De vijf van Anna Woltz

'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: schrijver Anna Woltz.

door Katrien Steyaert

 

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

1. ‘Walk Two Moons’ - Sharon Creech

‘Sinds mijn twaalfde had ik de sterke ambitie om schrijver te worden. Dat die nog niet uitkwam, vonden mijn puberhersenen ellendig. Ik vond het ook lastig dat mijn leeftijdsgenoten zelden gedachten uitspraken zoals ik die had of personages in boeken die hadden. Zíj snapten mij wel, waardoor ik zo’n kind was dat hele dagen en halve nachten aan het lezen was. Zonder dat warme bad was ik een stuk eenzamer geweest.

‘Iemand die zo’n papieren vriendin had kunnen zijn, maar over wie ik pas later las, is Salamanca in Walk Two Moons, een dertienjarig meisje dat zich nogal raar gedraagt, maar voor wie ik meteen sympathie had omdat Sharon Creech haar zo goed neerzet. Zij heeft me vrij heftig beïnvloed, bijvoorbeeld met haar knappe gebruik van het ik-perspectief. Ik waag me er nu zelf graag aan zodat ik mijn jonge personages dicht op de huid zit.’

‘Creech leerde me ook hoe je informatie kunt achterhouden. Want op Salamanca’s lange tocht door Amerika, samen met haar grootouders, speelt er een reusachtig geheim en moet je haar kolkende emoties als een detective ontrafelen. De uitkomst vond ik de eerste keer dat ik het las heel heftig en toch niet troosteloos. Het meisje dat eerst alleen maar verscheurd was, is weer een beetje heel geworden. Bovendien is dit tegelijk een heel leuk, spannend boek – een licht-zwaar-mix die ik zelf altijd nastreef.’

‘En ja, Creech is Amerikaans en zit soms op het randje qua sentimentaliteit. Maar als je net aan de goede kant blijft, zoals zij, schrijf je wel de scènes die lezers het allermooist vinden. Als ik hoor dat mensen bij mijn boek gehuild hebben, vind ik dat een compliment. Ik wil mijn lezers echte emoties geven.’

Sharon Creech heeft me vrij heftig beïnvloed, bijvoorbeeld met haar knappe gebruik van het ik-perspectief. Ik waag me er nu zelf graag aan zodat ik mijn jonge personages dicht op de huid zit.

2. '’n Zomerzotheid’ – Cissy van Marxveldt

Soms zijn verhalen voor mij als wensdromen, zonder dat ik ze echt wens. Mooie voorbeelden daarvan zijn de ouderemeisjes-boeken van Cissy van Marxveldt uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Ze schrijft echt humoristisch en haar vrouwelijke hoofdpersonen hebben leuke of eigenwijze trekken. ’n Zomerzotheid, bijvoorbeeld, is een klucht over een groep schoolmeisjes die tijdens een zomervakantie heerlijk voor het lapje worden gehouden door de rolverwisseling van een jonkheer en zijn chauffeur. Aan één stuk door passeren er scènes waarbij ik moet proesten. Ik zeg “moet”, want ik blijf dit herlezen, met name als ik met griep op de bank lig.’

‘Tegelijk raken mijn hersenen ervan in de knoop, want in het echte leven ben ik erg tegen de ouderwetse rolpatronen uit ‘n Zomerzotheid. Ik ben zo zelfstandig dat ik helemaal geen man heb of zelfs maar aan het daten ben. Ik ben een dolgelukkige single moeder die het heerlijk heeft met haar zesjarige zoon en het geweldig vindt dat ze alle beslissingen zelf mag nemen. Omdat ik ervan overtuigd ben dat feminisme nog altijd nodig is, schrijf ik zelf ook over sterke, eigenwijze meisjes die het heft in handen nemen.’

‘Er is dus een krankzinnige gespletenheid in mijn ziel, want ik kan ook volledig opgaan in romcom-films en -boeken. Ze zijn warm, grappig en vormen een vlucht uit het echte, of in Cissy van Marxveldts geval, het moderne leven. Juist omdat ik de clichés zo goed ken, kan ik er in mijn eigen boeken mee spelen. En dat allemaal dankzij mijn moeder, die me deze boeken gaf. Of moet ik zeggen dat ze er schuld aan heeft?’ (lacht)

Aan één stuk door passeren er scènes waarbij ik moet proesten. Ik zeg “moet”, want ik blijf dit herlezen, met name als ik met griep op de bank lig.

3. ‘Uncommon Arrangements’ – Katie Roiphe

‘De bijzonderste boeken bereiken me nog vaak via mijn moeder, die alle literaire recensies in de Nederlandse kranten énThe Guardian leest. Zo ontdekte ze de fantastische Katie Roiphe. We genoten allebei van In Praise of Messy Lives, waarin de Amerikaanse essayiste het aandurft om extreem persoonlijk te schrijven: over haar scheiding of de kinderen die ze een tijd alleen opvoedde, bijvoorbeeld.’

Ik vind het ontzettend irritant dat er in veel te veel boekbesprekingen nog steeds een waardeoordeel doorschemert over zogenaamd “kleine, vrouwelijke” onderwerpen, alsof persoonlijke thema’s minder interessant en belangrijk zouden zijn dan politieke kwesties. Je kunt wat mij betreft over alles schrijven, zolang je dat maar interessant doet. Roiphes intellect, scherpte en originaliteit spatten van het blad, ook in Uncommon Arrangements. Daarin bestudeert ze zeven artistieke Britse koppels, of soms trio’s, tussen pakweg 1910 en 1940, die nog aan de Victoriaanse zeden vastzitten en tegelijk een modernere vorm voor de liefde willen vinden. De tragiek is dat het vrij vaak een puinhoop wordt. Mijn hart ging erg uit naar de kinderen in al die relaties die niet de stabiliteit kregen waar elk jong kind baat bij heeft – in die zin las ik dit boek bijna als een waarschuwing.’

‘Maar ik vond het vooral ontzettend leuk om me te verdiepen in al die manieren van samenleven die buiten de hokjes vallen. In een wereld waarin we geobsedeerd blijven door het kerngezin van vader-moeder-twee kinderen en zelfs mijn vrienden verbaasd zijn dat ik nu oprecht geen man in mijn leven mis, is Roiphes werk erg bevrijdend.’

Ik vind het ontzettend irritant dat er in te veel boekbesprekingen nog steeds een waardeoordeel doorschemert over zogenaamd “kleine, vrouwelijke” onderwerpen, alsof persoonlijke thema’s minder belangrijk zouden zijn dan politieke kwesties. Je kunt wat mij betreft over alles schrijven, zolang je dat maar interessant doet.

4. ‘The Hours’ – Michael Cunningham

‘Nog zo’n spannende schrijver, die in elk boek bereid is om risico’s te nemen en iets nieuws te proberen, is Michael Cunningham. Wat mij betreft slaagt hij daar volledig in met The Hours, een bijna perfect boek. Het vlecht op een hele intelligente en sprankelende manier de levens van drie vrouwen door elkaar: Virgina Woolf, een ongelukkige huisvrouw in het Amerika van de jaren 50 die Woolfs Mrs. Dalloway leest, en een vrouw die dat iconische personage spiegelt in het nu.’

‘Het is dus allesbehalve een stoffige herkauwing van het werk van de beroemde schrijfster. Die ken ik overigens goed omdat ik er tijdens mijn studie Geschiedenis een collegereeks over gevolgd heb. Ik nam allerlei keuzevakken op bij Engels. Daardoor ontdekte ik Woolfs interessante persoonlijkheid, maar natuurlijk ook haar hartverscheurende levensloop. Volgens mij was zij iemand voor wie veel indrukken te heftig binnenkwamen, al was het voordeel waarschijnlijk dat ze geregeld het gevoel moet hebben gehad om ontzettend in leven te zijn. Daarom is het geen toeval dat Cunningham over haar schrijft, want in al zijn boeken voel je diezelfde enorme gevoeligheid.’

‘Ook in het geweldige By Nightfall en Specimen Days maakt zijn hoofdpersoon vaak een verhoogde staat van alertheid mee waardoor alles in de wereld om hem heen glinstert en fonkelt. Ik lees dat heel graag, want dan voel ik hoe het is om écht te leven. Zulke prachtliteratuur maakt me als schrijver natuurlijk ook jaloers, maar ik vraag me vooral gefascineerd af hoe de auteur het voor elkaar kreeg. Ik wil ervan leren.’

Volgens mij was Virgina Woolf iemand voor wie veel indrukken te heftig binnenkwamen, al moet ze waarschijnlijk geregeld het gevoel hebben gehad om ontzettend in leven te zijn. In Cunninghams boeken voel je diezelfde enorme gevoeligheid.

5. ‘The Remains of the Day’ – Kazuo Ishiguro

‘Ik ben heel gevoelig voor taal, wat natuurlijk handig is als ik vlot dialogen in de spreektaal van jongeren wil schrijven. Het gevaar is wel dat ik in dat proces een mooi, Nederlandstalig jeugdboek lees en heftig beïnvloed raak. Daarom lees ik terwijl ik aan een boek werk liever Engelse romans voor volwassenen. De taal beïnvloedt me dan niet, maar bijvoorbeeld de verhalen van Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro inspireerden me wel enorm. Ik vond het een openbaring hoe je kunt spelen met de onbetrouwbaarheid van de verteller – als lezer zie je de kronkels van het hoofdpersonage vaak scherper dan hijzelf – en hoe goed ingehouden emoties kunnen werken in een boek. Je hoeft echt niet uit te pakken met gevoelsuitbarstingen, bewijst Ishiguro.’

‘Deze roman draait rond Stevens, een butler in een Brits landhuis, die zijn gevoelens voor de huishoudster erg onderdrukt. Hij internaliseerde ook het idee dat het allerbelangrijkste zijn baas dienen is. Als lezer ging het bij mij door merg en been als Stevens vanuit die professionele trots niet op bezoek gaat bij zijn vader die op sterven ligt. “Ga toch gewoon langs!”, wilde ik roepen. Maar nee, deze man is overtuigd van zíjn manier van denken. En heel interessant: ik bleef hem hartverscheurend sympathiek vinden.’

Je kunt dus een hoofdpersoon die totaal andere keuzes maakt dan jijzelf toch snappen. Zo geeft Ishiguro me weer meer vertrouwen in de mensheid, en eigenlijk doet elke geslaagde roman dat. Ze zijn pleidooien om in andermans hoofd te kruipen. In het dagelijkse leven doen we dat volgens mij veel te weinig, terwijl het zoveel inzicht kan geven in wat ons mensen drijft.’

Je kunt een hoofdpersoon die totaal andere keuzes maakt dan jijzelf toch snappen. Zo geeft Ishiguro me weer meer vertrouwen in de mensheid, en eigenlijk doet elke geslaagde roman dat.


Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest