De leeswereld van Jet Marchau

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Jet Marchau, leespromotor.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Ik beschouw het een beetje als mijn levenswerk', zegt Jet Marchau, met ingehouden stem. Een beetje. Op het Zoom-scherm zie je haar niet molenwieken, daar heeft ze nochtans reden toe. Dat levenswerk waar Jet over praat, is de bekende Kinder- en Jeugdjury (KJV) - nu de Leesjury, die ze mee oprichtte in de vroege jaren tachtig, en waarin Jet tot 2005 de rol van secretaris opnam. In de soms onderbelichte wereld van de jeugdliteratuur heeft Jet een steen verlegd.

Haar levenswerk reikt verder dan de KJV. Ze gaf haar hele leven Engelse les op een middelbare school, maar ging de bel, dan voltrok zich thuis een heel ander leven: Jet werkte als recensente van jeugd- en kinderboeken, ze gaf er les over, ze instrueerde ouders, en nog altijd is ze verbonden aan Brugge Leest en aan de VWS (Vereniging West-Vlaamse Schrijvers), waar ze vooral West-Vlaamse jeugdauteurs in de kijker zet.

Het woordje ‘secretaris’ dekt dus de lading niet. Noem haar een promotor, een organisator, een facilitator, wat dan ook, van literatuur voor kinderen en jongeren. ‘Dat de KJV zich over heel Vlaanderen heeft verspreid, en dat er nu duizenden kinderen, in verschillende leeftijdsgroepen, een lijst aan boeken lezen en die beoordelen, dat maakt me zo blij. Want lezen is voor kinderen zo enorm belangrijk.’

Walschap

'Ik ben een kind van de jaren vijftig', vervolgt Jet. 'Een puber uit de jaren zestig en huwde met mijn man - ook een veellezer - begin jaren zeventig. Altijd al bestond mijn leven uit verhalen. Dat begon met mijn grootvader, die bij ons inwoonde, en me sprookjes vertelde. Niet voorlezen, maar vertellen. Vader was inspecteur bij de NMBS, moeder zorgde voor het gezin van drie kinderen, en allebei lazen ze soms boeken, vooral die van het Davidsfonds. Ik herinner me ook nog een passage van de pastoor. Die inspecteerde de bibliotheek van vader en haalde er een boek van Gerard Walschap uit: 'die moet je niet lezen hé'. (lacht) Ik herinner me ook de boeken van Daan Zonderland (pseudoniem van de Nederlander Daniël Gerhard (Daan) van der Vat), Jeroen en de zilveren sleutel in het bijzonder, die het leesplezier in me wakker maakte, waarna ik al gauw de hele jeugdafdeling van de Brugse volksboekerij Guido Gezelle uitlas. Met dank aan de bibliothecaris. Die reikte me Het berkje van Ivonne Waegemans aan. Dat boek toonde me de schoonheid van taal. Sindsdien was er niet louter fantasie die ik opzocht in boeken, of avontuur, maar dus ook de taal zelf.'

Nadenken

“Wil je kinderen tot rust laten komen, neem dan een boek, je krijgt ze zo stil. Naast het prikkelen van de fantasie, prikkelen lezen en voorlezen ook het denkvermogen van je kind. Boeken brengen iets bij.”

'Ik kan moeilijk stilzitten. Dat kon ik als jonge moeder ook niet. Toen ik twee jaar verlof zonder wedde nam, werd ik al gauw vrijwilliger bij Oxfam, in Brugge, en richtte er een boekenkelder in. Zo kreeg ik de jeugdboeken opnieuw letterlijk in handen. Net omdat lezen als kind van zo’n grote waarde was voor mij, heb ik dat soort boeken nooit losgelaten, hoewel ik toen natuurlijk veel meer boeken voor volwassenen las. Het belang van lezen en voorlezen voor kinderen is gewoon niet te overzien. Nog altijd vertellen mijn man en ik zelf verzonnen verhalen aan de kleinkinderen. Het is zo belangrijk hun fantasie aan te scherpen. Nog voor mijn eigen kinderen, twee meisjes en een jongen, zelf konden lezen, las ik hen voor. Dat wérkt echt. Wil je kinderen tot rust laten komen, neem dan een boek, je krijgt ze zo stil. Naast het prikkelen van de fantasie, prikkelen lezen en voorlezen ook het denkvermogen van je kind. Boeken brengen iets bij, je laat kinderen nadenken over iets wat anders niet op hun pad komt. Het geeft hen zo ook toegang tot nieuwe werelden. Guus Kuijer en Edward van de Vendel bijvoorbeeld zijn daar meesters in. Tot slot vergroten boeken ook de woordenschat van kinderen. Eigenlijk is een boek voor hen als het aanleren van een nieuwe taal. Die nieuwe woorden, nieuwe constructies, gezegdes, etc: ze verrijken de taal en de leefwereld van de kinderen.

Moet ik nog even doorgaan? (lacht)'

Stockholm

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Mijn eigen kinderen zijn alle drie veellezers geworden. Literatuur is iets wat ons bindt. Toen ik zeventig werd kreeg ik van Eva een bundel: Fascinerende auteurs en hun verhalen: een anthologie van dochter voor moeder, met daarin boekfragmenten die belangrijk waren en zijn in ons leven. Fragmenten die we via elkaar leerden kennen. Virginia Woolf vind je daar in terug, en Alice Munro, Sylvia Plath en zelfs Jane Gardam. Ja, we houden wel van vrouwelijke auteurs. Feministische literatuur gaat er bij ons makkelijk in. (lacht) Op het einde van de bundel schreef Eva dit, wat het goed samenvat: 'Met een druk leven is het lezen van een goed, een fantastisch en een bij tijden fenomenaal boek, de beste remedie tegen stress.'

'Een tijd geleden zijn we ook met de hele familie, vijftien man, waaronder zeven kleinkinderen, allemaal samen naar Stockholm gereisd, naar Junibacken. Dat was fan-tas-tisch!' Junibacken is een verhalenhuis waar de boeken en de personages van Astrid Lindgren tot leven komen, maar ook die van andere auteurs. Van Pippi Langkous tot de gebroeders Leeuwenhart, Michiel van de Hazelhoeve, etc. Je rijdt er zelfs met een treintje letterlijk door Nangijala, het avonturenland waar de gebroeders Leeuwenhart elkaar na de dood weer ontmoeten. 'Mijn kinderen kenden die verhalen, en ter voorbereiding op de reis hebben we de kleinkinderen - toen tussen drie en elf jaar - die boekjes laten lezen, of hebben die voorgelezen. Ik herinner me dat Siene buiten kwam uit Junibacken, voor het standbeeld van Astrid Lindgren ging zitten, en zei: 'Dit vergeet ik nooit meer!'

Leerkrachten

“Hoe je het ook draait of keert: je zal altijd mensen nodig hebben die je nieuw werk aanreiken, en zo je leeswereld vergroten. Dat is van ontzettend groot belang. Dat hebben we ook gedaan met de Kinder- en Jeugdjury.”

'Mag ik daar nog iets aan toevoegen?', vraagt Jet. Ze lacht. Achteraf bekeken behoefde dit gesprek geen voorbereiding. Je stelt één vraag aan Jet Marchau, en een uur later heeft ze onbewust alle thema’s afgevinkt die je in gedachten had. Blijft over: onderwijs, maar ook daarover staan de antwoorden al te wachten in de gang.

'Ik lees veel literatuur voor volwassenen, dat spreekt voor zich. Thomése, Hertmans, Japin, Boyne, van Dis, de Jong, de lijst is haast eindeloos. Maar om tot de volwassenenliteratuur te komen moet iemand je er wel wegwijs in maken. Daarom zijn bevlogen leerkrachten zo belangrijk. Ik wil een pleidooi houden voor de wervende kracht die leraars kunnen hebben. Een leerkracht Frans heeft Le Petit Prince en werk van Verlaine voorgelezen, een leerkracht Engels bracht me in contact met de Lake Poets en de Beat Poets en met Oscar Wilde, Tristan en Isolde las ik in de Nederlandse les, samen met Deirdre en de zonen van Usnach van Adriaan Roland Horst, en dankzij de leerkrachten Latijn en Grieks kwam ik in contact met de Ilias van Homerus.

Later mocht ik via de literaire kring van vereniging Moritoen auteurs interviewen en hun werk voorstellen. Hoe je het ook draait of keert: je zal altijd mensen nodig hebben die je nieuw werk aanreiken, en zo je leeswereld vergroten. Dat is van ontzettend groot belang. Dat hebben we ook gedaan met de Kinder- en Jeugdjury. Misschien is aanreiken ook wel een beetje mijn levenswerk.'

Misschien.
Een beetje.
Geef haar een standbeeld.



Deel dit artikel: