De leeswereld van Petra De Sutter

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. In deze aflevering: gynaecologe en politica Petra De Sutter. 'Een mens heeft fictie nodig. Het is zuurstof voor de ziel.'

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Dat het leven een zandloper is en dat het zand steeds sneller loopt. Althans: zo voelt het aan. En je kan de zandloper niet omkeren. Je hebt maar één kans en in die éne kans schuilt een heel leven. 'Dus doet een mens zo veel mogelijk', zegt Petra De Sutter. 'En propt de agenda vol.' 'Zo veel mogelijk' is in haar geval een understatement. Het beroepsleven van Petra De Sutter krijg je niet samengevat op een businesskaartje. De Sutter is gynaecologe, buitengewoon hoogleraar gynaecologie aan de UGent en hoofd van de afdeling Reproductieve Geneeskunde aan het UZ Gent. Ze is senator voor Groen en zetelt in de commissies Sociale Zaken en Migratie in de Raad van Europa. In oktober is ze lijstrekker voor Groen in de gemeente Horebeke en Petra De Sutter is ook auteur. Haar nieuwste boek - Zwanger worden - verscheen in september van dit jaar.

Tweehonderd boeken

'Tussendoor probeer ik zoveel mogelijk te lezen', zegt ze. 'Op vliegtuigen, in hotelkamers, op de trein: ik moet tijd stelen om te lezen. Gelukkig overstijgt de liefde voor boeken het gebrek aan tijd. Dus blijf ik boeken kopen en verzamelen, al is het praktisch onmogelijk om die te lezen. Thuis, in de woonkamer en op mijn bureau, liggen tweehonderd boeken op mij te wachten. En de stapel groeit verder aan. Als ik ooit op pensioen ga, dan kom ik mijn zetel niet meer uit en lees alles waar ik nu de tijd niet voor heb.'

Een plezier voor het intellect

“Al lezend, al onderzoekend, kreeg ik de voorbije decennia meer greep op de wereld rond mij, maar ik besef dat ook een roman leidt tot meer inzicht en kennis.”

'Lange tijd stond lezen in het teken van kennis, van het eeuwige studeren en bijleren. Nog altijd kan ik genieten van een goede, wetenschappelijke paper. Ook dat is lezen. ’s Avonds, desnoods met een glas wijn, opgaan in een methodologisch goed onderbouwd onderzoek, dat interessante resultaten oplevert en een discussie op gang brengt. Dat is een plezier voor het intellect. Al lezend, al onderzoekend, kreeg ik de voorbije decennia meer greep op de wereld rond mij, kreeg ik meer inzicht in fertiliteit, mensenrechten en geopolitiek. De drie thema’s die mijn wereld nog altijd beheersen. Jarenlang las ik daarom enkel non-fictie. Tot iemand mij daar op wees. Op een buitenlands congres was dat: 'Een mens heeft fictie nodig', zei een collega, en stuurde mij een roman op. An Equal Music, van Vikram Seth, over het troebele liefdesleven van een violiste. Dat boek herinnerde mij aan het belang van de menselijke verbeelding. Sindsdien besef ik dat ook een roman leidt tot meer inzicht en kennis.'

Van kaft tot kaft

“Ik voelde me aangetrokken tot de zware, donkere melancholiek in 'Madame Bovary' van Gustave Flaubert en 'Die Leiden des jungen Werthers' van Goethe. De thematiek in die literatuur was niet vergelijkbaar met mijn problematiek, maar de universele troost die ik er in vond, deed me goed.”

'En zeggen dat ik vroeger, als kind, uitsluitend fictie las. Toen had literatuur een andere functie in mijn nog jonge leven. Ik was een atypische tiener. Mijn leeftijdgenoten praatten over voetbal en fuiven, die hadden kennelijk geen zorgen in hun leven. Ik ervoer een onoplosbaar probleem en trok me met een bezwaard gemoed terug met de boeken van Tolstoj en Dostojevski. Lezen was mijn vluchtweg op zoek naar troost en mededogen. Ik voelde me aangetrokken tot de zware, donkere melancholiek in Madame Bovary van Gustave Flaubert en Die Leiden des jungen Werthers van Goethe. De thematiek in die literatuur was niet vergelijkbaar met mijn problematiek, maar de universele troost die ik er in vond, deed me goed. Ik kon loskomen van de realiteit en dromen van het romantische, van het onbereikbare, van dat wat de mens overstijgt. Die romanpersonages worstelden met problemen die groter leken dan zichzelf, personages die vergeefs zochten naar oplossingen en in hun zoektocht de kern van het mens zijn blootlegden.

Die drang om te lezen was intens. Ik las als vijftienjarige soms een boek per dag. Acht uur lang, van kaft tot kaft. Tot drie uur ’s nachts verdiept in Anna Karenina. Ik las vaak in het Frans, als lid van een familie met veel Franstaligen, Jules Verne bijvoorbeeld, en waagde me ook aan het schrijven van gedichten. Om mijn gevoelens te verwoorden. En Proust, natuurlijk heb ik me vastgereden in À la recherche du temps perdu.'

Christine Jorgensen

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Hoe ouder ik werd, hoe meer ik naar concrete antwoorden zocht over homoseksualiteit, over transseksualiteit, over seksuologie. Als zestienjarige verzamelde ik de lidkaarten van mijn zussen en haalde een vracht boeken in de Gentse stadsbibliotheek. Johan Daisne was toen nog hoofdbibliothecaris. Allemaal om te verdoezelen dat ik maar één specifiek boek zocht: A Personal Autobiography van Christine Jorgensen, de eerste openlijke transvrouw in de Verenigde Staten. Ze werd in de jaren vijftig in Casablanca geopereerd.

Niet dat ik me herkende in haar woorden, maar die autobiografie was het enige boek dat transseksualiteit besprak. Verder was er niks, ook niet in de bibliotheek. Het onderwerp leefde in de taboesfeer. Waarna ik aan de Universiteit Gent gynaecologie studeerde en me tot de wetenschap richtte om antwoorden te zoeken. En te vinden. Ik gooide mij ongeremd op mijn studies, las geen romans meer en duwde fictie onbewust naar het achterplan. Kennis, feiten, wetenschap: dat had ik nodig. Om dus later op dat congres herinnerd te worden aan het noodzakelijke evenwicht: een mens heeft fictie nodig.'

Proust

“Een roman, iemand als Proust, die draagt bij tot een beter begrip van je eigen leven en je plaats op de wereld. Het is zuurstof voor de ziel.”

'Bijna veertig jaar later kijk ik Proust opnieuw in de ogen. Met dank aan Bart Stouten, de Klarapresentator die in Kersen eten om middernacht ook refereert naar Proust, en de enorme invloed die de Franse schrijver op zijn leven had. Uit revanche herlees ik À la recherche du temps perdu, en misschien duurt het tot aan mijn pensioen om het boek uit te lezen. Maar het gaat me lukken. Het is de overwinning op de zorgen die mij als tiener achtervolgden. Proust lezen is het leven overschouwen. Het is zo gelaagd, inhoudelijk zo rijk, dat ik nu de leeftijd heb om Proust naar waarde te schatten. Ik houd van de levenslust die er uit spreekt. Proust houdt mensen spiegels voor en speelt in op de herkenbaarheid.

Een paper, een essay, een journalistiek non-fictieboek: ze dragen allemaal bij tot een beter begrip van de wereld om je heen, maar een roman, iemand als Proust, die draagt bij tot een beter begrip van je eigen leven en je plaats op de wereld. Het is zuurstof voor de ziel.’



Deel dit artikel: