De vijf van Michael De Cock

‘I read a book one day and my whole life was changed’, zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: auteur Michael De Cock.

door Katrien Steyaert
© Danny Willems

‘Ik wil er niet te esoterisch over doen, maar lezen heeft in het beste geval iets religieus’, zegt Michael De Cock. ‘Als ik in literatuur het menselijke onvermogen tot communicatie of liefhebben raak gevat zie, voel ik een diepe vorm van herkenning en inzicht.’

1. ‘Ilias’ – Homerus

‘Sinds mijn jeugd heb ik een passie voor mensen en voor verhalen die hen trachten te begrijpen. Daarom was ik op mijn 16de direct geïntrigeerd door de Ilias. Er zit zoveel in dat boek. Natuurlijk is het onder andere een esthetisering van geweld, zoals je bijvoorbeeld ook ziet in Picasso’s Guernica. De Ilias geeft daarmee inzicht in die vreemde paradox van de mens: dat hij de mooiste paleizen bouwt en ze vervolgens vernielt. Het boek stelt tegelijk de vraag naar medemenselijkheid. Lees gewoon de eindscène waarin Priamus het lijk van zijn zoon Hector gaat vragen aan zijn vijand, Achilles. Ik wil trouwens graag een lans breken voor de erg mooie vertaling die dichter en goede vriend Patrick Lateur niet zo lang geleden maakte.’

‘Vandaag twijfelen velen of je dit soort verhalen uit een op en top patriarchale tijd, waarin seksisme en misogynie welig tierden, nog moet lezen of opvoeren. Ik begrijp dat, maar zie er eerder een unieke kans in. Terwijl je ze herleest, kun je met verwondering naar die antieke wereld kijken. Maar in dat andere universum spelen wel dezelfde driften en verlangens als vandaag. Van de rituelen waarmee de Grieken die trachtten te begrijpen, hun theater en verhalen, kunnen we nog altijd veel leren.’

‘Neemt niet weg dat je je tegelijk vragen moet stellen over de rol van de eeuwenlange reproductie van zo’n patriarchaal systeem in onze kunst, of het gebrek aan vrouwelijke academici in de interpretering ervan. Er doet zich nu een eruptie aan waanzinnig interessante analyses voor die me nu pas, op mijn 47ste, ten volle doen beseffen hoe hallucinant het is dat we daarin op de humaniora totaal niet onderwezen werden. Gelukkig leer ik nu gigantisch bij. Het voedt mijn hoop dat we echt een paradigmashift meemaken.’


2. ‘L’ère du soupçon’ – Nathalie Sarraute

‘In de 20ste eeuw zijn de kunsten van boven tot onder gedeconstrueerd en dat was essentieel om bij de tijd te blijven. Dat eyeopenende inzicht kreeg ik onder andere van Nathalie Sarraute in L’ère du soupçon – van een paradigmashift gesproken. De Franse schrijfster is in haar eigen land even belangrijk als Duras. Ze schreef cerebrale romans – Le Planétarium is zeer de moeite – en theaterstukken, waarover ik mijn thesis schreef.’

‘Maar de grootste wake-upcall voor mij was dus haar bundeling van vier essays, uitgebracht in 1956, exact 100 jaar na Madame Bovary – hoe geweldig is dat! Saurrate heeft het precies over de grote roman en verwijst dus naar romanciers à la Flaubert en Dostojevski. Exact een eeuw na het ontstaan van de grote uitvinding van de literatuur begraaft ze die.’

‘Net zoals haar collega-aanhangers van de nouveau roman breekt ze vooral de psychologie van de roman af, de Jef Vermassen-achtige constructies die erin terug te vinden zijn en die zeggen: hij maakte in zijn jeugd dit mee en daarom deed hij later dat. Zoiets interesseert mij niet. Ik kan de laatste tijd ontzettend genieten van goede plot-driven boeken zoals die van Ammaniti, maar ik volg Sarraute als ze brandhout maakt van het idee dat fictie de werkelijkheid en personages moet vatten en begrijpen vanuit één psychologisch model.’

‘Pas op, het onderzoeksdomein van de nouveau roman leverde niet per se zelf meesterwerken af. Het betekende immers het tijdelijke einde van het grote verhaal. Daarom zou ik Sarrautes bundel niet aanbevelen in tijden van corona: doorwrochte literatuurliefhebbers kan hij begeesteren, maar de gemiddelde mens heeft nu wellicht meer aan fictie die ons confronteert met een diepe menselijkheid.’ 

“Ik zou Sarrautes bundel niet aanbevelen in tijden van corona: doorwrochte literatuurliefhebbers kan hij begeesteren, maar de gemiddelde mens heeft nu wellicht meer aan fictie die ons confronteert met een diepe menselijkheid.”

3. ‘Madame Bovary’ – Gustave Flaubert

‘Ik zou niemand lichtzinnig Madame Bovary aanraden, maar het is wel een van de mooiste romans die ik ken, doordrongen van een diep inzicht in gevoelens en menselijkheid. Je moet er niet mee wachten tot je 40 bent. Eens je de 18 nadert, moet je je openen voor de geheimen van het leven en die vind je terug in zulke boeken. Ik heb een dochter in haar tweede bachelor Frans-Spaans – zelf studeerde ik Frans-Italiaans – en zulke studies zijn vaak boven je niveau als jonge mens. Het is mij een raadsel hoe ik destijds Madame Bovary begreep, maar het liet een onuitwisbare indruk na.’

‘Vandaag begrijp ik perfect waarom Flaubert een proces aan zijn broek kreeg. Het verhaal was ronduit schokkend voor zijn tijd. Ik lees het nu voor de tiende keer omdat we in 2021 een theaterbewerking brengen. Die slow reading – ik lees twee hoofdstukken per dag – doet me beter dan ooit zien wat een blinde misbaksels zijn personages zijn, maar hoe ze gedreven zijn door o zo herkenbare hartstocht, het verlangen naar vrijheid en gezien worden.’

‘Voor mij is Emma Bovary overduidelijk een heldin, want ze weigerde zich neer te leggen bij wat het leven voor haar in petto had. Het brengt me bij de inspirerende vraag hoe je je realiseert in het leven. In Veldslag om een hart, waarin ik de Ilias hervertel vanuit Helena’s standpunt, zegt zij ook: kies altijd voor de liefde. Dat is wel een thema bij mij.’

‘Ik lees Madame Bovary ook als schrijver, met bewondering voor Flauberts virtuositeit. Wie bereid is zich te laten terugzakken tot de 19de eeuw kan een geweldige ervaring hebben. Flaubert is een dichter, een stilist pur sang, en dat 350 pagina’s lang. Het is ook voor mij een regel: schrijf nooit een slechte zin. Daarvoor is geen enkel excuus.

“Eens je de 18 nadert, moet je je openen voor de geheimen van het leven en die vind je terug in boeken als 'Madame Bovary'. ”

4. ‘Mémoires d’Hadrien’ – Marguerite Yourcenar

‘Zelden las ik zulke gecondenseerde zinnen als bij Yourcenar, maar aanvankelijk was ik bang van haar. Ik had haar werk ontdekt in de Romaanse – mijn toenmalige lief schreef haar thesis over Nouvelles orientales – en vooral haar biografische trilogie, Le Labyrinthe du Monde, vond ik meedogenloos. Ik herinner me een scène waarin ze bij het sterfbed van haar moeder zit, met wie ze een moeilijke relatie had, en kijkt naar die fissure waaruit ze ooit was gekomen. Fissure betekent zoveel als scheur, gleuf – wat een hardheid.’

‘Later zag ik in dat je die schokkende eerlijkheid soms nodig hebt in kunst. Mijn beeld van Yourcenar is ook bijgesteld sinds ik tien jaar geleden Mémoires d’Hadrien las. Het is een stream of consciousness van de Romeinse keizer Hadrianus die in zijn laatste dagen een brief aan zijn zoon schrijft en daarin rustig nadenkt over zijn bestaan. Zoals de meeste romanschrijvers gebruikte Yourcenar haar personage om iets kwijt te kunnen over zichzelf en de mensheid, in dit geval over mededogen.’

‘Als ik haar bijhorende dagboeknotities lees, zie ik hoe ze geworsteld heeft met de vraag of ze wel kan schrijven over die keizer uit de 1ste eeuw, maar ze concludeert dat ze hem beter kan kennen dan haar eigen vader. Het is een fantastisch pleidooi: mits inleving en kunde kan in de kunsten alles.’

‘Haar notities in mijn goedkope folio-uitgave, ooit op de kop getikt in Frankrijk, heb ik vooral gelezen toen ik Hannibal schreef. Ik vond het prachtig bij Yourcenar het plezier te herkennen waarmee ze zich verloor in haar historische personage, maar ook het zoeken en tasten tijdens het werkproces. Het is voor mij alleen maar een aanmoediging.’


5. ‘Het boek van alle dingen’ – Guus Kuijer

‘Proza schrijven wordt voor mij niet makkelijker. De afgelopen jaren vond ik vooral niet de tijd en de toewijding die een goed boek vraagt. Alles moet juist zijn, zeker bij een kinderboek dat nog gecondenseerder is dan een roman voor volwassen. Het vraagt dezelfde inspanning als Flaubert lezen: je moet je telefoon wegleggen, vertragen en in een mentaal klooster kruipen. Dat brengt je op termijn in een hele fijne, diepe trance, waardoor je vervuld raakt en hopelijk datzelfde effect kunt bereiken bij je lezers.’

‘Ik ben zelf erg geraakt door de secure parels die Guus Kuijer afleverde. Van boeken als Polleke en Met de poppen gooien ben ik een grote fan, al was het maar omdat er geen hol in gebeurt.’ (lacht) ‘De ledigheid van een kinderleven weet Kuijer meesterlijk te vatten, maar hij schreef ook concretere boeken. Zo gaat Het boek van alle dingen over de negenjarige Thomas die opgroeit met een gewelddadige vader en de terreur van godsdienst. Ik herkende dat kind, zelfs al stond de thematiek ver van mij af. Kuijer zit gewoon zo dicht op de ziel van dat jongetje, al geloof ik dat de kracht ook zit in zijn onnavolgbaar juiste stijl. Hoe hij de gebruuskeerde relatie tussen Thomas en zijn ouders neerzet, zo pijnlijk en juist als Reve in De avonden, dat kunnen alleen de grootsten.’

‘Kuijer doet het dan nog in een genre dat nog altijd onnodig wordt gebanaliseerd. Wat je aanraakt bij de jeugd is essentieel. Niet toevallig las ik het grootste deel van dit lijstje vóór mijn 20ste. Net als de vrienden en ervaringen uit die tijd vormen goede boeken je op de meest intense manier. Je kunt dus op geen enkele manier de tijd die je in jeugdliteratuur investeert overschatten.’

“Net als de vrienden en ervaringen uit die tijd vormen goede boeken je op de meest intense manier. Je kunt dus op geen enkele manier de tijd die je in jeugdliteratuur investeert overschatten.”


Deel dit artikel: