In het atelier van Barbara Rottiers

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij auteur en tekenaar Barbara Rottiers in Borgerhout.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
©Michiel Devijver en Iedereen Leest

Heiligdom

‘Soms heb ik koppijn van contentement, haha. Dan heb ik weer uren aan mijn bureau gezeten, tot twee, drie uur ’s nachts, tekeningetjes maken. Als kind deed ik dat ook. Het waren mijn grootste geluksmomenten, en daarom wil ik in mijn leven niets anders meer doen dan boeken maken. Dan vergeet ik alles: de tijd, eten, sporten. Ik woon hier alleen dus niemand herinnert me eraan. Gelukkig kan ik het fysieke verval en de vastkoekende darmen een beetje tegengaan door mijn potjes Ecoline op mijn eettafel te zetten. Dan moet ik toch de volle vijf meter van mijn atelier-heiligdom naar de living afleggen.’

Maori-wasco’s

‘Ik maak het mezelf natuurlijk moeilijk. Op mijn werkblad ligt zoveel rommel dat op een groot papier werken gewoon niet meer kan en dat morsen op mijn laptop een reëel gevaar is. Maar het is zo gezellig met al mijn prullen: een Alexander von Humboldt-popje – in stof is hij nóg knulliger dan in mijn boek over hem – Maori-wasco’s en Fisher Price-figuren – wat een mooi design! De aankleding hier is totaal niet bedacht om mijn kindertijd te herbeleven, mensen die daarin blijven hangen vind ik zelfs creepy. Alles groeit hier gewoon spontaan vanuit mijn liefde voor kleurrijke souvenirs en handgemaakte dingetjes.’

Op mijn werkblad ligt zoveel rommel dat op een groot papier werken gewoon niet meer kan en dat morsen op mijn laptop een reëel gevaar is.

Supra Colour Soft

‘Wat ik zelf met de hand doe, lukt het best. Onlangs zat ik met mijn laptop in het park en het schrijven liep vast. In een eenvoudig schriftje vloeit het wel. Mijn beste tekeningen zet ik ook in een paar snelle bewegingen op papier. Dan heb ik niet meer nodig dan tien minuten, wat Indische inkt en een paar aquarelpotloden – type Caran d’Ache Supra Colour Soft, (fluistert) want ik ben te lui om te schilderen. Zo’n felgekleurd, dynamisch beeld maakt me heel blij, al wil ik nog leren om meer licht en leven in mijn tekeningen te brengen. Bij gebrek aan een illustratie-opleiding beheers ik niet het grote metier, maar ik ben blij met wat ik kan.’

Geen moppentrommel

Ik heb geen wezenlijke faalangst. Als je in je buik voelt dat je iets moet doen, moet je ervoor durven gaan. Ik werk nu aan een boek over Astrid Lindgren. Je stelt je dan de vraag: is het de moeite dat ik een boom omkap voor het duizendste werk over dat icoon? Mijn antwoord is ‘Ja!’ omdat ik mijn persoonlijke ode breng én omdat ik via die historische figuur kinderen kan vertellen over feminisme en gendergelijkheid, waarover zoveel gesprekken vandaag gaan. Ik ben verre van een moppentrommel die alleen maar kleurtjes en grappen brengt. Mijn boeken mogen licht zijn, maar zonder basis begin ik er niet aan.’

Ik heb geen wezenlijke faalangst. Als je in je buik voelt dat je iets moet doen, moet je ervoor durven gaan.

Meester-Photoshopper

‘Het begint altijd met krabbelen en doen waar ik zin in heb, maar daarmee heb je nog geen boek. Dat is wanneer Thijs (Louis, red.) op de proppen komt, de man van mijn vriendin Lies en de meester-Photoshopper. Is mijn Ecoline nog slordig? Hij maakt ze netjes. Tekende ik een oog scheef? Hij zet het recht. En altijd zonder zagen. We hebben zelfs vaak de slappe lach samen. Het is zo heerlijk dat hij mij ontlast, met zijn frisse blik en grafisch talent. Hij doet voorstellen om beelden beter te schikken of bladzijden minder chaotisch te maken. Ik noem het de montage van mijn boek, en is het even verrassend als een Kinder Surprise openbreken.’

Superior room

‘Nog een plus: als ik met een stapel tekeningen naar Thijs trek, eet ik vaak mee met zijn gezin en sluipen ook zij in het boek. Zo zit in De H van Humboldt het handschrift van Lies en een plannetje geschetst door mijn broer. In mijn nieuwe boek gebruik ik handafdrukken van mijn neefjes, gemaakt bij mijn moeder thuis. Voor mij is het dus groepswerk, waarbij ik ook graag luister naar de fantastische feedback van mijn uitgeefster Julie (Verhaert, red.). Het is alsof ze mij telkens van een standaardkamer upgradet naar een superior room. Alleen de deadline die ze onlangs vervroegde, bezorgt me nu stress. Niet aan denken…’

Get Back

Na elk boek heb ik een leuterfase nodig: beetje schrijven, lijstjes maken, Netflix kijken. Ik kan je zeggen: er bestaan véél slechte kerstfilms.’ (lacht) ‘Maar ik probeer niet boos te zijn op mezelf dat mijn concentratie om te lezen afneemt door mijn kijkgedrag. Het kan ook inspirerend zijn. Ik ben nu zó enthousiast over Get Back, de documentaire van bijna acht uur over The Beatles. Via interviews in Paul McCartney 3.2.1 krijg ik dan weer een cursusje popmuziekgeschiedenis en tegelijk voel ik – om het zacht te zeggen – de vonk.  Binnenkijken bij Paul en co werkt zo aanstekelijk dat ik vanzelf meer bevlogen ga kleuren.’

Oliebollen takelen

‘Als ik iets met meer concentratie moet doen, is het hier meestal stil. Sinds ik stopte bij Radio 1 heb ik minder behoefte aan muziek. De rituelen die ik wel nog heb, zijn ’s morgens twee koppen koffie drinken en minstens dagelijks naar de Albert Heijn wandelen. Onderweg kom ik soms iemand tegen. In mijn buurt wonen veel toffe vrienden en buren. Zo is Janneke van hierachter het type dat liever een takelsysteem knutselt om haar verse oliebollen tot bij mij te brengen dan gewoon om de hoek te komen. Daarom draag ik mijn Lindgren-boek onder andere aan haar op, en aan een andere vriend die zijn slimme speelsheid niet verloor.’

Janneke van hierachter knutselt liever een takelsysteem om haar verse oliebollen tot bij mij te brengen dan gewoon om de hoek te komen.

Hockney

‘Input is niet iets dat ik dwangmatig nodig heb, maar sommige kunstenaars trekken mijn verstand open. Maira Kalman (Amerikaanse illustrator, red.) leerde me dat je soms ruimte moet laten in een compositie. Dat is belangrijk, want ik heb de neiging alles dicht te plamuren. Annelies Van Hullebusch herinnerde me er met haar audio-voorstelling Steen Boek Papier aan dat ik niet mag pleasen, terwijl David Hockney me nog eens wees op het belang van frisheid. Op zijn expo in Brussel zag ik gekribbelde randen rond beelden, wat ik meeneem in mijn werk. Tussen die vele stemmen vraag ik me soms af of de mijne niet te gewoon klinkt.’

Gekte en fascinatie

‘De geruststelling kwam er dankzij de Grote Vriendelijke Podcast, waarin Abdelkader Benali zei dat hij mijn vormelijke experiment zo leuk vindt. “Vanuit haar gekte en fascinatie heeft ze me ook helemaal mee over Humboldt”, zei hij. Dat herhaal ik nu niet om mijn ego te strelen, maar omdat ik zo blij was dat ik blijkbaar toch verbeeld en verwoord krijg wat ik wil, namelijk plezier en passie. Niet lang daarna hoorde ik een jongen van een jaar of twaalf in de Permeke-bib vragen naar boeken over Humboldt. Bleek dat hij het mijne had gelezen en er zijn spreekbeurt over wilde maken. Dat is het mooiste cadeau dat ik kan krijgen.’

Een jongen van een jaar of twaalf had mijn boek over Humboldt gelezen en wilde er zijn spreekbeurt over maken. Dat is het mooiste cadeau dat ik kan krijgen.


Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest