De vijf van Dimitri Leue

'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: acteur en auteur Dimitri Leue.

door Katrien Steyaert
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Er bekruipt Dimitri Leue dezer dagen weleens angst: voor een toekomst waarin nauwelijks nog plaats is voor poëtische schrijftaal en zalvende verhalen. 'Wat wordt dan onze pleister op de wonde?'

1. 'Middernachtskinderen' – Salman Rushdie

'Ik vind het comfortabel om als lezer bij de hand genomen te worden, denk ik, want ik was helemaal weg van Middernachtskinderen, waarin Salman Rushdie elke geur en kleur beschrijft. Je zou kunnen zeggen dat het van hem een beklemmende schrijver maakt omdat hij wil dat zijn lezer ziet wat hij in zijn hoofd heeft, maar ik kreeg niet genoeg van zijn gulheid. Het boek bulkt van de bladzijdenlange zinnen waarmee hij ontelbare personages en verhaallijnen verweeft – echt waanzin. Het kan niet anders of hij is een genie.

Dat vond ook Ludo Abicht (de filosoof en dichter, red.), van wie ik aan het Conservatorium cultuurgeschiedenis kreeg. Hij zei: 'Als je India wil begrijpen, begin dan bij dit boek'. Dat is het leuke aan steengoede schrijvers: ze laten je meereizen met hun pen. In Kunst Mijn Kloten, de voorstelling die ik nu maak, zeg ik dat ze van de lezer én een tijdreiziger maken – poef! en je zit in de middeleeuwen – én een ruimtereiziger – op pagina zeven ben je in Mumbai, op pagina veertien in Londen.

In Middernachtskinderen houdt Rushdie het zelfs niet bij die realiteit. Zijn personages – allemaal geboren op de dag van de onafhankelijkheid van India – ontmoeten elkaar ook in een droomwereld, plus dan is er nog een spirituele wereld. De naturel waarmee Rushdie tussen die werelden springt is fascinerend. Achteraf, door de Mahabharata (religieus en filosofisch epos, red.) te lezen, begreep ik dat het cultureel is: Indiërs zijn gewend aan verhalen met minstens 20 hoofdpersonages. Ook de kastemaatschappij weerspiegelt zich in Rushdies schrijven. Kortom: hem lezen is een openbaring.'


2. 'Stukken van mensen' – Leonard Nolens

'In mijn werk ging ik meer naar de wereld kijken van zodra ik kinderen kreeg. Thema’s als ecologie en vluchtelingen kwamen erbij, terwijl ik in mijn beginperiode in de jaren 90 focuste op twijfel, hoop en liefde, de vijver waaruit ook Leonard Nolens vist. Ik leerde zijn dagboeken kennen als student, maar pak ze nu nog vast. Dan voel ik nostalgie naar mijn twintigjarige ik, maar tegelijk laat Nolens altijd weer iets wezenlijks in mij gebeuren – zo ontroerend. Dan sla ik een willekeurige pagina open en bots ik op inzichten die een tot dan toe niet zo wezenlijke dag plotsklaps betekenis geven.

Maar bovenal is Nolens dat stemmetje in mijn achterhoofd dat tijdens het schrijven zegt: 'Het mag eerlijker'. Nolens is de eerlijkste auteur die ik ken, die toegeeft dat hij een navelstaarder of een twijfelaar is. Ik herken dat: enerzijds kweekte ik metier waardoor ik nooit meer zenuwachtig het podium op stap, anderzijds lijkt het of ik nooit genoeg bevestiging kan krijgen of ik moet bij het maken weer gêne overwinnen. In deze dagboeken vind ik dan een voorbeeld.

Nolens benadrukt: hoe persoonlijker, hoe universeler. Dat blijkt te kloppen. Op mijn twee meest intieme voorstellingen, waarvan ik dacht dat ze alleen maar over mij gingen, kreeg ik het meest respons: mijn debuut Maura, waarmee ik vandaag weer toer en dat gaat over mijn liefdesverdriet, en Het Lortchersyndroom, dat voor Warre (Borgmans, Leues oom, red.) en mij heel emotioneel was om te spelen omdat het gaat over de dementie van zijn vader, mijn grootvader. Achteraf bleek hoeveel toeschouwers ook iemand hadden verloren en geraakt waren.'

“Nolens is de eerlijkste auteur die ik ken, die toegeeft dat hij een navelstaarder of een twijfelaar is. Ik herken dat.”

3. 'Sprakeloos' - Tom Lanoye

'Ik heb al vaak mijn hoofd gebroken over de vraag waarom een publiek gemakkelijker meegaat in een verhaal als het echt gebeurd is, maar ik stel zelf vast: bij goed geschreven, persoonlijke boeken gaat mijn hart open. Zo liet ik zonder moeite een traan voor de moeder van Tom Lanoye, eerder nog dan voor mijn eigen moeder of grootvader.

Nu moet ik toegeven: ik heb niet veel nodig. Ik ben nog altijd dat kind dat direct mee is. Al kan ik pas écht genieten als ik ook een woorden-schat krijg. Daarom ben ik een beetje bang voor de toekomst, waarin nauwelijks plaats lijkt voor iets anders dan spreektaal of boodschappen van 120 tekens. Wat een verarming… We moeten onze prachtige, gekunstelde schrijftaal koesteren, samen met de meesters ervan: Verhulst, Olyslaegers, Lanoye. Ik erken echt mijn meerdere in Lanoye, die bijvoorbeeld zweert bij het More is more-principe. Zelf schrijf ik spaarzaam, maar als lezer kan ik zo’n lang gerijpte whisky als Sprakeloos erg smaken. Ik wil eigenlijk zijn hele oeuvre naar voor schuiven omdat het zo goed een tijdsgeest vat dat je het als Vlaming helemaal gelezen moet hebben. Maar net omdat hij zo eerlijk en geloofwaardig over zijn aftakelende moeder schrijft, vind ik Sprakeloos er toch bovenuit steken.

Ik trap een open deur in, maar sterke kunst loutert. Anders dan mijn vrouw kan ik niet vol schieten bij een schilderij – ik ben nochtans een gemakkelijke snotteraar – maar ik word wel gezalfd door theater – ook de wereld van Lanoyes moeder, een amateuractrice – en door literatuur – waarin haar spraakwaterval van een zoon me elke keer weer meeneemt.'

“Ik heb al vaak mijn hoofd gebroken over de vraag waarom een publiek gemakkelijker meegaat in een verhaal als het echt gebeurd is, maar ik stel zelf vast: bij goed geschreven, persoonlijke boeken gaat mijn hart open.”

4. 'De Roos en het Zwijn' - Anne Provoost

'Er zijn zo van die boeken die op een bepaalde golf in je leven precies tegemoetkomen aan je noden. Voor mij geldt dat voor De Roos en het Zwijn, dat ik las toen ik erg bezig was met liefde en liefdesverdriet. Deze hervertelling van Belle en het Beest sloeg de nagel op de kop, ze was mijn pleister, mijn bron van nieuwe inzichten. Ik vermoed dat ook hier de kracht uit het persoonlijke komt, want Provoost bewijst in andere boeken zoals De arkvaarders dat ze haar keigoede pen ook kan loslaten op wereldser thema’s, maar daarvan was ik toch minder onder de indruk dan van De Roos en het Zwijn. Ik denk dat er veel van haarzelf in zit, de West-Vlaamse die naar Antwerpen trok, over het water, net als de 16de-eeuwse Rosalena die heer Thybeert, een gebocheld 'beest' dat in de stad woont, weer bestaansrecht geeft door de liefde.

De roman was ook een eyeopener op het vlak van taal. Het was het eerste jeugdboek waarvan ik niet begreep waarom het zogezegd alleen voor de jeugd was. Ik citeer graag Josse De Pauw in dat verband: 'Jeugdtheater bestaat niet. Er bestaat alleen goed en slecht theater, en soms is dat goede theater toevallig toegankelijk voor kinderen'. Dankzij Provoost besefte ik dat ik kon schrijven voor de jeugd zonder in te boeten aan stijl.

Maandenlang fascineerde een tiental van haar zinnen me als schilderijen waarnaar ik wilde blijven kijken. Eén ervan ken ik nog uit het hoofd: 'De havik wordt neergeschoten door een pijl gemaakt van zijn eigen veren'. Hij zegt zoveel over hoe je jezelf dikwijls veel te verwijten hebt als er iets misloopt, maar is ook zo geweldig verwoord dat hij blijft inspireren.'


5. 'Verzameld werk' - Georg Büchner

''Hoeveel vrouwen heb ik nodig om de toonladder van de liefde te zingen als één niet eens een halve noot vult?' Ik ben het er niet mee eens, maar het is zo’n prachtzin, deze keer van Büchner, de Duitse toneelschrijver. Hij stierf zo jong – op zijn 23ste – dat je letterlijk zijn volledige verzamelde werk kunt kopen, wat ik als student deed in Amsterdam.

Je zou kunnen denken dat het beetje briefwisseling en de vier toneelstukken die Büchner naliet weinig variatie zullen vertonen, maar niets is minder waar. Er is het literair-pamflettaire Dantons dood, over grote politieke ideeën die nu nog relevant zijn. Er is Woyzeck, een hallucinatie van een tekst vol poëtische taal als: 'De hel is ijskoud'. En dan Leonce en Lena, mijn lievelingsstuk. Meer mensen zouden het moeten lezen, want het zit vol humor, ideeën en meeslepende personages. Valerio bijvoorbeeld. Hij predikt de ledigheid omdat het leven toch geen zin heeft. Dat in tegenstelling tot Leonce. Die wil aan zijn voorbestemde lot ontsnappen, iets doen. Ik herken beide: aanvaarden dat dit het leven is, en niet meer dan dat, en tegelijk je vuur willen behouden, blijven strijden tegen wat fout gaat. Maar hoe combineer je die?

Büchner stimuleert me om te blijven streven naar die sprankel verandering, al ben ik niet naïef. Zo geloof ik niet dat ik alle depressies de wereld uit kan helpen, maar na mijn voorstelling De diepte van het dal zei een jongeman mij dat hij zich door het zien van mijn stuk niet had opgehangen. Daarom wil ik blijven spelen en schrijven: om, al was het maar voor één iemand, dat katalysatortje naar een beter leven te zijn.'

“Een jongeman zei me dat hij zich door het zien van mijn stuk niet had opgehangen. Daarom wil ik blijven spelen en schrijven: om, al was het maar voor één iemand, dat katalysatortje naar een beter leven te zijn.”


Deel dit artikel: