De leeswereld van Wim Opbrouck

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Wim Opbrouck, acteur.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Onlangs las ik een boek dat helemaal samenvalt met mijn leefwereld', zegt Wim Opbrouck. 'Een boek dat alle thema’s behandelt waar ik me ook in verdiep. Een boek dat staat voor alles waar ik zelf ook voor sta. Ik herkende me in ieder woord, in iedere passage, in iedere referentie. Het is een boek over onze generatie mensen, over het tijdsgewricht waarin wij nu leven. Het is formidabel.'

Max, Mischa & het Tet-offensief, dat is het boek waar Wim Opbrouck het over heeft. Een baksteen van 1.230 pagina’s van de Noorse schrijver Johan Harstad, die het verhaal vertelt van toneelregisseur Max Hansen die als puber naar Amerika emigreert. Daar heeft hij moeite om zijn jeugd in het Noorse Stavanger van zich af te schudden. Een jeugd waarin hij als kind van communistische ouders het Tet-offensief (een belangrijke slag in de Vietnamoorlog) naspeelde. In New York ontdekt Max dat niet enkel hij, maar dat iedereen er ontheemd is, ook kunstenares Mischa en Vietnam-veteraan Owen. 'Harstad schrijft over Vietnam, over Rothko, over muziek’, zegt Opbrouck. ’Maar ook over film, theater, zelfs over Burning Man, over de Twin Towers, en dat alles in een taal die zo mooi is dat ik de laatste twintig pagina’s heb opgespaard, om het rustig tot me te nemen, als de laatste slok van een glas wijn.'

“Veel van wat ik doe vertrekt vanuit de taal. Als kind heb ik veel gelezen, ontdekte een voorliefde voor woorden, en hoe je met woorden zinnen formuleert. Dat aanvoelen leidde ertoe dat ik met die woorden aan de slag wilde.”

Een boek over het leven van Wim Opbrouck zou niet minder pagina’s tellen dan de joekel van Harstad. Opbrouck is vooral bekend als acteur, zanger en tv-presentator. Van Het Eiland, In de Gloria en De bende van Wim, tot NTGent, De Dolfijntjes en Bake Off Vlaanderen. 'Veel van wat ik doe vertrekt vanuit de taal', zegt Opbrouck. 'Als kind heb ik veel gelezen, ontdekte een voorliefde voor woorden, en hoe je met woorden zinnen formuleert. Dat aanvoelen leidde ertoe dat ik met die woorden aan de slag wilde. Wat begon bij het naspelen van avonturenboekjes, leidde tot dictie, voordracht en dan tot toneel, film, muziek, tot al waar Harstad over schrijft.'

Zaklamp

“Al heel vroeg kon ik me gemakkelijk verliezen in het land van de verbeelding. Dat is onveranderd gebleven.”

'Lezen is een constante in mijn leven, en zal dat ook blijven. Vroeger, aan de ontbijttafel, lag er altijd een stripalbum klaar voor mijn zus en ik. Mijn moeder leende die in het ziekenhuis, ze werkte er als verpleegster in de nachtploeg van de kinderpsychiatrie. Suske en Wiske, Jommeke, Robert en Bertrand, en ook Waterschapsheuvel van Richard Adams. De bekende verhalen van de konijnenkolonie die migreert naar het Beloofde Land. Ik voel de dreiging nog uit die verhalen, het kwade en het goede. Later is ook een televisieserie over de konijnen gemaakt, met muziek van Art Garfunkel, Bright eyes.
Stripverhalen wakkerden het leesplezier aan en zorgden voor een zachte overgang naar de jeugdliteratuur. Al heel vroeg kon ik me gemakkelijk verliezen in het land van de verbeelding. Dat is onveranderd gebleven. Ik was geen nerd als kind, niet iemand die onafgebroken boeken las, maar naar het klassieke, romantische beeld van het jongetje met de zaklamp onder zijn deken, las ik veel verhalen en ging in gedachten op avontuur.'

Ontgroening

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Thuis, hier in West-Vlaanderen, groeide ik op in een arbeidersgezin. Vader werkte als leraar in het beroepsonderwijs en gaf lessen metaalbewerking. Er heerste geen echte leescultuur. Beeld je dus geen grote wandkast vol boeken in, al vond ik bovenaan een opbergkast wel een reeks pikante exemplaren. Ik herinner me Ik Jan Cremer van de gelijknamige auteur, Gangreen van Jef Geeraerts en Mieke Maaike’s obscene jeugd van Louis Paul Boon. Op mijn veertiende leiden die boeken tot mijn literaire en euh, mijn fysieke ontgroening (lacht) en liet ik de jeugdliteratuur achter me.

Gangreen, dat was voor mij echt mindblowing. Nooit eerder had ik zo'n erotische literatuur gelezen. Het boek is intussen geschrapt uit de literaire canon. Moeten we Gangreen nog lezen of niet? Het is enerzijds een tijdsdocument dat zowel de verlokkingen als de onrechtvaardigheden van de kolonisatie schetst. Anderzijds is het kwetsend, en geschreven vanuit een wit dominant mannelijk perspectief. Niet meer van deze tijd, al ben ik van nature nogal tegen het verbannen van boeken.'

Petzl

“Ik heb niet het grootste talent om in de realiteit te leven, al is lezen veel meer dan enkel ontsnappen aan die realiteit. Het is een voortschrijdend inzicht, een studie van onze menselijke natuur. De condition humaine is nergens beter verwoord dan in fictie.”

'Nog altijd is mijn honger naar schoonheid en verbeelding niet gestild. Ik heb niet het grootste talent om in de realiteit te leven, al is lezen veel meer dan enkel ontsnappen aan die realiteit. Het is een voortschrijdend inzicht, een studie van onze menselijke natuur. De condition humaine is nergens beter verwoord dan in fictie. Tegelijk zorgt lezen ook voor het simpele plezier, voor humor, al is dat op papier geen evidentie. Lees ik Bittere Bloemen van Jeroen Brouwers, of boeken van Leon de Winter, Herman Brusselmans of Ilja Leonard Pfeijffer, dan lach ik me een breuk. Dan is lezen het pure divertissimento. Er is dus niet veel veranderd: als kind lag ik met een zaklamp in bed, nu lig ik in bed met zo’n Petzl op mijn hoofd.'

Den ast

'Ik lees niet veel non-fictie, maar heb wel een grote liefde voor boeken die de romantische negentiende eeuw verbeelden. Zoals Stefan Zweig, die in De wereld van gisteren schrijft over het oude Wenen, over de afbrokkelende grandeur. Of De dood in Venetië van Thomas Mann en Bekentenissen van een burger van Sándor Márai, me ooit aangeraden door Wilfried Martens. Dat was een erg belezen man. Bij die boeken voel ik een weemoed naar een wereld die nu niet meer is. Die epoque ligt mij, je krijgt op een niet-docerende manier een inkijk in een geschiedenis die toen uit andere waarden bestond, andere normen, en werd weggevaagd door twee oercatastrofes: de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.

“Als je Gezelle zou onderwijzen aan jongeren van zestien jaar, dan kun je hen op het ritme wijzen, de verscholen rap die in de gedichten schuilt, en ik weet zeker dat ze er zouden voor vallen. They dig it.”

Dichter bij huis beschreef Stijn Streuvels die periode op een prachtige manier. In mijn jonge jaren keek ik daar van weg. Stijn Streuvels? Guido Gezelle? Dat was bestofte, vaderlandslievende literatuur. Maar Het leven en dood in den ast van Streuvels, wel, dat is nobelprijsliteratuur. Streuvels en Gezelle verassen de lezer. Hun werk is een buiteling van woorden, uitgevonden woorden ook, zoals Jeroen Brouwers en Pjeroo Robjee die ook verzinnen, en toch begrijp je waar het over gaat. Guido Gezelle en zijn krinklende winklende waterding, dat is echt onovertroffen. In Dien avond en die rooze schrijft Gezelle:

Noch nooit een blom zo schoon, van u
gezocht, geplukt, gelezen,
als die dien avond blonk op u,
en mocht de mijne wezen

Als je Gezelle zou onderwijzen aan jongeren van zestien jaar, dan kun je hen op het ritme wijzen, de verscholen rap die in de gedichten schuilt, en ik weet zeker dat ze er zouden voor vallen. They dig it. Voor mij is het werk van Streuvels en Gezelle, die beiden uit deze buurt (regio Kortrijk) komen, een manier om je roots echt te voelen. Het is het diepste waarnaar ik kan terugkeren en ervaren. En het is de taal die me daarheen leidt.’



Deel dit artikel: