De leeswereld van Helga Stevens

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Helga Stevens, directeur Doof Vlaanderen.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Dit zijn boeken die ik recent heb gelezen', zegt Helga Stevens. Ze komt aangewandeld in de tuin en legt een handvol boeken op tafel. 'Kun je hier iets mee?', vraagt ze. Op tafel ligt De hemel leek nabij van Batoel Khedairi (een roman die zich afspeelt op het Iraakse platteland), Mijn kleine oorlog van Rudi Vranckx (over conflicten en oorlogsverslaggeving), Branieschopper in een stille wereld van Peter van Veen (over Johan Wesemann en zijn strijd voor de emancipatie van doven) en Brieven aan mijn dochter van Fawzia Koofi (over het leven van de eerste vrouwelijke presidentskandidaat van Afghanistan). 'Ik lees om tot rust te komen', zegt Helga, 'daarom lees ik veel op vakantie. Thuis is dat soms lastiger, met twee kinderen. Ik lees zowel fictie als non-fictie. Aan de éne kant lees je om de wereld beter te begrijpen, aan de andere kant om er ook even uit te ontsnappen. Maar ook bij romans heb ik toch graag dat er een link is met de bestaande wereld. Dus boeken van bijvoorbeeld J.R.R. Tolkien (The Lord of the Rings) krijg ik moeilijk gelezen.'

Zonder het goed en wel te beseffen geeft Helga Stevens niet enkel een inkijk in haar leeswereld, maar reikt de selectie boeken op tafel nog veel verder, en vat die haar leven als het ware samen.

Twaalf talen

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Piepjong was ze, toen Helga haar studies Rechten aan de KU Leuven voortzette in Berkeley, aan de Universiteit van Californië. Een paar jaar voordien was ze nog op haar eentje naar Saint-Louis getrokken, in Missouri, als uitwisselingsstudent. Helga is doof van bij de geboorte. Het hield haar niet tegen om een carrière uit te bouwen als advocate aan de balie in Brussel en Gent, en later de overstap te maken naar de European Union of the Deaf, een ngo in Brussel. Ze zetelde ook voor N-VA in het Vlaams Parlement, in de Senaat, en in het Europees Parlement. Nu is ze directeur van Doof Vlaanderen, de organisatie die streeft naar gelijkwaardigheid, emancipatie en ontplooiing van dove personen en hun taal, de Vlaamse Gebarentaal, in de samenleving. Stevens spreekt overigens twaalf talen, waaronder Amerikaanse, Britse en Franse Gebarentaal, maar ook Spaans, Italiaans, Duits, Engels en ze volgt ook Russische les.

'Ik ben altijd al erg geïnteresseerd geweest in de buitenwereld, koos aan de KU Leuven als keuzevak voor internationale politiek en boog me als Europees Parlementslid ook over bepaalde problematieken in Centraal-Azië. Toen las ik artikels over Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan. Vandaar de interesse in het boek van Vranckx, maar ook in Irak - het decor in De hemel leek nabij - en in het boeiende leven van Johan Wesemann, met wie ik nog heb samengewerkt. 'Die boeken zeggen inderdaad wel wie ik ben, of waaruit een groot deel van mijn leven bestaat', lacht ze. 'Ik had er zelf nog niet bij stilgestaan.'

Guust

“De liefde voor het lezen is wellicht eigen aan wie ik ben, en betekent niet dat alle Vlaamse doven daarom graag lezen. Integendeel, veel doven hebben een moeilijke relatie met het Nederlands, wat voor ons een vreemde taal is.”

'Ik kom uit een belezen gezin. Vader specialiseerde zich in tropische landbouw en trok naar Rwanda en Burundi. Moeder was regentes, en volgde hem naar Afrika. Maar goed, ik ben opgegroeid in Sint-Truiden, samen met mijn drie zussen, die wel horen. Mijn ouders hebben me als kind erg gestimuleerd om te lezen. Alles las ik, van Jommeke tot Guust Flater tot de boeken van De Vijf (Enid Blyton). Veel was er toen niet te doen, in een tijd zonder gsm en zonder internet. Als ik een woord niet begreep, moest ik het opzoeken. Enkel door woorden letterlijk te 'zien' op papier en de betekenis ervan proberen te begrijpen, kon ik mijn lexicon uitbreiden, want mijn ouders beheersten de Vlaamse Gebarentaal niet. Het werd hen destijds afgeraden om het te leren. Enkel op de dovenschool kwam ik in aanraking met die taal, via contact met dove kinderen uit dove gezinnen. In de klas zelf werd de Vlaamse Gebarentaal geweerd.'

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'De liefde voor het lezen is wellicht eigen aan wie ik ben, en betekent niet dat alle Vlaamse doven daarom graag lezen. Integendeel, veel doven hebben een moeilijke relatie met het Nederlands, wat voor ons een vreemde taal is. Vlaamse Gebarentaal en Nederlands zijn gewoon twee verschillende talen, met verschillende structuren. In het Nederlands zeg je bijvoorbeeld 'een rode auto', en benoem je dus eerst de kleur. In het Frans is dat omgekeerd: 'une voiture rouge'. Dat is ook zo in Vlaamse Gebarentaal, we maken eerst het gebaar van 'auto' en dan pas de kleur. Idem voor 'ik ga naar huis'. We maken eerst het gebaar van 'huis' en dan pas het gebaar dat we daar naartoe gaan. Als doven schrijven, hanteren ze soms nog die structuur, en lijkt het gebrekkig Nederlands, maar dat heeft dus een reden.'

Op papier

“Het is heel moeilijk, eigenlijk onmogelijk om boeken van pakweg Erwin Mortier, die heel barok schrijft, om te zetten naar gebarentaal.”

'Er zijn geen boeken die geschreven zijn in Vlaamse Gebarentaal, in die structuur. Er bestaat wel een manier om onze taal op papier te zetten, sign writing heet dat, via symbolen die de handvormen uitdrukken, maar dat beheers ik zelf niet. Er zijn ook boeken waarvan het Nederlands vertaald wordt naar Vlaamse Gebarentaal, per video, specifiek voor dove kinderen die die taal machtig zijn. Dat is enigszins vergelijkbaar met voorlezen, waarna kinderen hopelijk zin krijgen om Nederlands te leren lezen. Maar het is heel moeilijk, eigenlijk onmogelijk om boeken van pakweg Erwin Mortier, die heel barok schrijft, om te zetten naar gebarentaal. Hoewel poëzie, en dan specifiek de rijmvorm, wel enigszins uit te drukken valt via bepaalde handvormen. Ook expressie is dan zeer belangrijk, maar het blijft individueel bepaald, net zoals er ook doven zijn die van muziek houden.'

Implantaat

“Een beter begrip van het Nederlands zorgt ook voor toegang tot de wereld natuurlijk, zeker en vast. En tot lezen. Ik zou zelf alleszins niet meer zonder kunnen.”

'De moeilijke relatie met het Nederlands is wel in verandering. Ik schat dat negentig procent van de dove baby’s nu een cochleair implantaat krijgt, waarvan de resultaten variëren. Bij hen is de Nederlandse taalontwikkeling beter, maar ze blijven botsen op bepaalde drempels in de communicatie. Zoals bij achtergrondlawaai, of in groepen, dan kunnen ze niet meer volgen. Hun relatie met gebarentaal verwatert wat, ook omdat ze regulier, inclusief onderwijs volgen. Zelf zat ik eerst in een dovenschool in Hasselt, nadien stroomde ik door naar het reguliere onderwijs. Doven of slechthorenden met een implantaat komen vaak alleen met tolken in contact met onze gebarentaal. Door inschakeling in het gewone onderwijs, voelen ze zich wel meer alleen. Ze hebben minder omgang met andere doven, met zij die hen echt begrijpen.'

'Het is mijn generatie, die van 1980 ongeveer, die de beweging heeft gemaakt naar geïntegreerd onderwijs. Ook omdat de dovenscholen niet hetzelfde niveau haalden. Mijn ouders zeiden: 'Helga is doof, maar absoluut niet dom, dus waarom zouden we haar de kansen ontnemen die haar horende zussen wel krijgen?' Dus ik begrijp de omschakeling, maar het vreet een beetje aan de dovencultuur, aan onze identiteit, aan onze taal, die toch heel specifiek is. Anderzijds zorgt een beter begrip van het Nederlands ook voor toegang tot de wereld natuurlijk, zeker en vast. En tot lezen. Ik zou zelf alleszins niet meer zonder kunnen. Neen, ik zou niet weten hoe een leven zonder lezen er uitziet.'



Deel dit artikel: