De leeswereld van Hendrik Van Crombrugge

'Lezen is denken met andermans hoofd, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Hendrik Van Crombrugge, keeper.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver en Iedereen Leest
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik denk dat heel veel doelmannen dit boek hebben gelezen.’ In het restaurant van de Cegeka Arena, het voetbalstadion van KRC Genk, legt Hendrik Van Crombrugge, de keeper van het team, een opvallend boek op tafel: Robert Enke. Een al te kort leven, van de Duitse sportverslaggever Ronald Reng. Het boek is exemplarisch voor de Leeswereld van de Genkse doelman, die houdt van non-fictie. Dat Van Crombrugge veel leest en dus veel weet, levert hem in de kleedkamer zelfs een fijne bijnaam op: ‘Wikipedia’.

‘Dit boek gaat over de zelfmoord van Robert Enke in 2009’, zegt Van Crombrugge. ‘Op dat ogenblik was hij de beste doelman van Duitsland. Enke was de man die het land zou vertegenwoordigen op het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika, een jaar later. Maar hij is ten onder gegaan aan de druk die op een topsporter rust.’ Hendrik Van Crombrugge, die voor hij naar Genk kwam bij Anderlecht speelde en het ook tot Rode Duivel schopte, is een van de beste keepers van België. Van nature is deze man veerkrachtig. Hij heeft ervaring en weet dat niks voor altijd is. Toch raakte het boek over Enke een gevoelige snaar: ‘In die mate zelfs dat ik een voortrekker wil zijn in de psychologische begeleiding van topsporters’, zegt hij. ‘Ik raad iedereen aan dit boek te lezen. Natuurlijk leunt het onderwerp dicht bij mijn werkleven aan, maar toch: ook over je eigen job kun je al lezend nog veel bijleren.’

Sint-Truiden

“Ik herkende me in het verhaal van keeper Robert Enke. Niet in de depressie, maar in de pech die je kan hebben op het veld, voor het oog van iedereen. Als achttienjarige debuteerde ik in eerste klasse bij Sint-Truiden. We verloren mijn allereerste wedstrijd met 3-4 en ik keepte echt geen goede partij. De club kocht meteen een andere doelman en ik stond op straat.”

Eens dat de shock en het verdriet om de dood van Robert Enke enigszins gingen liggen, bleek dat de Duitser al jaren aan een zware depressie leed, wat hij voor de buitenwereld verborgen hield. Een buitenwereld die bestond uit miljoenen voetbalfans. Die zagen hoe Enke zich bij zijn debuut voor FC Barcelona, een van de grootste clubs ter wereld, drie keer moest omdraaien in de verloren bekerwedstrijd tegen een klein ploegje uit de provincie. Hij werd prompt weggezet als een keeper met zeep aan de handschoenen en zou de rest van zijn tijd in Barcelona op de bank zitten. Enke als miskoop, als flop. Een paar jaar later verloren Enke en zijn vrouw Teresa hun eerste dochter en werd de rugzak van de doelman steeds zwaarder. Hij gleed weg en verdween in het duister, in de schaduw van de dug-out (de zijbeuk voor de reservespelers).

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik herkende me in Enkes verhaal’, zegt Hendrik. ‘Niet in de depressie en de donkere gedachten, maar in de pech die je kan hebben op het veld, voor het oog van iedereen. Nog voor ik bij Anderlecht of Racing Genk speelde, debuteerde ik als achttienjarige in eerste klasse bij Sint-Truiden. We verloren mijn allereerste wedstrijd met 3-4 en ik keepte echt geen goede partij. De club kocht meteen een andere doelman en al gauw stond ik op straat. Een half jaar zat ik zonder club. De kans dat mijn carrière toen al sneuvelde was groot. Dit boek toont hoe het fout kan lopen. Het toont ook hoe moeilijk het is om keeper te zijn. Een aanvaller kan een kans missen, maar mist de keeper een bal, dan verlies je. Je bent veel vaker de antiheld dan de held. Doelman is een erg eenzaam beroep, dat zich afspeelt op de plek waar geen gras groeit. Uiteindelijk draait het in doel maar voor twintig procent om je fysieke capaciteiten, al de rest is psychologie.’

Levi

Je hebt als voetballer best veel tijd om te lezen, omdat je vaak reist. Lezen is mijn ideale bezigheid. Ik ben zeer leergierig en enorm gepassioneerd door geschiedenis. Historische boeken maken het grootste deel uit van mijn Leeswereld. Als kind hoefde ik niet ver te zoeken naar boeken, want ons hele huis stond vol. Mijn vader (Hans Van Crombrugge) is doctor in de pedagogische wetenschappen en schrijft zelf ook boeken (waaronder Ouders in soorten en Gezinnen in soorten). Alles vond en vind je bij mijn ouders: van woordenboeken tot strips, romans, encyclopedieën, enzovoort. Zo kwam ik bij De Rode Ridder en bij Asterix terecht, en raakte ik geïnteresseerd in het verleden. Het is toch boeiend om te weten wat de mens in het verleden allemaal heeft uitgestoken? En om die kennis te gebruiken voor je eigen toekomst? Ik wil (proberen) te weten in welke val je niet mag trappen. Als ik één superkracht zou mogen kiezen, dan is het niet vliegen, maar tijdreizen. Hoe fantastisch zou het zijn als ik tienduizend jaar terug in de tijd kon reizen, om te weten hoe de streek van het voetbalstadion waar we nu zitten er toen uitzag? In het One World Trade Center, de heropgebouwde WTC-toren in New York, hangt een grafische wand die de geschiedenis van de baai weergeeft. Hoe hoger in de toren, hoe dichter je bij de huidige tijd komt. Fantastisch is dat.’

“Als kind hoefde ik niet ver te zoeken naar boeken. Alles vond en vind je bij mijn ouders: van woordenboeken tot strips, romans, encyclopedieën... Zo kwam ik bij "De Rode Ridder" en bij "Asterix" terecht, en raakte ik geïnteresseerd in het verleden. Het is toch boeiend om te weten wat de mens in het verleden allemaal heeft uitgestoken? En om die kennis te gebruiken voor je eigen toekomst?”
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Een fascinatie voor het verleden is in wezen ook een fascinatie voor de mens en de uitwassen van onze soort. Mijn vader is een Mechelaar, dus heb ik de Kazerne Dossin bezocht en het fort van Breendonk. Het boek dat op jonge leeftijd een enorme indruk op me maakte, is dat van Holocaust-overlever Primo Levi: Is dit een mens. Ik zat toen op internaat in Luik, als jeugdspeler van Standard. Onze leraar Frans, meneer D’Ambrosio, liet ons Levi lezen. Vader gaf me eerst de Nederlandstalige versie, nadien las ik Si c’est un homme. Toen rijpte bij mij het idee dat de mens echt niet de meest intelligente levensvorm is. Dan doe je dit elkaar niet aan. Ook dat heeft lezen mij bijgebracht.’

Gladiator

‘Op de middelbare school koos ik in het eerste jaar voor Latijn, omdat het lessenpakket toen één uur Latijnse cultuur bevatte. (lacht) Dat boeide mij, nog altijd overigens, zeker de tijd van de Romeinen. Sommige quotes die Bart De Wever vaak gebruikt kan ik vertalen, maar meer ook niet. Werd ik geen keeper, dan had ik wellicht voor geschiedenis of archeologie gekozen. Romeinse sporen (van Herman Clerinx) is een van mijn lievelingsboeken. Daarin worden een groot aantal Romeinse nederzettingen in het huidige Vlaanderen beschreven, zoals die van Velzeke, Zottegem, Elewijt en Tienen, inclusief gps-coördinaten. Natuurlijk heb ik die plekken al bezocht. Iedere vicus (naam van een Romeinse nederzetting) is boeiend en iedere tumulus (grafheuvel) ook. Voor ik bij Anderlecht tekende en later bij Genk terechtkwam, speelde ik bij Eupen in Oost-België. De nabijheid van Aken was ideaal om oude Romeinse sporen op te zoeken.’

“Werd ik geen keeper, dan had ik wellicht voor geschiedenis of archeologie gekozen. "Romeinse sporen" (van Herman Clerinx) is een van mijn lievelingsboeken. Daarin worden een groot aantal Romeinse nederzettingen in het huidige Vlaanderen beschreven. Natuurlijk heb ik die plekken al bezocht. ”

‘Na mijn tijd als jeugdspeler in Luik zat ik in Sint-Truiden op internaat, omdat ik per se profvoetballer wilde worden en niet aan opgeven dacht. Makkelijk was mijn tijd daar niet, maar op moeilijke momenten kon ik me richten tot mijn kleine zelfgebouwde altaartje. Naar analogie met Maximus, het hoofdpersonage van de film Gladiator die altijd een herinnering aan zijn familie in een zakje bij zich had, stalde ik een familiefoto uit en decoreerde die als een soort offer. (lacht) Nee, de weg naar en het leven als profvoetballer was niet eenvoudig.’

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘In Sint-Truiden zat ik op school aan de abdij, waar meer dan veertig jaar geleden een brand uitbrak en ook de bijbehorende kerk vernield werd. Er bleef niet veel meer van over. Later werden de zuilen enigszins nagebouwd. Door het raam van mijn kamertje zag ik die zuilen, net als de toegangsweg naar de crypte. Dat fascineerde me, alsof ik via die weg terug in de tijd kon. Misschien is dat wel de grootste troef van lezen: de blijvende fantasie. Door veel over geschiedenis te lezen blijf ik als het ware een kind, verwonderd over het verleden. Dat is wat ik mijn twee zonen meegeef: blijf vooral zo lang mogelijk kind, laat je verwonderen, blijf dromen en fantaseren. En lezen.’



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest