In het atelier van Erika Cotteleer

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Erika Cotteleer in Kapellen.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Niet mee naar zee

Mijn tekeningen lijken misschien nonchalant, maar om ze te maken moet ik hypergeconcentreerd zijn. Daarom draai ik nooit muziek en werk ik graag ’s nachts. Dan kom ik in een drive omdat ik alleen met mijn ding bezig kan zijn. Ik doe dat meestal wel pas in de eindfase van een boek of tentoonstelling, want na zulke late dagen moet ik kunnen crashen en dat is niet zo evident. Ik geef zestien uur per week les grafische vormgeving en ik heb een gezin. Dat gaat voor op alles, maar ik vind het fantastisch als mijn man en kinderen een weekje naar zee gaan. Dan kan ik dagenlang kamperen in mijn verbeelding.’

Op de grond

‘Mijn atelier was vroeger een garage. Er zitten nu grote ramen in waardoor er mooi licht binnenvalt. Ik werk hier enorm graag, ook omdat ik grote vellen papier of stukken hout op de grond kan leggen. Die beschilder ik vaak bij wijze van opwarming, op een heel intuïtieve manier. Dat kan ik niet als ik aan mijn tafel moet blijven zitten. Ik heb beweging nodig en mag zeker niet het gevoel hebben dat ik me moet inhouden. Daarna volgt een rustigere fase waarin ik rationeler over mijn beelden nadenk, maar zelfs dan is het goed dat ik mijn probeersels op de vloer kan laten liggen.’

Gezonde man

'Om kunst te maken moet je je egoïstisch opstellen en onze maatschappij lijkt dat nog altijd meer te tolereren van mannelijke dan van vrouwelijke kunstenaars. Ik merk dat mijn werk er soms bij inschiet als ik weer eens tussendoor de was insteek of me opgeef als vrijwilliger op de school van mijn kinderen. Gelukkig heb ik een stimulerende, flexibele man. Hij is grafisch vormgever en werkt ook van thuis. Hij is de georganiseerde van ons twee. Als ik in de flow zit, leg ik gewoon een pak koeken op mijn werktafel, maar hij komt me dan druiven of een salade brengen.’

“Om kunst te maken moet je je egoïstisch opstellen en onze maatschappij lijkt dat nog altijd meer te tolereren van mannelijke dan van vrouwelijke kunstenaars.”

Zwart

Aan een illustratie begin ik altijd op dezelfde manier: met zwarte acrylverf en dikke, platte penselen. Die grove aanpak zorgt ervoor dat ik nog niet te veel nadenk, iets wat ik bij voorzichtiger materiaal wel doe. Ik ben enorm gehecht aan die eerste vlaag van directheid. Ik wil naar de essentie gaan en ruimte laten voor toeval, vandaar ook de keuze voor zwart. Mocht ik bijvoorbeeld met rood starten, ik zou al te veel gestuurd worden door de sfeer die aan die kleur vasthangt. Uit mijn hopen zwarte schilderingen kies ik uiteindelijk die die voor mij het meest evenwichtig aanvoelt. Het beeld moet een balans hebben waarmee ik verder kan.’

Houvast

Er is altijd de angst dat een illustratie niet juist zal zitten. Daarom maak ik na die ruwe, zwarte fase enorm gedetailleerde potloodtekeningen. Zo kom ik exact te weten wat er in mijn compositie gebeurt en hoe mijn personages er gaan uitzien. In een kinderboek moeten die op elke bladzijde herkenbaar zijn en dus zit ik te gommen tot alles klopt. Waarna ik het weer loslaat, want in de volgende fase begin ik opnieuw op een leeg blad wild te schilderen. De potloodtekeningen blijven wel in de buurt als een houvast waarnaar ik af en toe teruggrijp.’

Roes van kleuren

‘In mijn tekeningen wil ik niets verdoezelen. Ik speel graag met hardheid, zowel inhoudelijk als vormelijk. Zo geven kleurcontrasten me het bam!-gevoel waar ik altijd naar streef. Het zit in mijn aard: ik wil de dingen tonen zoals ze zijn en ik heb duidelijk mijn idee. Dat is altijd zo geweest. Volgens mijn ouders was ik een creatief, zot kind en dat zie je nog in mijn kleurgebruik. Het is het allerbelangrijkste in mijn beelden. Ik heb altijd specifieke tinten in mijn hoofd en meng mijn verf tot ik die heb. De zoektocht naar de juiste nuance is als een roes waarin ik mezelf heerlijk kan verliezen.’

“Er is altijd de angst dat een illustratie niet juist zal zitten. Daarom maak ik na die ruwe, zwarte fase enorm gedetailleerde potloodtekeningen. Zo kom ik exact te weten wat er in mijn compositie gebeurt en hoe mijn personages er gaan uitzien.”

Absurd

Een goede tekst geeft mij de kans om mijn eigen verhaal te vertellen en laat ruimte voor een absurde kronkel hier en daar. Dat is voor mij een vorm van puurheid die veel realistischer is dan de betutteling die je soms in kinderboeken ziet. Voor lieflijke, schattige tekeningen pas ik. Ik wil net bevreemding of onvoorspelbaarheid in mijn beelden smokkelen en ik heb er ondertussen vertrouwen in dat ik dat kan. Het duurt soms lang eer ik geraak waar ik wil geraken, maar eens ik voel dat een tekening voor mij klopt, twijfel ik niet meer.’

Mama

Als het niet wil vlotten, heeft dat nooit te maken met slecht in mijn vel zitten, maar met iets dat intrinsiek niet goed zit in het beeld. Tegenwoordig gooi ik dat soort pogingen sneller weg dan vroeger, toen ik altijd dacht dat het nog goed zou komen. Maar dan verraad je jezelf. Dat leerde ik van mijn mama, die kunstleerkracht was. Ze heeft veel geschilderd en legt altijd de vinger op de wonde als het gaat over mijn werk. Mijn man, mijn broer – een beeldhouwer – en mijn beste vriendin zijn ook klankborden, maar niemand ontleedt mijn beelden zoals mijn mama. Ik leg haar nog altijd alles voor.’

Art brut

Ik ga heel vaak naar tentoonstellingen en ben constant geprikkeld door gedachtegangen van kunstenaars. Ons hele huis staat vol met boeken, tot in het toilet toe. Ik kijk bijvoorbeeld graag naar schilderkunst van de Latemse School, naar art brut, volkskunst of werken van Tytgat en Brusselmans met hun omkaderde vormen en schwung. Ik streef zelf ook naar een duidelijke lijn in combinatie met een schilderachtigheid. Wanneer ik een boek aan het maken ben, mijd ik het wel om naar andere illustraties te kijken. Ik wil op geen enkele manier beïnvloed worden door collega-illustratoren.’

“Een goede tekst geeft mij de kans om mijn eigen verhaal te vertellen en laat ruimte voor een absurde kronkel hier en daar. Dat is voor mij een vorm van puurheid die veel realistischer is dan de betutteling die je soms in kinderboeken ziet. ”

Afwisselen

Ik ben dankbaar voor alle kansen die ik kreeg, maar een tiental jaar na mijn debuut voelde ik een alsmaar grotere drang om me niet neer te leggen bij één manier van illustreren. Ik begon meer vrij werk te maken, ook omdat ik merkte dat ik niet alles kwijt kan in prentenboektekeningen. Die moeten nog altijd doelgroepgericht en consequent zijn, terwijl ik nood heb aan inhoudelijke vrijheid en spanning. Ik heb lang geworsteld en geprobeerd om de verschillende kanten van mezelf in illustraties te integreren, maar nu weet ik dat ik moet afwisselen: altijd vrij werk, af en toe een kinderboek. Zo houd ik mijn goesting levend.’



Deel dit artikel: