De leeswereld van Zainab Noor el Hejazi

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Zainab Noor el Hejazi, academisch onderzoeker.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Toeval bestaat niet. Terwijl Casco, het album van de West-Vlaamse woordkunstenaar Brihang in mijn koptelefoon afspeelt, gaat de grote houten poort van de Antwerpse stadscampus open. Het binnenplein van de universiteit is prachtig omzoomd met hagen en bomen, het gangpad is een galerij aan zuilen en sierbogen, en overal zie je kleine ramen, kantelen, houten luiken en studenten met dikke boeken. Verderop glimt een glazen deur in het zonlicht. Brihang: 'Vanbinnen zo brak, maar vanbuiten zo mooi'. Zainab el Hejazi wacht me op en leidt me de lift in. 'Maar de binnenkant zie je bijna nooit.' De ijzeren deur gaat open en wat je ziet is een gang als van een ziekenhuis, grauwe stoelen langs de muur, folders op lage tafels, witte plastic bekers, steriel licht, ijzeren stapelkasten en burelen in vijftig tinten grijs. 'Nee, de binnenkant zie je bijna nooit.' 'Kijk', zegt Zainab aan de ingang van haar bureau. Ze wijst naar de vloer. Aan de deur van haar bureel ligt een stukje rode loper. 'Reverence' staat er op gedrukt, een gedicht dat ze zelf schreef, als campusdichter in Antwerpen. 'Dan toch íets dat enige persoonlijkheid uitstraalt.'

Ratio en gevoel

“Het dichten is ontstaan uit een persoonlijke crisis. Ik studeerde biomedische wetenschappen, haalde alle doelen die ik wilde halen, maar het bijhorende gevoel ontbrak. Ik bekwaamde me in wiskunde en scheikunde, zonder me ook emotioneel te ontwikkelen. Ik moest mezelf als het ware open krabben, bloot geven, wilde ik weer verder kunnen.”

Een gedicht op het 'departement management', jawel. Gedicht en departement, als magneten stoten de woorden elkaar af. Maar het kan dus. Zainab is - even ademhalen - doctoraal onderzoeker en onderwijs- en mandaatassistent aan de faculteit Bedrijfswetenschappen en Economie van de Universiteit Antwerpen. En Zainab is ook dichter. De ratio doet onderzoek naar 'de emotionele weerbaarheid van ondernemers' en het gevoel dicht over liefde, over pijn, over conflict, over schoonheid.
'Het dichten is ontstaan uit een persoonlijke crisis', zegt ze. 'Ik studeerde biomedische wetenschappen, haalde alle doelen die ik wilde halen, maar het bijhorende gevoel ontbrak. Aan de universiteit bekwaamde ik me in wiskunde en scheikunde, zonder me ook emotioneel te ontwikkelen. Ik moest mezelf als het ware open krabben, bloot geven, wilde ik weer verder kunnen. Poëzie bleek mijn medium. Plots begon ik te schrijven over twijfels en angsten. Pen, papier en laagje per laagje wegschrijven. Ik rebelleerde als het ware, zette me af tegen alle praktisch te behalen doelen, en wilde de hele wereld tonen hoe ik me echt voelde.'

Hashtag

En dat lukte. Hoewel niet iedereen op die openbaring zat te wachten: 'Zainab, wat doe jij nu eigenlijk?' Haar gedichten reisden van het papier naar het scherm, en verschenen onder het pseudoniem 'noor.intisar' op Instagram, voorzien van de nodige hashtags. Die namen haar bij de hand en leiden Zainab een nieuwe wereld binnen.
'Ik kwam in een internationaal poëzie-netwerk terecht. Online ontmoette ik Instagram-dichters uit de Verenigde Staten, India, Australië, Verenigd Koninkrijk, enz. Het enige wat we deelden was de liefde voor poëzie, en de kwetsbaarheid. Je durven blootgeven, je niet schamen, delen, verbinden.' Ze moet er haast om lachen: 'En zeggen dat ik voordien niks afwist van poëzie. Niks. Nee, ik heb de oude klassiekers niet gelezen. Nog altijd niet. Dat hoeft niet. Ik heb een andere achtergrond, en vertrek uit de eigen ervaring, niet uit die van een ander.'

Saddam

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Die achtergrond is versleuteld. Op de profielpagina van noor.intisar lees je refugees, trauma, conflict zones. Zainab is een oorlogskind.
'Ik heb Iraaks bloed. Mijn vader en moeder komen uit Bagdad, ten tijde van Saddam Hoesseins militaire dictatuur. De broers van mijn vader streden tegen het regime, wat hém ook in de problemen bracht. Op een dag kwam mijn vader niet meer thuis. Hij was opgepakt door de geheime dienst en opgesloten in een dodencel. Mijn moeder was in paniek: 'Waar is mijn man?' Uiteindelijk werd mijn vader van de Iraakse nationaliteit ontdaan en het land uitgezet, waarop ook mijn moeder werd gedwongen haar nationaliteit op te geven. Ze verlieten het land en belandden via vluchtelingenkampen in Iran uiteindelijk in Syrië, waar ik werd verwekt. Om dan via Libië aan te komen in Nederland, waar ik ben geboren. In Almere ben ik opgegroeid, in die nieuwbouwstad die verrees uit de Nederlandse poldergrond. Toen werd Saddam uiteindelijk verdreven en zagen we op de televisie hoe hij werd ontluisd. Ik zag het ongeloof in mijn ouders' ogen. Plots waren ze bevrijd, ontdaan van de angst van de dictatuur, maar ook voelden ze zich nietig omdat de ijzeren greep op hun leven zo machteloos werd voorgesteld. Sindsdien keren ze geregeld terug.'

Rain Song

“Op mijn zestiende las ik op school een gedicht voor van de Iraakse poëet Badr Shakir Al-Sayyab, een gedicht dat ook mijn moeder in haar jeugd had voorgedragen. Ik las de tekst in het Arabisch terwijl mijn ouders in de zaal zaten, in Almere. Onze werelden kwamen samen. ”

Uit noodzaak bouwden vader en moeder el Hejazi-el Deiaili een nieuwe identiteit op in Nederland. Van Irak naar Europa. Zainab niet. Het westen en het Midden-Oosten vloeiden vlot in elkaar over. Nooit heeft ze met die duale identiteit geworsteld, maar die net verbonden.
'Ik heb altijd al veel gelezen, maar had in Nederland wel al gauw mijn buik vol van de 'migratieliteratuur', zoals het werk van Abdelkader Benali, Kader Abdolah en Hafid Bouazza, dus greep ik terug naar sommige schrijvers van mijn vaderland. Op mijn zestiende las ik op school een gedicht voor van de Iraakse poëet Badr Shakir Al-Sayyab, het prachtige 'Rain Song', een gedicht dat ook mijn moeder in haar jeugd had voorgedragen. Ik las de tekst in het Arabisch terwijl mijn ouders in de zaal zaten, in Almere. Onze werelden kwamen samen. Na de voordracht kwam een Nederlandse vrouw naar me toe (geboren in Bagdad terwijl haar vader daar ambassadeur was) en zei: 'Je voerde me terug naar mijn jeugd, dankjewel.''

Kompas

'Nog altijd lees ik veel, vooral romans - nu ben ik aan het oeuvre begonnen van Gabriel García Márquez - maar filosofische of politiek getinte non-fictie sla ik niet meer af. Vroeger wel. Dan huiverde ik van alles wat met ideologie had te maken, omdat ik zag hoe mijn ouders onder een ideologie of een bepaalde politiek hebben geleden. Nu lees ik ook wat Fareed Zakaria schrijft (Indisch-Amerikaanse politicoloog en publicist, red.) en denk na over de ideeën van John Rawls (Amerikaanse politiek filosoof, red.), maar het echte kompas in mijn leven is nog altijd de poëzie. Niet die van anderen, maar het medium op zich. In de academische wereld waarin ik me beweeg, rijd je je soms vast in bepaald onderzoek, of twijfel je aan de relevantie, en altijd is daar de poëzie. Dan ga ik naar de kern, graaf in mezelf, en laat de pijn, de angst en de twijfel over me heen komen. Pas dan kan ik de juiste keuze maken.

“Het echte kompas in mijn leven is nog altijd de poëzie. In de academische wereld rijd je je soms vast in bepaald onderzoek, of twijfel je aan de relevantie, en altijd is daar de poëzie. Dan ga ik naar de kern, graaf in mezelf, en laat de pijn, de angst en de twijfel over me heen komen. Pas dan kan ik de juiste keuze maken.”


Deel dit artikel: