De leeswereld van Karen Van Godtsenhoven

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Karen Van Godtsenhoven, curator van de modeafdeling van The Met.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Als ik lees, dan let ik op de kledij van de personages', zegt Karen. 'Niet iedere auteur besteedt daar aandacht aan. Virginia Woolf deed dat wel. Een beschrijving van een jurk of een trui, van de kleuren of de vorm, daar houd ik van.' Wie let daar op? Wie weet nog welke kleren Joe Speedboot droeg? Of Josef K. en Clarissa Dalloway? 'Kledij communiceert. Of iemand nu veel of weinig waarde hecht aan mode, de kleren zeggen iets over de drager, dus ook over personages.'

The Met

Karen Van Godtsenhoven komt uit Grimbergen, woont in New York, en is een autoriteit op het vlak van mode, zeker die van de 20ste en de 21ste eeuw. Ze is als curator verbonden aan de modeafdeling van The Met, The Metropolitan Museum of Art, een van de grootste en bekendste musea van het westen. In New York brengt ze veel tijd ondergronds door. Onder de Egyptische afdeling van The Met in Central Park ligt één van de beste encyclopedische modecollecties ter wereld verborgen. Daar hangen meer dan 30.000 stuks. Voorheen cureerde Karen Van Godtsenhoven expo’s in het ModeMuseum (MoMu) en nog vroeger dwaalde ze als researcher door de catacomben van de Gentse Boekentoren. Via Germaanse Talen, Bibliotheekwetenschappen, en later ook Gender- en Diversiteitsstudies, kwam Karen bij mode uit, waarin ze literatuur en gender succesvol samenbrengt. 'Een leven zonder boeken, dat bestaat niet.'

Metertjes

“Ik heb geluk. 'Waar ik ook werk, er is altijd een bibliotheek in de buurt.”

'Ik heb geluk', zegt ze. 'Waar ik ook werk, er is altijd een bibliotheek in de buurt. Als researcher in de Boekentoren werkte ik aan een Europees project om wetenschappelijke publicaties beter te ontsluiten. Dat project liet me toe universiteitsbibliotheken te bezoeken in Duitsland, Schotland, Engeland, Scandinavië, Italië, enz. Fantastisch was dat.' Het onderwerp is mode, maar veel meer dan textiel en textuur, is Karen Van Godtsenhoven geïnteresseerd in het verhaal van kledij. Dat verhaal giet ze in expo’s en de voorbereiding daarvan geeft toegang de meest exquise en befaamde bibliotheken.

'Onze modeafdeling heeft een bibliotheek met (tien)duizenden uitzonderlijke boeken. The Met telt zeventien zo’n bibliotheken, per thema, en altijd kan ik daar terecht. Voor 'Camp', een van de vorige expo’s, las ik boeken uit The Morgan Library. Daar kreeg ik een klein houten metertje in handen. Dat metertje toonde precies hoe ver het boek open mocht, opdat de binding niet beschadigd raakte en ik nog nét kon lezen wat er stond.'

Metro

“Lezen bleek een manier om een eigen, persoonlijke ruimte te creëren. Ook nu in New York, in die drukke, soms wat agressieve stad, is een boek een geschikt middel om de wereld op afstand te houden.”

'Waarom lezen? Moeilijke vraag. Boeken zijn een vanzelfsprekendheid. Dat waren ze als kind al. Mijn vader is leerkracht Nederlands-Engels en ook mijn moeder is anglofiel. Ze leidden me naar Britse schrijvers, en naar de bibliotheek van Grimbergen. Mijn twee broers waren nogal levendig en lezen bleek een manier om een eigen, persoonlijke ruimte te creëren. Ook nu in New York, in die drukke, soms wat agressieve stad, is een boek een geschikt middel om de wereld op afstand te houden. Al sta je opeen geplakt in de metro, dan nog. Ik lees ook al wandelend. De weg naar het werk ken ik uit het hoofd. Daarom houd ik ook zo van bibliotheken. Ze stralen rust uit. Het idee omringd te zijn door boeken maakt me gelukkig.'

Sontag

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Mijn leeswereld is gericht op de mens en de condition humaine. Van dichtbundels tot biografieën tot kunstboeken en romans: er is een link met de menswetenschappen. Van poëten wil ik weten wie ze zijn of waren. Wie was Arthur Rimbaud? Wie was Sylvia Plath? Daarom blijf ik haken aan de recente biografie van Susan Sontag (Amerikaanse schrijfster, filosofe en activiste, red.)Sontag, Leven en werk. Die linkt de persoon aan het werk zelf. Ik heb ervan genoten om onderzoek te doen in Sontag’s archief in de bibliotheek van de UCLA, de universiteit van Los Angeles, en bouwde een fijne vriendschap op met haar zus, Judith. Ik bewonder Sontag. Zij was een van de eerste, publieke, intellectuele vrouwen. Een echt rolmodel had ze niet. Hetzelfde met After Kathy Acker van Chris Kraus. Zij beschrijft het leven van de Amerikaanse schrijfster en feministe. En Ma mère rit van Chantal Akerman, de Belgische cineaste die een paar jaar geleden overleed. Dat is een van mijn lievelingsboeken. Je kan een werk veel beter begrijpen als je weet wie het gemaakt heeft.'

'Ik keer ook altijd terug naar Hannah Arendt. Soms, als ik het lastig heb met de actualiteit, met wat in de Amerikaanse of Europese politiek gebeurt, grijp ik naar Arendt. Ik houd ook van Patricia De Martelaere en Robert Bolaño, die bezweren de taal als sjamanen, maar op intellectueel vlak kan ik niet om Arendt heen. Toen de vluchtelingencrisis een aantal jaar geleden uitbrak, las ik haar werk opnieuw. Hannah Arendt is mijn kompas, mijn handvat. Ze schrijft op een heldere manier over het mens zijn en geeft richting als het even moeilijk gaat.’

Lens

’Mode is mijn lens op de wereld. Het is niet het enige dat me boeit, maar ik vind mode een geschikt thema om de maatschappij te analyseren. Niet iedereen is het daar mee eens. Mode is populair, iedereen heeft er een mening over. Misschien wordt die daarom niet altijd even serieus genomen. Er is op dit ogenblik ook te weinig theoretische literatuur voorhanden die de rol van mode in de ontwikkeling van onze samenleving beschrijft, of heeft beschreven. Modehistorici blijven terugkeren naar Walter Benjamin, maar het zou fijn zijn nieuwe inzichten aan te boren.'

'Al is er nu wel een eerste modeboek van een Franse curator, dat enkel bestaat uit literaire tekstfragmenten en geen foto’s bevat, en las ik vorig jaar een doctoraat van Maude Bass-Krueger en Sophie Kurkdjian: French Fashion, Women and the First World War. Daarin wordt met een antropologische en historische blik gekeken naar de kledij uit de Eerste Wereldoorlog, en wat de invloed van de oorlog was op de mode. Ook dat is lezen. Vanwege de oorlog stapten de burgervrouwen over van verschillende outfits naar één outfit per dag. Dat bracht meer uniformiteit teweeg en minder duidelijke klasseverschillen. Weduwes van oorlogsslachtoffers droegen ook zwarte kleren, rouwkledij. Daardoor werden ze ook gezien als seksueel beschikbaar, omdat ze hun man kwijt waren. Ik beschouw mode als de minst elitaire kunstvorm. Wat je ook draagt, je draagt er altijd een boodschap mee uit.'



Deel dit artikel: