De leeswereld van Evan Hikmat

Lezen is denken met andermans hoofd, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Evan Hikmat, journaliste en illustratrice.

door Matthias M.R. Declercq

 

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Mijn Leeswereld draait tegenwoordig rond Duizend-en-een-nacht’, zegt Evan Hikmat. ‘Ik word gelukkig als ik lees over Alladin en Sinbad. De verhalen maken me blij, wat ook nodig is, want veel energie schiet er niet meer over.’ In Noorwegen, daar leest Evan het boek dat zich in haar geboortestreek afspeelt. Duizend-en-een-nacht, de raamvertelling uit het Midden-Oosten, was eeuwenlang in verandering en kreeg steeds nieuwe verhalen, geschreven door nieuwe auteurs uit steeds meer landen, waaronder Irak, waar de oorsprong ligt van Evan’s eigen verhaal. Die ligt in Bagdad, duizenden kilometers verwijderd van de plek waar ze nu uit noodzaak en om veiligheidsredenen woont.

In Haugesund, waar de Noordzee overvloeit in de Noorse Zee, werkt ze als journaliste en illustratrice. Ze gaf een resem Irakese en andere Arabische kinderboeken kundig vorm en krijgt van over de hele wereld manuscripten opgestuurd door uitgeverijen, in de hoop dat de vis bijt. Haar cv ten spijt, is Evan verscheurd. Soms droomt ze van haar oude leven in Irak, om dan met een vingerknip wakker te worden in de bib in Noorwegen, waar ze workshops geeft aan kinderen, hen toont wat vrijheid en verbeelding is, wat er allemaal mogelijk is in een land van fjorden en orka’s, anders dan de bommen en milities uit haar jeugd. ‘Ondanks alles heb ik altijd een Leeswereld gehad’, zegt Evan. ‘Met oneindige dank aan mijn moeder.’

Kunst

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Ik ben opgegroeid in een moeilijk tijdsgewricht, de jaren tachtig, midden in de langdurige oorlog tussen Irak en Iran. Twee jaar na mijn geboorte koste die oorlog het leven aan mijn vader en stond moeder er alleen voor. Zij is beeldend kunstenares en reisde voor het uitbreken van het conflict jarenlang de wereld rond om te exposeren. Van overal bracht ze mooie kunstboeken mee, die ze thuis keurig uitstalde in de woonkamer, naast de verhalen over Griekse goden. Daarin las ik over Hercules en Zeus en altijd zei mijn moeder: “Ben je niet te jong om dat te lezen?” Ik raakte begeesterd door het bovenmenselijke, las over goden die verliefd worden op de aarde en besefte toen hoe sterk de menselijke fantasie is. Een fantasie die me nooit meer zou loslaten.’

“Op jonge leeftijd las ik over Hercules en Zeus. Ik raakte begeesterd door het bovenmenselijke, las over goden die verliefd worden op de aarde en besefte toen hoe sterk de menselijke fantasie is.”

Het geschreven woord werd voor Evan aangevuld met een schat aan gesproken woorden, verteld door de oudere generaties. Die verhalen werden van moeder op dochter doorgegeven: over Irak, over cultuur, over geschiedenis, over al wat ons mens maakt. Evan Hikmat had als kind dus ook een Voorleeswereld. Ze droomde weg bij de stem van de ander en besefte toen al dat je in wezen geen boek nodig hebt om te kunnen ‘lezen’.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Na de oorlog met Iran volgde de strijd tegen Koeweit, die gepaard ging met een economische blokkade. Er was amper nog iets te verkrijgen in Irak, waar elektriciteit al kostbaar was, laat staan boeken. Maar thuis, in de liefdevolle armen van mijn moeder en de rest van de familie, kon ik me laven aan de kunst van Picasso of de impressionisten. 100 years of modern art is een boek dat ik me goed herinner. Ik zie de ballerina’s van Degas nog voor me en de sterrenhemel van Van Gogh. Wellicht werd ik zo aangestoken om zelf te beginnen tekenen en schilderen. Toen ik in 2004 naar de kunstacademie ging in Bagdad, en later naar de universiteit, had kunst geen geheimen meer voor mij. Al wat ik in de handboeken las, kende ik uit de boeken van thuis. Maar die kennis en schoonheid stond haaks op de wereld om me heen.’

“Thuis las ik over schilderkunst, hoorde ik mijn mama praten over mensenrechten, en in het bijzonder vrouwenrechten, en had ik vertrouwen in de toekomst. Zodra je de deur achter je dichttrok, zag je echter de bommen op straat inslaan, lijken in de goot liggen en passeerden er trucks vol soldaten. Absurd was het, echt absurd.”

‘Alle opeenvolgende oorlogen -die met Iran, Koeweit, de inval van de Amerikanen, de aanslagen van de milities…- leidden tot een schizofrene wereld. Thuis las ik over schilderkunst, ik zag mijn mama schilderen in de woonkamer, hoorde haar praten over mensenrechten, en in het bijzonder vrouwenrechten, en had vertrouwen in de toekomst. Zodra je de deur achter je dichttrok, zag je echter de bommen op straat inslaan, lijken in de goot liggen en passeerden er trucks vol soldaten. Absurd was het, echt absurd. Op de universiteit bestudeerden we kunst, terwijl buiten de wereld aan flarden werd geschoten. Gebroken en verpletterd, dat waren we, maar we bleven lezen, schilderen, zoeken naar schoonheid.’

Zakdoeken

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Na mijn studies ging ik aan de slag als journaliste. Mijn betrokkenheid op de wereld was groot. Ik wilde de wereld veranderen en schreef over al waar niet werd over gesproken, met angst voor represailles. Van gedwongen kindhuwelijken tot aanrandingen, corruptie en de verkruimeling van het onderwijs: ik liet mijn stem horen. De hele tijd werd ik lastiggevallen; eerst online, later fysiek. Ook nadien, toen ik tekenworkshops gaf aan kinderen, was laster mijn deel. In plaats van zelf boeken te lezen, kocht ik kinderboeken en deelde ik die uit. Daar ging ik best ver in. Weeskinderen werden uitgebuit door gewelddadige groeperingen. Ze verplichtten de kinderen om zakdoeken te verkopen op straat, ook in volle zomer, toen het veertig graden was. De kinderen liepen tussen de uitgebrande autowrakken en stukgeschoten gevels. Ik kon mijn ogen niet geloven. Soms haalde ik de kinderen op met mijn eigen auto en bracht ik ze samen met een bevriende schrijver naar een veilige plek. Daar leerde ik ze tekenen en schrijven, leerde ze hun eigen verbeelding te gebruiken, en nadien bracht ik hen terug. Dat was mijn ware betrachting: kinderen vrij leren denken, los van de hokjes waar ze werden ingeduwd, los van alle gruwelijke verplichtingen. De grootste kracht van kinderen is hun fantasie. Die wilde ik beschermen.’

‘Tja, iedereen werd lastiggevallen: artiesten, leerkrachten, journalisten, enzovoort. De militie van Moqtada al-Sadr (een radicale sjiitische geestelijke, red.) maakte mensen af op straat en vervolgde iedereen die haar niet zinde. Ook mijn moeder kwam in de problemen, net als ikzelf. Als ik in de achteruitkijkspiegel kijk, dan zie ik de straatvechters nog op me afkomen. Uiteindelijk ben ik naar Turkije gevlucht. Daar woonde ik zes jaar, samen met mijn man, die ook maatschappelijk heel erg actief was en nog altijd is. Toch werden we ook daar bedreigd. De berichten bleven komen –“We weten je wonen” - waardoor ons niks anders restte dan ons terug te trekken in Noorwegen.’

Dat was mijn ware betrachting: kinderen vrij leren denken, los van de hokjes waar ze werden ingeduwd, los van alle gruwelijke verplichtingen. De grootste kracht van kinderen is hun fantasie. Die wilde ik beschermen.

Business

“Of ik zelf ooit terugkeer naar mijn geboorteland? Ik heb veel unfinished business in Irak, maar voel me honderd jaar oud. De situatie heeft me leeggezogen. Wat me wel energie geeft, zijn mijn kinderen en de boeken die ik maak.”

Er schiet niet veel tastbaars meer over van mijn Leeswereld. De boeken uit mijn jeugd gingen verloren bij iedere nieuwe vlucht. Ze maakten deel uit van mijn identiteit, maar zijn vervlogen, weg, om nooit meer terug te keren. Of ik zelf ooit terugkeer naar mijn geboorteland? Ik heb veel unfinished business in Irak, maar voel me honderd jaar oud. De situatie heeft me leeggezogen. Wat me wel energie geeft, zijn mijn kinderen en de boeken die ik maak. Daarin leef ik me uit, woon ik in mijn fantasie en voel ik me weer een onbezorgd, vrij kind. Lees ik manuscripten, of andere jeugdboeken, dan doe ik mijn ogen dicht en zie ik een kortfilm voor mijn ogen afspelen. De taal doet er niet toe. Hier in Noorwegen spreken we thuis Arabisch, Engels, Noors en wat Turks. Wat telt is de verbeelding. En die zal niemand me ooit kunnen afpakken. Nooit.’



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest