De leeswereld van Khadija Timouzar

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. In deze aflevering: Khadija Timouzar, jeugdauteur.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Wie een bril krijgt opgezet, ziet de eerste paar dagen of weken nog de montuur en de contouren van het glas. Na een tijd vervagen de randen en vergeet je een bril op te hebben. Wie jaren later verzaakt aan een oogartsbezoek en de glassterkte niet bijstelt, is niet alleen vergeten dat hij een bril draagt, maar weet ook niet dat wat hij ziet een vage afdruk is van de werkelijkheid. Dus heb je mensen nodig die je op de schouder tikken en vragen vingers te tellen. Dat is wat jeugdauteur Khadija Timouzar doet.

Kleine letters

“Een samenleving is niet gebaat bij clichés. Een stripverhaal over een zwarte met dikke lippen, wel, die pagina moeten we nu echt wel omslaan.”

Zij neemt de samenleving bij de arm en wijst naar de kleine letters. Met Een goal voor Imane en Feest voor Ilyas stelt ze het beeld van onze werkelijkheid bij. Timouzar is verbonden aan Studio Sesam, een organisatie die via etnomarketing en jeugdliteratuur de sociale en culturele diversiteit van Vlaanderen belicht. Ze herinnert er ons aan dat wat wij lezen, niet altijd overeenkomt met wie wij zijn.

'Een samenleving is niet gebaat bij clichés', zegt Timouzar. 'Een stripverhaal over een zwarte met dikke lippen, wel, die pagina moeten we nu echt wel omslaan.' Dat deze moslima is verveld van immomakelaar en verzekeraar naar jeugdauteur, dat ze ons subtiel wijst op de werkelijke, raciale diversiteit, daar schrikt Timouzar nog altijd zelf van: 'En zeggen dat ik vroeger jaren niet gelezen heb.'

Vertelcultuur

'Boeken speelden geen cruciale rol in mijn jeugd. Ik groeide op in de Vlaams-Marokkaanse cultuur van Winterslag. In de jaren zestig arriveerden mijn ouders in Limburg. De eerste generatie Timouzar was dat toen. Vader werkte ruim twintig jaar in de steenkoolmijn van Winterslag, tot aan de sluiting in '88, terwijl moeder thuis het gezin onderhield. Geen cruciale rol, omdat rurale Marokkanen een grotere vertel- dan leescultuur hebben. Vader en moeder lazen geen boeken, maar vertelden wel over de familie, over het leven van grootmoeder en grootvader in Marokko. Ik heb die cultuur in mij opgenomen. Beseft dat verhalen verteld moeten worden. En niet louter mondeling.'

Buitenkind

'Ik was een buitenkind. Mijn moeder noemde mij de postbode van het dorp, omdat ik altijd buiten rondliep en tegen iedereen praatte. Zonder toezicht, dat kon nog in die tijd. Wat ik op straat meemaakte, op het grasplein en op de speelplaats, was voer voor de gedichten die ik 's avonds op een vel kladpapier schreef. Al ging het over een boom, een park of een nieuwe fiets: tijdens dat kinderlijke schrijven ervoer ik vrijheid. Later, op een rommelmarkt, kreeg ik van mijn moeder een blanco schrift, met een zachte, groene, stoffen kaft, waarin ik de gedichten netjes overschreef. In dat boek ligt de kiem voor mijn huidig werk.'

'Hoe ouder ik werd, hoe donkerder de thematiek. Puberen was lastig, gedichten werden kortverhalen en er sloop pessimisme in mijn woorden. Had ik dit maar, of dat, of dat. Exemplarisch voor een tienermeisje. Maar ik bleef wel schrijven, ongeacht de donkere wolken.'

Autoreis

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Iedere zomer trokken wij met de hele familie naar Casablanca. Met de auto, jawel, op bezoek bij tantes, nonkel, neefjes … Vijf dagen lang zaten we met z’n negenen in de auto en liet ik mijn verhalen met een bang hartje aan een broer zien. Dat was een kantelpunt, al besefte ik dat niet. Reageerde mijn broer toen afkerig, dan was er wellicht nooit sprake van Een goal voor Imane of Feest voor Ilyas. 'Khadija,' zei hij, 'heb jij dit echt zelf geschreven en niet gekopieerd uit een ander boek?'
'Zelf geschreven.'
'Het is prachtig.'
En hop, ik was vertrokken.'

Enquête

“Ik kon enkel maar concluderen dat de sociale mix niet zichtbaar is in kinderboeken. Of toch veel te weinig. Als kind zag ik dat zelf niet. Maar als volwassene merk je meteen dat die balans uit evenwicht is. Dus ondernam ik zelf actie.”

'Op de middelbare school kwam ik in contact met grote Vlaamse schrijvers als Hugo Claus. Dat was geen ontdekking maar een verplichting. Nadien verwaterde het lezen en schrijven. Ik ging werken als immomakelaar, verkocht ook verzekeringspolissen, leerde mijn man kennen en kreeg kinderen. De romantiek van de literatuur was ver weg. Het leek alsof ik de uitlaatklep die het schrijven was, niet meer nodig had. Ook niet toen ik mijn oude, groene schrift terugvond bij het verhuizen van Limburg naar Geel. Ik herlas dat jeugdige werk, wat een intense ervaring was, maar daar bleef het ook bij. Toen ik jaren later met mijn gezin in Antwerpen arriveerde, nam ik de draad terug op. Gedaan met vastgoed, gedaan met polissen. Ik engageerde me in de sociale sector als hulpverlener en kwam in contact met Studio Sesam. In een enquête peilde iemand naar de mening van mensen met een migratieachtergrond over de huidige kinderboekenmarkt. Ik kon enkel maar concluderen dat de sociale mix niet zichtbaar is in kinderboeken. Of toch veel te weinig. Als kind zag ik dat zelf niet. Maar als volwassene merk je meteen dat die balans uit evenwicht is. Dus ondernam ik zelf actie.’

Andere kant

“Ook kinderboeken moeten een realistisch beeld scheppen van de werkelijkheid. Hoe meer verhalen ik schrijf, hoe meer ik die sociale rol wil opnemen en mijn engagement uitdiepen.”

'Het is gewoon braakliggend terrein. Er zijn amper kinderboeken waarin realistische personages met een migratieachtergrond worden opgevoerd. Dus waagde ik mijn kans bij Sesam, schreef een verhaal op vakantie in Agadir in Marokko, zocht een internetshop om de tekst door te sturen en ben nu trots op de twee verhalen die ik heb geschreven. Maar ik wil benadrukken dat mijn persoon in deze onbelangrijk is. Alleen de boodschap is van belang. Ook kinderboeken moeten een realistisch beeld scheppen van de werkelijkheid. Hoe meer verhalen ik schrijf, hoe meer ik die sociale rol wil opnemen en mijn engagement uitdiepen. Ik ben niet ontgoocheld, neen, ik probeer gewoon stap voor stap iets in gang te zetten. Dat kan niet van vandaag op morgen, maar niks doen is geen optie.'

'Het heeft ook geen zin om dit debat te verengen tot kinderboeken, ook literatuur voor volwassenen kampt met dat probleem. Ik volg nu een opleiding theologie en merk in de studieboeken dat de islam door een westerse bril wordt bekeken. Dus lees ik boeken van filosofen en theologen met een Arabische achtergrond. Zoals Ibn Battuta, Avicenna, Averroës, Ibn Khaldun … opdat ik een volledig(er) beeld krijg van de werkelijkheid. Want ja, dat is belangrijk.'



Deel dit artikel: