De leeswereld van Imane Karroumi

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Imane Karroumi, studente filosofie.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Mijn leeswereld is niet wat je denkt dat hij is', zegt Imane Karroumi. Ze zegt het haast verontschuldigend. 'Ik weet ook niet of ik die onder woorden kan brengen.' Imane Karroumi is studente filosofie aan de Universiteit Gent. Ze schrijft ook, werkt mee aan theaterproducties, maakte deel uit van het Kortrijkse Lettertype Collectief en was een tijdlang verbonden aan Reveil, een organisatie die rouwen meer bespreekbaar wil maken en inzet op een warmere beeldtaal over dood en afscheid. Het woord is erg belangrijk in het leven van Imane. 'Maar', zegt ze, 'alleen als de situatie dat toelaat kan ik het woord tot mij nemen, en dat is geen evidentie voor wie aan OCPS lijdt.'

OCPS

“Ik wil ontzettend graag lezen maar mijn hoofd laat dat niet toe zolang de situatie niet stabiel is, wat ze zelden is. Lezen is voor mij het topje van de piramide, het ultieme, maar ik stel lezen noodgedwongen uit.”

OCPS staat voor obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis en is niet te verwarren met het aanverwante OCP, de zogenaamde 'dwangstoornis', die zich vaak uit in een aandrang om rituele handelingen steeds opnieuw uit te voeren. Mensen met OCPS worden vaak als perfectionistisch bestempeld, en krijgen het lastig als hun omgeving naar hun aanvoelen niet ordelijk is en chaotisch aanvoelt. 'Ik wil ontzettend graag lezen', zegt Imane, 'maar mijn hoofd laat dat niet toe zolang de situatie niet stabiel is, wat ze zelden is. Lezen is voor mij het topje van de piramide, het ultieme, maar ik stel lezen noodgedwongen uit, alsof het uitstel er voor zorgt dat het boek dan nòg beter zal zijn, het lezen nog zoeter zal proeven, eens de tijd rijp is. Maar dat gebeurt veel te weinig. Als iemand vraagt wat ik graag lees, dan is het antwoord simpel: alles. Echt alles. Maar als je vraagt of ik al veel gelezen heb, dan moet ik bekennen veel boeken te ontlenen in de bibliotheek, om die weken later ongelezen terug te brengen. Lezen is voor mij helaas als een verjaardagstaart die je enkel mag opeten als het jouw verjaardag is.'

'Ik weet niet hoe een normale leeswereld er uitziet. Soms word ik heel jaloers als ik mensen in de bib zie, of in een koffiebar, of in een meditatieruimte, mensen die gewoon, rustig een boek lezen. Dat gevoel is mij vreemd. Vaak brengt lezen fysiologische reacties bij me te weeg. Heb ik een boek in handen, en voelt de situatie niet goed aan, dan versnelt mijn hartslag, of krijg ik klamme handen. En aangezien ik mij in mijn tienerjaren heb geforceerd om te lezen, bekoop ik dat nog altijd met een eindeloze vermoeidheid. Maar als het lukt, als er geen chaos is, dan is lezen het ultieme. En dat heb ik al mogen ervaren: De Vlaschaard van Stijn Streuvels bracht me helemaal in vervoering.'

Lijsternest

Imane had niet veel keuze. Ter voorbereiding op een theaterproductie móest ze het boek lezen. De Vlaschaard is een klassieker die het generatieconflict behandelt tussen een boer en zijn zoon. Streuvels schreef het boek in 1907, in plastische taal, met woorden als 'jongtierig' en 'dricht', wat verwijst naar het bewerken van akkers:

Af en toe wankelde het weder nog altijd en de regens vielen te zwaar voor de jongtierige dricht. Er werd geklaagd en geknoterd bij de menschen, maar menigeen troostte zich in 't vooruitzicht van de kruisdagen en hoopte dat het daarna beteren zou.

'Ik moest weinig 'betalen', zegt Imane, 'de mentale kost voor het lezen van De Vlaschaard was laag. De taal van Streuvels mag dan als oubollig worden ervaren, op mij had het een bijzonder effect. Ik ervoer literaire orgasmes bij Streuvels. Hoe hij met taal puzzelt, hoe hij diepgang creëert met een niet-alledaags woordgebruik, de clichés ontwijkt en via de spanningen tussen vader en zoon de sfeer en de moraal in West-Vlaanderen weergeeft. Dat boek overkwam mij, duwde mij de leefwereld in van de hoofdpersonages en toonde me hoe mooi lezen kan zijn.'

“Lezen over mentale en existentiële problematieken was een enorme opluchting, te weten dat je niet allen bent.”

Zonneland

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Ik ben geboren in Mechelen, deels opgegroeid in Deurne-Zuid en uiteindelijk in Kortrijk beland. Mijn jeugd was echt niet fijn, omwille van de familiale situatie. Veel dieper kan ik daar niet op ingaan. Laat ik het hier op houden: ik was iedere dag thuis en had door omstandigheden niks om handen. Het is uiteindelijk niet de bibliotheek die me de schoonheid en het belang van boeken duidelijk maakte. Mijn liefde voor woord en taal is ontsproten aan Zonnestraal en Zonneland (kindertijdschriftjes). Die boekjes waren het enige waaruit mijn leven haast bestond. Obsessief las ik die blaadjes, waardoor ik op school ook in contact kwam met schrijfwedstrijden, er eentje won en taal mijn ontsnappingsroute werd, het middel om dingen van me af te schrijven.

Zo beschreef ik het leven van andere kinderen, die ik buiten zag, en door dat op te schrijven besefte ik zelf amper over een jeugd te beschikken. Onbewust leidde dat al vroeg tot existentiële vragen: wie ben ik eigenlijk? Wat is er met mij aan de hand? Waarom ziet mijn leven er zo uit? Die vragen werden - soms - beantwoord door boeken die ik in de bibliotheek vond. Lezen over mentale en existentiële problematieken was een enorme opluchting, te weten dat je niet allen bent. Die bevestiging voelde zodanig goed dat mijn lees- en schrijfwereld steeds boetseerbaarder werd. Tegelijk was ik bang dat de bron zou opdrogen, dat de boeken die antwoorden boden te vanzelfsprekend zouden worden. Ik wilde blijven genieten van de verbinding.'

Oom Trotter

“Stap ik een bibliotheek binnen, dan word ik geconfronteerd met een leven dat ik benijd: lezen, koffie drinken, mediteren. Maar ik werk eraan.”

'Ik herinner me weinig titels uit die tijd, maar heb wel mooie herinneringen aan Het ei van oom Trotter van Marc de Bel, of aan de antieke teksten die ik in de Latijnse les kreeg. Ik wéét dat er buiten een wereld op me wacht, dat er zoveel boeken zijn die ik nog wil lezen, maar nu staan mijn lichaam en geest dat in de weg. Stap ik een bibliotheek binnen, dan word ik geconfronteerd met een leven dat ik benijd: lezen, koffie drinken, mediteren. Maar ik werk eraan, ook als student aan de UGent, door de filosofen te lezen die ik moet lezen, door op de trein toch een boek boven te halen, door - zoals nu - Emotionele intelligentie van Daniel Goleman te lezen. Ik weet dat het tot zware vermoeidheid kan leiden, maar ooit komt de dag, al duurt het nog vijf jaar, dat ik een boek kan vastnemen en het rustig kan lezen. Ik wacht er al twintig jaar op. Maar het komt. Daar geloof ik in. Het komt.'

© Michiel Devijver | Iedereen Leest


Deel dit artikel: