De leeswereld van Thomas, Michel en Claire

Naar aanleiding van de Nationale Dagen van de Gevangenis brengen we de rol van lezen in detentie onder de aandacht. Wie kan daarover beter getuigen dan gedetineerden zelf? Voor deze Leeswereld-special tekenden we de verhalen op van drie gedetineerden voor wie lezen van grote waarde is, boeken een houvast zijn in een opgesloten leven. Deze aflevering laat niet alleen de stem horen van Thomas, Michel en Claire maar geeft ons, buitenstaanders, ook een inkijk in hun dagelijkse leefwereld.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Het klinkt onherroepelijk: de poort gaat ’s ochtends open, je ruilt je identiteitskaart voor een badge, bergt al je spullen op in een kastje, legt wat rest in een plastic bakje dat de scanner passeert, om dan finaal de werkelijke gevangenis binnen te gaan, waarna je de laatste, zware metalen deur achter je hoort dicht vallen - hard en kil - en de klik als definitief aanvoelt, het punt op het einde van een zin.

Voor je opent zich een wereld die weinig mensen kennen. In Oudenaarde bijvoorbeeld zie je langs de Schelde de statige rechtbank liggen: velen denken dat dat de gevangenis is, maar dat klopt niet: die ligt daar nog achter en zie je niet. In Gent, waar we nu zijn, ligt de gevangenis aan een drukke weg. Je bent er zo voorbij, hebt de tijd niet ze op te merken. Gevangenissen bestaan niet.

Hoe contrasterend is dan de inrichting: van buitenaf gebeurt alles buiten beeld, maar binnenin loop je constant in beeld. De stervormige architectuur, het zogenaamde panopticon, is een afgeleide van het Griekse panoptēs, dat alziend betekent, met centraal in de ster de commandopost, Big Brother.

“Hier kijk ik al een hele tijd naar uit. Praten over wat me helpt overeind te blijven: lezen.”

Hier, op dit afgedreven eiland, is lezen van grote waarde. Dat zeggen ze alle drie, de gedetineerden die ons te woord staan. In de cinemazaal - een kale ruimte met een groot podium - komen ze één na één binnen: Michel, Claire en Thomas. Alle drie gaan ze in op onze vraag tot gesprek, met dank aan bibmedewerker Lies, die het pad heeft vrijgemaakt. ‘Hier kijk ik al een hele tijd naar uit’, zegt Thomas. ‘Praten over wat me helpt overeind te blijven: lezen.’

Michel, Claire en Thomas zijn gefingeerde namen, noch komen ze herkenbaar in beeld. Maar de gesprekken zijn open en compromisloos. Ze zijn ook deugddoend, zal blijken.

Fantasy

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘In de eerste plaats staat lezen voor ontspanning’, zegt Thomas. ‘Je zit, afgezien van een wandeling en eventueel ook een job, de hele tijd in je cel. Lezen is een welkome afleiding die doet vergeten waar je werkelijk zit. Daarom houd ik van fantasy-verhalen, omdat die draaien rond een illusie, rond een andere, onbestaande wereld. Denk aan Het lied van ijs en vuur, waar tv-reeks Game of Thrones een afgeleide van is.’ 

Thomas gooit zijn lievelingsboek op tafel. 1Q84 van Haruki Murakami. ‘Geen fantasy, klopt, maar er gebeuren toch genoeg vreemde dingen in die trilogie. (lacht) Ik hoop Japan ooit te kunnen bezoeken. Eerst las ik Norwegian wood, wat me erg beviel. Nadien viel ik helemaal voor het mysterieuze, het surreële van 1Q84. Je weet bij Murakami eigenlijk nooit wat er gaat gebeuren. Toen ik de trilogie uit had, vloekte ik: dju, het is voorbij.’

Na een tijd worden boekpersonages vrienden van Thomas, of voelt hij toch enige sympathie voor bepaalde protagonisten. ‘Frodo uit Lord of the Rings vond ik aanvankelijk een fijne kerel, maar het bleek maar een bange schijter te zijn (lacht). Geef mij maar ‘Oy’, de brabbeldas uit De donkere toren van Stephen King. Oy is een combinatie tussen een hond en een das, en probeert de woorden van de mensen te herhalen. Fantastisch personage!’

Thomas is geïnterneerd. Bij aankomst in de gevangenis kampte hij met erg sombere gedachten en werd hij in een prikkelarme cel geplaatst. Daar is niks toegelaten, ook geen boeken. Je slaapt op een plastic matras, eet met een plastic mes en vork die je moet teruggeven en slaapt onder een deken waarin je niet stikken kan. ‘Daar heb ik vier dagen in gezeten. Na afloop ging ik recht naar de bibliotheek.’

Tandwiel

“Boeken verlossen me tijdelijk van de eindeloos doordraaiende gedachten. Ze laten me ontsnappen aan het celleven, aan mijn eigen hoofd. Eventjes dan toch.”

‘Ik kom uit een belezen gezin’, gaat Thomas verder, ‘was als kind omringd door boeken. Televisie speelde niet zo’n grote rol. De antenne liet alleen de openbare omroepen van België en Nederland toe. Bovendien mochten we maar drie dagen per week kijken. Lezen dus, uren aan een stuk.’

‘Nu verlossen boeken me tijdelijk van de eindeloos doordraaiende gedachten. Ze laten me ontsnappen aan het celleven, aan mijn eigen hoofd. Eventjes dan toch. Onlangs maakte ik een tekening van een man zonder schedel, waarin je de roterende tandwielen ziet, tussen allerlei schermen en computers. De man probeert de mechaniek stil te leggen, maar zijn arm is te kort. Dat is wie ik ben en wat ik probeer, maar waar ik niet in slaag: ontkomen aan mezelf, zoeken naar de pauzeknop, naar een boek.’

Descartes

Lezen draait in detentie om meer dan escapisme. Dat zegt Michel. Ook hij klampt zich vast aan boeken. ‘Lezen staat voor zingeving. Letterlijk: zin geven aan je leven in de gevangenis, nadenken hoe je je leven later als vrij mens zult inrichten.’ Eén boek staat centraal voor Michel: ‘Je kan al raden het welke, niet?’, lacht hij. ‘De Bijbel natuurlijk.’

Lezen staat voor zingeving. Letterlijk: zin geven aan je leven in de gevangenis, nadenken hoe je je leven later als vrij mens zult inrichten.

Michel komt uit een christelijk gezin. Hij kent de sacramenten. Als kind richtte het geloof zijn leven in. Niet dat hij ’s avonds knielde en een paternoster door zijn vingers vlocht, maar het indirecte, het cultureel-christelijke, bakende zijn leven af. Tot hij over dat baken heen wipte en zijn jeugd als een oude jas van zich afgooide. Michel at gulzig van de nieuwe, open wereld. En het liep fout. ‘Op de duur leefde ik van God los’, zegt hij. ‘God noch gebod. Ik vond mezelf blijkbaar heel interessant, verloor me in drugs en alcohol, en dreef af van al wat met geloof of autoriteit te maken had. Bovendien verdiende ik verschrikkelijk veel geld, but it comes at a price.’

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Zijn huwelijk strandde, het bouwwerk verbrokkelde. ‘Op het dieptepunt greep ik terug naar het geloof en stelde mijn levenswandel in vraag. Nochtans ben ik een Cartesiaanse denker die twijfelt aan alles en vasthoudt aan wetenschap, maar dus ook aan de Almachtige. Als twaalfjarige schreef ik iedere week een brief naar NASA (Amerikaanse ruimtevaartagentschap) en kreeg foto’s van de maanlanding. In encyclopedieën las ik over materie en fysica. En onder mijn bed lagen woordenboeken om ’s avonds woorden op te zoeken die ik overdag had gehoord, maar niet begrepen. En toch is God nu in mijn leven. Wetenschap en religie zijn voor mij wel verenigbaar.’

Michel houdt van thrillers, las vroeger nog boeken van Aspe en Geeraerts en ontleent vaak verhalen van Dan Brown in de gevangenisbib. Zoals Oorsprong, een boek over de oervraag: waar komen wij vandaan? Evengoed leest hij over elektronica of de chaostheorie, of verliest hij zich net als Thomas in fantasy-verhalen. Maar altijd keert hij terug naar de Bijbel. ‘Je kan er eindeloos in lezen. De Bijbel kent genoeg verhalen die je door een moeilijke periode heen helpen. Je haalt er inspiratie uit, krijgt hulp om de toekomst vorm te geven.’ Michel lacht. ‘Maar ik ben ook geïnteresseerd in de Duivelsbijbel, de Codex Gigas. Die ligt in de Nationale Bibliotheek van Zweden. Als ik vrijkom ga ik naar Zweden, speciaal voor dat boek. Ach, we moeten eerlijk zijn over de rol van lezen in detentie: zonder boeken en zonder het geloof zou ik afglijden naar een neusvretende oermens.’

Labyrint

Het is een warme dag. De binnenkoer baadt in het harde middaglicht. Je hoort gedetineerden roepen van de éne naar de andere cel. Eentje zwaait met een zakdoek door de spijlen van het raam.

De gevangenis van Gent is geen mannenzaak. In één van de stekels van het panopticon verblijven vrouwelijke gedetineerden. Waaronder Claire. Ze komt de zaal binnengewandeld in een rozige schort, het standaard uniform voor dames in gevangenschap. Claire is vertrouwd met detentie, zegt ze: ‘Ik zit al een aantal jaar vast en heb nog een lange weg te gaan.’ Ook Claire kan zich geen celleven zonder boeken inbeelden. ‘Het is al wat ik hier heb.’ Van bij aankomst greep ze naar literatuur. ‘Aanvankelijk vooral naar boeken die ik als kind heb gelezen. Uit jeugdsentiment herlas ik de boeken van Thea Beckman en dacht aan vroeger, aan Winnetou in de boeken van Karl May, aan lezen in een hoekje. Een leescultuur was er thuis niet, maar wel bij een tante. Die had kasten vol boeken. De tante en haar dochter, mijn nichtje, zetten me aan het lezen.

“In gevangenschap komt er een moment dat je jezelf probeert te doorgronden. In gesprekken met psychologen kun je weinig anders dan je verleden oprakelen. Onherroepelijk sluipt dat verleden je boekenkeuze binnen.”

Hier in Gent las ik ook rustgevende romans, verhalen als De acht bergen van Paolo Cognetti en Kaas van Willem Elsschot. Of boeken die me inzicht geven in mijn eigen land: denk aan Het Belgisch labyrint van Geert van Istendael. Maar in gevangenschap komt er een moment dat je jezelf probeert te doorgronden. In gesprekken met psychologen kun je weinig anders dan je verleden oprakelen. Onherroepelijk sluipt dat verleden je boekenkeuze binnen. Daarom las ik steeds meer psychologische boeken, op zoek naar mezelf. Daarin botste ik op zaken die ik dacht verwerkt te hebben. Eén boek ligt me na aan het hart, omdat het zo herkenbaar is: Blauwe plekken van Anke de Vries.’

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Het Nederlandse kinderboek uit 1992 vertelt het verhaal van Judith, een meisje dat mishandeld wordt door haar moeder en daar op school niks durft over zeggen. Altijd verzint ze redenen om de blauwe plekken te verklaren. Maar de vriendschap met een jongetje uit haar klas zorgt voor meer openheid en moed om de situatie te keren.

‘Dat boek heb ik wellicht al honderd keer gelezen’, zegt Claire. ‘Ik heb altijd mijn plan moeten trekken, in schaamte. Gemakkelijk was het niet. Blauwe plekken hield en houdt me overeind, te weten dat er hoop is. Op foto’s uit mijn kindertijd kun je de verandering zien. Ik kan je tonen wanneer het met mij is gebeurd. Je ziet me vervagen op foto’s, alsof ik er plots niet meer ben, die verstarring.'

Het graven leidde tot een diepe crisis. De psycholoog, moreel consulent, de zelfmoordlijn, Tele-onthaal, de aalmoezenier: alles en iedereen heb ik erbij gehaald. Alle mogelijke middelen zocht ik om mijn ei kwijt te kunnen. Dat is zo dubbel aan detentie: het enige wat echt vrij is, zijn je gedachten, en net die maken het soms zo moeilijk. Nu gaat het beter, maar ik loop vast op dat éne feit dat tot mijn opsluiting heeft geleid. Ik blijf er over nadenken, soms over schrijven en veel over lezen. Daar sta ik mee op en ga ik mee slapen. Ik weet niet of het me ooit gaat lukken om het een plaats te geven en los te laten. In mijn hoofd is dat feit vaak één grote waas.’

Dostojevski

“Vaak leidt een confrontatie tot beterschap. Het was pijnlijk om 'Schuld en boete' te lezen, maar het heeft me geholpen. Die roman droeg bij aan het inzicht in mijn eigen daden.”

‘Ik heb Schuld en boete gelezen van Fjodor Dostojevski’, zegt Thomas. ‘Ik was het aan mezelf verplicht. Schuld en boete vertelt het fascinerende verhaal van iemand die een moord pleegt. Fascinerend omdat het boek me confronteerde met mijn eigen daden. Niet dat ik een moord heb gepleegd, maar de gevoelens die het hoofdpersonage ervaart zijn herkenbaar. Het schuldgevoel, het vechten tegen de waarheid, het goedpraten van de feiten. Zou ik het zeggen? Zou ik naar de politie stappen? Ja of nee? Het was pijnlijk om dat boek te lezen, maar het heeft me geholpen. Vaak leidt een confrontatie tot beterschap. Die roman droeg bij aan het inzicht in mijn eigen daden, al was ik zonder het boek zelf ook al een heel eind op weg naar een beter begrip.

Toen ik werd opgepakt door de politie heb ik meteen alles gezegd. Toegegeven dat ik zwaar over de schreef was gegaan. Dus zit ik hier nu, in den bak, te boeten voor mijn fouten. De gevolgen zijn zwaar, maar boeken helpen me deze tijd door te komen. Zonder lezen zou dit hele verhaal nog zwaarder doorwegen. Bedankt om met mij te komen praten. Het heeft me goed gedaan.’

De avond daalt als een deken over de gevangenis. Michel, Claire en Thomas hebben de cinemazaal verlaten en zijn terug op cel. Cipiers komen in en uit de centrale commandopost. ‘Tot ziens’, zegt iemand. Waarna de zware metalen deur opengaat, je je spullen uit het kastje haalt, je badge ruilt voor je identiteitskaart, door de poort terug buiten wandelt en opgaat in een wereld waarin zij niet meer bestaan. Klik.



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest