De vijf van Koen Van Biesen

'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: schrijver, illustrator en muzikant Koen Van Biesen.

door Katrien Steyaert
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Koen Van Biesen leest graag als hij de slaap niet kan vatten. 'De mooiste momenten zijn de vroege ochtenduren, wanneer de stilte net voor het begin van de nieuwe dag voelbaar is en ik de boeken die geduldig op de keukentafel op mij liggen te wachten verder kan degusteren.'

1. ‘Mijn eerste leesboek’ – Wim Korthout, Arnold Rog (ill.)

'Mijn vader was arbeider, mijn moeder gaf les en geen van beiden had kunst meegekregen. Maar toen ik geboeid raakte door klassieke muziek mocht er wel een piano in huis komen. En ik mocht ongelimiteerd naar de bibliotheek. Leren lezen was een openbaring: plots begreep ik een code waarmee ik toegang kreeg tot andere werelden. Daarom vind ik het zo bijzonder dat ik Mijn eerste leesboek nog heb. Het Hollandse boek staat vol droge klinker-opsommingen en tuttige verhaaltjes. Maar één versje blijft voor mij overeind: 'De hommel'. Dat beestje uit de titel landt op de neus van een man – heel geloofwaardig getekend als een heertje in keurig pak – en alles wat hij wilde doen, zoals een brood gaan kopen, is plots anders door die hommel, die elk moment kan steken.
Zo’n minimalistisch uitgangspunt vind ik geweldig. Terugblikkend zie ik zelfs overeenkomsten met mijn eigen werk, waarin ik met hoe langer hoe minder gegevens een verhaal probeer op te bouwen. 'De hommel' heeft voor mij ook iets zenboeddhistisch. Het heertje was, net zoals velen van ons, mechanisch allerlei handelingen aan het uitvoeren, maar ineens moet hij naar het puntje van zijn neus staren en is hij alive, alert and awake, zoals de boeddhisten zeggen. Ik lees er af en toe een boek over omdat ik geboeid ben door de vraag of er iets meer is dan we zien. Ik stop zelf geregeld met hollen, ga zitten en kijk naar de bewegingen van mijn geest. Mediteren noemen sommigen dat.'

Leren lezen was een openbaring: plots begreep ik een code waarmee ik toegang kreeg tot andere werelden.

2. ‘Het sprekende testament’ – Willy Vandersteen

'Als kind leefde ik helemaal in het moment. Dromen van zelf illustrator worden was dus te veraf, ook al tekende ik constant dingen na, vooral Suske en Wiske. Ik las hun avonturen samen met mijn broer, dat schiep een band. Tot vandaag kunnen we hele passages navertellen. Zo zegt Lambik eens tegen een slechterik: 'Zie je deze spierbal?'. Hij voegt eraan toe: 'En deze voel je zeker wel!' terwijl hij de ander een klap verkoopt. Dus als mijn broer en ik het oneens waren en ik vroeg: 'Zie je deze spierbal?', dan kende m’n broer het potentiële gevolg. (lacht)
Ik vond Lambik zo grappig en boeiend, onder meer omdat hij de menselijke zwakte etaleerde, bijvoorbeeld door jaloers te zijn. Vandersteen opende zijn verhalen ook vaak op een realistische manier. In Het sprekende testament, een van mijn favoriete albums, blijkt het huis van Lambik en Jerom afgebrand en dromen ze over weer op avontuur kunnen. Uit een droom de kracht halen om uit een moeilijke situatie te geraken: dat vind ik schoon. 
Vandersteen verstond echt de kunst van het vertellen. Het is eens zo spijtig dat zijn strips, sinds hij ze niet meer maakt, inhoudelijk ongeïnspireerd werden en vormelijk verstarden. Hij had zoals Hergé moeten zeggen: met mij stopt ook het werk, dan hadden Suske en Wiske blijven schitteren. De composities, de houdingen: alles zat in die vroegste albums goed. Ik ben blij dat ik de liefde ervoor kon doorgeven aan mijn kinderen. Ze zijn nu 25 en 21, maar toen ze klein waren, las ik ’s avonds bij hen op bed vaak een Suske en Wiske voor, en deed ik alle stemmetjes. Het waren van de leukste momenten tijdens hun opgroeien.'


3. ‘Tot hier en niet verder’ – Isabel Minhos Martines, Bernardo P. Carvalho (ill.)

'Ik heb een superjob, want ik kan prentenboeken maken combineren met avondlessen illustratie geven. De cursisten zijn zalige, gemotiveerde mensen die ik probeer te inspireren, onder andere via mijn grote collectie prentenboeken. Bij de beste daarvan denk ik: wow, ik wou dat ik dit gemaakt had. 
Tot hier en niet verder bijvoorbeeld. Het vertrekt van een fantastische vondst, namelijk dat het boek niet de drager is van een verhaal dat zich ergens anders afspeelt, maar de ruimte is die personages en lezers effectief betreden. We zien een soldaat die aan de middenvouw mensen tegenhoudt omdat hij orders kreeg om de rechterbladzijde vrij te houden voor de grandioze intrede van zijn generaal. De linkerpagina raakt alsmaar voller en plots – de onschuld – rolt de bal van een kind toch naar rechts. Het hek is van de dam, en als de generaal uiteindelijk arriveert, wil hij de soldaat laten arresteren. Maar intussen is die een volksheld en wordt zijn overste volledig irrelevant in die volkse energie.

Ik vind het fijn dat zo’n politiek idee er niet bovenop ligt, maar wel voelbaar is. Ik vertrek zelf nooit vanuit een boodschap, maar laat het boek met mijn beginidee aan de slag gaan, in de hoop uit te komen bij iets dat lezers amuseert en verrast. In Tot hier en niet verder lukt dat ook door Carvalho's bijna anarchistische tekenstijl, die haaks staat op de esthetische norm voor illustraties. Hij lijkt te hebben gekrabbeld als een kind, met stift en door elkaar. Maar alleen een echt goede tekenaar kan zo alles loslaten. Picasso zei het al: 'Het kostte me mijn hele leven om te leren tekenen als een kind'.'

Ik vertrek zelf nooit vanuit een boodschap, maar laat het boek met mijn beginidee aan de slag gaan, in de hoop uit te komen bij iets dat lezers amuseert en verrast.

4. ‘De huurder’ – Roland Topor

'In mijn eigen opleiding illustratie raakte ik gefascineerd door Roland Topor, de bekende Franse tekenaar die ook schreef en acteerde. Een alleskunner dus, maar Topor is ook bijzonder omdat hij een bevreemdende, Bosch-achtige wereld schept, met een ondertoon die zegt dat de planeet een griezelige plaats is. Ik vind zelf dat je niet buiten de schaduw kunt die licht veroorzaakt. Het wordt zelfs gevaarlijk als we die donkere rand niet meer in onze kunst steken. Hij geeft meer diepte, ook aan Topors roman De huurder. Het was een suggestie van mijn leerkracht Nederlands toen ik zeventien was, en voor mij was het totaal nieuw dat ik van begin tot einde werd meegezogen in de psychologie van het hoofdpersonage. Hij heet Trelkovsky, ik vergeet het nooit, en hij vindt met moeite een appartement in Parijs. Daar ontdekt hij dan nog dat de vorige huurster uit het raam is gesprongen. Als hij haar in het ziekenhuis opzoekt, staart ze hem aan en slaakt een oerkreet. Via die kreet val je als lezer in het delirische verhaal, waarin Trelkovsky een complot tegen hem vermoedt en langzaam maar zeker zijn identiteit verliest. Hij balanceert op de grens tussen sane en insane, net zoals eigenlijk elk van ons.

Het is allemaal heel akelig, maar ik kan dat wel hebben omdat Topor het koppelt aan een vorm van poëzie. Die zit onder meer in het gevoel dat je als lezer de hele tijd met Trelkovsky mee valt. Zo raadde ik het ook aan aan mijn zoon: je moet dit lezen, want er overkomt je iets totaal onverwachts, iets waardoor je er op een andere manier uitkomt dan je erin ging.'


5. ‘De helaasheid der dingen’ – Dimitri Verhulst

'Ik sta open, verras mij: dat is altijd mijn houding als ik aan een boek begin. En verrassen deed De helaasheid der dingen me zeker. Het deed me denken aan Brutti, sporchi e cattivi, die Italiaanse film van Ettore Scola waarin een familie in één huis samenhokt, maar Verhulst schreef zijn eigen, onnavolgbaar Vlaamse versie die naar bier ruikt. Ik laat in het midden wat echt autobiografisch is en wat niet, maar ik denk dat er zich in Verhulsts relaas veel waarheid bevindt. Zijn vader die de onmogelijke strijd aangaat met zijn verslaving, zijn moeder die bij elke gelegenheid zwaait met haar plaspas terwijl haar zoon wegkwijnt van schaamte: het heeft iets authentieks en zelfs ontroerends. Tegelijk barst het boek van de humor. Dat vind ik een belangrijke kwaliteit, dus als ik die bij een schrijver terugvind, voel ik meteen een klik. Verhulst heeft me echt luidop doen lachen, iets wat me al lezend zelden overkomt. Maar je kunt toch niet anders bij zinnen als: 'Palmier had alles van een zeemeermin: ze was slank en stonk naar vis'?

De helaasheid der dingen beschrijft eigenlijk de nederlaag van de mens, maar dan op grootse wijze. Verhulsts nonkels bezatten zich compleet tijdens hun Ronde van Frankrijk voor bierdrinkers, maar hij krikt die grauwe realiteit op tot een bijna mythisch niveau. Als een roman de harde rafelrand van het leven combineert met humor en stilistische kracht, dan is het er voor mij boenk op.'

Ik sta open, verras mij: dat is altijd mijn houding als ik aan een boek begin.


Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest