De leeswereld van Tinneke Moyson

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Tinneke Moyson, orthopedagoge.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Ik vraag het mij soms af', zegt Tinneke. 'Heb ik als veellezer zelf gekozen om boeken een belangrijke plaats te geven in mijn therapie? Of is literatuur zodanig sterk dat je er spontaan op botst?'

Tinneke Moyson weet dat literatuur veel verder reikt dan enkel het verhaal, verder dan de taal, verder dan de fantasie. Voor haar is een boek een sneeuwruimer die de weg vrij maakt, opdat mensen dichter tot elkaar komen. Vaders, moeders, broers, zussen, vrienden. Hoe ouder Tinneke werd, hoe meer die kracht zich aan haar openbaarde. Ze las als kind stapels boeken, in de Kempen was dat, las nadien verder als puber in Antwerpen, ook als student in Gent, om nu, als therapeut, boeken haast als medicijn te gebruiken.

Midden jaren negentig studeerde Tinneke Moyson af als orthopedagoge. Later kwam daar nog een doctorstitel bij. Ze is nu lector aan de HoGent, werkt ook als therapeut en staat gekend als de grondlegger van de brussenwerking in Vlaanderen. Een brus is een broer of zus van iemand met een beperking, hetzij fysiek, mentaal of psychosociaal.

Orkaan

“Sommige kwesties kunnen wij als mens niet onder woorden brengen. Ofwel zijn we te jong, te onervaren of is de kwestie te gevaarlijk om over te praten. Op zo’n moment zijn boeken van onschatbare waarde.”

'Sommige kwesties kunnen wij als mens niet onder woorden brengen', zegt Tinneke. 'Ofwel zijn we te jong, te onervaren of is de kwestie te gevaarlijk om over te praten. Op zo'n moment zijn boeken van onschatbare waarde. Mijn broer is een orkaan is daar een goed voorbeeld van. Dat is een boek dat ik ouders van brussen aanreik. Het gaat over een meisje die van alles meemaakt met haar broer, die autistisch is. Ze is vaak boos op hem. In dat boek lees je op de ene pagina wat er zich in het hoofd van het zusje afspeelt, en op de andere pagina hoe het broertje daar over denkt. Mijn broer is een orkaan geeft kinderen zo toegang tot het hoofd van de ander. Ze herkennen er ook hun eigen frustraties in en leren die beter te begrijpen. Het lezen leidt ook tot erkenning: 'Hé, iemand ervaart hetzelfde als ik.' Ik vraag de ouders om dat boekje gewoon op de hoek van de tafel te leggen, zonder hun zoon of dochter te pushen het te lezen. Een brusje kan zich dat boek zelf eigen maken. Een boek is voor hen een veilige, toegankelijke wereld. Het kind kan het onder zijn of haar slaapkussen verstoppen, het meenemen in de boekentas, en bepaalt de interpretatie van het verhaal helemaal zelf.'

Ontploft

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Tinneke Moyson weet hoe het voelt 'de ander' te zijn. Hij of zij die niet voldoet aan wat de samenleving als standaard voorschrijft, wat dat ook moge zijn. 'Ik ben geboren met ernstige klompvoeten', zegt Tinneke, 'en droeg altijd aangepast schoeisel. Ik voelde me als kind snel 'bekeken' om die schoenen, werd er soms om gepest. Die klompvoeten hebben mijn jeugd mee bepaald en verklaren wellicht mijn interesse in 'de ander'.
Thuis in de Kempen, en later, na de scheiding van mijn ouders, in Antwerpen, las ik erg veel kinder- en jeugdboeken, maar in geen enkel verhaal herkende ik me. Van Tonke Dragt tot Jan Terlouw en Thea Beckman: ik las die boeken ontzettend graag, maar onbewust zocht ik vergeefs naar verhalen over meisjes zoals ik. 

Later, als studente aan de Universiteit Gent, ging er een nieuwe wereld voor me open. Ik kwam in aanraking met nog veel meer afwijkingen van het normale, en las semi-wetenschappelijke boeken zoals Het kleine sterven van Annemie Struyf en Lut Celie. Op die manier kwam ik uiteindelijk uit bij brussen, waar ik me in verdiepte. Ik ging op jacht naar kinderboeken die me konden helpen bij de begeleiding van de brusjes. Het aanbod was toen erg beperkt. Dan ging ik naar de Boekenbeurs en was al blij als ik vijf kinderboeken vond over autisme, of het downsyndroom. Eigenlijk was het zoeken naar een speld in een hooiberg. Nu, vijfentwintig jaar later, is het aanbod véél groter en is mijn boekenkast ontploft.' (lacht)

Wiet

“Hoewel informatieve boeken van grote waarde kunnen zijn voor ouders, houd ik voor brussen vast aan kinderboeken. Die verhalen bevatten een metafoor en leggen de emotie bloot, veel meer dan een informatief boek dat doet, of kan.”

'Er zijn veel kinderboeken die geen specifieke medische problematiek als thema hebben, maar die als metafoor heel geschikt zijn om kinderen te leren omgaan met al wat zogezegd niet normaal is. Wiet van Marc de Bel is zo’n boek. Het gaat over een vreemde vogel die hoogtevrees heeft en niet durft vliegen. Maar de vogel schrijft wel de mooiste liedjes, tot jaloezie van de andere bosbewoners. Ook het Duitse Flügelchen, over een eendje dat door te kleine vleugels niet kan vliegen, en achterblijft als de familie 's winters naar het zuiden trekt, is een boek dat aansluit bij de leefwereld van brussen. De familie zoekt technieken om de vogel te leren vliegen. Tot ze die uiteindelijk accepteren zoals hij is, en mag zijn wie hij wil zijn.

Hoewel informatieve boeken van grote waarde kunnen zijn voor ouders, zoals De Autisme Survivalgids, houd ik voor brussen vast aan kinderboeken. Die verhalen bevatten een metafoor en leggen de emotie bloot, veel meer dan een informatief boek dat doet, of kan.'

Alcoholisme

'Het aanbod is vergroot, maar er zijn nog altijd lacunes, taboes waar mensen kennelijk niet durven over schrijven. Zoals alcoholisme bijvoorbeeld, of een drugsverslaving. We moeten dat aandurven, vind ik: schrijven over moeilijke thema’s. Niet enkel voor jongeren, maar ook voor kinderen. Ook zij hebben nood aan uitleg. Een prentenboek over een drugsverslaving, dat klinkt vreemd, maar het kan echt helpen. In lijn met hun leeftijd, is het ook moeilijk om puber-brussen te bereiken met boeken. Dat is een groep waar we via literatuur niet gemakkelijk toegang tot krijgen. Ook daar ligt een grote uitdaging. Er is dus al veel werk verzet, maar er ligt nog veel werk op de plank. Aan iedereen die zo’n boek wil schrijven: houd u niet in.'

“We moeten dat aandurven, vind ik: schrijven over moeilijke thema’s. Niet enkel voor jongeren, maar ook voor kinderen. Ook zij hebben nood aan uitleg. Een prentenboek over een drugsverslaving, dat klinkt vreemd, maar het kan echt helpen.”


Deel dit artikel: