De vijf van Tom Marien

'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: schrijver Tom Marien.

Door Katrien Steyaert

Lange tijd voelde Tom Marien zich alleen in zijn fanatieke liefde voor lezen. Tot hij merkte hoeveel mensen door verhalen worden geraakt. Daarom blijft hij ook voorlezen: aan zijn kinderen, aan zijn anderstalige cursisten, ja zelfs aan zichzelf.

1. ‘Elseviers dierensporengids’ – Preben Bang, ill. Preben Dahlstrøm

‘Vorig jaar werd ik echt bang door internationale rapporten over kantelpunten in de klimaatopwarming te lezen. Waar gaat het naartoe?, vroeg ik me af, en was het wel slim om twee kinderen op de wereld te zetten? Mijn hart voor natuur bloedde ook. Ik ben het type dat nooit op vakantie vertrekt zonder onze wildcamera. Het is altijd magisch als die bijvoorbeeld op beeld heeft vastgelegd hoe een das ’s ochtends vroeg naar zijn hol terugkeert.

Ik overnacht ook elk jaar één keer in het bos met mijn zoon in de hoop mijn vuur voor de natuur door te geven. Als kleine jongen mocht ik al met mijn vader op pad met zakjes gips en water zodat ik afdrukken kon maken van sporen die we vonden. Samen met Jan, de zoon van vrienden van mijn ouders, leerde ik kijken zoals ik dat nooit eerder had gedaan.

Jan wist altijd perfect van welk beest een afdruk was dankzij zijn bijbel: Elseviers dierensporengids, een prachtig naslagwerk dat ik natuurlijk ook direct aan mijn ouders vroeg. Moddervlekken getuigen van mijn intensieve gebruik van het boek, maar intussen durf ik het niet meer mee op pad te nemen omdat het letterlijk onvervangbaar is. Elsevier bestaat niet meer als zelfstandige uitgeverij en de veldgidsjes van tegenwoordig zijn te beperkt. Ze bevatten per dier één foto, één spoor, één kakje, terwijl in mijn ‘oergids’ hele hoofdstukken gewijd zijn aan uitwerpselen, knaagsporen en gekke weetjes. Wist je dat een das zijn gevoeg begraaft en dus ontzettend proper is? Of dat witte vossenuitwerpselen erop wijzen dat die beenderen heeft afgekloven? Echt waar, zo degelijk maken ze ze niet meer, mevrouw!’

Moddervlekken getuigen van mijn intensieve gebruik van het boek, maar intussen durf ik het niet meer mee op pad te nemen omdat het letterlijk onvervangbaar is.

2. ‘Een vlinder aan het raam’ – Jamil Shakely, ill. André Sollie

‘Mijn moeder vond het smerig als ik thuis weer eens braakballen zat te dissecteren, maar lezen stimuleerde ze wél. Met succes, want ik deed het al snel zo ontzettend vaak dat mijn zus kloeg. “Ofwel verdwijn je met je neus in de boeken”, zei ze, “ofwel gebruik je moeilijke woorden die ik niet snap”. Maar ik was nu eenmaal heel nieuwsgierig naar andere werelden én gevoelig voor taalrijkdom.

Daarom trof Een vlinder aan het raam me zo, de Boekenwelp-winnaar van 1997. In een eenvoudig, maar bedwelmend Nederlands geeft het een inkijk in het leven in een Koerdisch dorpje. Jamil Shakely is in 1989 vanuit zo’n dorp naar België gevlucht en kijkt in zijn verhaal door de ogen van een vijfjarige jongen. Het zit vol grappige kinderkronkels en tegelijk heel aangrijpende scènes, zoals die waarin de jongen in een vlinder zijn pas gestorven zusje herkent. Toen ik tijdens mijn laatste stage in de normaalschool elke dag uit het boek voorlas, moesten enkele kinderen erom huilen. Wat een ijkpunt voor mij! Tot dan had ik me vaak alleen gevoeld in mijn fanatieke liefde voor lezen, maar toen viel mijn frank dat verhalen ook bij anderen zoveel kunnen teweegbrengen.

Ik leef nog altijd met Shakely’s verhaal, want ik geef nu les aan anderstalige nieuwkomers. In mijn vorige klas zat een jonge Afghaan die uit precies zo’n eenvoudig dorpje moest vluchten. Een andere cursist barstte in tranen uit toen we het begrip ‘boot’ verkenden omdat hij op de Middellandse Zee dingen heeft gezien die je nooit in je leven zou moeten zien. Daarom blijft dit boek zo actueel en hoop ik het ooit in ons centrum voor te voorlezen.’

In een eenvoudig, maar bedwelmend Nederlands geeft het boek een inkijk in het leven in een Koerdisch dorpje. Het zit vol grappige kinderkronkels en tegelijk heel aangrijpende scènes, zoals die waarin de jongen in een vlinder zijn pas gestorven zusje herkent.

3. ‘Het is de liefde die we niet begrijpen’ – Bart Moeyaert

‘Toen ik nog als onderwijzer werkte, was ik niet toevallig de Boekenmeester, want ik wilde zoveel mogelijk anderen aan het lezen krijgen, inclusief mijn collega’s. De vingerwijzing van Bart Moeyaert nadat hij de ALMA had gewonnen vond ik terecht: je bent geen goede leerkracht Nederlands als je niet veel leest.

Rond diezelfde tijd verklapte hij in een interview dat hij enkel schrijft wat hij ziet, want in lichaamstaal zeggen mensen de dingen die ze niet willen zeggen. Iemand die twijfelt laat Moeyaert bijvoorbeeld met zijn teen een putje in het zand maken, en in die stijl weet hij de condition humaine perfect te treffen. Zijn boeken liggen vaak naast me als ik zelf ga schrijven zodat ik fragmenten kan lezen om in de sfeer te komen. Ik verstijf dus zeker niet bij talenten zoals hij; ze inspireren me vooral.

De meeste onderlijningen deed ik in wat volgens mij nog altijd Moeyaerts beste boek is: Het is de liefde die we niet begrijpen. In drie korte tijdsdocumenten schetst hij een hele kroniek van een gezin waarin de moeder emotioneel afwezig is en haar minnaars weleens klappen uitdelen. De tekst hint zelfs subtiel naar seksueel misbruik.

Zelf had ik een zorgeloze jeugd – alle lof voor mijn ouders – maar ik herken de kwetsbaarheid van kinderen uit disruptieve gezinnen. Als ik ze in mijn klas had, mocht ik er nooit te dichtbij komen omdat ze zich amper hadden leren hechten. Maar Moeyaert maakt naast de pijn ook de liefde tastbaar, vooral in de sterke broer-zus-relatie. De kinderen houden elkaar recht, en zo is dit boek voor mij een baken van hoop.’

De boeken van Bart Moeyaert liggen vaak naast me als ik zelf ga schrijven zodat ik fragmenten kan lezen om in de sfeer te komen. Ik verstijf dus zeker niet bij talenten zoals hij; ze inspireren me vooral.

4. ‘De gedichten (1948-1963)’ – Hugo Claus

‘Een andere constante in mijn leven zijn de gedichten van Hugo Claus, met dank aan zijn taalkracht, maar ook zijn zalig lichamelijke, soms bijna agressieve manier van de liefde beschrijven. Zijn poëzie lezen is daardoor overrompelend en in die zin hou ik meer van de jonge hemelbestormer Claus dan van de oudere versie die ik in de herfst van zijn leven weleens tandeloos heb zien voorlezen. Hij liet in zijn gedichten het erotische nooit helemaal los, maar was toch scherper in zijn vroegere werk, vind ik. Daarom blijft de bloemlezing van 1948 tot 1963 mijn favoriet.

Toen ik dit exemplaar in De Slegte vond, was het al zo kapot dat ik er met een veilig gevoel in kan lezen en aanduiden.Dat doe ik heel geregeld. Ik vind het spijtig dat veel mensen alleen bij grote emoties of levensmomenten naar gedichten grijpen, terwijl ze perfect dagelijks leesbaar zijn. Als het even kan, duik ik elke avond in poëzie. In huis slaapt iedereen en buiten wordt het donker – ideaal.

Ik lees bundels van a tot z, zeker als ze zoals die van Claus eindigen op een prachtgedicht als ‘Het landschap’. Een van de vele regels die ik luidop aan mezelf voorlees, omdat ze dan nóg beter klinken, is bijvoorbeeld: “En je deint zonder maat, je danst in je vel/ ademloos, omdat het gonzen van de stilte/ je bedreigt als je slikt”. Zo straf! Je begrijpt hoe gelukkig ik was toen het antiquariaat Demian onlangs voor mij een exemplaar vond van het aparte bundeltje rond Het landschap,geïllustreerd door schilder Maurice Wyckaert.’

Ik vind het spijtig dat veel mensen alleen bij grote emoties of levensmomenten naar gedichten grijpen, terwijl ze perfect dagelijks leesbaar zijn. Als het even kan, duik ik elke avond in poëzie.

5. ‘De Mitsukoshi Troostbaby Company’ – Auke Hulst

‘Het is misschien een schande, maar ik kende Auke Hulst niet tot hij me met zijn laatste boek compleet van mijn sokken blies. Ik durf zijn vroegere werk nu eigenlijk niet te lezen omdat ik denk dat ik met De Mitsukoshi Troostbaby Companyzijn magnum opus al gehad heb. Ik begrijp ook niet dat hij de nominaties die hij ervoor kreeg niet kon verzilveren, want voor mij had dit boek alles moeten winnen wat er te winnen viel.

Het is een totaalroman die zich afspeelt in de nabije toekomst en draait rond dé vraag die in vele levens weleens opduikt: zou je, als je de kans had, een beslissing uit het verleden terugdraaien? Hulst onderzoekt dat op metaniveau, door zijn alter ego letterlijk te laten terugkeren naar het verleden en dat te beschrijven in een volledige roman in de roman – onwaarschijnlijk.

Maar het meest bleef ik – zelf vader van een dochter – haken aan de relatie tussen dat alter ego en het robotmeisje dat hij in huis haalt. Die passages zijn zo mooi, zo teder en tegelijk bijna profetisch over artificial intelligence, want Hulst schreef ze vóór de ChatGPT-hype.

Ik sta ook in totale bewondering voor de ontzettende eerlijkheid waarmee hij zijn eigen schrijverschap fileert. In mijn Moleskine noteerde ik deze zin: “Waarom ben ik al die jaren blijven schrijven? (...) Niet zozeer om een gat in mezelf te dichten als wel om het gat te begrijpen, om te zien welke vorm het heeft. Elke schrijver publiceert om gezien te worden, maar vooral om begrepen te worden, wat een dieper en zeldzamer niveau van gezien worden is." Zo waar!’

Ik begrijp niet dat hij de nominaties die hij ervoor kreeg niet kon verzilveren, want voor mij had dit boek alles moeten winnen wat er te winnen viel.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest


Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest