De vijf van Mathilda Masters

'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: auteur Mathilda Masters, nom de plume van Hilde Smeesters.

door Katrien Steyaert
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Het duurde jaren eer Mathilda Masters aan zichzelf durfde toe te geven dat ze een schrijver is. Maar dat ze een lezer is, daar heeft ze nooit aan getwijfeld. 'Ik kan nu nog de wolk van haarspray ruiken waarin mijn moeder elke zaterdag van de kapper terugkeerde. Ze had voor mij dan altijd een nieuw boek mee, waarin ik de rest van de dag verdween.'

1. ‘Pitty naar kostschool’ – Enid Blyton

'Ook de geur van de perfecte zomer kan ik nog zo oproepen. Het is die van de stoffige zolder bij mijn tante Marie, waar niet alleen een prachtig leger in tin gegoten soldaatjes stond, maar ook een gigantische boekencollectie. De reeks waar ik als lagereschoolkind het meest plezier aan had, is die over Pitty, een Engels meisje dat naar een strenge kostschool ging. Man man, hoe graag wilde ik na het lezen zelf naar zo’n school… Ik wilde ook net als Pitty durven opkomen tegen onrechtvaardigheid. Daar herkende ik iets van mezelf in, net als in haar ondernemende karakter en het feit dat ze van niemand bang was.

Wat ik wel keigriezelig vond, waren tante Maries 200 kippen. Als we 's morgens vroeg eitjes hadden gehaald en ik twee grote boterhammen had gegeten, strekte de hele dag zich voor mij uit. Marie en haar man waren bezig in hun houtzagerij en hun kinderen, twintigers al, tennisten met vrienden. Ik had dus veel tijd alleen te vullen. Meestal bleef ik ook een paar weken omdat mijn ouders het te druk hadden met hun autorijscholen. Maar ik vond het geweldig, want zo ik kon uren met Pitty doorbrengen, lezend in de boomgaard bijvoorbeeld. De perfecte zomers waren het.

Ik moest zorgen dat ik rap las, want ik mocht de boeken niet meenemen naar huis. Ze bleven op zolder, dat principe was heilig voor tante. Jaren later kocht ik de omnibus zelf, voor mijn dochter Flo. Ook al zijn het niet de meest hoogstaande boeken, Blyton kan je wel serieus meepakken. Dat vind ik nu nog de beste boeken: die die ik letterlijk niet kan neerleggen en waarvoor ik 's nachts opsta om erin verder te lezen.'


2. ‘Sjakie en de chocoladefabriek’ – Roald Dahl

'Een van de redenen waarom ik zo graag schrijf, is omdat ik kinderen plezier kan laten beleven aan boeken. Dan vertelt een moeder mij dat haar dochter, die absoluut niet graag las, dankzij De keukenprins van Mocano met een zaklamp in bed kruipt om toch maar te kunnen voortlezen. Als ik de verhalen zelf vertel, bijvoorbeeld in een klas, voel ik hoe kinderen er niet aan twijfelen dat ik mijn hoofdpersonage Max echt heb ontmoet en hij bij zijn tante in de gevangenis woont. Dat spel met fantasie en werkelijkheid vind ik zelf heel leuk, en ik voel me daarin geïnspireerd door Roald Dahl.

Ik kom natuurlijk nog niet tot aan zijn schoenzolen, maar ik probeer toch net als hij een wereld te scheppen die niet realistisch is maar dat zou kunnen zijn. Als kind was ik ervan overtuigd dat Sjakies chocoladefabriek echt ergens in Engeland stond, compleet met een chocoladerivier en Oempa Loempa's. Je kunt je toch voorstellen dat die uit een of ander woud in Borneo komen? Net zo heb ik lang geloofd dat ik Mathilda-achtige superpowers had. (lacht)

Dat mijn schrijversnaam Mathilda is, komt door mijn grootmoeder. Ik zou eigenlijk naar haar genoemd zijn, ware het niet dat mijn ouders uiteindelijk kozen voor de in de jaren 60 hippere naam Hilde. Ik had zó veel liever Mathilda geheten, ook als ode aan Roald Dahl. Hoe hij speelt met taal en humor, hoe hij zijn hoofdrolspelers altijd hun underdogpositie laat ontstijgen – geweldig vind ik het. Vorig jaar heb ik Sjakie en de chocoladefabriek voor de zoveelste keer herlezen en werd meteen weer meegesleept. Dit blijft echt een van de meest iconische boeken aller tijden.'


“Ik deed 'Feitenkennis' vaak cadeau, aan mensen voor wie het glas halfleeg is of die altijd zitten te kankeren. Dit boek, en bij uitbreiding alle fris geschreven, goed onderbouwde non-fictie, is het best denkbare tegengif.”

3. ‘Feitenkennis’ – Hans Rosling

'Als ik zelf ooit één boek van belang heb geschreven, is het 123 slimme dingen die je moet weten over het klimaat. Het is een statement dat hopelijk kinderen en hun ouders doet beseffen dat we niet morgen, maar nu, de wereld moeten redden. Ik heb lang gedacht dat je over zulke moeilijke, weinig vrolijke onderwerpen alleen maar saaie boeken kon schrijven, maar Feitenkennis overtuigde me definitief van het tegendeel. Ik las het toen ik een van mijn weetjesboeken voorbereidde en tijdens een gesprek over fake news de tip kreeg van Freek Braeckman, met wie ik bevriend ben, om te kijken naar Roslings YouTube-filmpjes. Daarin ontpopt de intussen helaas gestorven statisticus zich tot een Swedish professor met een humor die al even briljant is als zijn geest.

Ik zag dat ook in Feitenkennis, waarin hij in heel eenvoudige taal en met dito grafieken talloze zogezegde waarheden weerlegt. We zijn bijvoorbeeld geneigd te denken dat de armoede in de wereld alleen maar toeneemt, maar Rosling toont aan dat die de voorbije decennia alleen maar is gedaald. Daarmee geeft hij je tools in handen om niet meegezogen te worden, bijvoorbeeld in de rabbit holes van het internet. Hij legt ook uit dat onze hersenen uitgaan van een negatief wereldbeeld, maar bewijst dat dat vaak onterecht is.

Toen ik dit uit had, kon ik er weer eventjes tegen – een mens heeft af en toe zo'n oppepper nodig. Ik deed het daarna vaak cadeau, aan mensen voor wie het glas halfleeg is of die altijd zitten te kankeren. Feitenkennis, en bij uitbreiding alle fris geschreven, goed onderbouwde non-fictie, is het best denkbare tegengif.'


4. ‘Op een bedje van liefde’ – Jan Van Parijs

'Ik heb me lang verborgen achter andere mensen. Tientallen boeken schreef ik als ghostwriter, omdat ik dacht dat ik dat nooit zou kunnen, een volledig eigen boek bedenken. Gelukkig kreeg ik een paar schoppen onder mijn kont, onder andere van Lannoo-uitgever Johan Ghysels die ik tegenkwam op de persvoorstelling van Op een bedje van liefde. Ik was daar als culinair journalist, maar Johan zei: 'Zou jij niet eens zelf een boek schrijven?' Mijn carrière begon dus met een kookboek, en ook mijn latere verhalen over Max draaien niet toevallig rond een keukenprins. Ik doe niets liever dan in de potten roeren. Ik erfde dat van mijn moeder, denk ik, die een fantastische kok was. Sowieso doe ik graag dingen met mijn handen: ik volg tekenacademie, ik handwerk – eigenlijk ben ik een soort Martha Stewart. (lacht)

Een tijd geleden liet ik een speciale kast bouwen, alleen voor mijn kookboeken. Die zit volledig vol, maar Op een bedje van liefde vind je er niet. Het gaat over afrodisiaca en is niet mijn ding. Ik noem het vooral omdat het zoveel voor mij deed kantelen. Daarnaast verzamel ik alles van bijvoorbeeld Donna Hay en Yotam Ottolenghi. Hun recepten zijn technisch niet moeilijk, maar kloppen altijd. Dat vind ik belangrijk, ook als ik zelf schrijf. Ik maakte net een boek met Seppe Nobels en belde hem soms terwijl ik een bereiding aan het testen was en op een fout stootte.

Ik blijf het inspirerend vinden om 's avonds in bed door recepten te bladeren en te bedenken welke ik kan uitproberen voor mijn gezin of vrienden. Zorgen voor mensen door hen iets lekkers voor te zetten, dat is toch het beste dat er is?'


“Irving doet wat Dahl doet voor kinderen: een wereld scheppen waarvoor je veel fantasie nodig hebt, maar die je volledig meesleept. Ik doe niet snel aan verering, maar voor deze coole mens, meesterverteller én matchmaker moet dat kunnen.’ ”

5. ‘The World According to Garp’ – John Irving

'Ik ben al lang bij mijn man en dat mede dankzij John Irving. Patrick had namelijk, net als ik, al diens boeken op zijn kot. Toen ik daar voor het eerst kwam, gaf dat direct een extra klik. We lazen het werk ook allebei in het Engels, want we waren, los van elkaar, op uitwisseling in Amerika geweest. Het grappige is dat Patrick Irving ooit persoonlijk heeft kunnen vertellen, tijdens een interview in Amsterdam, dat hij medeverantwoordelijk is voor ons huwelijk. Dat vond hij hilarisch en hij signeerde ons exemplaar van Last Night in Twisted River. Daaruit schreef ik onlangs een zinnetje over omdat het me zo raakte: 'I can’t bear to let you go'.

Irving heeft dat diepe gevoel voor tragiek, maar combineert het meesterlijk met humor en geweldige personages. Neem nu The World According to Garp, het boek dat me deed beslissen dat ik alles van deze mens moest lezen. Een prachtig verhaal dat me aan het wenen bracht, maar me ook erg deed lachen. Hoe Garps moeder Jenny zich laat bevruchten door een soldaat met hersenbeschadiging – onwaarschijnlijk. Of Robert, de eerste transgender-voetballer... Irving doet wat Dahl doet voor kinderen: een wereld scheppen waarvoor je veel fantasie nodig hebt, maar die je volledig meesleept.

Ik las ooit dat Irving zich door zijn teveel aan verbeelding vaak de verschrikkelijkste dingen inbeeldt. Dat gebeurt bij mij ook, bijvoorbeeld als een van mijn kinderen het vliegtuig neemt. Dan brand ik krampachtig kaarsen. Voor Irving heb ik een half schrijn in onze boekenkast. Ik doe niet snel aan verering, maar voor deze coole mens, meesterverteller én matchmaker moet dat kunnen.’

 

© Michiel Devijver | Iedereen Leest


Deel dit artikel: