Je bent hier:

De vijf van Pieter Gaudesaboos

‘I read a book one day and my whole life was changed’, zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: illustrator Pieter Gaudesaboos.

door Katrien Steyaert

Een missionaris. Dat is illustrator Pieter Gaudesaboos voor de boekenmakers die hij het meest bewondert. ‘Elke keer dat ze nieuwe titels uitbrengen, koop ik die blindelings en deel ik ze uit. Ik geef ze aan iedereen van wie ik vind dat ze niets mogen missen van deze topvertellers.’ Dit zijn zijn beste vijf.

1. 'O, wat een fijne dag!' - Gyo Fujikawa

‘Als ik tegen mensen zeg dat dit mijn lievelingsboek is, schrikken ze. Fujikawa’s tekeningen zijn inderdaad heel traditioneel, bijna naïef, maar achter die droomfaçade zit zo veel meer. Absurde humor bijvoorbeeld. Zo is er een kind dat tussen twee kussens gaat liggen om zich te verkleden als sandwich. Voor die tijd vind ik dat gedurfd. Het boek is ook niet gender-bevestigend, want er lopen stoere meisjes en brave jongens in rond.

Hun avonturen zijn zo gedetailleerd getekend dat ik me ze direct kon voorstellen. Ik wilde mee die boomhut bouwen of mee verstoppertje spelen met dertig tegelijk. Dat sprak me aan omdat ik zelf altijd ravotte met de kinderen van de wijk. O, wat een fijne dag! is eigenlijk een fotoalbum van mijn eigen jeugd, en mijn ouders hebben het mij duizend keer moeten voorlezen. Ik zoek het nu altijd op rommelmarkten en doe het cadeau aan mijn petekinderen.

Het is vandaag nog relevant omdat Fujikawa een warme sfeer creëert zonder betuttelend te zijn en omdat ze niet bang is om moeilijke momenten van verdriet of boosheid te tonen. Dat laat ik zien aan mijn driejarige dochter, aan wie ik dit boek nu voorlees: al die emoties horen erbij. Ook in mijn eigen boeken zijn er geen taboe-onderwerpen, ik hou alleen rekening met de leeftijd. Een tweejarige vertel je niet over de dood, maar je kunt wel iet zeggen over afscheid.

Mijn grootste hoop is dat ik ooit zo’n ultiem kinderboek maak als O, wat een fijne dag!, eentje dat binnen veertig jaar nog bestaansrecht heeft. Het is de motor van elke maker.


2. 'Welkom op de grote wonderboot!' - Taro Gomi

‘Als ik inspiratie nodig heb, ga ik dikwijls online kijken naar mooie afbeeldingen. Tijdens één van die zoektochten botste ik op het verrassende werk van Taro Gomi. In Japan is hij een superster, maar hier is hij totaal onbekend. Onterecht, zijn boeken zijn vaak zeer poëtisch.

Ze vertrekken altijd vanuit een zeer simpel, maar goed idee. In Welkom op de grote wonderboot! bezoeken twee mensen een boot die zo groot is dat alles erin past, tot andere boten en zelfs de zee toe. Dat soort absurditeit werkt perfect voor jonge kinderen. Het is niet toevallig dat dit lange tijd het lievelingsboek van mijn oudste dochter was. Het zit zo vol details en mopjes dat ze zelfs bij de tachtigste voorleesbeurt nog iets nieuws kon aanwijzen, al was het maar een piepklein lieveheersbeestje. Wat me als papa zeer gelukkig maakt, is dat Leah ondertussen Gomi’s absurde gevoel voor humor heeft overgenomen en spontaan gekke grapjes maakt.

Gomi’s stijl is vaak even eenvoudig als het idee waarvan hij vertrekt. Voor dit boek werkte hij consequent met ecoline. Daardoor kan hij niet fijn tekenen, maar dat past bij zijn naïeve figuurtjes en het hele retrosfeertje waarin dit boek baadt. Ik hou zelf erg van vintage en speel graag met retro-elementen in mijn boeken, al combineer ik ze altijd met modern computerdesign. In alles zoek ik afwisseling.’


3. 'Het hart in de fles' - Oliver Jeffers

‘Ik vind het bijna onmogelijk om één boek van Oliver Jeffers uit te kiezen, want ze zijn stuk voor stuk geniaal. Het zit hem vooral in hoe hij woord en beeld combineert, en in de slimme opbouw van zijn bladzijden. 
Hij is een meester in het sneeuwbal-effect: beginnen van iets kleins en dat laten ontploffen tot iets absurds groot. Ik heb er bewust naar gekeken toen ik Word wakker Walter aan het tekenen was, maar het eindresultaat was automatisch anders omdat ik een andere maker ben. Ik streef wel naar het uitgepuurde van Jeffers, maar onderweg voeg ik altijd zo veel toe dat ik eindig met zeer volle boeken. Ik neem mezelf dat niet langer kwalijk.

Toch blijf ik Jeffers bewonderen om zijn eenvoud. Zijn figuurtjes zijn extreem simpel, soms zijn hun benen niet meer dan stokjes, maar net daardoor werken ze zo goed. Zijn teksten zijn altijd to the point. Het hart in de fles vertelt bijvoorbeeld het verhaal van een meisje dat erg gekwetst wordt, haar hart in een fles opsluit, maar na verloop van tijd haar emoties terug wil. Jeffers speelt heel mooi met die metafoor, en zegt in één rake zin waarvoor iemand anders twintig lijnen nodig heeft. 

Zo persoonlijk als die van Jeffers zijn mijn boeken niet altijd, maar ik probeer toch regelmatig gevoelige thema’s aan te snijden, ook al ben ik van grote drama’s gespaard gebleven. Binnenkort plan ik om rond adoptie te werken. Ik vind daar heel weinig poëtische, genuanceerde boeken over, terwijl ik het verhaal op die manier wil vertellen aan mijn twee dochters.’ 
 


4. 'Jimmy Corrigan: de slimste jongen ter wereld' - Chris Ware

‘Bij momenten heeft dit boek lezen iets van een marteling. Het zit zo vol schema’s, lappen belerende tekst, flashbacks en verhalen in het verhaal dat ik me in het begin moest beheersen om geen stukken over te slaan. Toch zette ik door omdat het boek me vormelijk zo enorm aanspreekt. Elke tekening is zo ongelooflijk mooi dat ik dit met veel aandacht lees en herlees.

Soms zet Chris Ware een heel eenvoudige scène neer. Dan zoomt hij in op een takje waarop een vogeltje landt, dat vervolgens wegvliegt en weer terugkomt. Hij bouwt die scène zo slim in dat ze hartverscheurend werkt in het grotere verhaal van tristesse en eenzaamheid. Jimmy, het hoofdpersonage, heeft een hele harde jeugd gehad. Hij gaat op zoek naar zijn vader, maar als hij hem uiteindelijk ontmoet, blijkt dat toch niet te verlopen zoals hij had gehoopt. Ware brengt dat op zo’n pijnlijke en herkenbare manier in beeld dat ik er zelf triest van werd. Zijn aanpak is zo filmisch dat hij voor mij het genre van de graphic novel ver overstijgt.

Wat ik fantastisch vind aan deze maker is dat hij met elk boek zijn grenzen verlegt. Zijn laatste, Building Stories, is eigenlijk een doos met daarin kleine boekjes. Het is het soort concept waarvan je denkt dat je er geen enkele redacteur warm voor kunt maken. Ware kan dat wel. Hij laat ook personages uit eerder werk terugkeren, in een jongere of oudere versie. In die zin bedenkt hij een heel leven voor zijn figuren, en dat werkt als een beloning voor trouwe, aandachtige lezers zoals ik. Ware is het zeldzame type kunstenaar dat me nog geen enkele keer ontgoochelde.’


5. 'Arsène Schrauwen' - Olivier Schrauwen

‘Ik heb moeite met imperfectie. Boeken moeten voor mij strak en grafisch zijn. Het is dus gek dat ik zo viel voor Arsène Schrauwen. Op sommige bladzijden vind je niet meer dan onuitgewerkte schetsen, op andere zitten vuile vlekken. Sommige tekeningen lijken een stuk verschoven of er is met opzet over gearceerd. Maar net dat geeft het boek de look van een reisdagboek, en daar was het de maker om te doen.

Olivier Schrauwen beweert dat hij het verhaal vertelt van zijn opa Arsène. Die vertrekt naar een Congo-achtig land, waar een kennis zijn hulp nodig heeft om een nieuwe stad in de jungle te bouwen. Als lezer besef je van bij het begin dat hij een loopje met de waarheid neemt. Het verhaal zweeft ergens tussen droom en werkelijkheid, en dat maakt het bijzonder intrigrerend én grappig. Het boek gaf me bij momenten een ongemakkelijk gevoel, maar ik las het in één ruk uit.

Nog een plusplunt: hij werkt alleen met rood en blauw, en speelt dus met beperkingen. Het typeert Schrauwen als illustrator: hij doet volledig zijn eigen ding, zelfs als dat behoorlijk a-commercieel is. Voor zijn eerste boek, My boy, besliste hij om per vertaling een andere cover te maken, iets waar gigantisch veel werk in kruipt en wat uitgevers niet leuk vinden. Maar hij zette door. Gelukkig, want nu kan ik de verschillende covers gaan zoeken op rommelmarkten en zo mijn verzamelaarsinstinct bevredigen.

Ik heb veel respect voor mensen als Olivier, die geen toegevingen doen, maar ik ben niet vies van boeken die goed verkopen. Integendeel, als ik met een boek weinig lezers bereik, heb ik er niet zo veel voldoening van. In het begin van mijn carrière was het feit dat mijn werk uitgegeven werd al de hoofdprijs, maar na een aantal jaren volstond dat niet meer. Collega’s als Carll Cneut bewijzen dat het perfect mogelijk is om interessante boeken te maken, om volledig je eigen ding te doen en toch een breed publiek te bereiken.'



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest