vind ik ideaal. Een monotoon bos of blinde muur zou mijn claustrofobie alleen maar vergroten.'

Gered uit de benauwenis

'In alles wat ik maak, zit een verlangen naar bevrijding. Ik ben zeer gesloten opgevoed, er kwam misschien één keer per jaar iemand spelen. In de grote vakantie ging ik elke ochtend een groot blad papier kopen waar ik tegen de avond een strip op probeerde te hebben. Hoewel het een gedwongen isolement betrof, reikte het me ook iets aan. In mijn boek Porselein tekent iemand die opgesloten zit een raam op de muur en springt erdoor. Zo heeft tekenen ook mij uit mijn benauwenis gered. Het is raar, maar als ik nu werk, zeker als ik wat naïevere tekeningen maak, zit ik min of meer op dezelfde manier als vroeger het papier te vullen.'

Koffie en mysterie

'Ik woon hier alleen, maar vind het fijn als mijn kinderen in mijn atelier komen rondhangen. Daardoor ga ik me zelfs meer concentreren. Ik drink hier ook graag koffie met mensen die bijvoorbeeld een tekst van mij gaan illustreren. Dat proces verloopt altijd anders. Randall Casaer vroeg me om hem te zeggen wat hij op welke pagina moest tekenen, wat ik dan ook schaamteloos deed, terwijl Ingrid Godon graag heeft dat ik het verhaal voorlees, waarna ze haar eigen, mysterieuze weg gaat. Als ik zelf teken, heb ik het liefst niet teveel bemoeienis. Daarom vond ik de eerste lockdown wel eventjes comfortabel: niemand kon mij vinden.'

“In mijn boek 'Porselein' tekent iemand die opgesloten zit een raam op de muur en springt erdoor. Zo heeft tekenen ook mij uit mijn benauwenis gered. ”

Ramen lappen

'Als ik een boek illustreer, verwerf ik daar plek voor door in mijn agenda dagen te blokkeren om te tekenen. Het grote streven is een gevoel van verloren tijd te krijgen, zoals op vakantie, periodes waarin ik meestal een heel goed rendement heb omdat ik vrijheid en flow ervaar. Thuis maak ik daarom van wachten een ritueel. Ik span mijn papier op, ga eventjes weg, zet mijn verf klaar, ga de ramen lappen. Maar van zodra ik voel dat ik een concentratie en stilte te pakken heb, stop ik en ga ik naar mijn bureau. Ik spiegel me aan Matisse, die uren naast zijn blad zat tot hij ineens zeven lijnen zette die de moeite waard waren.'

Estafette

'Vroeger moesten mijn muren leeg blijven, maar daarin ben ik gelukkig veranderd. Boven de schouw hangt nu een schilderij van Guy Vandenbrande. Het ongelooflijke is dat ik dit waardevolle werk vond tussen rommel die bestemd was voor het stort. Nu ja, wat er zich afspeelde in een artistiek verleden, wordt op een bepaald moment onbegrijpelijk voor ons. We weten niet meer wat daar is gebeurd, we zien er enkel nog een restant van. In die zin zie ik kunst als een estafette waarin telkens iets doorgegeven wordt. Het is wat ik het meest hoop voor mijn eigen werk: dat het inspireert en anderen aanzet om het stokje over te nemen.'

Snel

'Kunst is het enige dat mij echt fascineert omdat er zowel bij het maken als het kijken iets ontstaat wat er daarvoor niet was. In mijn eigen werk ben ik het meest tevreden met de tekeningen die gemaakt zijn terwijl er iets gebeurde dat ik niet goed besefte. Iets onbewust dat ik dan wel onder controle houd, want in die verwildering breng ik nadien structuur aan om de dingen te kunnen bezweren of om het werk te kunnen inzetten als troost. Altijd gaat het mij om die snelle dialoog: ik zet een veeg, zie er iets onverwachts in, ga ermee verder. Snel werken laat iets toe wat je verliest als je schildert met een fijn penseeltje.'

“'Ik zie kunst als een estafette waarin telkens iets doorgegeven wordt. Het is wat ik het meest hoop voor mijn eigen werk: dat het inspireert en anderen aanzet om het stokje over te nemen.'”

Beperkingen en oplossingen

'Ik gooi veel werk weg omdat ik mezelf vaak overschat en het me niet lukt om het beeld helemaal te tekenen zoals ik het in mijn hoofd had. Het is zoals een zanger die moet vaststellen dat zijn bereik in hoge mate gevormd is, bijvoorbeeld door omstandigheden, en hij bepaalde prachtige partijen nooit zal kunnen zingen. Dat ik tussen 2012 en 2017 geen tekeningen meer publiceerde, had onder andere te maken met die eigen stem leren accepteren. Uiteindelijk besefte ik dat mijn beperkingen ervoor zorgen dat ik oplossingen moet vinden waardoor het resultaat echt van mij wordt. Dat is sindsdien mijn wegwijzer: ik maak wat alleen ik kan maken.'

Golfslag

'Ik ben verknocht aan het idee van een boek: papieren die worden samengehouden aan de rug. Goud op snee heb ik daarbij niet nodig. Veel belangrijker vind ik dat er een golfslag in zit. Zeker als je door een prentenboek bladert, moet dat zijn zoals de trailer van een James Bond-film: bijna beter dan de film zelf en met een onstuitbaar ritme. Dankzij mijn werk als boekontwerper – ik geef onder meer theaterteksten uit – is het me duidelijk geworden dat je om de zoveel pagina’s een centraal punt nodig hebt, een terugkerende vorm op dezelfde plaats, zoals een oog, een maan, een spiegel. Onze blik wordt daar onbewust naartoe getrokken.'

Wagner en Bach

'Soms zit ik op mijn fiets, stop ik plots om iets te schetsen, stap ik weer op en hou ik als een halvegare vijf meter verder weer halt. Dat bewegen weekt dan ook iets los. Daarom heb ik altijd een schriftje bij, een pennetje, wat houtskool. Ik heb graag harde en zachte houtskool in huis. Met de eerste kun je essentiële lijnen zetten, terwijl de tweede dient om los te gaan of bombast uit te drukken. Een paar vegen en pfoe! Eigenlijk is het Bach en Wagner, en ik heb ze allebei nodig. Zo werk ik ook met de goede aquarelverf van Winsor & Newton, maar wissel ik weleens af met een tube uit De Krak omdat ik die vuiligheid iets vind hebben.'

“Ik gebruik nogal negatieve termen omdat ik vind dat mensen vaak te idyllisch praten over dit vak. Schrijven en tekenen is een omgang met jezelf, en soms krijg je ruzie met jezelf. Al moet ik toegeven dat het op de beste momenten prachtig is, vooral als ik even uit volle borst kan zingen.”

Uit volle borst

'De grootste voorbereiding is niet mijn materiaal gaan kopen, maar kopzorgen hebben. Over hoe ik tekeningen ga kunnen maken die een wereld oproepen en tegelijk de toon van het verhaal vasthouden. Over hoe ik een geheel van prenten ga bekomen, terwijl ik toch wendingen toelaat. Dat laten bezinken kan weken duren, tot ik er wanhopig van word. Ik gebruik nogal negatieve termen omdat ik vind dat mensen vaak te idyllisch praten over dit vak. Schrijven en tekenen is een omgang met jezelf, en soms krijg je ruzie met jezelf. Al moet ik toegeven dat het op de beste momenten prachtig is, vooral als ik even uit volle borst kan zingen.'



Deel dit artikel: