De leeswereld van Wouter Torfs

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Wouter Torfs, ondernemer.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Mijn boekenkast staat vol non-fictie', zegt Wouter Torfs. 'In hoofdzaak literatuur over spiritualiteit, persoonlijke groei en management, al ben ik nu, afgezien van Het smelt van Lize Spit, voor het eerst in jaren nog eens een roman aan het lezen: Vrijheid van Jonathan Franzen.'

Je hoort het mensen soms zeggen: 'ik heb geen tijd voor fictie'. Alsof een roman je tijd verspilt en alles in dit leven een specifiek doel behoeft, een finaliteit. Het is niet zo dat Wouter Torfs geen tijd heeft voor fictie, maar hij spendeert die tijd eerder aan non-fictie, aan de vervolmaking van zijn mensbeeld, voor zover zoiets ooit af is. 'Het is een ingebakken vooronderstelling dat fictie me niks zou bijleren over het leven, wat niet zo is. Lezen staat, of stond, lange tijd in teken van mijn persoonlijke en professionele ontwikkeling. Daarom dus de spiritualiteit- en managementboeken.'

Wouter Torfs weet wat groei is. Onder zijn leiderschap groeide Torfs, de bekende schoenwinkel, uit tot de Vlaamse marktleider, verdrievoudigde het aantal winkels tot meer dan tachtig, en steeg de omzet nog veel sneller. Torfs is veelvuldig uitgeroepen tot Beste Werkgever van België, één keer zelfs tot Beste Werkgever van Europa en nog altijd is het bedrijf in handen van de familie.

Romans 'verdienen'

“Ik heb me altijd wat verzet tegen het escapisme dat lezen soms voorstaat, het je onttrekken aan de wereld. Ik wilde er net altijd deel van uitmaken.”

'De ontwikkeling van mijn leeswereld wordt ook weerspiegeld in de ontwikkeling van het bedrijf', zegt Wouter. 'Hoe meer ik las over menselijk kapitaal en maatschappelijk verantwoord ondernemen, hoe meer ik de bedrijfsfilosofie van Torfs kon verfijnen. Had fictie dat ook gekund? Misschien. Romans moet ik als het ware ‘verdienen’. Natuurlijk heeft dat met opvoeding te maken, met het arbeidsethos dat is bijgebracht. Ik heb me altijd wat verzet tegen het escapisme dat lezen soms voorstaat, het je onttrekken aan de wereld. Ik wilde er net altijd deel van uitmaken. Vanuit een Vlaams-calvinistische reflex moet, of moest, ik eerst hard werken in de week, om dan op zondag een paar uur te mogen lezen in Vrijheid van Franzen, in de zetel. (lacht) Ik zie dat patroon zelf ook wel, en probeer dat niet door te geven aan mijn kinderen, al is het soms sterker dan mezelf.'

Kaas

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Ik heb nochtans veel fictie gelezen in mijn jeugd. Ik herinner me de verhalen van Winnetou en Old Shatterhand (Spaanse stripreeks gebaseerd op de verhalen van Karl May, red.), die van Jan de Hartog (Nederlandse auteur die in de jaren zestig naar New York migreerde, red.) en als veertienjarige las ik ook de boeken van Willem Elsschot  - Kaas, Lijmen/Het Been... - en hoewel Elsschot me wel raakte, evolueerde ik als lezer meer richting non-fictie. Ik herinner mij de periode nog: ik was een dertiger, had toen drie kindjes, was gelukkig getrouwd, hield van mijn job en toch achtervolgde mij een gevoel van onbehagen. Ik miste iets. 'Is dit het nu?', vroeg ik me af. Wat is de zin van het leven eigenlijk? En wie ben ik zelf? Ik kwam op het pad van de boeken die mijn moeder vroeger las, en waar ik me tegen afzette: die van de spiritualiteit. Mijn moeder las veel over het boeddhisme, trok ook een tijdje naar een ashram in India, bij de Bhagwan. Kennelijk is het zaadje toch geplant, want mijn persoonlijke ontwikkeling maakte toen een groeifase door. Eckhart Tolle (De kracht van het Nu), Thich Nhat Hanh (Boeddhistische monnik), Osho (de Baghwan): de boeken waartegen ik vroeger in opstand kwam - 'Ma, wat voor flauwekul lees jij eigenlijk?' - hielpen mij bij de zoektocht. Zo’n tocht is nooit af is, het ultieme antwoord bestaat niet, het gaat om de journey, niet om de destination, zoals ook Kerouac schreef. Ook hij was beïnvloed door het oosterse spiritualisme. Tegenwoordig is het aanbod aan dergelijke boeken enorm groot, het is een tsunami, maar na al die jaren heb ik mijn leeswereld wel verfijnd. Aan al wie een zoektocht aanvat en niet weet wat te lezen, zeg ik: denk aan het buffet op een trouwfeest. Schep niet meteen je hele bord vol, neem overal iets, om nadien terug te keren en te weten wat lekker is.'

“Aan al wie een zoektocht aanvat en niet weet wat te lezen, zeg ik: denk aan het buffet op een trouwfeest. Schep niet meteen je hele bord vol, neem overal iets, om nadien terug te keren en te weten wat lekker is.”

De toekomst

“Ik wil altijd iets 'leren' als ik lees, en die boeken hebben hun plicht vervuld.”

De kanteling die het leven van Wouter Torfs onderging, de zoektocht naar evenwicht, naar een waardengedreven bestaan, voltrok zich ook op professioneel vlak. Ook daarin speelde non-fictie een belangrijke rol. 'Begin jaren negentig - ik was toen zes jaar actief in het familiebedrijf - liepen de zaken niet zo vlot. De resultaten waren niet dramatisch, maar gingen wel stelselmatig achteruit. In die tijd gaf iemand me Competing for the future in handen, een bestseller uit de managementlectuur. Daarin houden auteurs Coimbatore Prahalad en Gary Hamel een pleidooi voor strategische keuzes. Ze leggen het verschil uit tussen 'de goede dingen doen' en effectief goede keuzes maken, tussen doen wat je altijd al hebt gedaan, en je wapenen voor de toekomst. Na het lezen van dat boek heb ik tabula rasa gemaakt in het bedrijf. Zijn we klaar voor de toekomst? Daar draaide het om. Het is in die tijd dat de keuze viel om onze winkels weg te halen uit de kern van de stad, en ze aan de rand van de stad te positioneren. Dat pakte goed uit. Het tweede belangrijke boek dat de ideeën verder vorm gaf is From good to great van Jim Collins (ondertitel: Why some companies make the leap... and others don’t). Ik wil altijd iets 'leren' als ik lees, en die boeken hebben hun plicht vervuld.'

Afscheid

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

In 2008 kreeg ik de kans om mijn ideeën rond ondernemen op papier te zetten. Dat resulteerde in een boek - De ziel zit in een schoenendoos - waarin ik de spectaculaire groei die het bedrijf doormaakte, enigszins verklaarde, uitlegde dat we vertrekken vanuit het menselijk potentieel, niet vanuit de winst. Het schrijven was echte soul searching en stond me toe ons familieverhaal te overzien en te documenteren. Een evangelie was dat boek niet, ook de opvolger - Werken met hart en ziel. Bouwstenen voor een Great Place to Work - ontstond alleen vanuit een missie onze ervaringen met de buitenwereld te delen. In de week dat het boek werd voorgesteld, in eind 2014, bleek ik nierkanker hebben en werd kort nadien meteen een nier weggenomen. De grote vragen overvielen me. Hoe gaat dit aflopen? Ga ik dit overleven? Wat met mijn familie? Uiteindelijk lijd je als mens aan je gedachten, en veel minder aan de situatie zelf. Daarom las ik in het ziekenhuis een boekje over mindfulness en zen. Ik was, en ben, erg blij dat het tweede boek toen net af was. Het voelde als een soort afscheid: stel dat ik het niet haal, dan staat het verhaal tenminste toch op papier. Want uiteindelijk is dat waar we van leven: van verhalen. Verbind je de anekdotes met elkaar, dan krijgt iets zin, waarde, en krijgt het een geschiedenis, of het nu om je eigen familie gaat of over het verhaal van de hele maatschappij. Daar lenen ook romans zich toe. Ja, laat ik maar meer fictie lezen, dat is een mooie intentie. Te beginnen met Vrijheid. Toegegeven: het is een fantastisch boek.'



Deel dit artikel: