De leeswereld van Habib Önlen

Tijdens de Jeugdboekenmaand brengen we kinder- en jeugdboeken onder de aandacht, en wie kan daarover beter vertellen dan de jeugd zelf? In deze Leeswereld-special ontdek je de boekentips en leesroutines van tien kinderen en jongeren. Deze aflevering: Habib Önlen.

door Matthias M.R. Declercq
©Michiel Devijver en Iedereen Leest
©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Nee hoor, ik voelde me niet triest tijdens het lezen.’ Habib (10) wrijft met zijn hand over de cover van De keukenprins van Mocano, een serie kinderboeken van Mathilda Masters, pseudoniem van de Antwerpse Hilde Smeesters. ‘Deze aflevering heet De grote ontsnapping. Ik zal de achterflap eerst voorlezen: Kokkie breekt een been en moet naar het ziekenhuis. En dan gaat alles mis. De gevangenis krijgt een nieuwe kok: chef Bambino. Maar die houdt niet van kinderen. En zeker niet van Max. Bambino gooit het op een akkoordje met Gronda Gribbel, een strenge vrouw die eruitziet als een giraf. Ze neemt Max mee naar Het Instituut, het treurigste weeshuis ter wereld. Daar sluit hij vriendschap met een jongen die zijn ouders kwijt is, El Sid. Samen bedenken ze een plan. Een groot ontsnappingsplan.’ Het gaat over een beetje veel tegelijk (lacht), maar van dat weeshuis word je niet triest. Het is net een grappig en spannend boek, met veel prentjes!’

Zetel

“Ik hou van mijn naam omdat het woordje ‘bib’ er in voorkomt, een plek waar ik vaak kom.”

Habib Önlen woont in Pelt, in het oosten van het land, vlakbij de Nederlandse grens. Hij maakt er deel uit van de Leesjury, groep 4, samen met zijn mama, die het project begeleidt. Habib houdt van zijn naam omdat het woordje ‘bib’ er in voorkomt, een plek waar hij vaak komt. Een leven zonder boeken, dat kan Habib zich niet inbeelden. Iedere avond valt hij al lezend in slaap en zelfs op zijn eigen verjaardagsfeestje zet hij zich liever in een hoekje om te lezen.

‘We lezen ook veel samen’, zegt mama Ayse. ‘Alles is begonnen met het voorlezen, toen Habib nog heel klein was. Sinds hij zelf kan lezen, zitten we soms in de zetel of in bed en nemen een boek door, vaak dat van de Leesjury. Dat werkt heel verbindend. Je leert je kind op een andere manier kennen, ziet wat hem opvalt, wat hij leuk vindt, hoe zijn fantasie zich ontwikkelt. Dikke boeken lenen zich iets moeilijker tot samen lezen. Worstelt Habib met zo’n boek, dan nemen we er de Luisterpuntbibliotheek bij, en laten hem luisteren naar het verhaal.’

Hai-uri

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Het liefste heb ik boeken met veel prentjes’, zegt Habib, ‘zoals De keukenprins van Mocano. Maar ook dit hier is prachtig.’ Hij haalt een groot boek boven, De Grote Monsteratlas (van de Italiaanse Federica Magrin en de Spaanse Laura Brenilla), en klapt het open. Landen, hoofdsteden of rivieren zie je niet op de kaarten, wel tekeningen van lokale monsters, die nadien worden uitgelicht. Zoals de anansi - half mens, half spin - die zwerft door de meest ongerepte gebieden van West-Afrika, tussen Mauritanië en Nigeria. Of de rocs, een monsterlijke vogel uit Madagaskar. Of de hai-uri’s, éénarmige en éénbenige monsters die zich verschuilen in Zuid-Afrikaanse grotten. ‘Ik teken zelf ook monsters’, zegt Habib. ‘Maar dan monsters met een half gezicht, want een volledig gezicht tekenen is moeilijk. Alles moet dan kloppen hé.’

Verschillen

“Ik teken zelf ook monsters, maar dan monsters met een half gezicht, want een volledig gezicht tekenen is moeilijk. Alles moet dan kloppen hé.”

Prentjes of geen prentjes, dat is een van de grootste verschillen in de boekensmaak van kinderen’, zegt mama Ayse. ‘De ene wil alleen maar tekst om zelf de personages te kunnen inbeelden en de andere heeft de prentjes nodig om helemaal in het verhaal te geraken. De groep van de Leesjury deelt soms ook gevoelige verhalen. Dan wil de ene dat het gewoon leuk is en niet triest, en vindt de andere “dat iedereen moet weten dat het leven soms zo is.” Al even opvallend: kinderen kunnen heel kritisch zijn. Niet enkel voor illustraties, maar ook voor de inhoud.’ ‘Ja, dat klopt!’, zegt Habib, die een boek erbij neemt ter illustratie. ‘In Er was eens…de mens, een reeks boeken met veel weetjes over de geschiedenis van de mens, las ik eens dat de slaven uit het Romeinse Rijk vakantie kregen. Maar dat kan toch helemaal niet? Slaven hadden toch helemaal geen vakantie!’


Ayse: ‘Zie je? Je leert altijd bij van je kinderen.’ (lacht)



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest