De leeswereld van Marjan Doom

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Marjan Doom, directeur van het GUM.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Mijn huis ligt vol met dit soort boeken', zegt Marjan Doom. Ze klapt een dik exemplaar open dat op haar schoot ligt: The Unnatural History Museum. Een doodskop siert de cover, verstrikt in wat een visnet lijkt. Het is ochtend in Gent. De zon klimt naar de hemel en opnieuw draagt een schijnbaar anonieme dag de belofte van hitte in zich, en sluit aan bij de dag voordien, en die daarvoor, en die daarvoor. Nu al is de warmte dik en kleverig, ook in de plantentuin, waar we op een bankje zitten, de plek waar het Gents Universiteitsmuseum, het GUM, is ondergebracht. Sinds 2018 staat Marjan Doom aan het hoofd van dit gloednieuwe kunst- en wetenschapskabinet.

Mini-museum

'Dit boek gaat over een collectie curiositeiten van kunstenaar Viktor Wynd', zegt ze. 'Ik voel me verwant met zo’n verzamelaar.' Het wordt snel duidelijk dat de professionele wereld van Marjan overloopt in haar privéwereld, en dus ook in haar leeswereld, in het boek op haar schoot. 'Recent nog vond ik al kajakkend met mijn zoontje een wolhandkrab in het water. Niks zo mooi als de plotse vondst. We namen de krab mee naar huis, om te conserveren.' In de woorden van Marjan bloeien beelden op van weckpotten en starende ogen, van chloroform en dieren die zijn gestold in de tijd. 'Mijn huis is intussen een klein museum, ja.' (lacht)

Ze bladert door het boek. Er passeren foto's van kasten vol vlinders, van hertenkoppen en narwalsabels. 'Een verzamelaar die over het ontstaan van zijn collectie vertelt, die een inkijk geeft in wat hem of haar interesseert, dat boeit me. Dat levert vaak ook heel mooie, soms wat vreemde boeken op, zoals dit Unnatural History Museum.' Marjan Doom houdt van verzamelen, en verzamelt ook boeken over verzamelingen. Ze lacht. 'Zo’n boek is een mini museum waarin je even op stap kunt gaan.'

“Tegenwoordig is er in mijn hoofd te weinig ruimte voor romans, te weinig rust om de stroom aan gedachten tot stilstand te laten komen, en me over te geven aan fictie. ”

Papegaai

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Tegenwoordig is er in mijn hoofd te weinig ruimte voor romans, te weinig rust om de stroom aan gedachten tot stilstand te laten komen, en me over te geven aan fictie. Al heb ik recent wel een roman gelezen, ware het op een andere manier. Op reis, op weg naar Bordeaux, lazen mijn lief en ik in de auto om beurt voor uit Flauberts papegaai van Julian Barnes. Dat boek was een verjaardagsgeschenk van mijn vader (Ruddy Doom, professor emeritus aan de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen aan de UGent). Barnes is zijn lievelingsauteur. De detectives van Nicci French neem ik ook heel gemakkelijk tot me. Die achtdelige reeks rond hoofdpersonage Frieda Klein heb ik er helemaal doorgedraaid: binge-reading was dat.

Veel van wat ik nu lees staat in het teken van het museale en van de wetenschap. Als kind was dat anders. Toen was ik een veelvraat en hield enorm van de boeken van Anthony Horowitz. Wat J.K Rowling (Harry Potter) betekende voor de generatie na mij, is wat de Britse jeugdauteur voor mij betekende. Zijn wat duistere, spannende verhalen spraken me veel meer aan dat de ridderverhalen van Thea Beckman. Misschien was ik wat pessimistisch als kind, of eerder realistisch; ik kon niet makkelijk vluchten in de verbeelding. Als kind was ik al een denkertje, nu ben ik een piekeraar, een peinzer, lig na te denken over de wereld om me heen, te reflecteren over mijn plaats in die wereld. Daarom was het werk van Oscar Wilde zo’n schok voor mij, toen ik dat als tiener las. Hoe Wilde over zichzelf schreef, en over zijn leefwereld, in een taal waarvan ik niet wist dat die bestond. Zo mooi. Oscar Wilde vergeet ik nooit.’

Leo

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

En toch werd Marjan Doom dierenarts. Die wereld om haar heen verengde enigszins tot bloedvaten en bacteriën. De wetenschap haalde het, zij het tijdelijk, van de romantiek. De liefde voor fauna overstemde de nood aan reflectie, maar na een tijd als dierenarts te hebben gewerkt zat Marjan klem in de economische wetmatigheden van de job. Ze miste de wetenschap, het nadenken, het twijfelen, en keerde terug naar de universiteit. Daar volmaakte ze een doctoraatsonderzoek naar dissecties en boog zich met een slagersmes over aangespoelde walviskadavers. Het skelet van een van die walvissen, Leo, leidde ze naar aanleiding van de 200ste verjaardag van de UGent, naar de Sint-Baafskathedraal. Het skelet zweefde er pontificaal door de lucht.

'Het opensnijden van zo’n enorm beest roept veel emoties op. Je ervaart de machteloosheid van de mens als je je buigt over zo’n majestueus dier. Nadien focus je je op de protocollen: waar moet ik snijden? Hoe diep moet ik snijden? In welke richting? Dan komt de wetenschapper naar boven. Door Leo op te hangen in de kathedraal wilde ik dat gevoel evoceren, het delen met de buitenwereld. Niet enkel visueel, maar ook woordelijk.' Marjan reikte de hand naar de literatuur, en dichter Peter Verhelst nam die dankbaar aan. De dialoog tussen de wetenschap en de literatuur leidde tot een gedicht waarin Marjan spreekt over letsels, parasieten en lymfeknopen -we zullen in de open schedel gaan staan- en Peter Verhelst al wat een mens daarbij ervaart omzet in taal:

nooit komt een eind aan het verlangen
we staan met het hoofd in de nek te kijken in de zon
de gil van de roerloos hangende meeuw van de gil van een kind
die ene gil waarin de zon zo trillend
waarin de walvis zo zwart uit het diepe duister van de zee
dat ene ogenblik waarin de zon zo blikkert
dat hij de walvis opslokt
niet wat oprees, zelfs niet de blinde vlek van de walvis
maar dat we hierheen gekomen zijn
om deel uit te maken van dat wonder
van niets dat we zijn

Twijfel

“Je moet durven duidelijk maken dat er ook in de wetenschap veel twijfel speelt, dat er geen ultieme waarheid is. In een museum moet je daarom ook opletten met woorden, want die neemt de bezoeker meteen voor waarheid aan”

Marjan Doom schreef zelf ook een boekje: Het museum van de twijfel, wat refereert aan het GUM, dat naast een museum straks ook een forum voor wetenschap, twijfel en kunst is, en zal zijn. Literatuur is niet het ideale medium in een museale context, te veel tekst leidt af, maar het woord stelt Marjan wel in staat om haar visie te duiden: 'Je moet durven duidelijk maken dat er ook in de wetenschap veel twijfel speelt, dat er geen ultieme waarheid is. In een museum moet je daarom ook opletten met woorden, want die neemt de bezoeker meteen voor waarheid aan. Net zoals we wetenschappelijke resultaten ook meteen voor waar aannemen.'

'Het toelaten van twijfel, samen met de inbreng van kunst, zorgt eerder voor een bevraging van de wetenschap en de realiteit, dan van het beantwoorden daarvan. In de hoop dat de bezoeker nadenkt en reflecteert over wat hij ziet. Net zoals Oscar Wilde dat proces bij me in gang zette. En Barnes. En ook dit unnatural museum. Ik houd van kunst. Ik houd van expo’s. Maar ik houd ook zo ontzettend veel van boeken.'

 

 



Deel dit artikel: