In het atelier van Flore Deman

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij illustrator Flore Deman in Waregem.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Rouleren

'Trouw met een boekhouder. Dat zou mijn advies aan startende collega’s kunnen zijn.' (lacht) 'Zonder Thomas had ik de stap naar zelfstandig zijn niet durven te zetten, denk ik. Na zes jaar illustreren in bijberoep vond hij dat ik genoeg financiële slagkracht en netwerk had opgebouwd, plus: hij zag dat ik door die combinatie van twee jobs fysiek op was. 100 procent ondernemer zijn ligt me inderdaad beter. Ik help zelf graag stagiairs om het zakelijke en creatieve in balans te houden. Je mag ons vak niet té idyllisch zien, want je moet bijvoorbeeld ook je portfolio en sociale media up-to-date houden, kortom: alles moet rouleren.'

Ordelijke overloop

'De typische chaotische kunstenaar ben ik niet, integendeel, ik heb het liefst een clean desk. Eén keer per week ruim ik op wat er toch rondslingert, en de winter vind ik perfect om materialen en boeken te sorteren. Boven mijn werkblad vind je maar een handvol foto’s van mijn familie of mijn metekind, en de enige spulletjes op de vensterbank zijn twee retro-eendjes uit de kringwinkel. Orde werkt gewoon beter. Bovendien zit ik in de overloop van ons huis. De andere ruimtes boven zijn slaapkamers voor Thomas en mij, voor ons dochtertje van anderhalf en voor haar toekomstige broertjes of zusjes. Maar ik heb niet veel nodig.'

First Aid Kit

'Het zicht op de wilgen in onze straat en het binnenstromende daglicht maken mijn 'atelier' ideaal voor mij. Dat Thomas soms passeert, stoort niet. Ik zet gewoon mijn koptelefoon op en creëer mijn ruimte met muziek, een podcast of de radio. Te veel gebabbel verdraag ik niet als ik ideeën moet bedenken, dan is rustige gitaarmuziek of folk à la First Aid Kit beter. Die is perfect om te mindmappen. Daarmee begin ik elke opdracht voor een krant of magazine: op losse blaadjes krabbel ik woorden die ik met het onderwerp associeer, die brengen me bij beeldspraak en zo ontstaat na maximum een paar uur mijn concept.'

Je mag ons vak niet té idyllisch zien, want je moet bijvoorbeeld ook je portfolio en sociale media up-to-date houden, kortom: alles moet rouleren.

Luxeprobleem

'Een psycholoog noemde me eens een ongeduldige perfectionist en dat klopt. Ik leg de lat hoog, maar het moet ook vooruitgaan. De stress van deadlines werkt dus goed voor mij, al loop ik soms wel ambetant doordat er te veel opdrachten samenkomen. Maar ergens is dat een luxeprobleem. Ik hou alles onder controle in een uitgebreid schema op mijn computer: dan maak ik storyboards, dan werk ik uit, dan plan ik andere afspraken – heel gestructureerd, dat ligt in mijn aard. Ik bundel ook activiteiten: ’s morgens als mijn geest het scherpst is, bedenk ik soms tot drie concepten na elkaar terwijl ik ‘s namiddags beelden uitwerk of inkleur.'

Saaie haai

'Voor een expo met vrij werk maak ik weleens linosneden of schilder ik, maar als illustrator is mijn methode volledig digitaal. Na mijn ruwe schetsen teken ik direct op de iPad – handig, want je werkt meteen in het juiste formaat en in de kleuren zoals ze gedrukt zullen worden. Dat helpt ook de auteur en uitgeverij om gerichtere feedback te geven, al moet ik zeggen dat ik het liefst heb dat ze me mijn gedacht laten doen.' (glimlacht) 'Daarom ging het zo vlot om mijn eerste prentenboeken te maken. Bedenkster Lynn Pinsart had alle begrip als ik bijvoorbeeld een haai te saai grijs vond en liever een walvis tekende.'

Zalige ochtenden

'Het is nog een leerschool om dieren realistisch te tekenen én er een karaktertje van te maken, ze een kopke te geven door de oogjes, mond en wenkbrauwen precies goed te krijgen. Ik blijf wel niet ploeteren als het niet lukt, want dan raak ik gefrustreerd. Dan kan ik beter eventjes naar buiten of gaan zwemmen. Wat ook helpt, is ventileren bij collega’s, via Instagram of op een evenement, maar fulltime coworken zou niets voor mij zijn. Ik werk graag alleen en de ochtendrush om op zo’n plek te komen zou me te veel stress geven. Nu breng ik rustig mijn dochtertje naar de crèche om de hoek, ik neem een koffie en ben vertrokken – zalig.'

Een psycholoog noemde me eens een ongeduldige perfectionist en dat klopt. Ik leg de lat hoog, maar het moet ook vooruitgaan. De stress van deadlines werkt dus goed voor mij.

Autodidact

'Ik leerde veel technieken in de tekenacademie – waar ik op mijn zesde al met de eerste Wacompennetjes werkte – en in mijn opleiding tot leerkracht plastische kunsten, maar mijn conceptuele manier van werken gaf ik zelf vorm. Er bestaat sowieso geen algemene handleiding. Ook werken met Illustrator of Photoshop kreeg ik al doende en op mijn manier onder de knie. Ik schuim nu nog altijd het internet af op zoek naar tips en experimenteer dan met brushes, texturen, enzovoort. De autodidact in mij verlangt vaak al tijdens het maken van een boek of illustratie naar een volgend project om nieuwe kleuren of figuren uit te proberen.'

Personages met bril

'Het kinderlijke, intense geluk van iets mogen creëren voel ik vooral als ik prentenboeken maak. Het belangrijkste vind ik dat kinderen zich daarin kunnen herkennen. Geen mooier compliment dan te horen hoe blij ze zijn dat ze eindelijk een personage van kleur zien, een molliger meisje of een jongen met een bril  – zo veel kinderen dragen er één, maar je vindt het nauwelijks in boeken. Voor En ze leefden nog… hapte ik dan weer toe omdat de prinsessen van schrijfster Elisabeth Lucie Baeten niet Disney-achtig zijn, maar hun leven in handen nemen, los van de prinsen. Zulke boodschappen wil ik ook aan mijn dochter geven.'

Jacques & Lise

‘Elk boek of beeld is mijn kindje, dus mocht ik te horen krijgen dat het volledig anders moet, ik zou het moeilijk kunnen verdragen. Pas op, na een paar dagen zou ik herbeginnen, ik ben geen opgever. Hoe moeilijker de opdracht, hoe liever zelfs. Zo vroeg de Volkskrant me onlangs om een illustratie bij een essay over de problemen die regenbooggezinnen ondervinden. Daar bestaan nog nauwelijks beelden over. Precies die carte blanche heb ik graag. Daarom bewonder ik ook collega’s als Jacques & Lise: zij snijden niet-evidente, morele thema’s aan – zoals in Victor de jacht op dieren – in een verfrissende, grafische stijl.’

Vroeger dacht ik niet dat ik het verschil kon maken met een illustratie, want die moest toch onderdanig zijn aan een tekst? Nu weet ik: een sprekend beeld voegt zoveel toe. Daar wil ik blijven voor gaan.

Tegen onrecht

'Omdat ik soms de neiging heb te snel ‘ja’ te zeggen, research ik altijd goed wie mij voor wat vraagt. Een bedrijf dat niet strookt met mijn visie, bijvoorbeeld omdat het aan greenwashing doet, daar werk ik liever niet voor. Mijn thema’s zijn maatschappelijk – mensenrechten, mentale gezondheid, lgbtqia+. Als ik geen illustrator was geworden, dan waarschijnlijk sociaal werker of psycholoog. Van onrecht kan ik dagen ziek zijn. Vroeger dacht ik niet dat ik het verschil kon maken met een illustratie, want die moest toch onderdanig zijn aan een tekst? Nu weet ik: een sprekend beeld voegt zoveel toe. Daar wil ik blijven voor gaan.'



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest