De leeswereld van Peter D'Hondt

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Peter D'Hondt, politierechter.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Hoe kon ik die man tot inkeer laten komen? Dat vroeg ik me af.’ Politierechter Peter D'Hondt zit in een lederen sofa, een Chesterfield. Hij denkt na, stoft een oude herinnering af en gaat een paar jaar terug in de tijd. ‘Ik zat in mijn bureau, aan de overkant van de gang, trok de deur open en wandelde mijn bibliotheek binnen.’ Dat is waar we nu zitten, omgeven door duizend boeken, keurig opgelijnd in donkere wandkasten. Op de grond ligt een authentieke zebrahuid – de zwarte manen staan nog rechtop – en de vierkante tafel, tot de rand gevuld met flessen sterke drank, doet verlangen naar sneeuw en een open haard.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘In de rechtbank van Dendermonde, waar ik werk, kreeg ik een burgerlijk ingenieur voor me. Mensen met een dergelijk diploma zie ik daar zelden, althans niet voor verkeersinbreuken. Die man gedroeg zich werkelijk als een Johnny. Niks leek hem te deren. ‘Raar hé’, zei zijn advocaat. Ik wist al welke straf ik hem zou opleggen, regels zijn er om gevolgd te worden, maar wilde ik hem echt raken, hem inzicht in zijn gedrag verschaffen, dan volstond die straf niet. Ik wandelde rond in mijn bibliotheek en mijn oog viel op Tonio van A. F. Th. van der Heijden.’ Daags nadien stond het in alle kranten: Snelheidsduivel moet boek lezen.

“Als zo’n boek je niet tot inkeer brengt, dan weet ik het ook niet meer.”

In Tonio beschrijft van der Heijden meer dan zeshonderd pagina’s lang het verlies van zijn zoon. Tonio van der Heijden, het enige kind van de schrijver, kwam op de Eerste Pinksterdag van 2010 om het leven bij een verkeersongeval, in de buurt van het Vondelpark in Amsterdam. Hij werd opgeschept door een auto en stierf dezelfde dag nog aan zijn verwondingen. 21 was hij. Peter D’Hondt: ‘Ik ben een rechter met een grote mond, maar ook met een weke kant. Wie Tonio leest, voelt de pijn van het verlies. Als zo’n boek je niet tot inkeer brengt, dan weet ik het ook niet meer.’

Hegel

‘Ik ben er van overtuigd dat ieder uitgelezen boek je leven beïnvloedt, in mindere of meerdere mate. Iedere scene, ieder plot, ieder personage. Dat geldt evengoed voor allerlei andere zaken die zich voordoen in je leven, maar het grote voordeel van literatuur is dat je ten minste kunt achterhalen waar je ideeën vandaan komen. Daarom hoop ik dat de veroordeelde die ik Tonio meegaf nu anders in het leven staat.’

“Ik ben er van overtuigd dat ieder uitgelezen boek je leven beïnvloedt, in mindere of meerdere mate. Iedere scene, ieder plot, ieder personage.”

‘Uiteindelijk is ook mijn methode gebaseerd op het lezen van boeken. Ik las de dialectiek van Hegel (Duitse filosoof, red.) en pas die in wezen nog altijd toe in de rechtszaal: these, antithese en synthese. Een zo adequaat mogelijke reactie op deviant gedrag: iemand begaat een overtreding (these), krijgt daarvoor een straf opgelegd (antithese) in de hoop dat zowel slachtoffer, dader, als samenleving daar beter van worden (synthese).’ D'Hondt kijkt om zich heen – ‘Hegel staat hier nog altijd’ – en laat de boeken op zich in werken. ‘Deze bibliotheek is bijna een samenvatting van mijn denken en van mijn interesses.’

Minister

Peter D'Hondt komt uit een gegoede familie. Zijn moeder, Paula D’Hondt (CVP), was in de jaren tachtig staatssecretaris voor PTT (Post, Telegraaf en Telefoon) in de regeringen Martens V, VI en VII. Ze was nadien de laatste nationale minister van Openbare Werken en verwierf ook faam als Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid. Nog altijd is Paula D’Hondt Minister van Staat. ‘Mijn moeder is een belezen vrouw’, zegt zoon Peter. ‘Ze las tijdens haar politieke carrière vooral ter ontspanning. Moeder heeft haar vijf kinderen, mijn vier zussen en ik, nooit verplicht om te lezen. En maar goed ook: ik ben rebels van aard, dus had moeder ons gedwongen om te lezen, dan had ik nooit een boek opengeklapt. Het is de nieuwsgierigheid die me als tiener richting boeken dreef. Ik liep school in het jezuïetencollege in Aalst en dat liet een euh, onuitwisbare indruk op mijn denken, mijn leven en mijn loopbaan. Na jaren bij die elitetroepen ga je ofwel voor paus ofwel voor het tegenovergestelde. Ik heb mijn keuze vroeg genoeg gemaakt.’ (lacht)

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Op de leeslijst van de middelbare school vond je alleen maar klassiekers à la Dostojevski. Zelfs Hugo Claus was controversieel en Louis Paul Boon kwam er al helemaal niet in. Mijn nieuwsgierigheid en rebellie dreef me nog veel verder, richting de echt verboden boeken. Via de geijkte Leninistische en Marxistische kanalen, Amada bijvoorbeeld, bekwam ik literatuur over het communisme. Dat interesseerde me toen en paste helemaal niet in het kraam van de jezuïeten.

Boeken gaven en geven mij nog altijd een brede(re) kijk op de wereld. Je vindt hier veel literatuur over de Tweede Wereldoorlog, die me mateloos boeit. De Welwillenden van Jonathan Littell is ongekend goed. Natuurlijk beïnvloedt dat boek mij nog altijd. Daarin vertelt het hoofdpersonage, een SS’er, over zijn rol in de holocaust. Die eerste zin – ‘Mensenbroeders, laat me u vertellen hoe het is gegaan’ – zorgt al voor wrevel – ‘neen, ik ben uw broeder niet’ – en trekt je willens nillens het boek in. Datzelfde geldt ook voor De nazi en de kapper van Edgar Hilsenrath en The Godfather van Mario Puzo. In dat laatste boek werd criminaliteit voor het eerst enigszins vergoelijkt en geschreven vanuit het standpunt van de dader. Literatuur slaagt er in binnen te kijken in het hoofd van personages die je in werkelijkheid amper de hand zou schudden. Dat moet een rechter altijd proberen: in het hoofd kruipen van de dader.’

“Literatuur slaagt er in binnen te kijken in het hoofd van personages die je in werkelijkheid amper de hand zou schudden. Dat moet een rechter altijd proberen: in het hoofd kruipen van de dader.”

Wereldvreemd

‘Ik lees om bij te blijven, om de heersende ideeën te kennen en te begrijpen. Als de Amerikaanse filosoof John Rawls een boek schrijft (Een theorie van rechtvaardigheid) dan is dat leesvoer voor een rechter. Net zoals het antwoord daarop van Amartya Sen dat ook is (Het idee van rechtvaardigheid). Het wordt de magistratuur als eens verweten, en onterecht is dat niet: een rechter mag nooit of te nimmer wereldvreemd zijn. Het idee dat hij of zij gewoon recht moet spreken en verder moet zwijgen, daar ga ik niet mee akkoord. Een rechter is een mens die in de wereld staat, die over die wereld leest, en die niet beweert de objectiviteit in pacht te hebben, want die bestaat niet. Wie de objectiviteit onderstreept is in wezen subjectief.’

“Ik blijf boeken gebruiken in de rechtszaal, opdat ze mensen beïnvloeden, hen tonen wat geen andere straf hen duidelijk kan maken.”

‘Ik blijf daarom ook boeken gebruiken in de rechtszaal, opdat ze mensen beïnvloeden, hen tonen wat geen andere straf hen duidelijk kan maken. Mij overkomt dat niet van Sabine Cocquyt is nog zo’n boek. Ontmoetingen met veroorzakers van verkeersongevallen is de ondertitel. Walter De Pauw reik ik ook aan: Angst en Stress. Is dat objectief? Neen. Heeft dat een positief effect op de maatschappij? Ik denk het wel. De kracht van literatuur reikt soms veel verder dan we allemaal denken.’



Deel dit artikel: