De leeswereld van Kapitein Winokio

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Kapitein Winokio, muzikant.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Het woord valt in haast ieder gesprek over boeken: ontsnappen. Volgens Van Dale is dat 'onopgemerkt zich onttrekken aan - of zich vrijmaken uit.' Ontsnappen aan de werkelijkheid is wat fictielezers voorstaan. Verdwijnen, onttrekken, als gleden ze geruisloos door een konijnenpijp, en belandden in een nieuwe wereld. Maar er zijn ook lezers die het omgekeerde nastreven. Die willen niet aan de wereld ontsnappen, maar die net snáppen, vastpakken. 'Begrijpen, zowel in de zin van 'kunnen volgen', schrijft Van Dale over 'snappen', 'als ‘kunnen verklaren, doorzien'. Ont-snappen en snappen lijken antipoden, maar de literatuur kent veel tinten grijs. Ook fictie kan bijdragen tot een beter begrip van de werkelijkheid. 'In mijn geval klopt het wel', zegt Winok Seresia. 'Ik lees om iets te snappen en houd van boeken die me een blik geven achter de schermen. Boeken die me uitleggen waarom iets is gebeurd, waarom iets goed is, waarom iets beklijft.'

Winok Seresia, dat is Kapitein Winokio, de man met de zeemanspet die de werkelijkheid kneedt en vijlt, om die vervolgens op kindermaat te verwoorden en te verklanken. Als een troubadour zwerft hij met een rugzak aan kinderliederen door het land. Niemand stond vaker op het podium van de Ancienne Belgique dan Winok Seresia: zestig keer. Van kerstliedjes (Jingle Bells) tot sprookjes (Hans en Grietje) tot pleisterliedjes over pijn, ziek zijn en dokters: met zijn mix van muziek en theater doet Kapitein Winokio voor kinderen, wat boeken doen voor hem: hij maakt ze speels wijzer.

Evolutie

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Mijn leeswereld ving aan met De Griezels van Roald Dahl', zegt Winok. 'Dat is mijn verste herinnering aan boeken. Thuis heerste geen echte leescultuur, maar moeder las wel voor uit Dahl. Ik herinner me ook de tekeningen van Quentin Blake, waaronder een vieze, vuile vent met etensresten in de baard. Echte griezels, inderdaad. Als volwassene lees ik af en toe nog kinderboeken, puur voor het plezier. Annie M.G. Schmidt, Dick Bruna, Roald Dahl: die schrijven echt prachtige verhalen.

De ontwikkeling van mijn leeswereld voltrok zich via het typische patroon, denk ik. Na de kinder- en jeugdboeken tref je op school de verplichte leeslijst. Dat was geen straf voor mij, integendeel. Die lijst opende de wereld van de literatuur. Het was een openbaring. W.F. Hermans (De donkere kamer van Damokles), Harry Mulisch (De aanslag), zelfs werk van Freek de Jonge kreeg ik voor ogen op de kunsthumaniora in Brussel. Net als de film The NeverEnding story, waarin een jongetje een boek vindt en al wat hij leest tot leven komt. Het begon voor mij dus bij het voorlezen, zette zich door op school, waarna je steeds meer leest en dus ook een eigen smaakt ontwikkelt als lezer.'

Grass

“Ik ben erg vatbaar voor het ritme van boeken. Misschien omdat ik zelf drummer ben, dat kan. Het ritme moet me aantrekken, moet me meenemen. De zinnen moeten botsen en swingen.”

'Er zijn een paar schrijvers die met me meereizen, overal waar ik ga. Schrijvers die ik niet loslaat. Zoals Haruki Murakami, Leo Pleysier en zeker ook Simon Carmiggelt, prachtig hoe die zich stoorde aan zovele zaken en daar op een humoristische manier mee omging. En we mogen Bukowski niet vergeten. Niet alleen vanwege zijn schrijfstijl - ik houd van korte, heldere zinnen -, maar ook vanwege zijn ruwe leefwereld: paarden, gokken en hoeren. Ook de boeken van Günter Grass heb ik gelezen, ook al omdat ik zeven jaar een relatie had met zijn jongste dochter.
Ik ben erg vatbaar voor het ritme van boeken. Misschien omdat ik zelf drummer ben, dat kan. Het ritme moet me aantrekken, moet me meenemen. De zinnen moeten botsen en swingen. Is dat niet zo, is een boek te hermetisch, dan lukt het niet. Van bij het begin moet een boek me de goesting geven om verder te lezen. Als dat zo is, dan komt er maar weinig in de buurt van een goed boek, een bankje en de zon. En steeds vaker is dat goed boek een non-fictiewerk. Ik lees wel fictie, maar aangezien ik de wereld om me heen vooral wil begrijpen, lees ik veel non-fictie.'

De Peppers

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Ik ben Behind the glass aan het lezen, een boek van muziekjournalist Howard Massey. De ondertitel vat het goed samen: Top Record Producers Tell How They Craft the Hits. Als muzikant is het interessant om te lezen hoe grote producers tot echte hits zijn gekomen. Van The Beatles, The Rolling Stones tot Bob Dylan en Tom Petty: hoe zijn die successen ontstaan? Ik houd van dit soort studieboeken. Ze nemen je me achter de schermen en tonen het stukje werkelijkheid dat je als buitenstaander niet ziet. Daarom lees ik ook graag (auto)biografieën. Die geven je toegang tot iemands gedachten. Zo las ik het boek van Stefaan Degand - Dag liefje, met Mila gaat het goed en ik klungel lekker verder -, en besprak het boek met mijn vrouw. Dat doen we vaak. Lezen, en nadien analyseren, filosoferen, enzovoort. Stefaan Degand speelde mee in onze Berenconcerten. Zo'n tournee is een rollercoaster. Je leert elkaar wel kennen, maar pas na het lezen van Stefaans boek, na te hebben rondgewandeld in zijn hoofd, heb ik een beter beeld van wie hij is.

Ook de autobiografie van Flea, de bassist van de Red Hot Chili Peppers, is fantastisch. Als jongere was ik grote fan van de Peppers, maar later denk je: 'ach, het zijn gewoon een bende punkers hé'. Dat dacht ik ook bij het zien van het boek, Acid for the Children, 'ach ja', maar het boek bleek een prachtig relaas van de punk-tijd in Los Angeles. Met een voorwoord van Patti Smith overigens. Het gaf me een beter inzicht in de persoon, de band, maar ook in het tijdsgewricht. Dat geldt ook voor Born to Run, de autobiografie van Bruce Springsteen. Prachtig verhaal.'

Grootouders

'Diep in mij leeft de droom om zelf ook een boek te schrijven, hoewel ik vooral met muziek bezig ben. Het is Günter Grass die zei: 'Als je zelf wil schrijven, begin dan bij je grootouders.' Dat zou wel een verhaal opleveren: mijn grootvader werd 95, maar mijn grootmoeder reed tot twee jaar geleden nog met haar Volvo naar de Carrefour. (lacht) Ze is nu 97.
Als ik zelf zou schrijven, dan wellicht op een heel associatieve manier. Een blad, een potlood, en zien wat er gebeurt. Een beetje zoals Stefaan Degand het heeft aangepakt. Ik heb ook geen geheimen, zou evengoed over mijn eigen leven kunnen schrijven, of dat van familie. Maar voorlopig lees ik vooral, en dat zal ik blijven doen.'

“Van bij het begin moet een boek me de goesting geven om verder te lezen. Als dat zo is, dan komt er maar weinig in de buurt van een goed boek, een bankje en de zon.”


Deel dit artikel: