In het atelier van Merel Eyckerman & Benjamin Leroy

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Merel Eyckerman en Benjamin Leroy in Bevel.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Naast elkaar

Merel: ''Koffie?' is soms het enige wat we zeggen op een hele voor- of namiddag in het atelier. Benjamin en ik babbelen veel, maar eerder 's middags bij de boterham of 's avonds. Als we aan het werk zijn, willen we ons op ons blad concentreren. Dat lukt meestal goed, ook al staan onze tafels vlak naast elkaar. Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Wij zijn samen van in het begin van onze opleiding Illustratie en tekenden toen al graag bij elkaar op kot. Doordat we hetzelfde vak doen, begrijpen we elkaars nukkigheden én enthousiasme. We voelen nu vooral dat laatste, hier in dit grote, lichte atelier met zicht op de weides.'

Het perfecte muntgroen

Benjamin: 'Ik heb Merel altijd bewonderd, bijvoorbeeld om haar durf om het blad redelijk leeg te laten en zo de verbeelding van de kijker aan te spreken. Ik wil net vaak alles vullen. 'Is er anders wel genoeg te zien?', denk ik dan onzeker. Ik vind het ook geweldig hoe trefzeker ze is – meestal heeft ze voor een boek maar één blaadje storyboard nodig terwijl ik een dikke stapel schetsen moet maken. En haar gevoel voor kleur! Onlangs had ik een felgele koelkast getekend, maar dat vloekte, niet normaal. Waarop Merel met het perfecte muntgroen kwam. Ze tekent altijd de huizen waarin ze zelf zou willen leven, gezellig en stijlvol.'

Niet boos genoeg

Merel: 'Ik begin aan mijn decors door stoelen, kopjes of kledij te kiezen uit m'n allegaartje knipsels aan de muur of uit oude schetsboeken. Dat gaat gemakkelijk, op het gevoel. Als ik toch eens een klankbord wil of er zit iets scheef, vraag ik wel Benjamins advies. Hij wijst dan vaak direct het probleem aan, wat me een beetje pissig maakt, maar me wel helpt. Zo zegt hij soms: 'De boosheid van je personage komt niet over'. Omdat ik graag met subtiele nuances werk, verliezen mijn emoties inderdaad soms aan duidelijkheid. Dan is het goed dat Benjamin me stimuleert om straffer te zijn. Hij doet dat trouwens ook als ik kook.' (lacht)

“Ik heb Merel altijd bewonderd, bijvoorbeeld om haar durf om het blad redelijk leeg te laten en zo de verbeelding van de kijker aan te spreken. Ik wil net vaak alles vullen. ”

Pantone

Benjamin: 'Ik heb de laatste tijd vaak stoom afgeblazen al baskettend of lopend, want ik was bezig met een achteraf bekeken geschift project: De Blauwen tegen de Rooien. Mijn eerste eigen prentenboek moest over ridders gaan – uit nostalgie naar de tijd waarin ik samen met de jongste van mijn vier broers rondhoste met zwaarden – en dat idee bleek te passen bij de plezante schetsen die ik was beginnen te maken met mijn vierkleurenbalpen. Alleen vroegen die vier tinten om een druk in vastgelegde pantone-kleuren. Ik moest elke illustratie daarin opbouwen, zo schematisch dat ik bijna gek werd. Maar goed, alles beter dan me te vervelen.'

Naar Egypte

Merel: 'Ik was nooit zo moedig om me digitaal te scholen. Ik werk gewoon veel liever en sneller met de hand. Dat is alleen maar aangescherpt doordat ik tussen 2003 en 2019 bijna elk jaar met een archeologisch team meeging naar Egypte om er de objecten die het team opgroef – van ceramiek tot kralen – secuur na te tekenen. Sindsdien gebruik ik ook voor mijn kinderillustraties het allerdunste vulpotlood, een 0.2. Ja, zelfs al moet ik daardoor 's morgens vaak prutsen met weer eens afgebroken vullingen. Naast mij zit Benjamin ondertussen lustig het ene na het andere blad te vullen, met de zotste ideeën eerst. Ieder zijn opwarming, zeker?'

The Muppets

Benjamin: 'Ik kan niet zonder humor. Zelfs in de serieuze tekst die ik net geschreven heb over onvruchtbaarheid – Merel en ik legden daarin zelf een traject af – zitten grappen. Die werken aanstekelijk, vertellen lezers mij. Daar gaat het voor mij om: communicatie met het publiek. Ik besef dat wel pas ten volle sinds ik vader ben. Dan zag onze zoon Rien als kleuter een van mijn artistiek bedoelde collages en vroeg hij: 'Waarom is dat erin geplakt, papa?' Het maakte de tekening onduidelijk voor hem. Sindsdien zet ik de dialoog met mijn lezertjes voorop, terwijl ik er voor hun ouders ook lagen in steek, een beetje zoals in The Muppets.'

“Als ik toch eens een klankbord wil of er zit iets scheef, vraag ik wel Benjamins advies. Hij wijst dan vaak direct het probleem aan, wat me een beetje pissig maakt, maar me wel helpt.”

Rien

Merel: 'Onze zoon, die acht jaar geleden hier thuis geboren is, bepaalt ons werkritme. Terwijl Benjamin Rien 's ochtends naar school fietst, kan ik ongestoord mijn mails checken – we hebben maar één computer – en me op mijn geliefde, vlinderachtige manier door het atelier bewegen – iets schetsen, iets opzoeken, een koekje halen – zonder Benjamin af te leiden. 's Namiddag haal ik Rien van school en eens hij slaapt, beginnen we opnieuw te werken, meestal in de heerlijke stilte van de avond. Overdag staat Radio 1 op, bij wijze van compromis, want ik denk niet dat ik zou kunnen tekenen mocht Benjamin Tool door de boxen laten knallen.'

Benny B

Benjamin: 'Mijn Martin Nylon-gitaar staat te lonken naast mijn tekentafel. Ik maak er graag songs mee, ook voor Benny B, mijn marginale schlager-alter ego. Ik amuseer er in de eerste plaats mezelf mee, maar dankbij reacties van volgers – 'Kleffe songs, maar keigoeie teksten!' – kreeg ik meer zelfvertrouwen als schrijver. Ik ben nogal invasief op tekstvlak, ik wil meedenken met auteurs, in een soort symbiose, maar ik twijfelde lang of ik ook alleen tot goede teksten kon komen. Tot ik bedacht: als ik voor Benny B afgeronde verhalen met een kwinkslag kan schrijven, waarom dan niet voor een boek? Ik heb alvast lades vol ideeën.'

Verliefd op het personage

Merel: 'Benjamin en ik maakten nog nooit samen een boek, ook omdat mijn kriebels te miniem zouden zijn voor hem om mee aan de slag te gaan. Net als Laura Carlin, een van de illustratoren die ik volg, werk ik heel klein. Mijn dummy’s zijn vaak maar frutselboekskes van een paar vierkante centimeters en mijn schetsen zijn niet meer dan thumbnails die ik voor de uitwerking digitaal opblaas. Ik maak nooit te veel schetsen, ik sprokkel liever ideeën en associaties in mijn hoofd. Als ik dan na lange tijd mijn personages op papier zet, heb ik soms maar drie lijnen nodig om er verliefd op te worden en te voelen: dit is het.'

“Inspiratie is een wild diertje; je kunt het niet wakker maken wanneer jij dat wil. Een boek maken voelt daardoor soms als een bergbeklimming. Het begin – lekker ideeën spuien – en het einde – in sneltreinvaart afwerken – vind ik het leukst. De allerbeste momenten benaderen zelfs meditatie.”

Meditatie

Benjamin: 'Soms mis ik deuren in ons atelier. Vooral als ik broed op teksten, zou ik me meer willen afzonderen. In principe kan ik dan gaan fietsen – de cadans helpt bij het opdrammen van woorden – maar inspiratie is een wild diertje; je kunt het niet wakker maken wanneer jij dat wil. Een boek maken voelt daardoor soms als een bergbeklimming. Het begin – lekker ideeën spuien – en het einde – in sneltreinvaart afwerken – vind ik het leukst. De allerbeste momenten benaderen zelfs meditatie. Dan vergeet ik alle tijd en kom ik heel dicht bij mijn kern. Dan ben ik weer dat jongetje dat aan de keukentafel uren zat te tekenen. Zalig.'



Deel dit artikel: