In het atelier van Jacques & Lise

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij illustratorenduo Jacques Maes & Lise Braekers in Schaffen.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Donderdag en vrijdag

Lise: ‘Jacques en ik zijn een geoliede machine, maar we hebben nooit bewust beslist om samen te werken. Dat groeide organisch. We riepen alsmaar meer elkaars hulp in bij onze afzonderlijke opdrachten en plots waren we samen Het prullalamonster aan het illustreren. Anders dan Jacques werk ik niet fulltime van thuis uit, maar alleen op donderdag en vrijdag. Ik ben halftijds grafisch vormgever bij de juwelenontwerpers Wouters & Hendrix. Ik heb er al veel geleerd en heb leuke collega’s en toch ligt mijn ziel nog meer in ons eigen werk. Het is mijn droom er ooit 100 procent voor te durven gaan.’

Nostalgisch

Jacques: ‘Ik wilde eigenlijk striptekenaar worden. Bij mijn bomma, waar ik elke middag mijn boterhammen opat, las ik alle Kuifjes en Robbedoezen van begin tot einde. Ik was heel vaak aan het tekenen, net als Lise als kind. We konden er volledig onze fantasie in kwijt. Misschien is het ook omdat we allebei de jongste van onze gezinnen zijn dat we moeilijk afscheid kunnen nemen van die speelse, onbezonnen tijd. Gelukkig mag die nostalgie in ons vak. Het is zelfs nuttig om een soort kinderlijke verwondering te behouden. In het volwassen leven verdwijnt die bij velen, maar daarmee verdwijnt ook de magie.’

Bontjas

Lise: ‘Belangrijker dan perfect tekenen, is een goed concept uitdenken en overbrengen. Dat leerden we in onze opleiding grafische vormgeving. Het is waar ik Jacques meteen om bewonderde: om zijn vele en frisse ideeën. Hij maakt constant associaties. Hij denkt door waar anderen stoppen en dat is vaak de kiem voor onze boeken. Zo zag hij in een winkel eens een bontjas en dacht hij: 'Wat als iemand zich daarmee onder de dieren zou begeven?'. Hij goot die vraag in een scenariootje en dat vormde de inspiratie voor Viktor, ons derde prentenboek. Al tekenend en experimenterend groeide dat eerste idee verder uit.’

“Alleen met wat we allebei goed vinden gaan we verder. Het is als zoeken naar dat ene jazzakkoord: je schuift een halve toon op en plots gebeurt het.”

Jazzakkoord

Jacques: ‘Als je samenwerkt, kun je elkaars troeven uitspelen. Omdat Lise de geraffineerdste tekenaar van ons twee is, werkt zij op de lichtbak mijn schetsen uit. De inkleuring doe ik, al kiezen we wel samen het palet. In onze boeken beperken we ons graag tot een kleur of drie, vier omdat je dan één sterke sfeer uitademt. Vaak zijn we urenlang bezig met om de beurt in Photoshop onze favoriete kleuren kiezen. Alleen met wat we allebei goed vinden gaan we verder. Het is als zoeken naar dat ene jazzakkoord: je schuift een halve toon op en plots gebeurt het.’

Twijfelaars

Lise: ‘Nog elke keer als een boek uitkomt, wachten we bang de reacties af en willen we al bijna aan een volgend beginnen om te bewijzen dat we het beter kunnen. Ook met grote, nieuwe opdrachten starten blijft eng. In die zin zijn we allebei twijfelaars, maar gelukkig kunnen we elkaar bevestigen. Wat niet wil zeggen dat we niet eerlijk onze mening geven. In het begin van onze relatie durfden we dat niet, maar nu leveren we altijd constructief commentaar op elkaars bijdrages. Collega’s van ons krijgen die feedback vaak pas bij de klant. Nog een voordeel: met twee nadenken maakt elke keuze doordacht.’

Jeugdboekenmaand

Jacques: ‘Het is belangrijk om af en toe alles te laten rusten, te herbronnen en daarna fris te herbeginnen, maar we zijn niet zo goed in offline of echt op vakantie gaan. Stel dat er net dan een supervette opdracht komt, zo eentje als het campagnebeeld voor de Jeugdboekenmaand mogen ontwerpen. We sprongen een gat in de lucht toen we dat voor 2019 mochten doen. Het is het soort uitdaging dat je als illustrator het meest prikkelt. Bovendien was het thema vriendschap, en Lise en ik zijn elkaars allerbeste vrienden. Het maakt zware momenten iets lichter en mooie momenten nog mooier.’

“Nog elke keer als een boek uitkomt, wachten we bang de reacties af en willen we al bijna aan een volgend beginnen om te bewijzen dat we het beter kunnen. Ook met grote, nieuwe opdrachten starten blijft eng. In die zin zijn we allebei twijfelaars, maar gelukkig kunnen we elkaar bevestigen. ”

Voor het slapengaan

Lise: ‘Op thuiswerkdagen ben ik altijd relaxed. Ik moet niet om zes uur op en het is zo leuk om met ons eigen ding bezig te zijn dat het niet voelt als werken. Zeker ’s ochtends is het fijn, dan zijn we het productiefst en dan schijnt de zon zo mooi binnen in onze werkkamer. Die ligt op de eerste verdieping, naast onze slaapkamer. Net voor we in bed kruipen, springen we graag nog eens binnen. In periodes dat we goed bezig zijn, geeft naar het gedane werk kijken alleen maar goesting om er de volgende ochtend mee verder te gaan.’

Doodskoppen

Jacques: ‘Aan een boek werken we lang en intensief. Daarom is het fijn om af te wisselen met bijvoorbeeld affiches en kaartjes ontwerpen. We worden veel gevraagd voor geboortekaartjes, waarschijnlijk omdat we een uniek vouwconcept bedacht hebben en er telkens iets persoonlijks van maken. Maar we willen geen fabriekje worden. Na een reeks geboortekaartjes wil ik altijd even weg van het zeemzoete en verlang ik bij wijze van spreken naar doodskoppen tekenen. Die variatie hebben we nodig in alles, zelfs in de inrichting van ons huis. We houden ervan meubels te wisselen en hebben net nog nieuwe kaders opgehangen in ons atelier.’

Plaatjes draaien

Lise: ‘Bijna elk weekend schuimen we rommelmarkten af. Ik vind het fantastisch om de pareltjes te vinden en die dan een plaats te geven. Zeker in ons atelier willen we omringd zijn door visueel prikkelende spullen. Uit dat vooroorlogse, blauwe fietsje zou toch zo een verhaal kunnen voortvloeien? Hetzelfde geldt voor de pijp rokende zeeman aan de muur of de platen die we vaak puur voor de hoes kopen. Tijdens het werken draaien we van alles: van de vergeten prachtsongs van Sixto Rodriguez tot de elektronische muziek van Boards of Canada. Zolang ze maar sfeer brengt.’

“We proberen nu al onze beelden te laten primeren op de tekst. Volledig woordeloze prentenboeken liggen jammer genoeg moeilijk in de markt. Ze bieden de lezers nochtans de kans om zijn eigen verhaal te vormen. Daar streven we naar: iets maken dat bij jong en oud nazindert.”

Woordeloos

Jacques: ‘Er is niet één naam, we hebben zoveel inspiratiebronnen. Op ons kerstverlanglijstje zetten we vaak titels van Bries, de Belgische uitgeverij van gedurfde strips, maar ook het werk van Jon Klassen hebben we altijd binnen handbereik. Als we ooit zelf zulke geniaal eenvoudige boeken kunnen maken, zullen we heel gelukkig zijn. We proberen nu al onze beelden te laten primeren op de tekst. Volledig woordeloze prentenboeken liggen jammer genoeg moeilijk in de markt. Ze bieden de lezers nochtans de kans om zijn eigen verhaal te vormen. Daar streven we naar: iets maken dat bij jong en oud nazindert.’



Deel dit artikel: