De leeswereld van Yasmien Naciri

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Yasmien Naciri, ondernemer.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Ja, dat is het', zegt Yasmien Naciri halverwege het gesprek. 'Boeken zijn mijn gesprekspartners. Ik heb daar vroeger nooit zo over nagedacht, maar het klopt. Veel vrienden had ik niet, nog altijd niet overigens, en mijn ouders hadden andere dingen aan hun hoofd dan de levensvragen van hun dochter.' Je ziet een lampje oplichten. 'Dus zocht ik antwoorden in boeken en ging onbewust in gesprek met de tekst.'

In dit oude pand van de Universiteit Antwerpen luistert niemand mee. De gangen zijn bekleed met een rood, akoestisch wandkleed dat het geluid absorbeert. Alleen de hakken van de damesschoenen weerklinken op de houten trap. Yasmien Naciri gaat naadloos op in het decor, in de stilte, zoals ze die altijd heeft gekend. 'Ik was vroeger al heel bedeesd. Op school zei ik niks, ook niet tegen vriendinnen, en beperkte me tot de vragen van de leerkrachten. Ik gaf het antwoord en trok me terug.'

Contrast

Dat verleden strookt niet met het heden. 'Ondernemer' staat in de intro, maar geen enkele titel dekt de lading. Yasmien Naciri is naast ondernemer ook columniste voor De Morgen, schreef in 2018 met Wij nemen het heft in handen haar eerste boek, werkt deeltijds op het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (Universiteit Antwerpen) richtte Fleks op - een platform voor jonge ondernemers - en stampte jaren geleden ook Amana uit de grond, een humanitaire hulporganisatie in Marokko.
'Het contrast met vroeger is groot. Een grote prater ben ik nog altijd niet, ik heb nog steeds niet veel vrienden, en de teruggetrokkenheid, de afzondering, die ik als kind ervoer speelt soms nog, maar in tegenstelling tot vroeger reikt het gesprek nu verder dan alleen het boek.'

Ben Crabbé

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Ik kom uit een open, betrokken gezin uit Mol. Mijn vader werkte als arbeider en dat frustreerde hem. Als tiener werd hij richting het BSO/TSO geleid, zoals zoveel migrantenkinderen, en kreeg een laagdrempelig, praktijkgericht vak aangeleerd zodat hij op zijn achttiende meteen kon werken. Die frustratie boog hij later om in daadkracht en hij studeerde informatica in avondonderwijs, één van de goedkoopste opleidingen in het aanbod.

'Yasmien, jij ben de oudste van het gezin', zeiden haar ouders. 'Studeren is ontzettend belangrijk gezien je migratieachtergrond, waarop je altijd zal worden afgerekend.' Vader verplichtte me op zondag voor te lezen uit kinderboeken. Ja, verplicht. Dat zorgde voor stress want alle tweeklanken moesten juist worden uitgesproken, als was ik een nieuwsanker. Op vijfjarige leeftijd las ik voor uit Jommeke-strips en diende ook rekening te houden met de interpunctie. Stond er een punt, dan zei vader: 'Even wachten, inademen, en dan verder lezen.' 

Mijn ouders zetten in op onderwijs en taal om kansen te scheppen voor hun kinderen. Gezien de financiële situatie van ons gezin valt dat goed te begrijpen. Moeder bracht de oude kranten mee van de rijschool waar ze als poetshulp werkte, vader las de reclameblaadjes en omdat elektriciteit duur is werd de televisie alleen ingeschakeld voor het nieuws, en eventueel ook voor BlokkenDat verplichtte voorlezen zou ik zelf anders hebben gedaan, maar ik begrijp de gedachte die er achter schuilt.'

Ben Jelloun

“Wij woonden letterlijk naast de bibliotheek. Daar vond ik alle kranten, alle magazines en kon ik even surfen op de openbare computer. Na de school ging ik rechtstreeks de bibliotheek binnen om al wat ik net had geleerd verder uit te diepen. In de bib bouwde ik een eigen identiteit op.”

'Romans heb ik nooit graag gelezen. Ook als kind was ik niet erg geïnteresseerd in jeugdliteratuur. Ik vind fictie onlogisch, ook bij films. Vaak kun je de afloop al raden, tot de citaten van de personages aan toe. Het proces van Franz Kafka, Narziss en Goldmund van Hermann Hesse en het werk van de Marokkaanse schrijver Tahar Ben Jelloun heb ik wél graag gelezen, omdat die romans me aan het denken zetten over de realiteit, over maatschappelijke problemen.'
De vroege drang naar non-fictie, de groeiende nood aan feiten en kennis om haar leefwereld beter te begrijpen, werd voor de jonge Yasmien Naciri makkelijk opgelost. Internet was er niet thuis, en de kranten waren al een paar dagen oud, maar naast de deur glom een goudmijn.

'Wij woonden letterlijk naast de bibliotheek. Daar vond ik alle kranten, alle magazines en kon ik even surfen op de openbare computer. Na de school ging ik rechtstreeks de bibliotheek binnen om al wat ik net had geleerd verder uit te diepen. In de bibliotheek bouwde ik een eigen identiteit op. Daar las ik boeken over Noord-Afrika, over het Ottomaanse Rijk, over de verschillen tussen Berbers en Arabisch sprekende Marokkanen, maar ook over religie en zingeving. Of het nu om de Torah, de Koran of de Bijbel ging: boeken lieten me toe me te positioneren, mijn situatie te kaderen en te overzien.'

God is dood

Vader en moeder Naciri keken niet op toen hun tienerdochter thuiskwam met boeken over de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. 'Got ist tot', schreef die, en het meisje uit Mol stelde zich vragen. Met die vragen kon ze niet terecht bij haar vriendinnen: 'Kwam ik aandraven met sociologie of zo, dan zeiden de meisjes: 'Kom, we gaan iets leuks doen' en vertelde een vriendin over haar nieuwe vriendje, dan fakete ik mijn enthousiasme: 'Wauw, euh, fantastisch!'

Thuis hadden vader en moeder de kennis niet om de snelle ontwikkeling van hun dochter bij te benen. 'Logisch,' zegt Yasmien, 'die hadden andere dingen aan hun hoofd.' Haar onbegrensde nieuwsgierigheid werd ook als onrespectvol aanzien, als het ondergraven van hun autoriteit: 'Spreek ons niet tegen, hé.'

Internet

“Op kot in Brussel had ik een oude computer en ging een totaal nieuwe wereld open. Al waar ik over las kon ik nu bespreken met al wie daar zin in had. Dan chatte ik bijvoorbeeld met meisjes uit pakweg Libië of Egypte over de geschiedenis over de islam, of over geopolitieke kwesties. Dat is hoe alles is begonnen.”

Dus is dat het beeld: een meisje van veertien jaar leest in de bibliotheek van Mol over geopolitiek in Knack en De Standaard, leest over oude rijken en grote dromen, en verschuilt zich in boeken. Tot het internet doorbreekt, en alles verandert.

'Op kot in Brussel had ik een oude computer en ging een totaal nieuwe wereld open. Al waar ik over las kon ik nu bespreken met al wie daar zin in had. Dan chatte ik bijvoorbeeld met meisjes uit pakweg Libië of Egypte over de geschiedenis over de islam, of over geopolitieke kwesties en goochelde met Frans, Engels en Nederlands. Het internet hielp mijn sociaal leven enerzijds helemaal naar de vaantjes (lacht), maar wakkerde wel de dialoog aan. Dat is hoe alles is begonnen. Al waar ik toen al in geïnteresseerd was heb ik nu uitgewerkt in mijn professioneel leven.'

Leerlingen

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Ze zegt het niet luidop, maar verbindt de punten en het beeld is helder: voor veel jongeren is Yasmien Naciri nu het klankbord dat ze zelf nooit had. Ze gaat langs op middelbare scholen en praat over de samenleving en over maatschappelijke problemen. Yasmien Naciri houdt van het debat dat ze zelf zo lang heeft gemist. Ze schrijft, ze spreekt, ze analyseert en ze blijft lezen. Naar de bibliotheek gaat ze veel minder dan vroeger. De rollen zijn omgekeerd. Nu gaan lezers naar de bib. Ze nemen, natuurlijk, 'het heft in handen'.



Deel dit artikel: