De voorleesboekenkast van Titia De Haes

In de reeks ‘De voorleesboekenkast’ gaan we op bezoek bij enthousiaste voorlezers en hun kinderen. Wat zijn hun favoriete voorleesboeken? Hoe ziet hun voorleesritueel eruit? In deze aflevering duiken wij in de voorleesboekenkast van auteur en leerkracht Titia De Haes (ook wel gekend als Frommelrommel) en haar OKAN-klas.

door Katrien Elen
© Michiel Devijver en Iedereen Leest
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik geef les in het OKAN-onderwijs. In mijn klas zitten leerlingen van zes tot twaalf jaar, van acht verschillende nationaliteiten. Het doel van een OKAN-klas is om de leerlingen twee jaar lang onder te dompelen in het Nederlands. In totaal heb ik een dertigtal leerlingen, maar die zitten nooit allemaal samen. Ze sluiten namelijk ook deeltijds aan in het reguliere onderwijs. Hoogstens heb ik acht leerlingen tegelijk. We kunnen dus echt verzamelen rond een voorleesboek. Dat doen we dan ook vaak. Voor iedereen is dat steevast een gezellig moment.’

“De leerlingen kunnen wanneer ze maar willen een boek uit de rekken halen. Dat geeft vaak aanleiding tot een kort gesprekje. Waarom koos je dit boek? Wat vind je zo leuk aan de cover?”

Mijn klaslokaal is gevestigd in de schoolbibliotheek. Mijn leerlingen en ik zijn dus omgeven door boeken. De leerlingen kunnen wanneer ze maar willen een boek uit de rekken halen. Dat geeft vaak aanleiding tot een kort gesprekje. Waarom koos je dit boek? Wat vind je zo leuk aan de cover? De vele boekenkasten maken ook dat mijn lokaal veel inhammetjes heeft. In een besloten uithoek heb ik een zetel gezet. Kinderen in crisis kunnen daar tot rust komen, met een knuffel en soms ook met een boek. Maar ook voor het voorlezen installeer ik me met de leerlingen in en rond die zetel.’

Op niveau

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Sommige boeken lees ik in een ruk uit, over anderen doe ik wat langer. De Stinkhond-boeken, bijvoorbeeld, gaan vier of vijf sessies mee. Qua taal zijn die voor de leerlingen te moeilijk, toch zijn ze er dol op. Bij het voorlezen vereenvoudig ik de woordenschat. Als ik merk dat ik mijn publiek niet mee heb, zal ik me in alle bochten wringen om het verhaal toch behapbaar te maken.’

“De meertalige boeken van Nik-Nak zijn dankbaar om Nederlands te leren. Maar voor kinderen die al wat ouder zijn, vind ik ze minder geschikt. Stripverhalen kunnen hen dan weer wel boeien, maar die zijn bijna altijd te talig. Er zit dus een gat in het aanbod.”

‘Het vormt een uitdaging om boeken te vinden in een eenvoudige taal die kinderen van zes tot twaalf kunnen aanspreken. De meertalige boeken van Nik-Nak zijn bijvoorbeeld heel dankbaar om Nederlands te leren. Maar voor kinderen die al wat ouder zijn, vind ik ze minder geschikt. Stripverhalen kunnen hen dan weer wel boeien, maar die zijn bijna altijd te talig. Er zit dus een gat in het aanbod. Ik merk het zelfs bij kinderen van de tweede generatie op onze school. Ook zij zijn vaak taalarm. Sommige kastjes in mijn klasbib gaan nooit open, omdat bijna niemand op onze school dat niveau nog bereikt.’

Geen voorleescultuur

‘De ouders van mijn leerlingen zijn het Nederlands meestal niet machtig. Bij het begin van het schooljaar geef ik info in vijf talen mee over het belang van lezen met tips rond voorlezen – die brief komt van Klasse. In de praktijk wordt dat in negen van de tien gezinnen niet gedaan. Soms omdat ze niet kunnen lezen, maar vaak ook omdat ze te weinig mentale ruimte hebben, ze de gewoonte niet kennen vanuit hun cultuur of omdat ze niet weten hoe aan boeken te geraken. Naar de bibliotheek gaan ze niet. Daar zijn veel verklaringen voor. Het gebeurt dat ze nog niet de juiste papieren hebben om een bibliotheekkaart te kunnen krijgen. Andere ouders zitten met schrik voor boetes. Ik leen dus regelmatig boeken uit aan de kinderen in de klas. Als leerlingen een boek mee naar huis nemen, hoor ik wel eens dat ze voorlezen aan hun broer en zus. Dat is fijn.’

Bij het begin van het schooljaar geef ik info in vijf talen mee over het belang van voorlezen. In negen van de tien gezinnen wordt dat niet gedaan. Omdat ze niet kunnen lezen, omdat ze te weinig mentale ruimte hebben, ze de gewoonte niet kennen vanuit hun cultuur of omdat ze niet weten hoe aan boeken te geraken.

‘Net omdat de leerlingen niet met hun ouders naar de bib gaan, is het jammer dat de rijdende bib niet meer naar school komt. Voor de leerlingen was het een ervaring om kennis te maken met de praktische kant van een boek te zoeken in de bib en dat uit te lenen. Nu komt er gewoon elke twee jaar een vrachtwagen een stapel boeken leveren om de klasbib te bevoorraden.’

Inclusief aanbod

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘In de klasbib is er in het aanbod veel oog voor diversiteit. Toch heb ik de boeken dit schooljaar zelf nog geactualiseerd met nieuwe aankopen. In de eerste generatie boeken met kinderen van kleur ging het toch vooral over het feit dat ze van kleur waren. Een boek over kroeshaar kan waardevol zijn, want kinderen worden daar soms om gepest. Maar ik wil ook boeken met kinderen van kleur die astronaut worden. Kleur hoeft geen thema te zijn, ik wil gewoon dat de kinderen in de klas zich kunnen herkennen in de personages. Daarom let ik er ook op om geen verhalen te kiezen waarin alle personages in vrijstaande huizen wonen. Dat is niet de realiteit van de kinderen in mijn klas.’

‘Inspiratie voor inclusieve boeken vind ik bij de webshops van Cargo Confetti en Bahia. Qua inclusieve boeken zijn zij echt up to date. Verder volg ik het aanbod van de meertalige kinderboeken van Nik-Nak op. Zij breiden hun aanbod regelmatig uit met nieuwe talen.’

“Een boek over kroeshaar kan waardevol zijn, want kinderen worden daar soms om gepest. Maar ik wil ook boeken met kinderen van kleur die astronaut worden. Kleur hoeft geen thema te zijn, ik wil gewoon dat de kinderen in de klas zich kunnen herkennen in de personages.”

‘Ik heb veel vrienden in de LGBTQ+ gemeenschap. Ik vind het belangrijk om de leerlingen daar kennis mee te laten maken, maar ik voel dat het complex is om daarover te spreken. Sommige kinderen blokkeren helemaal op de gedachte dat twee vrouwen of twee mannen een relatie hebben. Dat mag niet van mijn godsdienst en van mijn ouders, zeggen ze dan. Ik probeer toch om het thema af en toe aan bod te laten komen via een boek.’

Verbeelding boven

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Soms komen collega’s vragen of de deur van mijn lokaal dicht mag. Ik ben een heel expressieve voorlezer. Onlangs heb ik me helemaal laten gaan als “de meeuw” in Debbie zegt altijd sorry van Wendy Meddour. Dat stemmetje lag me wel. Op de speelplaats hoorde ik zelfs hoe leerlingen dat achteraf nadeden.’

“Ik merk dat onze leerlingen een grote verbeelding hebben. In het kader van Jeugdboekenmaand wilden we bijvoorbeeld een soort Olympische Spelen voor Stinkhond organiseren. De leerlingen waren helemaal mee in het project. Soms kwamen ze op de speelplaats zelfs aan mijn mouw trekken omdat ze een nieuw idee hadden.”

‘Ik geef de leerlingen ook altijd veel tijd om vragen te stellen, en stel zelf veel vragen. 70 procent van die vragen gaan over begrijpend lezen, maar ik kan ook vragen stellen als: “Mocht jij Debbie zijn, wat zou jij dan doen?” Zo probeer ik hun fantasie te stimuleren. Ik merk dat onze leerlingen een grote verbeelding hebben. Ze zitten minder op de tablet dan jongeren die hier zijn geboren. Sommigen hebben zelfs geen televisie thuis. In het kader van Jeugdboekenmaand wilden we bijvoorbeeld een soort Olympische Spelen voor Stinkhond organiseren. Hoe zouden we dat aanpakken? Hoe zou Stinkhond kunnen helpen? De leerlingen waren helemaal mee in het project. Soms kwamen ze op de speelplaats zelfs aan mijn mouw trekken omdat ze een nieuw idee hadden.’

Een geheim in de klas

‘De leerlingen in mijn klas weten niet dat ik schrijver ben. Ik heb dat altijd gescheiden gehouden. Mijn vorige boek, Liever niet eigenlijk, was immers heel persoonlijk. Maar sinds dit schooljaar ben ik aan het denken dat ik het misschien toch moet vertellen. Wie weet kan een van hen er later iets aan hebben. Ooit zou ik graag een kinderboek schrijven over miskramen. Veel kinderen krijgen daar thuis mee te maken. Toch bestaan daar heel weinig boeken over, terwijl het belangrijk is om het bespreekbaar te maken. En anders een boek op maat van anderstaligen dat kan meegroeien.’

Herkenbare verhalen

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik grijp wel vaker naar een boek om een gesprek te beginnen. Toen een meisje uit Afghanistan in de klas kwam, heb ik het verhaal van Malala Yousafzai - over een meisje dat niet meer naar school kon toen de Taliban aan de macht kwam - uit de reeks Van klein tot groots voorgelezen. Het einde van iemand van Floor Bal gebruik ik als er iemand uit de omgeving van de kinderen is overleden. Dat laat zien dat de dood in sommige culturen aanleiding is voor een heel groot feest en voor anderen gepaard gaat met veel huilen. Een ander boek dat ik vaker gebruik, Mercy, zo heet ik van Emilie Satt en Jean-Karl Lucas, gaat over bootvluchtelingen. Dat is geen vrolijk verhaal, maar wel herkenbaar voor mijn kinderen. Er zit een jongen in mijn klas die tijdens de vlucht zijn gezin is kwijtgespeeld. Dan vind ik het waardevol dat hij weet dat daar verhalen over bestaan. Dat er boeken, maar ook films of liedjes zijn waar hij zich in kan herkennen.’

Audiovisueel materiaal

“Naast voorleesboeken bestaan er ook audiovisuele materialen om de leerlingen aan het lezen te krijgen. Zo ontleende ik begin dit schooljaar een digitale kamishibai bij docAtlas. Daarop staan boeken in verschillende talen. Een heel fijn concept.”

Naast voorleesboeken bestaan er ook audiovisuele materialen om de leerlingen aan het lezen te krijgen. Zo ontleende ik begin dit schooljaar een digitale kamishibai bij docAtlas. Daarop staan boeken in verschillende talen. Je klapt het kastje open en dan kies je een boek en een taal. Een heel fijn concept. Wat ik niet had verwacht is dat de leerlingen in hun eigen taal het boek zouden gaan vertellen aan hun vrienden. Dat is natuurlijk het beste wat er kan gebeuren.’

‘In de toekomst wil ik me verder verdiepen in luisterverhalen. Ik denk dat leren lezen sneller kan gaan als leerlingen tegelijk kunnen luisteren. Maar ook daar is de moeilijkheid een aandachtspunt. De verhalen van het Geluidshuis zijn erg grappig, maar te complex voor kinderen met een taalachterstand.’

VIJF TIPS VAN TITIA

© Michiel Devijver en Iedereen Leest
  • Stinkhond van Colas Gutman en Marc Boutavant: ‘Niet alleen in mijn klas is het een hit, maar ook mijn metekind doe ik vaak de boeken van Stinkhond cadeau. Ook zij - een heel vlotte lezer - is fan.’
  • Bij mij thuis van Somia Bakali: ‘Een boek over twee buurkinderen: Sep is hier geboren, Aicha komt uit Marokko. Ik denk dat het boek is gemaakt om witte kinderen vertrouwd te maken met de gewoontes van een Marokkaans gezin. Wat staat er op hun ontbijttafel? Welke feesten vieren ze? Wie woont er in hun huis? Maar het werkt ook omgekeerd. De kinderen uit mijn klas leren via dit boek de Belgische gewoontes kennen.’
  • Frank en Bert van Chris Naylor-Ballesteros: ‘Een eenvoudig verhaal met tekeningen die echt tot de verbeelding spreken. Ook leerlingen die nog maar weinig Nederlands kunnen, moeten er altijd heel erg om lachen.’
  • Aron en Aardappel van Josh Lacey: ‘Een mega schattig verhaal met personages die toevallig van kleur zijn.’
  • Foeksia de Miniheks en de Dolfje Weerwolfje-reeks van Paul van Loon: ‘Zijn boeken scoren goed bij oudere leerlingen met een taalachterstand.’


Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest